Hoofdcommentaar: De prins

Prins van een klein land

Leven en dood van Claus von Amsberg — eerst Duits, toen links, daarna zielig — houden Nederland een spiegel voor. Na zijn dood werd prins Claus andermaal gezien als slachtoffer van de strenge staatkundige verhoudingen, als overdreven mikpunt van anti-Duitse gevoelens, als slachtoffer van de roddelpers — als iemand met «een onvervuld leven» (hoofdcommentaar de Volkskrant).

De antimonarchist claimt hem nu als medestander, de linkse intellectueel als één van de club en de commerciële omroep als sympathisant van het volk.

Prins Claus speelde de afgelopen veertig jaar inderdaad een grote rol. Eerst als vredesduif die de Nederlandse rancune tegen over Duitsland wist te verzachten. Daarna als een vredesapostel die de betrekkingen tussen links Nederland en de Oranjes wist te verbeteren. Het is de vraag of koningin Beatrix zonder haar geheime wapen sneller zal overgaan tot abdicatie en of prinses Máxima een even strak keurslijf als haar vader krijgt aangemeten.

«Onverdraaglijk», schreef De Groene Amsterdammer in 1965 over de mogelijkheid van een Duitse prins der Nederlanden. De capitulatie van Beatrix werd bekendgemaakt in het twintigste bevrijdingsjaar. Claus von Amsberg, een Duitser met een slecht gevoel voor timing, stapte de Nederlandse geschiedenis binnen in een periode van oplevende moffenhaat. «In vredesnaam, in Vredesnaam: houd ze in de gaten!» schreef De Groene Amsterdammer.

Wat volgde was een omkering van de Tweede Wereldoorlog, dit keer met Nederland in de rol van overwinnaar. Claus hoefde nog net niet Klaas te gaan heten, maar moest wel zijn achternaam veranderen in Van Amsberg. Hij diende zijn Duitse identiteit op te geven en werd gedwongen een cursus Tweede Wereldoorlog te volgen bij dr. L. de Jong. Voor de les over de jappenkampen kwamen Wim Kan en Corry Vonk opdraven.

Kortom, de knechting van prins Claus was ongeveer net zo halfslachtig en gênant als het slechts toestemming geven voor een bruiloft wanneer de vader van de bruid niet komt.

Maar Claus had op zijn behandeling een antwoord dat van een superieure orde was: Claus had begrip. Dat begrip werd zo manifest dat gevoelens van gêne de kop opstaken. Die schaamte duurt tot op de dag van vandaag voort en werd ook deze week weer in de kranten besproken. De beschaafde Duitser legde zo eens te meer de vinger op de wonde van het Nederlandse minderwaardigheidsgevoel.

Naast de betrekkingen met Duitsland bleek Claus ook de betrekkingen van Nederland met de Oranjes veel goed te doen. Het was misschien wel even schrikken geweest, een intellectueel in de familie. Dat was vast een linkse, maar uiteindelijk gaf De Telegraaf op, wetend dat in het land waarin alles draait om handel, iemand die boeken leest volkomen onschadelijk is. Toen ook nog eens bleek dat Claus aan depressies leed, ontstond een cultus rond de ongelukkige man van de koningin. Twintig jaar knikken en buigen voor de Nederlanders kreeg bovendien een naam in de Ziekte van Parkinson. Zo, als slachtoffer, kon men de mof goed lijden. Nederland ging dwepen met de prins.

Zondagavond verscheen premier Balkenende op televisie en sprak het volk toe. Het was alsof de kalender plotseling vijftig jaar was teruggezet. Bijna geheel in zwart-wit zag Balkenende er absurd gedateerd uit. Zijn harde Zeeuwse accent kwam goed door en zijn dictie was vooroorlogs. De rest van de avond vertoonden de televisiezenders veel filmbeelden uit de jaren zestig en zeventig, toen Nederland dankzij Claus even niet meer van een vleugje jetset was gespeend. De kleine prinsjes droegen hippe jaren-zeventigbroeken, hun vader zag eruit als een beeldschone playboy en zelfs hun moeder had even iets van een filmster. Het geheel ademde een merkwaardig behaaglijk gevoel van nostalgie.

Misschien heeft het lichte gevoel van onbehagen rond de aantrekkingskracht van deze beelden, die door het hele volk collectief werden genoten, te maken met de manier waarop die leuke man van die stropdasactie later tegemoet is getreden. Namelijk met overdreven aandacht voor zijn status als lijdende man naast de bazige Beatrix en iemand met «een onvervuld leven». Een bejegening die soms regelrecht richting camp ging.

Camp is een houding van lichte spot, maar ook een manier om over de gêne voor sentimentaliteit heen te kunnen stappen. Er bestaat onder Nederlandse intellectuelen een aan camp verwant proces dat het hun mogelijk maakt zich over te geven aan volkse genoegens. Johan Cruijff wordt er bijvoorbeeld mee bejegend. De intellectuele voetballiefhebber noemt Cruijff bij voorkeur «eigenlijk een filosoof» en suggereert zo dat er ook op intellectueel verantwoorde wijze naar voetbal kan worden gekeken — de keerzijde van zo’n opmerking is dat iedereen weet dat Cruijff geen filosoof is en dat hij, als hij wel zo wordt genoemd denigrerend wordt behandeld.

Zo bezien was Claus, die zielige lieverd, de Cruijff van de monarchie. Hij maakte voor democraten en voor mensen die zich eigenlijk verheven voelden boven het — nationalistische! — Oranjegevoel, het koningshuis toch licht te verteren. Daarin school de eigenlijke functie van de cultus van vertedering.

De tijd zal uitwijzen hoe lang de Nederlandse troon zonder een volgende bemiddelaar kan. Het afgelopen jaar betoonde prinses Máxima zich een ideale opvolger in deze, het is de vraag of ze dat ook zal blijven.