Prins hans adam ii

Het rommelt in Liechtenstein. Prins Hans Adam II, de vorst van het Alpenlandje, is boos. Het parlement had het gewaagd aan zijn koninklijke bevoegdheden te tornen. Even schudde het belastingparadijs, het depot van Bernhards Lockheed- penningen, op zijn grondvesten.
ZIJN VADER, wijlen Franz Josef II, noemde hem ‘een heel zachtaardige jongen’, al was hij dan ‘zeer zakelijk en technisch ingesteld’.

Toen prins Hans Adam, in de Verenigde Staten opgeleid tot politiek econoom, in 1984 de lopende zaken van zijn vader overnam (hij werd formeel staatshoofd in 1989), drukte Franz Josef het hem nog zo op zijn hart: ‘Zorg ervoor dat je altijd een goede relatie met je volk hebt.’ Zorgen maakte de geliefde oude vorst zich daarover niet: 'Ik heb al mijn vier kinderen van jongsaf betrokken bij mijn werk. Daardoor lopen onze opvattingen parallel. Hans Adam zal het goed doen.’
Maar anno 1996 lijken de zakelijke kanten in Hans Adams karakter het definitief gewonnen te hebben van zijn zachtaardigheid. In zijn jongste troonrede, eind maart, dreigde de vorst, nu al voor de tweede maal in zijn carriere, zijn sprookjeskasteel te Vaduz te verlaten en naar het buitenland te vertrekken. Met medeneming van de prinselijke schilderijencollectie (waarde drie miljard gulden) en, erger, de negentig miljard bedragende omzet van de machtige LGT Bank, tevens eigendom van de prins. Als hij vertrekt, zo suggereerde de vorst koeltjes, kan Liechtenstein zich wellicht beter aansluiten bij grote buur Zwitserland.
Vanwaar deze dreigende taal in het lieflijke Alpenlandje met de poedersuikerbergen?
Het is allemaal de schuld van het vijfentwintig leden tellende parlementje. Dat heeft het bestaan om te willen knabbelen aan de in de grondwet vastgelegde koninklijke bevoegdheden: het recht per decreet te regeren, het parlement en de regering te ontbinden, en wetgeving terug te sturen die niet strookt met de vorstelijke wensen. Het zijn, voor de twintigste eeuw, nogal ruime bevoegdheden, waarvan de oude Franz Josef slechts eenmaal gebruik heeft gemaakt, in 1938, toen Liechtenstein zich dreigde aan te sluiten bij het Derde Rijk.
Zo niet Hans Adam. Die is, zo zegt hij zelf, 'niet in de wieg gelegd om louter als symbool te fungeren’. Integendeel, hij stortte zich vanaf zijn aanstelling met overgave op de weinige politieke kwesties die de doorgaans nogal bedaarde gemoederen in Liechtenstein weten te verhitten. Zoals invoering van het vrouwenkiesrecht (1984), afschaffing van de doodstraf (1987) en toetreding tot de Verenigde Naties (1990).
HET EERSTE ECHTE conflict tussen koning en parlement brak los in 1992 en betrof de toetreding tot de Europese Economische Ruimte (EER), een samenwerkingsverband tussen de lidstaten van de EG en de landen van de Europese Vrijhandels Associatie. Anders dan het parlement wilde Hans Adam, vurig aanhanger van de vrije markt, dat het referendum hierover gehouden zou worden voor de Zwitserse volksraadpleging. Hij voorzag namelijk wat later ook gebeurde: dat de burgers in het buurland tegen zouden stemmen. De prins wilde voorkomen dat de Zwitserse uitslag de stemming in Liechtenstein zou bepalen.
Toen de politici voet bij stuk hielden, ontbond Hans Adam prompt het parlement en stuurde hij de regering naar huis. En hij dreigde en passant de brave Liechtensteinse burgers geheel stuurloos achter te laten door zelf met prinses Marie Aglae Grafin Kinsky en hun vier kinderen naar het buitenland te vertrekken.
Het kwam hem te staan op de eerste demonstratie uit de Liechtensteinse geschiedenis - georganiseerd door een een groep verontruste oud-politici. Toen de prins zich op het balkon van het parlementsgebouw aan den volke toonde om zijn standpunt toe te lichten, werd Seine Durchlucht zelfs uitgefloten door een tweeduizendkoppige massa. Een schokkende gebeurtenis in het van oudsher zo monarchistische Liechtenstein.
De zaak werd uitgepraat, een compromis gesloten, en gelukkig, de Liechtensteiners stemden uiteindelijk in meerderheid voor toetreding tot de EER. Uitgefloten worden was desondanks, zo erkende de monarch achteraf, 'geen prettige ervaring’. Temeer omdat het, naar zijn mening, 'eigenlijk niet het volk was waarmee hij in conflict was’. Wat er eigenlijk aan de hand was, stelde hij, was dat een coalitie bestaande uit de meerderheid van de twee grote regeringspartijen en enkele concurrerende banken de EER- discussie wilde aangrijpen om de vorst pootje te lichten en de macht naar zich toe te trekken. Uit het Liechtensteins naar het Nederlands vertaald: er dreigde een vijandige overname van de firma Liechtenstein, en de grootste aandeelhouder, de prins, haalde alles uit de kast om die tegen te houden.
WANT WAT IS Liechtenstein? Zeker, het is een landje als een ansichtkaart, dat sinds 1719 aan het adellijk geslacht Liechtenstein behoort. Sinds 1806 is het een soevereine staat, die synthetische worstevelletjes, kunstgebitten en precisie-instrumenten voor de ruimtevaart produceert. Voorts is Liechtenstein een staat die zijn dertigduizend staatsburgers jaarlijks gratis hout voor de open haard verstrekt, een staat waar de twee even grote en even conservatieve politieke partijen het vrijwel altijd met elkaar eens zijn en waar tien procent van het staatsbudget uit de verkoop van postzegels wordt geput.
Maar bovenal is Liechtenstein natuurlijk een belastingparadijs, met een BNP dat neerkomt op 22.300 dollar per hoofd van de bevolking. Het is het landje van vijftigduizend brievenbussen-om-belastingtechnische-redenen. 'Liechtenstein is zowat op alle gebieden beter dan zijn grote buur Zwitserland’, schrijft niet voor niets de Belgische belastingdeskundige Peter Vanderbruggen in zijn boek Belastingparadijzen. 'Het bankgeheim wordt er strenger afgedwongen, Liechtensteinse vennootschappen zijn veel discreter dan hun Zwitserse tegenhangers en de belastingen in het kleine prinsdom zijn veel lager.’ Ook was handel met voorkennis er tot voor kort niet illegaal.
Liechtenstein, zo schrijft Vanderbruggen, is ’s werelds meest discrete plaats voor trusts, een constructie waarbij de eigenaar van een vennootschap ook voor de meest doortastende belastinginspecteur anoniem blijft. Een Stiftung of een Anstalt heet zoiets in Liechtenstein, en het is een perfect instrument voor het ontduiken van belastingen in het thuisland en het witwassen van gelden. Liechtensteinse Stiftungen vormden bijvoorbeeld de kern van het schimmige financiele imperium van wijlen de Britse mediamagnaat Robert Maxwell. Het Liechtensteinse berglandschap was ook het decor voor heel wat Nederlandse financiele kuiperijen. Lockheed betaalde zijn steekpenningen aan Prins Bernhard via Liechtenstein, de directeur beleggingen van het ABP, Masson, gebruikte een Liechtensteinse Anstalt om zijn zaakjes te regelen, en Zuid-Afrika kocht in de jaren der apartheid atoomgranaten via Nederland en Liechtenstein.
Dat had allemaal een nadeel: Liechtenstein haalde de internationale pers steeds vaker op niet al te gunstige wijze. Het lucratieve landje, met prins Hans Adam II voorop, zag aan het eind van de jaren tachtig in dat de reputatie van lustoord voor drugscriminelen op den duur zou leiden tot de dood van de kip met de gouden eieren. Besloten werd tot een operatie ter redding van het imago: de papieren firma’s moesten voortaan boekhoudingen bijhouden en hun activiteiten werden scherper getoetst. Onlangs nog werden nadere maatregelen genomen tegen Insidergeschafte en Geldwascherei. Ordinaire criminele schandalen zullen zich in Liechtenstein door deze maatregelen niet snel meer voordoen, maar voor de 'bonafide’ belastingvluchteling zijn de voordelen onaangetast gebleven.
DAT DE GROTE schoonmaak vlak na het aantreden van de econoom Hans Adam II begon, lijkt geen toeval. Hij kon van het opgepoetste Liechtensteinse blazoen gebruikmaken om het familievermogen, door zijn vader op de eigen bank opgepot, eindelijk eens fatsoenlijk in het buitenland te investeren. Transacties in Frankfurt, Londen, New York, Hong Kong en op de Kaaimaneilanden leidden binnen de kortste keren tot verveelvoudiging van de winsten van de LCG Bank.
Liechtenstein is Hans Adams eigen, bijzonder winstgevende Anstalt, die hij leidt als een voortvarende, hardwerkende, zij het niet erg verlichte manager. In die zin toont hij zich wel degelijk een waardige opvolger van zijn vader, die in 1938, toen hij als eerste vorst in Vaduz kwam wonen, inzag dat introductie van het kapitalisme in zijn zuiverste vorm de enige manier was om het bestaan van het toen armoedige landbouwstaatje te verzekeren.
'Wij pasten al reagonomics toe in de tijd dat Ronald Reagan nog filmacteur was’, zei Hans Adam daarover trots bij zijn aantreden. Zijn constitutionele rechten als vorst heeft hij gewoon nodig om zijn bedrijf efficient te besturen. Als het parlement hem die wil afpakken, trekt hij zijn geld terug, en dan rest de firma Liechtenstein nog slechts het faillissement of overname door het meestbiedende buurland. Dus zette de vorst nog onlangs het hoofd van het Hooggerechtshof, Herbert Wille, uit zijn ambt, omdat die had voorgesteld dat de prins verantwoording aan dit hof verschuldigd zou moeten zijn.
De prins heeft zijn onderdanen een jaar de tijd gegeven, tot de volgende parlementsverkiezingen, om nog eens goed na te denken over hun democratische wensen. Hans Adam, zo denken ook de meeste parlementariers, zal het pleit wel winnen. Hij heeft niet alleen de economie in handen, hij is ook nog altijd de belichaming van de eeuwenoude prinselijke traditie, de identiteit van Liechtenstein zelve. Liechtensteiners die naar democratie verlangen, kunnen maar beter in een echt land gaan wonen, in plaats van in een fiscale constructie.