Buitenland

Primatologie

De lang verwachte topontmoeting tussen de Amerikaanse president Trump en zijn Russische collega Poetin liep deze week uit op een van de meest verbijsterende staaltjes onderdanigheid in de moderne diplomatie. Direct grepen vriend en vijand naar een vertrouwd verklaringsmodel: dat van de dierkunde. De vergelijking van Trumps politieke stijl met die van onze achterneven onder de animalia gaat terug tot zijn kandidatuur voor het Amerikaanse presidentschap, tweeënhalf jaar geleden. Maar afgelopen maandag was misschien het zoölogische hoogtepunt.

De Republikeinse politiek strateeg Rick Wilson vond dat Trump zich gedroeg ‘als een geslagen hond’ die van Poetin ‘een aai over zijn bol zocht’. Een CNN-commentator vond dat ‘het alfamannetje zojuist het schoothondje werd’. De conservatieve Houston Chronicle schreef in een hoofdcommentaar dat Trump ‘de VS had beschaamd door zich als Poetins puppy te gedragen’. En natuurlijk stond Twitter bol van de diermetaforen: Trump als ‘kitten’, ‘poesje’ of ‘lief klein konijntje’ en Poetin als ‘alfahond’ of ‘de haan van het erf’. Ondanks de variatie blijft één dierenmetafoor dominant: de vergelijking van Trump met alfamannetjes bij apen.

De aapvergelijking gaat terug tot Chimpansee-politiek van Frans de Waal, die in 1982 de opzienbarend mensachtige mechaniek beschreef van machtspolitiek bij primaten. Het lijkt misschien gratuit om dat op Trump te projecteren, maar het gebeurt niet alleen bij hem. Op Nicolas Sarkozy, George Bush jr., Bill Clinton en natuurlijk ‘ontblote borst’ Vladimir Poetin is uitgebreid primatologie bedreven. En zeker niet alleen Trumps critici bedienen zich van de vergelijking. Trump-aanbidder Nigel Farage, van de Britse Ukip-partij, juichte na een debat tussen Donald Trump en Hillary Clinton: ‘Hij leek op een grote gorilla die rondsloop op het toneel. Hij is die grote alfaman, dat is hij, dat is hij!’ Trump-cheerleaders zoals commentator Ann Coulter en fansite Breitbart News gebruiken die term al tweeënhalf jaar bijna dagelijks.

De vergelijking dringt zich eerlijk gezegd ook nogal op: er is veel aan Trump dat aan mensapen doet denken. Dat zien primatologen zelf ook. In de Amerikaanse media legden zij de laatste jaren vaak uit welke vergelijkingen ze allemaal zien. Het begon al bij Trumps kolkende campagnebijeenkomsten en ongekende publiciteitsstunts. ‘Ambitieuze mannetjes voeren spectaculaire optredens uit. Hoe krachtiger en fantasierijker het optreden is, hoe sneller het individu in de hiërarchie kan stijgen’, verklaarde Jane Goodall de analogie met het apenrijk.

‘Hij leek op een grote gorilla die rondsloop op het toneel’

Als president ging het verder. Dominante apenmannetjes houden de macht via bedreigingen, intimidatie, bluffen, openlijke agressie en aanvalsvertoningen: ze doen alsof ze door het lint gaan en rennen woest en theatraal op andere mannetjes af, terwijl een pandemonium uitbreekt in de troep – een duidelijke analogie voor Washington onder Trump en zijn uitbarstingen. Geleend van de apenrots lijkt ook het onderwerpingsritueel door lagere mannetjes. Trumps eerste kabinetszitting, juni 2017, werd geopend door vice-president Mike Pence die zei dat het ‘het grootste voorrecht van mijn leven is om een president te dienen die werkelijke kracht terugbrengt aan onze natie’. En bij Trump past zoveel meer: de swagger in zijn loop, het op schouders slaan, hoe hij Merkel bruuskeerde en Macron masseerde. Zelfs zijn haar, dat dominante mannetjesapen omhoog dragen om langer te lijken.

De vraag is natuurlijk: wat hebben we aan Trump-primatologie? Ten eerste is het leuk, maar het lijkt ook werkelijk een deel van Trumps aantrekkingskracht te verklaren. Sociaal-psychologen identificeren bij mensen doorgaans twee verklaringen voor leiderschap: dominantie (hetzelfde als bij apen) en prestige. Prestige krijgen mensen door eigenschappen te tonen die hoog worden gewaardeerd in de groep: inventiviteit, strategisch inzicht, enzovoort. Mensenleiders combineren doorgaans dominantie én prestige. Het opmerkelijke aan Trump is dat zijn hele leiderschap om dominantie lijkt te draaien. Sommige mensen lezen daarin het signaal dat hij cruciaal is voor het overleven van de groep; anderen zien in zijn ontbrekende prestige het tegendeel. Misschien niet toevallig zijn Republikeinen volgens wetenschappelijke onderzoeken angstiger dan Democraten – een mogelijke verklaring voor hun devotie aan Trump.

Toch is dominantie niet wat het lijkt, vertelde De Waal aan The Washington Post. ‘Het is een misverstand dat de alfaman zijn dominantie oplegt aan anderen’, zei hij. ‘Het werkt alleen als anderen bereid zijn om zijn wil aan hen opgelegd te krijgen. Als een groot deel van het publiek niet bereid is die dominantie te accepteren, eindigt het.’ Bij mensen heet dat democratie.