Prince (7 juni 1958 – 21 april 2016)

Al zou popmuziek op papier bij uitstek het domein van vrijheid zijn, in werkelijkheid is de muziekindustrie vergeven van de conventies. En dan al helemaal in de top ervan.

Een van de grootste verdiensten van Prince was dat hij die conventies negeerde, doorbrak of op z’n kop zette.

Zo bracht hij in bijna veertig jaar bijna veertig albums uit. Uit commercieel opzicht veel te veel: de regel in de popmuziek is dat je eens per ongeveer drie jaar met een album komt, dan een tournee aankondigt die pas over een paar maanden begint maar waarvan de voorverkoop morgen aanvangt, en tijdens die shows de beste nummers van dat nieuwe album speelt, gecombineerd met het grootste deel van je hits, of ze allemaal.

Prince, in productiviteit de Herman Brusselmans van de popmuziek, bracht een album uit wanneer het hem beliefde, kondigde concerten aan die een week later al plaatsvonden, en deed tijdens die concerten waar hij die avond zin in had. Dat ging nog veel verder dan bij artiesten als Pearl Jam, die geprezen worden omdat ze iedere dag andere nummers spelen. Pearl Jam speelt in ieder geval elke dag nog númmers. Prince had soms zin om gewoon een paar uur te jammen, en dan precies dat. Op dit niveau van de popmuziek bestaat geen enkele artiest die zo overtuigend maling had aan de verwachtingen van zijn publiek: hij was het tegendeel van de jukebox. Een muzikale antipopulist: hij gaf het volk niet wat het volk wilde horen, hij gaf ze wat hij wilde brengen. Het leverde sporadisch gemor en vroege vertrekkers op, maar vooral lof, want als zanger en gitarist was hij briljant, en als performer vrijwel onovertroffen. Tijdens zijn laatste concert in Nederland, in 2014 in de Ziggo Dome, deed hij dan weer juist waar zijn fans van droomden: hij speelde vrijwel al zijn hits. Sterker, hij kwam op, zei ‘This is what we’re gonna do: we’re gonna play seventeen hits in a row’, en deed vervolgens precies dat. Daarna speelde hij alsnog minder bekend en nieuw werk. Het was een van zijn beste optredens ooit in Nederland:

Zijn creatieve piek als songwriter duurde de volledige jaren tachtig, waarin hij het grootste deel van zijn hits scoorde. Nummers die de komende jaren nog vaak zullen worden gespeeld door andere artiesten, om hem te eren. Bruce Springsteen begon daar zaterdag in Brooklyn al mee, door zijn show als volgt te openen:

Daarna werd het in zijn oeuvre een kwestie van goud graven, en dat soms ook niet vinden: de laatste jaren bracht hij twee keer twee albums uit, waarvan er dan één goed was en één niet. Zijn invloeden waren talrijk (Zijn Italiaans-Filippijnse vader speelde jazz, zijn zwarte moeder zong): als hij danste deed hij soms aan de jonge James Brown denken, als hij soleerde aan Hendrix. Hij plukte uit de new wave, de disco en de gospel.

Religie was een terugkerend thema (de laatste jaren van zijn leven was hij Jehova’s Getuige), seks een constante, en dan liefst zo expliciet mogelijk: altijd met een randje porno. Of ver voorbij de gangbare moraal, zoals in Sister, waarin hij de seksuele relatie met zijn zus beschrijft: ‘Incest is all it’s said to be’.

Zo persoonlijk als bij Madonna leek de combinatie van die twee thema’s bij hem nooit te worden, maar misschien is dat een misverstand: Prince droeg vanaf zijn doorbraak de mystificatie hoog in het vaandel. Hij gaf vanaf dat moment nog maar weinig interviews, en als hij ze gaf, leken ze vaak meer op een performance dan op een gesprek. Hij werd de klassiek onbereikbare superster, naar wiens plannen en gangen wij maar dienen te raden. Die zich jarenlang verloor in een bittere strijd met zijn platenmaatschappij, waarbij hij het grootst mogelijke woord uit de kast trok en op zijn wang schreef: slave. Mythisch zijn de verhalen over zijn perfectionisme, talrijk de anekdotes over zowel de liefdevolle als over de liefdeloze manier waarop hij met zijn personeel omging. De discozanger met de gitaar, een halve loopbaan de wereldster zonder hits, de androgyne vrouwenverslinder, het lopende libido met een Wachttoren in de hand: opgebouwd uit ogenschijnlijke tegenstellingen, en één plek waar ze allemaal samenvielen in een performance die zijn gelijke niet kende: het podium.

Beeld- Prince/Corbis 20-11-2006