TONEEL

Prijsschieten

Schluter & Doesburg

In 1911 schonken ‘erkentelijke toeschouwers’ aan de actrice Theo Mann-Bouwmeester een ring bij gelegenheid van haar veertigjarig toneelspelersjubileum. Zij werd geacht de ring te zijner tijd door te geven aan een collega die dit eerbetoon verdiende, en díe weer aan een volgende, en zo door, een soort hoogwaardig artistiek estafette-kleinood. De huidige drager, de actrice Anne Wil Blankers, geeft de ring dit najaar, kort voor haar zeventigste verjaardag, door aan Ariane Schluter (1966). Grote toneelrollen speelde zij vaak bij het Nationale Toneel in Den Haag in de regie van Johan Doesburg. Daarbij meende NRC Handelsblad-medewerker Wilfred Takken vrijdag de volgende aanmerkingen te moeten maken: 'Vreemd is dat de voorstellingen waarin Schluter opviel niet zo gunstig werden ontvangen. Doesburgs voorstellingen zijn vaak onevenwichtig of netjes. In de matige recensies wordt dan altijd een uitzondering gemaakt voor Ariane Schluter, die wél goed was. Misschien kun je juist uitblinken in matige of onopvallende voorstellingen.’ (Bij die laatste zin had ik overigens graag een illustratief lijstje gehad.)
Een paar kanttekeningen. De Theo Mann-Bouwmeester-ring is de erkenning van het oeuvre van een toneelspeelster. Ariane Schluter maakt sinds het begin van de jaren negentig toneel. Het is dus een jong maar tevens een imposant oeuvre. Met inderdaad vaak Johan Doesburg aan het roer. Waar Takken het vandaan haalt de resultaten van die samenwerking weg te zetten in termen van 'niet zo gunstig ontvangen’, 'onevenwichtig’ en 'netjes’, alsof het hier vaststaande feiten betreft, is mij een raadsel. Vage recensenten-kwalificaties zijn geen feiten, maar blijven, ook indien ze stellig worden geponeerd, gewoon vage kwalificaties. Vermoedelijk maakt Takken in deze zijn smaak tot maat van alles, een in de kunstjournalistiek niet zeldzame vorm van hybris. Maar vermeldt dat er dan even bij! Als er staat 'dit is’ bedoel ik eigenlijk 'ik vind’.
Takkens geheugen lijkt niet verder terug te reiken dan tot 2003, toen O'Neills Strange Interlude werd gespeeld (met een eerste Theo d'Or voor Schluter). In de zeven jaar daarna werkten Schluter en Doesburg samen aan voorstellingen als Demonen van Norén, Phèdre van Racine, Liaisons dangereuses (naar Choderlos de Laclos), Medea van Euripides en Tirza naar Grunberg. Allemaal 'onevenwichtig’ en 'netjes’. Dixit Takken. Wat hij niet weet, of (wat erger is) negeert, is dat het verzameld toneelwerk van het duo Schluter-Doesburg veel meer omvat. Het begon met een mooie locatievoorstelling van Grieks van Berkoff (1991). Schluter en Doesburg improviseerden (met acteur Ad van Kempen) in 1994 samen het script van de legendarische toneelvoorstelling 06 (voor Theo van Gogh er een film van maakte). De regisseur en de actrice werkten in 1996 samen aan script en voorstelling van Mystiek lichaam naar Kellendonk. En dit is nog maar een greep. Wilfred Takken kan er rustig van uitgaan dat Anne Wil Blankers - die zelf in 2001 onder Doesburg speelde in Het huis van Bernarda Alba van Lorca - van dat oeuvre kennis heeft genomen en mede daarop haar beslissing baseerde om de ring aan Ariane Schluter over te dragen. Maar Takken kent geen oeuvres, slechts meninkjes voor columnpjes: 'De voorstelling moet het belangrijkste blijven, en moet niet verworden tot een sterrenvehikel.’
Je kunt een hoop over de toneelmaker Johan Doesburg en zijn muze Ariane Schluter zeggen, maar sterrenvehikels hebben ze nooit gemaakt.