Prinses op het paard

Wacht op mij!

Ik hoor mijn buurjongetje zijn oudere broer roepen.

Wacht op mij!

Ik zou het ook nog wel eens willen roepen, maar iets houdt me tegen, noem het volwassenheid. Freud beschouwde volwassenen als mensen die hun kindertijd niet te boven kunnen komen, als verlangende wezens in een ongemakkelijke wereld. Niet dat Freud alles is, maar ik denk af en toe aan hem, misschien zelfs best vaak. Als geen ander biedt hij zicht op verklaringen waarmee je alsnog alle kanten op lijkt te kunnen. En als geen ander respecteert hij daarmee het mysterie. Dromen hoef je in zijn optiek niet te verklaren, je moet ze zien als een soort stofzuigers: oneindig creatief verwerken ze de resten van de dag. Maar wat je ondertussen op klaarlichte dag aanmoet met je klaarblijkelijke obsessies?

Niet dat Freud alles is, maar ik denk af en toe aan hem, misschien zelfs best vaak

Een film die ik niet uit mijn hoofd krijg is Certain Women, van de mij tot voor deze film onbekende Kelly Reichardt. Er zitten een paar onvergetelijke scènes in, en toch zou ik ’m zo opnieuw willen zien. Dat heeft ook te maken met het oningevulde van de film, het verhaal moet je er voor een deel zelf bij bedenken, en ik denk als ik ’m nog een keer zie dat ik nieuwe dingen zie. Het is alsof je op straat of in een restaurant of waar dan ook mensen gadeslaat van wie je je ogen niet kunt afhouden, terwijl je weet dat je niet te lang naar ze mag kijken zonder dat het raar wordt.

Er zijn drie losstaande verhaallijnen in de film die elkaar heel lichtjes schampen, ik zeg het gewoon maar even voor wat het is. In het eerste verhaal volg je een advocate met een overzichtelijk – karig – liefdesleven, die niet goed weet hoe ze een cliënt op afstand moet houden. Het tweede verhaal draait om een vrouw die in alles uitstraalt dat ze controle wil uitoefenen – haar hardloop-outfit, de manier waarop ze rookt, haar dunte – maar van wie je je afvraagt of ze enig idee van haar omgeving heeft. En dan het derde verhaal. Een jonge vrouw verzorgt paarden, een andere jonge vrouw komt vanuit de naburige stad les geven in juridische zaken. De paardenverzorgster belandt bij haar in de klas, en doet alles om bij haar in de nabijheid te blijven verkeren. Terwijl de docente klaagt en klaagt, probeert de paardenverzorgster het haar naar de zin te maken. Ze neemt haar na afloop van het college mee naar de diner, ze luistert zonder commentaar naar haar geklaag, en op zeker moment heeft ze een verrassing voor haar in petto: ze geeft haar een lift op haar paard.

Echt, die scène. Misschien moet ik erbij zeggen dat dit alles zich afspeelt in koud Montana, waar de mens het sowieso moet afleggen tegen een ontembaar landschap, en tegen avondlijke duisternis die al om vijf uur ’s middags lijkt in te vallen. En misschien is het ook relevant dat de klagende docente wordt vertolkt door Kirsten Stewart, de koningin van de weerspannigheid, en de paardenverzorgster door een voor mij onbekende grootheid, Lily Gladstone. Zij heeft het gezicht van iemand van de Inuit-stam, breed en donker, en op een bepaalde manier passief, onpeilbaar. Als de docente na enige aarzeling (‘It’s been a while’) bij haar achter op het paard stapt, en ze samen de avond in klossen, is de paardenverzorgster tevreden, om niet te zeggen: gelukkig.

In de zomerrubriek ‘lessen van mijn moeder’ op de achterpagina van de NRC vertelde Anousha Nzume van haar moeder te hebben geleerd dat beantwoorde liefde, ‘van wie dan ook’, het mooiste is dat het verder pijnlijke leven te bieden heeft. Een nuchtere les van iemand die vast zelf haar lesje wel heeft geleerd. Als íets immers ingewikkeld is aan de liefde, is het de reciprociteit. Waar we onder lijden, aldus Freud, zijn alle methodes die we hebben ontwikkeld om lijden te vermijden. We zijn voortdurend bezig het onvatbare te omvatten, omdat de waarheid altijd schokkender is dan we willen weten. Bij nader inzien is dit ook het verbindende thema van de drie verhaallijnen in Certain Women, en Freud mag weten waarom ik er nog steeds mee in mijn hoofd zit: de hunkering die uiteindelijk geen weerklank vindt. Het verlangen dat stuit op de verstoorde kop van de ander, die alleen maar lijkt te zeggen: wat moet ik met jou.