De zaak-Nienke Kleiss

Prestatietunnel

Nienke Kleiss: de moord, de politie, het parket en de minister van Justitie

Wat zou er zijn gebeurd als Kees B., beschuldigd van de moord op Nienke Kleiss, was vrijgelaten met als reden dat op het moord wapen, de veter rond de nek van het meisje, vervuild DNA-materiaal was gevonden dat weliswaar niet honderd procent zekerheid gaf dat hij niet de dader was, maar daar wel grote vraagtekens bij zette? Nederland zou heel klein zijn geweest. Grote kans dat de minister van Justitie kamervragen had moeten beantwoorden. Want, mijnheer de minister, hoe kan het dat een man die bekend staat als pedofiel, die heeft rondgehangen in het park waar de moord plaatsvond rond het tijdstip van de moord en die nota bene die moord aanvankelijk ook nog heeft bekend, is vrijgelaten op technisch niet geheel ontlastend bewijs?

Zou de angst voor die verontwaardiging in de samenleving een rol hebben gespeeld bij de overweging van zowel de deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) als de vertegenwoordigers van het openbaar minis te rie (OM) om de bevindingen over het vervuilde DNA niet in het strafdossier te stoppen? Is de druk die maatschappij, het OM en de politie leiding leggen op het «vangen van boeven» zo groot dat dit een rol gaat spelen bij het zorgvuldig en met vakmanschap aanleggen van een strafdossier?

De deskundige van het NFI vindt het in ieder geval wetenschappelijk niet verantwoord om op basis van het vervuilde DNA een eenduidig antwoord te geven. Dus schrijft hij in het geldende vakjargon over die veter: geen profiel. Het OM gaat daarin mee. Blijkbaar voelt het OM zich niet ingehuurd om ook hun twijfels aan het dossier en daarmee de rechter én de verdediging voor te leggen. En dus krijgen de rechters niet te horen dat die DNA-sporen op de veter weliswaar vervuild zijn, maar toch sterk lijken op die op de laars en in het nagelvuil van het meisje en dat DNA, honderd procent zeker, wijst niet naar Kees B.

Waarom laten ze de rechters niet beslissen hoe groot de kans dan nog is dat Kees B. de dader is? Omdat in de ogen van politie, NFI, officier van justitie én advocaat-generaal het technisch bewijs een ondergeschikte rol speelt. Er is immers een verdachte die heeft bekend, die pedofiele neigingen heeft en ook nog in dat park was. Ze hebben de zaak al rond, zonder technisch bewijs. Zo maken die drie partijen dat hun verkeerde uitgangspunt vanzelf bewaarheid wordt: zowel bij de rechtbank als bij het Hof zal het technisch bewijs geen rol van betekenis spelen.

Omdat ze de dader al hebben, laat het OM ook de getuigenis van het vriendje van Nienke geen rol spelen, dat jongetje was aanvankelijk verdachte, bleek later ook aangevallen, daar door getraumatiseerd en daardoor weer niet betrouwbaar in hun ogen. En omdat ze Kees B. al hebben, laat het OM ook niet onderzoeken of er bruikbaar DNA te vinden is op peuken en blikjes die in het park bij een bankje lagen. Kees B. had immers niet op dat bankje kunnen zitten, omdat hij kort voor de moord nog op zijn werk was. Het zijn allemaal sporen die, als ze wel waren gebruikt, niet naar Kees B. hadden geleid.

Hebben het OM en de deskundige van het NFI de beslissing om de weliswaar wetenschappelijk niet geheel betrouwbare bevindingen over het DNA op het moordwapen niet in het strafdossier op te nemen bewust genomen? Ja. Er is over gesproken, eerst op het NFI onderling, daarna met de officier van justitie, en nog weer later met de advocaat-generaal toen de zaak bij het Hof lag. Zoals ook het niet gebruiken van de profielschets van het vriendje of het niet laten onderzoeken van het DNA op de peuken en de blikjes een bewuste beslissing was.

De betrokkenen bij politie, NFI en OM waren een tunnel in gelopen waarvan zij maar één uitgang kenden. Is hun dat te verwijten? Ja. Volgens de onderzoekscommissie van het OM, onder leiding van advocaat-generaal Posthumus, is er geen sprake van opzet, oftewel van slechte mensen die heel goed wisten dat ze een onschuldige voor achttien jaar de bak in lieten gaan. Moest er nog bij komen. Dat sprake is van slecht vakmanschap is al ernstig genoeg. Het college van procureurs-generaal wil niet weten van maatregelen tegen personen, maar in andere beroepen wordt slecht vakmanschap wel degelijk bestraft.

Is dit een incident geweest? Posthumus en zijn commissie hebben maar één zaak onderzocht. Maar die zaak zelf rechtvaardigt de ge dachte dat het geen incident kan zijn. Want er zijn alleen op dit dossier al meerdere mensen bij betrokken die allen behept zijn geweest met dezelfde tunnelvisie: de politie, inclusief korpsleiding, de deskundige van het NFI, de officier van justitie, inclusief de leiding van het Rot terdamse arrondissementsparket en, niet in de laatste plaats, de advocaat-generaal. Geen van allen vond het nodig hun eigen kritiek te organiseren, geen van hen heeft een sparringpartner gezocht die hen scherp had kunnen houden. Ook de rechters in deze zaak hebben zich daaraan schuldig ge maakt, ook zij gingen af op de aanvankelijke bekentenis van Kees B. en zochten niet naar verder bewijs.

Waar komt dit gebrek aan het organiseren van het eigen kritisch vermogen uit voort? De verdenking rijst dat de prestatiedruk en de daarop afgestelde hiërarchische bedrijfsstructuur bij OM, NFI en politie de hoofdschuldige zijn. Of, zoals de extern adviseur van de onderzoekscommissie, hoogleraar straf- en procesrecht Y. Buruma, dinsdag zei: de druk om de zaak te winnen staat op gespannen voet met de noodzakelijke genuanceerdheid waarmee een strafdossier moet worden aangelegd. Er moeten immers zaken afgewerkt worden, dat staat zo fraai in het jaarverslag onder het kopje Productie en prestaties. Waarheidsvinding, zo blijkt, is het slachtoffer als het openbaar ministerie, de politie en het NFI de prestatietunnel in lopen. En daar is minister Donner verantwoordelijk voor. Niet alleen formeel uit hoofde van zijn functie, maar omdat hij hen in die prestatietunnel wil hebben.