Het vaccinatiedebat is weer opgelaaid

Prikken of niet prikken

Nederland produceert na twintig jaar weer vaccin tegen pokken, mede uit vrees voor een bioterroristische aanslag. Mocht het zo ver komen, dan zullen felle tegenstanders van vaccinatie zich niet laten prikken. De discussie langs de lijnen van de medische ratio versus antroposofisch en homeopathisch geloof laait weer op.

«Niet vaccineren, hoe komen ze erbij. Kijk eens naar mij: ik was bijna blind door de pokken», zegt de ras-Amsterdamse Corrie Tak (69) en wijst kordaat op haar rechteroog, met een diepgegroefd litteken erlangs van de dodelijke ziekte die ze opliep als jonge moeder in de jaren vijftig omdat ze niet was ingeënt. «Prikken doe je toch in het belang van het kind. Ach, ze huilen na een prik even, maar dat is zo weer over.»

Aan een ander tafeltje in het restaurant van het Amsterdamse bejaardenzorgcentrum Tabitha zitten de dames Couwenberg (82) en Goedkoop (92). «In onze klas werden ze bij een epidemie bij bosjes ziek. In de straat zag je soms kinderen maandenlang vanachter de ramen op bed liggen. Kleine zielige hoopjes waren dat.» Mevrouw Couwenberg: «En in de oorlog brak difterie in ons land uit. Ik heb toen mijn dochtertje verloren. Vijf jaar is ze geworden», zegt ze gelaten. «Gut, dat wist ik helemaal niet, wat vreselijk», zegt haar goede vriendin Goedkoop. «Ach, het is gebeurd. Vroeger sprak je daar niet over», mompelt Couwenberg met een blik die verraadt dat ze terugdenkt aan die tijd. Of meneer Jansen (86), die nuchter meldt dat zijn twee zusjes zijn overleden aan kinkhoest. «Ze hoestten beiden opgesloten in een kamertje de longen uit hun lijf. Ze stierven na maanden ziekbed vlak achter elkaar. Mijn moeder had er veel verdriet om. We bleven bij een vlekje op je arm of een raar hoestje altijd bang dat er iets ergs aan de hand was.»

De angst voor de grote infectieziekten is min of meer verdwenen uit de westerse maatschappij. In 1957 start de Nederlandse overheid officieel met het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor zuigelingen en kinderen om een aantal zware kinderziekten uit te bannen. Vanaf het moment dat de teerling is geworpen, beginnen consultatiebureaus de ouders te informeren over de batterij prikken — onder meer tegen difterie, de bof, rode hond, polio, mazelen, kinkhoest, tetanus en waterpokken — die vanaf het moment dat het kind twee maanden oud is in verschillende etappes worden toegediend. In principe kan worden gevaccineerd tegen ziekten waarop het lichaam reageert met het maken van antistoffen, een uitgangspunt dat Jenner ruim twee eeuwen geleden ontdekte bij melkmeisjes. Zij kregen slechts pokken aan hun handen waarmee ze de koeien molken en raakten daardoor levenslang beschermd tegen de ziekte.

Louis Pasteur is de eerste geweest die in de tweede helft van de negentiende eeuw vaccins bewust in het laboratorium heeft gemaakt. In tegenstelling tot andere landen in Europa bestaat in ons land geen vaccinatieplicht omdat de meerderheid van de ouders (rond de 95 procent) het als een logisch onderdeel van de zorg van hun kind beschouwt. De direct met de prikken samenhangende bijwerkingen, zoals een gezwollen armpje en koorts, worden op de koop toe genomen. Liever een dag of wat een hangerig kind dan het altijd aanwezige risico van de ernstige ziekte.

Maar zo vanzelfsprekend is het zeker niet voor iedereen. Bij tegenstanders van prikken gaat de gedachte onmiddellijk uit naar de «bible belt»-groepering: ongeveer 75.000 mensen die uit geloofsovertuiging menen dat God beschikt over het lot van hun kinderen. Aan het gepredestineerde pad mag een nederig wezen van vlees en bloed op aarde niet tornen. Kinderen met stokstijve ledematen in rolstoelen leggen zich neer bij hun situatie omdat God het zo heeft gewild.

Minstens zo hardnekkig gelovig is de groep die uit antroposofische en homeopathische overtuiging besluit kinderen slechts deels of helemaal niet te vaccineren. Aanhangers timmeren de laatste jaren hard aan de weg met hun specifieke opvattingen over gezondheid en ziekte. Dat hun gedachtegoed niet alleen beperkt blijft tot een klein, esoterisch gezelschap blijkt alleen al uit de wijze waarop ze in damesbladen als Margriet en Libelle veelvuldig aan het woord worden gelaten. Consultatie bureaus en artsen krijgen steeds meer vragen van bezorgde ouders, zodat minister Borst begin deze maand in een rondschrijven aan medische instanties ouders nadrukkelijk aanmoedigde wél te vaccineren.

Op websites en vanuit organisaties als de Vereniging Kritisch Prikken en de Federatie Antroposofische Gezondheidszorg kunnen mensen zich laten informeren over de argumenten tegen prikken. Algemeen geldt, zo valt uit de meterslange teksten te destilleren, de stelling dat de bijwerkingen van prikken veel erger zijn dan de nadelen en de risico’s van de ziekte zelf. Onder de noemer «bijwerking» vallen veel klachten die worden toegeschreven aan de cocktailprikken, zoals allergie, concentratie- en aandachtsstoornissen (ADD), hyperactiviteit (ADHD), epilepsie, allerlei ernstige gedragsveranderingen, zoals autisme. Van enige wetenschappelijke causaliteit is geen sprake, maar op basis van pure observatie van de oplettende ouders wordt dit soort conclusies met verregaande gevolgen getrokken. Vooral op dit punt verschillen reguliere artsen en alternatieve genezers definitief van mening.

Klassiek homeopaat Netje Reezigt (38), verbonden aan het Amsterdamse Geboortecentrum, legt uit waarom zij na lang beraad, studie en piekeren heeft besloten haar beide kleintjes Kees (tweeënhalf jaar) en Marie (een half jaar) helemaal niet te vaccineren. Allereerst wil ze duidelijk stellen dat het te allen tijde gaat om een individuele beslissing. Dat is juist te weinig het geval met de dwingende oproepkaart voor de prikken die iedere ouder van een pasgeborene in de bus krijgt. «Het is goed om kritisch om te gaan met je eigen gezondheid, dus ook met zoiets ingrijpends als vaccinatie. Als iemand een eigen idee heeft, wordt dat als belastend voor het consultatiebureau ervaren. Maar er zijn vele wegen mogelijk, zoals de ergste cocktails splitsen of het priktraject verleggen naar latere leeftijd. Ook kun je ervoor kiezen helemaal niet te vaccineren.»

Toen ze zwanger was, had Reezigt vanuit haar opleiding al haar bedenkingen over het reguliere vaccinatieprogramma. «Ik dacht letterlijk: dit wil ik niet.» Wel was ze zich ervan bewust dat ze de beslissing nam voor een ander. Doorslaggevend in de keuze was voor haar de vraag: «Ben je bang dat je een van die ziekten krijgt?» «Nee, dus. Vanwege mijn beroep kan ik een ziek kind begeleiden. Ik heb een kast vol korrels. Mijn vriend en ik vinden dat een kind onbekommerd ziek moet kunnen zijn. Wij hebben ons werk zo geregeld dat één van ons altijd thuis kan zijn. Ik weet dat zoiets voor veel ouders een punt is: het komt even niet uit.»

Haar argumenten luiden als volgt: je prikt tegen de complicaties, niet tegen de ziekten zelf. Deze zijn namelijk geen van alle dodelijk. Daarnaast kunnen de complicaties ook optreden als bijwerking van de vaccinatie. Een daling van infectieziektes sinds het begin van de vaccinatieprogramma’s loopt bovendien synchroon met de introductie van verbetering van voeding, sanitaire voorzieningen, hygiëne en kennis over besmetting. Haar laatste argument is dat kinderen wel degelijk de ziekte kunnen krijgen waartegen ze werden ingeënt.

Wat Reezigt ook ergert is «de bekrompen manier waarop officieel tegen bijwerkingen wordt aangekeken: slechts 48 uur na de prik, dat is toch arbitrair! Wij luisteren naar het verhaal van de ouders, die soms vertellen dat hun kind zo is veranderd sinds de prik.»

Het veel gehoorde tegenargument dat ze makkelijk praten heeft omdat ze zich deze vrijheid kan veroorloven vanwege de groepsimmuniteit, maakt haar heel boos. «Nee, prikken is allemaal op basis van angst. En nogmaals, als ze het toch krijgen, zijn wij nergens bang voor.» De toename van allergie in de westerse wereld ziet zij net als haar medestanders als een van de sterkste bewijzen dat dit mede het gevolg van vaccinatie is. «In mijn jeugd waren er helemaal geen allergieën. Dat is toch opvallend?»

De basis van gezond zijn of ziek worden is volgens Netje Reezigt je persoonlijke constitutie. «Zo gezond mogelijk leven, goede voeding, luisteren naar de signalen in je lijf, het in balans brengen van onregelmatigheden met homeopathie — dat zijn enkele van de belangrijkste ‹medicijnen›. Ik ben van mening dat een kind dat goed in zijn vel zit een infectieziekte goed kan doorlopen en daardoor zelfs een betere weerstand kan opbouwen. Liever een acuut verlopende infectieziekte dan maanden of zelfs jaren kwakkelen als gevolg van de vaccinaties.»

Vanuit een antropologisch mensbeeld valt eenzelfde redenering op te zetten. Op de antroposofie-homepage over geneeswijzen is te lezen: «Het lichaam is als het ware een woning waarin hij gedurende het leven zal wonen. In de loop van de eerste kindertijd moet een mens zijn woning grondig in bezit nemen. Hij zal dan merken dat bepaalde delen niet goed bij hem passen. Om deze stukken lichamelijkheid om te vormen, te verbouwen, heeft het kind de mogelijkheid van de kinderziekten. Zijn lichamelijkheid wordt daardoor zo verbouwd dat het beter bij hem past waardoor hij een betere uitgangspositie heeft om vanuit zijn woning de wereld te verkennen.» Het doormaken van een kinderziekte is derhalve «nuttig en een prachtige mogelijkheid om ontwikkelingsbarrières te kunnen overwinnen».

De antroposofische kinderarts dokter E.P. Schoorel, verbonden aan het Utrechts Kindertherapeuticum, werkt geheel volgens dit uitgangspunt. Onmiddellijk geeft hij toe, met lichte trots in zijn stem, dat ook zijn groep een soort «belt» is. «Niks elitairs aan om zo tegen ziekte aan te kijken», meent hij. Als iedereen in Nederland volgens zijn inzichten over vaccinatie zou handelen: «Tsja, dan zou er een foute campagne worden gevoerd. Het doormaken van een infectieziekte kan een kind gezonder maken. Het immuunsysteem van een kind moet door ziektes worden gestimuleerd. Negentig procent van de kinderen met een infectieziekte geneest. Voor tien procent is de ziekte een enorme aanslag en ze kunnen, inderdaad, ook overlijden. De winst van de ziekte is groter dan het risico op de dood.»

Schoorel opereert in zijn dagelijkse praktijk, stelt hij, voorzichtig langs de lijnen van de reguliere en de antroposofische geneeskunde. Hij vindt de vondst van Pasteur absoluut geniaal en beschouwt inenten als een machtig wapen in de preventieve volksgezondheidszorg. «Maar het klakkeloos overnemen van maatregelen vind ik niet goed. Er is na de val van de Berlijnse Muur een interessant onderzoek geweest dat voor mij veelzeggend is. In de vieze, door smog geplaagde DDR bleken nauwelijks allergieën voor te komen, terwijl in het schoongepoetste West-Duitsland de allergieën rap toenamen. Dat was even wennen voor de onderzoekers! We denken dat met onze opgepoetste maatschappij de ziektes uit de wereld geholpen kunnen worden. Onzin! We kijken bovendien te weinig naar wat vaccinatie op lange termijn kan veroorzaken. Daarbij komt dat het een financieel-economische achtergrond heeft: wekenlang een ziek kind thuis komt de werkende papa en mama niet goed uit. Ik ben niet onrealistisch, daarvoor ben ik arts genoeg, alleen probeer ik de mythe over gezondheid door te prikken. Stop je door toedoen van preventie ziekte weg, dan komt het wel op een andere manier terug. Waarom zeggen mensen na een ernstige ziekte altijd dat ze daardoor pas anders tegen de dingen zijn gaan aankijken? Vaccinatie van kinderen kan een heel goed beginpunt zijn om breder te gaan nadenken over gezondheid en de functie van ziek zijn. Dat ziekte dient tot niks, daar verzet ik me tegen.»

Op vrijwel gelijke wijze als de orthodox christelijken op de Veluwe meent Schoorel dat «het lot soms hardhandig is om tot verandering van inzicht te komen». Het antroposofische idee «dat ziekte een poort is naar een nieuwe weg» lijkt erop neer te komen dat lijden een gezonde functie heeft in het leven van een mens. Deze groepering pleit er in feite voor om de «survival of the fittest»-wetten van Darwin weer los te laten op de bevolking. Alleen zij die «goed en bewust» leven, zullen het gevecht tegen de beestjes aankunnen. Het lot ligt nu niet in handen van God, maar in de mens zelf. Word je ziek, dan is het dus in feite je eigen schuld. En dat geldt ook voor een dodelijke ziekte als kanker.

Voor de reguliere artsen, maar zeker ook voor doodzieke mensen of ouders van doodzieke of overleden kinderen, klinkt het allemaal regelrecht kwetsend. Bovendien zijn alle wetenschappelijke onderzoeken die door hen zo moeiteloos van tafel worden geveegd in staat om veel zin van onzin te scheiden. Roel Coutinho, directeur gg&gd Amsterdam en hoogleraar bestrijding infectieziekten, laat weinig heel van de alternatieve benaderingswijze. Allereerst door te stellen dat de ernst en de dramatische gevolgen van de infectieziekten uit het collectieve geheugen zijn gewist. «Vergeten wordt wat die ziektes betekenden: maandenlange ziekte met vaak blijvende ernstige gevolgen. Of de dood. De niet-ingeënten parasiteren op de meerderheid die wél is gevaccineerd. Kom bovendien maar eens met dit verhaal aanzetten in de Derde Wereld, waar het leven een permanente strijd tegen infecties is. Die denken: die lui zijn niet goed snik.»

Over de bijwerkingen zegt Coutinho: «Alles, ook de mogelijkheid van allergie en eventuele langetermijngevolgen, wordt zorgvuldig geregistreerd en onderzocht. Het Duitse onderzoek is ons bekend, heel interessant, maar daarmee is beslist niet bewezen dat de allergieën samenhangen met vaccineren. In de DDR werd bovendien altijd gewoon gevaccineerd. Het zegt misschien iets over hygiëne. Onze huizen zijn zo goed geïsoleerd en stofvrij dat mogelijk te weinig eigen weerstand wordt opgebouwd. Overigens wordt de weerstand van een kind meer dan genoeg geprikkeld in de eerste levensjaren door de vele griepjes en andere ziekten. Daar hoeven echt geen ernstige infectieziekten aan te pas te komen.»

Volgens Coutinho krijgt de overheid steeds meer te maken met een krachtig geloof van ouders die beslissen over hun kinderen: «We denken erover om niet-gevaccineerde kinderen op de leeftijd van zestien alsnog de mogelijkheid te bieden een eigen standpunt in te nemen. De dekking van vaccinatie is nog hoog genoeg. Wat het dekkingspercentage betreft ligt er per ziekte een gevoelige grens. Dat is bijvoorbeeld gebleken in Engeland en Noorwegen, toen in de jaren zeventig als gevolg van een fanantieke antiprikkerslobby massaal niet werd ingeënt tegen kinkhoest en er een epidemie uitbrak met veel doden. Het getuigt van een zekere arrogantie om dit soort ziektes te zien als nuttig.»

Er zijn meer vooronderstellingen te ontzenuwen. Het RIVM brengt wel degelijk alle mogelijke bijwerkingen in kaart die veel verder gaan dan 48 uur na de prik. In de zomer van dit jaar is door de Gezondheidsraad een speciale commissie in het leven geroepen die zich door middel van onderzoek moet buigen over de sterke toename van allergieën. Woordvoerder Dol: «Uit wereldwijd onderzoek is tot op heden niet gebleken dat er enig verband bestaat tussen de vermeende bijwerkingen en vaccinatie. We nemen alles rond dit onderwerp heel serieus. Over autisme kun je bijvoorbeeld stellen dat deze ziekte zich voor het eerst manifesteert rond de leeftijd van twee jaar. Ouders willen graag een oorzaak horen, maar die is er helaas nog niet. Als je zo kwetsbaar bent, dan ben je misschien gevoelig voor allerlei theo rieën over causale verbanden met vaccinatie. Wat keihard vaststaat, is dat als er onvoldoende of helemaal niet meer zou worden ingeënt, ernstige ziekten die al tientallen jaren niet of nauwelijks meer in Nederland voorkomen onherroepelijk zullen terugkeren.»