Principes en praktijk

Prachtige principes, een ellendige praktijk. De Navo-oorlog tegen Servië is bedoeld als een humanitaire interventie om de niet-Servische Kosovaren te beschermen tegen onderdrukking en uitroeiing. Ze zijn sinds het begin der Navo-bombardementen bijna allemaal door de Serviërs verjaagd. Ook hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal Louise Arbour hanteert prachtige principes als zij juist nu Milosevic en vier andere Joegoslavische politici in staat van beschuldiging stelt. Zonder twijfel zijn onder hun verantwoordelijkheid en op hun bevel in Kosovo verschrikkelijke misdaden begaan. Arbour reageert koel op het verwijt dat haar aanklacht een eventuele vredesregeling kan bemoeilijken, omdat Milosevic daar persoonlijk geen belang meer bij heeft. Het tribunaal is onafhankelijk en hoeft zich van diplomatieke onderhandelingen niets aan te trekken, zegt zij. Al vindt zij wel dat uit haar aanklacht blijkt dat deze Joegoslavische leiders niet de betrouwbaarste onderhandelingspartners zijn. Het verwijt dat de aanklacht op een ongelukkig tijdstip komt, nu er uitzicht is op een vredesakkoord, deert haar niet: zo'n aanklacht komt altijd op een verkeerd tijdstip, namelijk voor de aangeklaagde, antwoordt zij spits.

Maar ook hier dreigen mooie principes een ellendige praktijk te veroorzaken. Met deze aanklacht dreigt het Joegoslavië-tribunaal in de ogen van alle niet-Navo-landen zijn pretentie van onafhankelijkheid en onpartijdigheid te verliezen. De bewijsvoering tegen Milosevic c.s. is immers voor een groot deel gebaseerd op materiaal dat door de Navo-landen zeer recent is geleverd. Daardoor is ook het tijdstip waarop de aanklacht naar buiten wordt gebracht sterk beïnvloed door westerse inlichtingendiensten. Op dit moment tekent zich een sterke tweedeling af tussen de meeste West-Europese landen en de Verenigde Staten. Duitsland en Frankrijk zien veel in de vredesvoorstellen die samen met Rusland zijn ontwikkeld, de VS zijn er veel sceptischer over of met Milosevic ooit een akkoord kan worden bereikt. Het heeft er nu de schijn van dat het Joegoslavië-tribunaal zich door de Amerikanen laat gebruiken in die controverse. Toch zou de aanklacht, hoewel misschien onbedoeld, ook kunnen bijdragen aan een redelijke oplossing van de crisis. De voorstellen waarmee Tsjernomyrdin en de Finse president Ahtisaari naar Belgrado gaan, houden in dat er een internationale militaire aanwezigheid zal komen in Kosovo, om terugkeer van de vluchtelingen mogelijk te maken én om infiltratie van het Kosovaarse Bevrijdingsleger tegen te gaan. Dat deze aanwezigheid onder leiding van de Veiligheidsraad zal staan en niet onder de Navo staat wel vast. De vraag is alleen of Navo-landen aan die strijdmacht mogen deelnemen. Joegoslavië is er tegen dat de Navo-landen die nu oorlog tegen haar voeren deel kunnen uitmaken van de troepenmacht. Maar zelfs al zou Belgrado die aanwezigheid van haar vijanden in Kosovo moeten toestaan, dan nog is dat voor dat land een enorme vooruitgang vergeleken bij het Interim Akkoord van Rambouillet van 23 februari dat Joegoslavië heeft geweigerd te tekenen, wat voor de Navo aanleiding was om met bombarderen te beginnen. Volgens dat akkoord moest Joegoslavië toestaan dat de Navo-militairen overal, niet alleen in Kosovo maar in heel Joegoslavië, vrije doortocht zouden krijgen, bewapend en in uniform. Bovendien zouden de Navo-militairen gevrijwaard zijn van welke Joegoslavische jurisdictie dan ook. Deze eisen lijkt het Westen nu te hebben laten vallen. Daardoor wordt niet alleen de Joegoslavische soevereiniteit gerespecteerd, bijkomend voordeel is dat Milosevic in zijn eigen land geen arrestatie door Navo-militairen hoeft te vrezen. Hij heeft nu een persoonlijk voordeel bij het accepteren van juist deze regeling, waardoor hij zich in elk geval in eigen land voorlopig relatief veilig kan voelen. Blijft de vraag of deze hele oorlog nodig was geweest. Wanneer Joegoslavië in Rambouillet een redelijker aanbod was gedaan, waarbij de Navo een minder prominente rol had gespeeld, de soevereiniteit van Joegoslavië beter was gewaarborgd en Joegoslavië een garantie had gekregen dat een autonoom Kosovo deel zou blijven uitmaken van de republiek Joegoslavië, dan was de bevolking van Joegoslavië en vooral van Kosovo zelf erg veel ellende bespaard gebleven en had mevrouw Arbour zich met de oude oorlogsmisdaden van Milosevic kunnen bezighouden in plaats van met de nieuwe verschrikkingen van de laatste twee maanden.