De prijzen van gas, woningen en levensonderhoud stijgen. Dat is een probleem, maar ook een mogelijkheid – voor een vingeroefening in het soort beleid dat we nodig gaan hebben in de klimaattransitie. Duurder gas is te verwachten in een succesvolle transitie. Nu de gasprijs door een samenloop van andere oorzaken onverwacht snel oploopt, kunnen we laten zien hoe we hiermee omgaan.

Hogere kosten voor wonen en levensonderhoud, gecombineerd met achterblijvende lonen, creëren hetzelfde probleem dat een succesvolle transitie met zich mee gaat brengen. De kosten ervan moeten goed verdeeld worden. Juist daarom voegde de Europese Commissie een Eerlijke-Transitie Fonds toe aan de Europese Green Deal. Het doel is bescherming van de financieel meest kwetsbaren.

Gaat dat lukken? Het antwoord daarop is te zien in hoe wij nu omgaan met stijgende kosten. In die zin zijn de prijsstijgingen een test voor onze langetermijndoelen, onze waarden.

Een prijs vertelt je niet wat je moet kiezen, maar alleen hoeveel een keuze je gaat kosten. Staar je je daar blind op, dan betekent een hoge gasprijs dat er direct gepraat gaat worden over meer gaswinning in Groningen en minder Green Deal. Waarden die in goedkope tijden omarmd werden – veiligheid van huis en haard voor alle Nederlanders en klimaatbeleid – bleken zodra de gasprijs steeg voor sommigen toch erg goedkoop.

Volgens Oscar Wilde is een cynicus iemand die van alles de prijs weet en van niets de waarde. Als je niet over je waarden nadenkt, dan is de prijs het enige waar je het nog over kunt hebben. Prijzen worden dan leidend. Je komt makkelijk terecht in een TINA-wereld: There Is No Alternative, aan de tucht van de markt ontkom je niet, dit kost het nu eenmaal. Maar er is wel een alternatief, namelijk dat waarden leidend zijn, waarna we de prijzen overeenkomstig vormgeven. De markt voor emissies tuchtigt ons niet. Wij maken die markt zelf.

Eurocommissaris Frans Timmermans wees erop dat door de hoge gasprijs miljarden verdiend zijn aan emissierechten. Die kunnen nu gebruikt worden om de hogere kosten van gasprijzen te compenseren. Begin je bij je belangrijkste waarden, dan lukt het met de prijzen ook wel.

Prijsstijgingen zijn een test voor onze langetermijndoelen

Ander voorbeeld: als we financiële veiligheid op de arbeidsmarkt en stabiele werkrelaties waarderen, past daarbij een prijs van arbeid in Nederland. De titel van het rapport-Borstlap was niet: hoeveel mag de arbeid hier kosten? De titel was: in wat voor land willen wij werken? Eerst de waarden, dan de prijzen.

Prijzen en waarden botsen nergens zo hard als op de huizenmarkt. Toegang tot goed wonen is zo’n fundamentele waarde – althans, dat was het vroeger – dat het in artikel 22 van de grondwet werd vastgelegd. Toch hebben we opnieuw laten gebeuren dat iedereen die geen huizenbezitter is, slechts goed kan wonen door ofwel te veel van zijn inkomen aan huur te besteden, ofwel te diep in de schuld te gaan.

In 2012, toen we diep in de vorige huizenmarktcrisis zaten, verscheen een zes-stappenplan voor de woningmarkt, geschreven door 22 hoogleraren – door vrijwel iedereen die er iets van afwist dus. Ze adviseerden onder andere: bouw de hypotheekrenteaftrek af en beperk huurstijgingen tot twee procent boven de inflatie. En als de woningprijzen weer gaan stijgen, verlaag dan de leennorm geleidelijk naar negentig procent van de woningwaarde.

De parallel met de gasprijsproblemen is helder. ‘De ironie is dat we niet in dit parket hadden gezeten als we de Green Deal vijf jaar eerder hadden gehad’, zei Timmermans vorige maand over de hoge gasprijzen.

We zouden nu geen woningnood hebben als we in 2012 die zes stappen gezet hadden. Welke prijzen en winsten hebben in die negen jaren geprevaleerd boven de waarde van goed wonen voor iedereen – boven de grondwet dus?

Als we onze waarden helderder krijgen, kunnen we nu handelen en voorkomen we problemen later, dat geldt nog steeds. Ik kijk met spanning uit naar het resultaat van de vingeroefeningen die de stijgende prijzen ons bieden.