Irak-scenarios: Bush vs Powell

Preventieve aanval versus indammen

Veel waarnemers zijn het erover eens dat Collin Powell, net als elf jaar geleden, probeert een oorlog tegen Irak te voorkomen. Maar George W. Bush lijkt te willen doorzetten.

Washington, november 1991. Admiraal William J. Crowe haastte zich naar het Pentagon aan de overkant van de Potomac River waar hij een afspraak had met generaal Collin Powell. Twee jaar eerder was Powell door president George Bush sr. benoemd tot voorzitter van de Joint Chiefs of Staff, de hoogste militaire bevelhebber van wereldmacht nummer één, de Verenigde Staten van Amerika. Admiraal Crowe was Collins voorganger. Hij zou met Powell tijdens een lunch een informele bespreking hebben over de voorbereidingen van een militaire actie tegen Saddam Hoessein. De VS waren vastbesloten de Iraakse dictator een halt toe te roepen. Hij was Koeweit binnengevallen en bedreigde daarmee de stabiliteit in het voor het Westen zo vitale, olierijke Midden-Oosten.

De voorzitter van de chefs van staven maakte op Crowe niet de indruk veel haast te maken met een aanval. «Ik ben ervoor hem in te dammen», zei Powell. «Maar het lukt me niet goed dat te verkopen, hier noch daar.» Hij wees over zijn schouder, naar de overkant van de rivier. Crowe wist als geen ander wat dat betekende, «de overkant van de rivier». Daar zetelde de presidentiële staf, in het Witte Huis. Met «hier» doelde Powell op zijn directe chef, minister van Defensie Dick Cheney. «Geen flauw idee wat hij eigenlijk wil. Hij laat zich niet graag in zijn kaarten kijken, zoals je weet.» Powell vertelde dat hij probeerde het oorlogsenthousiasme van de president en zijn adviseurs te temperen.

De volgende dag zou Crowe worden gehoord door een senaatscommissie die probeerde vast te stellen of er iets zinnigs zat in de oorlogsplannen van Bush senior. Daar verwachtte hij niet veel van. Crowe, tegenstander van de oorlog maar machteloos als gepensioneerd admiraal, had al zijn hoop gevestigd op Powell. Als hoogste militair diende de generaal de president rechtstreeks te adviseren.

«Je hebt twee dingen nodig om een groot president te zijn», zei Crowe tegen Powell. «Ik moet je die vertellen want misschien word jij op een dag president. Allereerst heb je een oorlog nodig. En ten tweede heb je een oorlog nodig waarin je zelf wordt aangevallen.» Powell knikte. Duidelijker had Crowe niet kunnen zinspelen op beider weerzin met Amerikaanse troepen een oorlog te beginnen zonder dat Hoessein het Amerikaanse belang direct had geschaad.

Het vervolg is bekend. De president kreeg zijn zin. De oorlog kwam er. Voor het leeuwendeel uitgevochten door Amerikaanse eenheden, uit naam van de Verenigde Naties. Het was een «schone» oorlog. Althans, zo werd hij gepresenteerd. Voor het eerst werden precisiewapens ingezet en werden tijdens speciale briefings video-opnamen getoond van kruisraketten en lasergestuurde bommen die anonieme, maar schuldige gebouwen in de as legden. Beelden van verbrande Irakese soldaten en angstige burgers stonden niet op het programma van CNN. Pas toen de oorlog af was, werd duidelijk dat er ook slachtoffers waren gevallen.

Vijf weken duurden de bombardementen die aan de grondoorlog voorafgingen. Drie dagen nadat de eerste geallieerde tanks door de Irakese woestijn raasden in de richting van Bagdad, gooide Irak de handdoek in de ring.

Bang dat Irak uiteen zou vallen en de regio nog verder gedestabiliseerd zou raken, besloot Bush senior niet door te zetten. De pantserdivisies hielden halt voor Bagdad. De dictator bleef in het zadel. Het was Collin Powell die daartoe het dwingende, zéér dwingende advies gaf. Powell, de hoogste Amerikaanse militair, die de oorlog nooit had gewild.

Elf jaar later is Collin Powell nog geen president. Wel minister van Buitenlandse Zaken. Onder president George W. Bush, de zoon van. Nu zit Powell opgescheept met het werk dat zijn divisies toen niet afmaakten. Dick Cheney is tegenwoordig vice-president. En hij houdt nog steeds de kaarten tegen de borst. Van hem zal niemand een scenario horen voor de dreigende nieuwe oorlog tegen Hoessein.

Maar er wordt gelekt. Sinds Bush junior afgelopen zomer besloot om Irak tot speerpunt van zijn agressieve, unilateraal georiënteerde buitenlandbeleid te maken, doen in de Amerikaanse pers allerlei oorlogsscenario’s de ronde. De zoon lijkt dezelfde fout te maken als de vader. Hij had het niet in zich, Bush junior, maar hij werd een groot president. Hij kreeg zijn oorlog. En de VS werden nog zélf aangevallen ook. Bush sloeg krijgshaftige taal uit en trok in Afghanistan ten strijde tegen de Taliban en al-Qaeda.

Nu doet hij echter wat Crowe en Powell al eens probeerden te voorkomen. Hij stuurt aan op oorlog tegen een dictator die geen directe bedreiging vormt voor de VS. Volgens de Amerikaanse regering zijn het Hoesseins gif- en zenuwgassen, zijn nucleaire aspiraties en het handjevol raketten dat hij nog heeft, die de regionale stabiliteit (lees: de toevoer van olie) bedreigen. Bovendien zou hij anti-Amerikaans terrorisme steunen en banden hebben met al-Qaeda. Maar dat laatste is nooit overtuigend aangetoond. Het Amerikaanse parlement vroeg vergeefs om bewijzen.

Na de oorlog in Afghanistan tekende zich een nieuwe doctrine af in het Amerikaanse buitenlandbeleid: die van de pre-emptive strike. De containment, waarop Powell hoopte ten tijde van de eerste Golfoorlog, past niet meer in het beleid van de supermacht. In de ogen van Bush’ staf is het indammen van een vijand iets wat een slechte heelmeester doet. Het is beter door middel van een preventieve aanval hard op te treden «om erger te voorkomen». Desnoods met nucleaire middelen, zo stelt de nieuwe doctrine. Hoesseins regime is een stinkende wond die uit het Midden- Oosten moet worden weggesneden. De oorlogsvoorbereidingen zijn in volle gang. Er is haast bij. De winter is in de woestijn de beste tijd om toe te slaan.

Het regent oorlogsscenario’s. Eind april publiceerden Amerikaanse kranten voor het eerst geruchten over een op handen zijnde aanval. Die kon al in de zomer plaatsvinden. Er zouden zeker 200.000 troepen worden ingezet, hoewel generaal Tommy Franks, Powells opvolger als hoogste militair (tegenwoordig Chief of Central Command geheten), er liever 550.000 tot zijn beschikking zou hebben. Bush suste. Er lagen nog geen aanvalsplannen op zijn bureau. Tegelijkertijd begon James Woolsey, oud CIA-directeur en adviseur van het Pentagon, met een campagne om duidelijk te maken dat het opnieuw naar Irak sturen van wapeninspecteurs door de VN geen zin had. «De massavernietigingswapens zijn goed verborgen.» Keer op keer waarschuwde hij voor «het uitstellen van een aanval». Het voorspel was begonnen, en Bush mikte op een Alleingang. Voor een preventieve aanval bood het VN-handvest immers geen mogelijkheid.

Begin juli maakte de pers opnieuw melding van aanvalsplannen. Het Amerikaanse leger zou toeslaan van drie kanten tegelijk, met «tienduizenden» militairen. Acht landen, waaronder Turkije en Qatar zouden militaire en logistieke bijstand verlenen. Grote afwezige in het rijtje was Saoedi-Arabië, dat aangaf fel tegen een aanval op Irak gekant te zijn. De operatie zou begin volgend jaar plaatsvinden. Duizenden mariniers begonnen in een Californische basis aan een trainingsschema dat duidde op een verhoogde staat van paraatheid. Maar nog altijd, zo meldde Bush, had hij niks op zijn bureau liggen. Wel bleek hij door generaal Franks te zijn bijgepraat over «concepten van operaties» voor Irak.

Eind juli werden onbevestigde berichten gepubliceerd over een riskant en vergaand aanvalsplan dat door het Pentagon zou worden voorbereid. Het plan was gericht op een pijlsnelle inname van Bagdad. Door de ineenstorting van het machtscentrum zou het sterk gecentraliseerde en hiërarchisch ingestelde Irakese leger vanzelf instorten, was de redenering van de militaire planners. «Commandanten die denken dat Saddam dood is, durven geen massavernietigingswapens in te zetten», aldus een van hen. Voor deze «Bagdad eerst-optie» zou gebruik worden gemaakt van het vermogen doelwitten op grote afstand te vernietigen. De inzet van troepen zou beperkt zijn. Daar hadden de Arabische buurlanden van Irak sterk op aangedrongen.

Steeds duidelijker stevende Bush af op een aanval zonder inmenging van de VN en Navo-bondgenoten, met uitzondering van de volgzame Britten. Maar zelfs in Groot-Brittannië barstte de discussie los. Waarom een land aanvallen dat al zo geleden had, en het beleid van wapeninspecties en indamming opgeven? Waarom het risico nemen dat de Arabische wereld zou opstaan tegen het Westen, de oliekranen zou sluiten en een nieuwe generatie apocalyptische terroristen zou baren? Of dat Israël na een Irakese scud-aanval zou terugslaan met kernwapens?

Ook in de Verenigde Staten bleek lang niet iedereen uit op een Irakese veldtocht. Congresleden, invloedrijke, conservatieve denktanks en hoge militairen waarschuwden voor de gevaren. De toch al zo geplaagde relatie tussen de Europese Unie en de VS kwam nog eens extra onder druk te staan door de Amerikaanse oorlogsplannen. Duitsland weigerde pertinent elke vorm van medewerking aan een militaire actie. Amerikaanse senatoren waarschuwden Bush dat hij toch op zijn minst toestemming aan het Congres moest vragen. «Dit is geen operatie waarmee het Amerikaanse volk zomaar mag worden overvallen», sprak senator Richard Luger, een partijgenoot van de president.

Bush koos eieren voor zijn geld. Hij vroeg toestemming aan het Congres en wendde zich tot de Verenigde Naties. Er zou geen aanval komen zonder de bondgenoten te consulteren, beloofde hij. Waarnemers vermoedden hier opnieuw de temperende hand van Collin Powell. De tegenzet van Irak was te verwachten. Het regime maakte bliksemsnel bekend bereid te zijn opnieuw wapen inspecteurs toe te laten, ditmaal onvoorwaardelijk. Dat leek een streep door de rekening van Bush, die uit was op een verandering van regime.

Nu kon hij niet meer om de Veiligheidsraad van de VN heen. Frankrijk, China en Rusland, permanente leden van de Veiligheidsraad, voelen weinig voor de eliminatie van Saddam. De tegenstemmen van Frankrijk en China zijn wellicht nog af te kopen, maar Rusland vormt een probleem. Het land beleeft momenteel, voor het eerst in decennia, een lichte economische opleving, gebaseerd op de huidige hoge olieprijs. Als het de Amerikanen lukt Saddam Hoessein te vervangen door een pro-westers, democratisch regime dat de controle over de Irakese oliebronnen overlaat aan Amerikaanse maatschappijen, zal de Irakese productie zozeer worden opgevoerd dat dat een flinke prijsdaling teweeg zal brengen. En dan lopen de Russen aanzienlijke inkomsten mis. De afgelopen week is de situatie nog gecompliceerder geworden nu Iran, net als Irak door Bush ingedeeld bij «de as van het kwaad», is ingegaan op toenaderingspogingen van zijn Irakese buur.

«De VS hebben zich flink in de nesten gewerkt», meent defensiespecialist Rob de Wijk. «Dom activisme» noemt hij de aanpak van Bush en de zijnen. «Er wordt weleens vergeten dat activisme diep is geworteld in de Amerikaanse strategische militaire cultuur. Vietnam, Somalië, de Eerste Golfoorlog: het was allemaal activisme. Het naar je hand willen zetten van de wereld om ideologische redenen gaat voor Amerikanen samen met het dienen van Amerikaans belang. In de eerste plaats bij de Republikeinen, maar ook bij de Democraten. Het was Clinton die al in 1998 zinspeelde op een verandering van het Irakese regime. Zendingsdrang; het willen verspreiden van democratie en markteconomie; de wereld hervormen naar Amerikaans recept. In hun messianisme lijken Amerikanen op al-Qaeda.»

De Wijk schetst vier scenario’s voor een Irak-oorlog. Elk scenario heeft als doel de omverwerping van het regime, en steeds moet de luchtmacht het «voorbereidende werk» doen. Het eerste scenario is gebaseerd op de war by proxy, zoals de Amerikanen die voerden in Afghanistan. Speciale eenheden staan lokale veldheren bij in hun strijd tegen het regime. Dat gaat niet lukken in Irak, volgens De Wijk. «Als je in zee gaat met de Koerden, zal Turkije daar grote bezwaren tegen maken. De Koerden zullen autonomie eisen, en pogingen doen om olievelden in ‹hun› gebied te confisqueren. De sji’ieten in het zuiden zijn in Amerikaanse ogen niet te vertrouwen, want die worden gesteund door Iran.»

Het tweede scenario behelst het infiltreren van Bagdad met commando-eenheden in een bliksemactie, ten einde Hoessein uit te schakelen. In het derde scenario zouden de Amerikanen oprukken over drie fronten met een overmacht aan grondtroepen, minstens 250.000. Daarbij rijzen grote problemen. Er is steun nodig van de omringende landen en de voorbereidingen gaan vele maanden duren. De Irakezen laten zich niet nog eens in het open veld verslaan en zullen zich terugtrekken in de steden, zo meldden Irakese bronnen onlangs. Oorlogvoering in Bagdad, waar Hoesseins beste eenheden zich zullen verschansen, wordt een hels karwei. Met vele burgerslachtoffers en Amerikaanse bodybags als gevolg.

Daarom ziet De Wijk het meest in een vierde scenario: een middeleeuws beleg van het machtscentrum, Bagdad. Met vijftigduizend soldaten. In de hoop dat de bevolking in opstand komt en elders gelegen eenheden het gevecht snel zullen opgeven. «Maar», zegt De Wijk, «geen van deze scenario’s overtuigt. Er zijn ontzettend veel onzekerheden. Daardoor kunnen we slechts uitgaan van veronderstellingen. Dat Hoessein in Bagdad zou zitten; dat hij niet zonder zijn machtsbasis daar zou kunnen; dat het leger liever niet tegen de Amerikanen zou vechten; dat de Republikeinse Garde gedemoraliseerd zou raken; dat de bevolking niet in meerderheid achter Hoessein zou staan. Allemaal onzekere factoren.» De Wijk, die uitstekende contacten heeft in hoge Navo-kringen, zegt nog niemand te hebben gesproken die enigszins zeker was over het strategisch meest effectieve scenario.

Kees Homan, generaal-majoor der mariniers b.d. en verbonden aan Instituut Clingendael heeft evenmin veel vertrouwen in Bush’ oorlogsscenario’s. Een beleg van Bagdad lijkt hem niet reëel, aangezien zich Sarajevo-achtige taferelen zouden kunnen afspelen. «Er wonen zeven miljoen mensen in die stad, dus een beleg heeft heel wat voeten in aarde. Hoessein zal burgers beletten de stad te verlaten. Als het erop begint te lijken dat de Amerikanen de stad aan het uithongeren zijn, zal de wereldopinie zich tegen hen keren. Hoessein heeft acht dubbelgangers. In Bagdad kan hij zich continu verplaatsen, ook ondergronds.»

Homan wijst erop dat in geen van de oorlogsscenario’s rekening wordt gehouden met het installeren van een nieuw regime in Irak en de daarbij nodige aanwezigheid van Amerikaanse troepen. «Je bent er niet zomaar van af. Dat is de les van de conflicten in Joegoslavië. Ifor en Sfor zitten daar al zeven jaar. Ook in Kosovo en Macedonië zullen troepen lang aanwezig moeten blijven. Je ziet nu dat dat ook geldt voor Afghanistan. Ook in Irak zal het zo gaan. De Amerikanen zullen er moeten blijven tot in lengte van dagen.»

Vorige week presenteerde de Washington Post het meest recente, en plausibele scenario. Na uitvoerige consultatie van allerhande zegslieden rond de president en het Pentagon concludeerde de krant dat zich in militaire kringen consensus aftekent rond een «mediumzwaar» scenario. Met honderdduizend troepen, waaronder luchtlandings- en pantsereenheden, wordt een aanval uitgevoerd op Hoessein en de mensen en instituties die hem in het zadel houden. Hoesseins geboortestad Tikrit, de verbindende schakel tussen de gevreesde veiligheidsdiensten, Hoesseins leidende positie en zijn massavernietigingswapens dienen te worden «geëlimineerd». Aan de acties zullen maximaal tien, minimaal twee dagen van bombardementen voorafgaan.

Inmiddels zijn volgens The New York Times troepenbewegingen op gang gekomen. Vliegdekschepen houden zich gereed om op te stomen. Er zijn nu zo’n dertigduizend troepen in de regio. Volgens Kees Homan moet dat aantal in twee maanden aan te vullen zijn tot de benodigde honderdduizend man. Bush heeft inmiddels laten weten dat de scenario’s op zijn bureau liggen, al heeft hij nog geen bevel gegeven tot de aanval. Pikant detail: anderhalve maand geleden won tijdens een Amerikaanse computer simulatie van een aanval op Irak de luitenant-generaal die de rol van Hoessein vertolkte.