Buitenland

Prestige in space

Soms is de aarde gewoon niet genoeg. ‘President Trump is making space great again’, verklaarde het centraal comité van de Republikeinse Partij twee weken geleden. Terwijl miljoenen Amerikanen demonstreerden in honderden steden en door een veiligheidshek rond het Witte Huis heen braken, vertelde Trump dat ‘de Verenigde Staten hun prestige als wereldleider hebben herwonnen’. Voor het eerst in tien jaar waren er namelijk weer astronauten van Amerikaanse bodem de ruimte in geschoten. Dat was nodig, volgens Trump, omdat je ‘niet nummer één kunt zijn op aarde als je nummer twee bent in de ruimte’. Trumps sidekick, vicepresident Mike Pence, verklaarde dat hij ‘met zijn hele hart gelooft dat miljoenen Amerikanen vandaag dezelfde inspiratie en eenheid ervaren die we voelden in die dagen in de jaren zestig’, tijdens de eerste maanlanding.

De Amerikaanse regering is niet de enige die liever wil dat haar burgers omhoog kijken in plaats van om zich heen. Maar liefst drie landen plus een continent (Europa) hebben in juli de lancering van een ruimtevoertuig richting Mars op de kalender staan. De opmerkelijkste is de ‘Hoop Mars Missie’ van de Verenigde Arabische Emiraten, de eerste interplanetaire missie vanuit de Arabische wereld. Er zijn stemmen die beweren dat dit een extreem slecht getimed ijdelheidsproject is van de heersende sjeiks, tijdens een ongekende economische recessie, oorlog in Jemen, wegvallend toerisme, inzakkende vraag naar olie en iets met corona. Onzin, verzekerde de projectleider: ‘Dit gaat om de toekomst van de Emiraten en onze overleving.’ De Emiraten, een van de grootste olie-exporteurs ter wereld, willen namelijk onderzoeken waarom er op Mars klimaatverandering heeft plaatsgevonden.

China en India, wier troepen elkaar net nog naar het leven stonden in de Himalaya, willen later dit jaar voertuigen op de maan laten landen en robots laten rondrijden in naam van de wereldvrede. Dat zijn duidelijk testmissies die vooruitlopen op landingen met astronauten. Ze zijn echter niet alleen met elkáár verwikkeld in een race om daar weer mensen te laten rondlopen. Vorig jaar kondigde Trump aan dat de VS na een halve eeuw ook weer ‘teruggaan naar de maan’ (voorwaarde is wel dat het gebeurt tijdens Trumps tweede termijn als president). De VS zijn ook al in een race verwikkeld om als eerste land brokstukken van een asteroïde naar de aarde te brengen. Maar de Amerikaanse OSIRIS-REx zal waarschijnlijk verslagen worden door de Japanse Hayabusa2, die later dit jaar naar de aarde gaat terugkeren.

Trump wil dat de VS ‘teruggaan naar de maan’

Er is hier en daar natuurlijk wel wat wetenschap gesignaleerd, maar in hoofdzaak draait dit alles om nationaal prestige. Donald Trump is niet de enige die daar lomp en helder over was. ‘Ik ben niet zo geïnteresseerd in de ruimte’, zei John Kennedy, de vader aller space-races, eens zonder om de zaak heen te draaien. Nadat de Sovjet-Unie de eerste man in de ruimte had gebracht, eiste Kennedy simpelweg dat NASA een ruimte-race uitkoos ‘die dramatische resultaten belooft op een terrein waar we kunnen winnen’.

Nu is het wel zo dat Kennedy daar een hoger belang bij zag. In de klassieker … the Heavens and the Earth beschreef historicus Walter McDougall dat de maanlanding de uitkomst was van ‘een proces waarin prestige een centraal belang werd in de nationale veiligheid’ van de VS. Kennedy geloofde steeds sterker dat het overleven van de VS (en van vrijheid en zo) afhing van de Amerikaanse reputatie in de wereld. En hij koppelde die overtuiging steeds meer aan het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, dat ‘de hoogste soort nationale prioriteit’ moest krijgen om ‘wereldwijd een positieve psychologische impact te bereiken’ over Amerikaans leiderschap.

Die redenering was in hoge mate flauwekul, maar er wás in ieder geval een redenering. Nu lijkt het nationale prestige dat geoogst gaat worden met maanlandingen, Mars-missies en asteroïde-passages vooral prestige om zichzelf, omdat de problemen in het ondermaanse te ingewikkeld zijn om successen op te scoren, omdat er niet een beter idee voorhanden is. De ruimtefilm Ad Astra, waarin de mensheid extreem veel kan buiten de dampkring, maar de meerwaarde nogal onduidelijk blijft, was daarin visionair. Het is ruimtejaar 2020 in een notendop: nog maar eens naar de maan, omdat corona en het klimaat te ingewikkeld waren.