Profiel: Maxima

Prinses van het volk

Traditioneel bestaan er drie krachten in de Nederlandse geschiedenis: het volk, de regenten en de Oranjes. De verschuivingen en fluctuaties binnen dit driestromenland bepalen sinds oudsher de politieke krachtsverhoudingen. Daarbij geldt als leidmotief de eeuwige strijd tussen enerzijds de regenten — ook wel de patriciërs genoemd — en anderzijds Oranje. Tussen deze twee facties bestaat al sinds de embryonale dagen van de Republiek der Verenigde Provinciën een bittere concurrentie, die niet zelden met het nodige bloedvergieten gepaard ging. De regentenklasse — gevormd door de aristocratie en de hogere burgerij — koestert van oudsher een diepgeworteld wantrouwen tegen de machtsaspiraties van de Oranjes, en probeert die ambities waar mogelijk te blokkeren. Die aversie tegen de absolutistische aspiraties van Oranje vormt van de dagen van Johan van Oldenbarnevelt tot het Republikeins Genootschap van ex-mediamagnaat Pierre Vinken in ons eigen tijdsgewricht een constante in de maatschappelijke dynamiek van de Lage Landen. De motivering van dit anti-orangisme is niet zozeer egalitair-democratisch van oorsprong, als wel het resultaat van een welgevoeld eigenbelang. De regenten van Holland vonden eigenlijk dat zij het land heel wat beter konden besturen zonder Oranje-bemoeienis. Daarnaast speelden er ook altijd geschillen van financiële aard, met name rond de revenuen uit het koloniale bedrijf en natuurlijk de belastingen.

De Oranjes op hun beurt lieten hun politieke agenda traditioneel altijd bepalen door de wens deze regentenfactor te elimineren. Daarbij beschikte het geslacht maar over een beperkt aantal strijdmiddelen: het belangrijkste was de mobilisatie van «het volk» tegen de regenten. Het volk op zijn beurt was traditioneel altijd wantrouwig gestemd jegens de regentenklasse, en liet zich door de eeuwen heen vaak gewillig sturen door het propaganda-apparaat van de Oranjes, dat zich met name bezighield met het instandhouden en stimuleren van de Oranje verlossingsleer zoals die vorm had gekregen tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In die mythologie waren volk en Oranje een van God gegeven geheel: «Oranje» beschermde «het volk» tegen het groepsegoïsme van de regentenstand. Op deze wijze wist prins Maurits zich indertijd te ontdoen van de machtige raadspensionaris Van Oldenbarnevelt en wist koning-stadhouder Willem III zich in het rampjaar 1672 te ontdoen van de gebroeders De Witt, die met behulp van de nodige manipulatie het slachtoffer werden van een lynchpartij, die zorgvuldig werd geënsceneerd als een spontane manifestatie van de volkswil.

In 1781 probeerde de Zwolse aristocraat Joan Derk van der Capellen tot den Pol het volk ervan te overtuigen dat men sinds Willem de Zwijger het slachtoffer was geweest van grootscheepse misleiding, alles ten bate van de ambities van de Oranjes om soeverein heerser over de Lage Landen te worden. Zijn pamflet Aan het volk van Nederland uit 1781 werd een klassieker en stond aan de wieg van de Bataafse Republiek zoals die in 1795 gestalte kreeg. Uiteindelijk hield ook deze revolutie geen stand en werd wederom een Oranje als verlosser binnengehaald. Ook daarna bleef de verhouding tussen vorst, volk en regentenklasse een uiterst delicate aangelegenheid. Wilhelmina wapende zich in de roerige novemberdagen van 1918 tegen de oprukkende socialistische gedachte door «het volk» te mobiliseren voor een «aanhankelijkheidsbetuiging» op het Haagse Malieveld. Dat leidde ertoe dat de Nederlandse socialisten, van oorsprong republikeins gezind, uiteindelijk toch overstag gingen voor de koninklijke gedachte.

Niettemin is er ook anno 2002 nog altijd sprake van een uiterst gecompliceerde driehoeksrelatie tussen volk, vorst en regentendom. De enigmatische opkomst van Pim Fortuyn, die zichzelf beschouwde als de reïncarnatie van Joan Derk van der Capellen tot den Pol, deed de Oranjes beseffen dat de volksgunst nooit vanzelfsprekend is. Er moet altijd aan worden gewerkt. Fortuyn liet zich aanvankelijk kennen als een typische vertegenwoordiger van het traditionele Hollandse regentendom. Zijn grote ambities maakten hem tot een geduchte concurrent van de Oranjes, die met leedwezen constateerden dat deze nieuwe politieke Messias behoorde tot de harde kern van het reeds gememoreerde Republikeins Genootschap. De moord op Pim Fortuyn verloste de monarchie van een in potentie levensgrote bedreiging, en het krampachtige, tot op de dag van vandaag volgehouden stilzwijgen van Beatrix over de moord in het Mediapark zal mede door deze overwegingen zijn gevoed.

Dat Oranje zwijgen veroorzaakte tevens een schisma van jewelste in de verhouding tussen Oranje en het volk. De door Fortuyn gemobiliseerde krachten vormden niet alleen voor het politieke establishment een bedreiging, ook het fenomeen Oranje lag opeens in de vuurlinie van volksoproer en verzet. De komende tijd zal door het instituut Oranje uit redenen van lijfsbehoud dan ook moeten worden gebruikt om de aldus ontstane kloof te dichten. Immers: zonder steun van «het volk» is de monarchie in Nederland, met haar nog immer voortdurende vete met het patriciaat, uiterst kwetsbaar.

Binnen deze constellatie is Máxima het geheime wapen van Oranje. De Argentijnse prinses geldt als het superkanon van het zogeheten «charme-offensief». Hoogst mediamiek, superintelligent en uiterst ambitieus is deze Zuid-Amerikaanse «wonderwoman», op wier schouders de toekomst van de Oranjes in hoge mate zal rusten. Zoals haar legendarische landgenote Evita Perón erin slaagde het politieke leven van haar echtgenoot Juan Perón keer op keer te rekken door haar particuliere gave het Argentijnse proletariaat voor haar charismatische karretje te spannen, zo moet Máxima de gebreken van haar echtgenoot, de koning in spe, camoufleren. Daarbij zal zij een uiterst delicate balans moeten zien te bewaren: zodra ze haar lankmoedige echtgenoot op mediagebied te zeer overspeelt — zie bijvoorbeeld het trieste lot van Diana, the people’s princess — is zij niet langer een steunpilaar maar een bedreiging.

Het is deze vrees bij de denktank van de Rijksvoorlichtingsdienst die ertoe leidde dat Máxima sinds haar extatische debuut in Nederland nadrukkelijk uit de publicitaire wind is gehouden. Het Máxima-effect bleek zich te onttrekken aan alle vormen van regie, riep zoveel ontzagwekkende krachten bij het volk op dat het de regisseurs van de RVD beter leek dit geheime wapen voorlopig even in de kast te houden. Beatrix is uiteindelijk nog lang niet van plan de kroon aan de wilgen te hangen. Een voortdurende manifestatie van het fenomeen Máxima zou uiteindelijk ook voor de continuïteit van het regime-Beatrix een gevaar kunnen betekenen. Een veeg teken was de dramatische populariteitsdaling van de vorstin ten opzichte van de nieuwkomer uit de pampa’s, die binnen enkele maanden was uitgegroeid tot de populairste Oranje aller tijden.

Máxima beschikt nu eenmaal over enkele assets waar de Oranjes traditioneel behoorlijk tekortschieten. Ze is een meesterlijke bespeelster van de massa — niet voor niets werd zij kort na haar aantreden al omschreven als «de Evita van Oranje» — en heeft anders dan haar schoonfamilie ook een duidelijke honger naar het podium en het contact met de massa. Uiterst vitaal in het huidige tijdsgewricht van opkomend onbehagen over de multiculturele samenleving is ook Máxima’s voorbeeldfunctie als model-allochtoon. De turbo-inburgering van de prinses maakte diepe indruk. Zelfs de traditioneel niet van Oranje-liefde overlopende regenten als wethouder Sociale Zaken van Amsterdam Rob Oudkerk (PvdA) jubelden dat «iedere allochtoon zo goed Nederlands moest leren spreken als Máxima». Máxima ventte haar liefde voor haar nieuwe vaderland — waar ze sinds 21 mei 2001 na een uitzonderlijk snelle procedure als staatsburger werd opgenomen — zeer uitbundig uit. Het was als een warme deken over het opkomende multiculturele onbehagen en vormde als zodanig een samenbindende kracht in een allengs verder desintegrerende samenleving.

De vraag is echter gerechtvaardigd of Máxima nog altijd zoveel van haar nieuwe vaderland houdt als tijdens haar glorieuze intocht. Dat land is sinds haar komst natuurlijk dramatisch veranderd. Alle vrome verhalen die Máxima tijdens haar turbo-inburgeringscursus onder begeleiding van haar persoonlijke inburgeraarster Andree van Es ongetwijfeld te horen heeft gekregen over de gastvrijheid en tolerantie in de delta aan de Noordzee behoren inmiddels tot het domein van de nostalgie. Terwijl de aspirant-vorstin alras inburgerde in het poldermodel begon Nederland opeens steeds nadrukkelijker Zuid-Amerikaanse trekjes te vertonen, inclusief een politieke moord, minstens één politieke crisis per dag, ministers die even snel kwamen als gingen, en daaraan gekoppeld een opkomend repressief klimaat dat Máxima moet herinneren aan de situatie in Argentinië tijdens haar jeugd onder de Videla-junta. Met fenomenen als het nieuwe fouilleringsgebod in de grote steden en een identificatieplicht vanaf twaalfjarige leeftijd moet Nederland Máxima inmiddels al heel wat vertrouwder voorkomen dan een jaar geleden.

Daarnaast was haar liefde voor Nederland ongetwijfeld al bekoeld vanwege het kamerbrede politieke verzet tegen de komst van haar geliefde vader. Het zijn factoren die in het onderbewuste van Máxima mogelijk al hebben geleid tot de nodige second thoughts over haar nieuwe vaderland. Slechts de wetenschap dat zij ooit naast de nieuwe koning zal regeren over het vorstendom zal deze ambitieuze econome bijstaan om die twijfels vooralsnog te overwinnen c.q. te onderdrukken. Ook Máxima zal bijvoorbeeld not amused zijn geweest over de uitlatingen van minister Nawijn van Vreemdelingenzaken over de ongewenstheid dat ingezetenen van Nederland twee nationaliteiten bezitten. De Argentijnse nationaliteit geldt immers — net als bijvoorbeeld de Marokkaanse — als onvervreemdbaar. Als het kabinet inderdaad zou voortgaan op de lijn-Nawijn zou dat ook Máxima wel eens kunnen afstoten. Immers, zij heeft er nooit een geheim van gemaakt geen afstand te willen doen van haar Argentijnse roots. Zij was voornemens haar stramme echtgenoot de tango te leren, en was niet van plan die te verruilen voor de horlepiep, zoals Hilbrand Nawijn dat waarschijnlijk gaarne zou zien. Daarmee is Máxima een typische vertegenwoordigster van het zogeheten culturele diversiteitsmodel dat heden ten dage zo in het gedrang is gekomen in het postpimmiaanse poldermodel.

Tegelijkertijd is het voor haar persoonlijke loopbaanontwikkeling als lid van de BV Oranje-Nassau raadzaam dat Máxima zich verder ontwikkelt als symbool van de Nederlandse multiculturaliteit: zulks is haar persoonlijke wapen ter mobilisering van de steun van het volk, en kan haar zelfs opstuwen tot een ware moeder des vaderlands, meer dan Wilhelmina, Juliana en Beatrix ooit geweest zijn. Daar moet Máxima dan wel toe in de gelegenheid worden gesteld. Als ze zeer kopschuw wordt gemaakt en gedwongen wordt zich verder te vernederlandsen, is de kans niet onaanzienlijk dat ze net als haar Russische lotgenote Anna Paulowna, echtgenote van koning Willem II, uiteindelijk zal kiezen voor een geestelijke ballingschap, en zich binnen de muren van haar paleis in opperst isolement zal laven aan het cultiveren van de nostalgische herinnering aan haar geboorteland.

Het is kortom geen geringe missie die Máxima te wachten staat als aanstaand vorstin der Nederlanden. Ze zal niet alleen moeten vechten voor het behoud van haar eigen identiteit, ze zal zich ook nog eens moeten wapenen tegen mogelijke animositeit binnen het Oranje-kamp zelf (zie nogmaals het Diana-effect) en natuurlijk tegen het altijd op de loer liggende republikeinse patriciaat, dat terdege beseft dat Máxima het wondermiddel is tegen de afbladderende Oranje-mythe en haar daarom liever vandaag dan morgen terug naar de pampa’s ziet gaan. Als het Máxima lukt al deze obstakels te overwinnen, zijn de mogelijkheden echter schier eindeloos. Ze zou kunnen uitgroeien tot de koningin van een Nieuw Nederland, een verdrijfster van het spook van de zo onaangenaam ver opgerukte bloed-en-bodem-achtige sentimenten. Dat zou, mede gezien de akelige politieke erfenis die Máxima van vaderskant heeft meegekregen, ook een grote overwinning voor haarzelf betekenen.