Popmuziek

Prinses van lichtvoetigheid

POPMUZIEK Kate Nash

Ze zou er zijn. Maar Bettie Serveert speelde in haar plaats, op haar plek. Zij was niet gekomen.

Kate Nash zou zaterdag optreden op festival De Beschaving in Utrecht. Ze was de enige buitenlandse artieste op het affiche waarvan iedere bezoeker bij voorbaat kon weten dat ze haar minstens de komende jaren niet meer op zo’n kleinschalig festival zouden zien. Want Kate staat op het punt door te breken. Sterker, ze is eigenlijk al doorgebroken. Dus was ze er niet, en reageerde niemand daar meer dan teleurgesteld op. Zo gaan die dingen. Kates raak je kwijt aan de massa.

In haar thuisland Engeland – Kate komt uit het noorden van Londen – is de negentienjarige zangeres een hit. Als ze wordt vergeleken met anderen – en dat wordt ze continu – dan regelmatig met Lilly Allen, wat op puur muzikaal vlak een vergelijking van werkelijk niks is, maar niettemin veel hout snijdt waar het hun eigenzinnigheid betreft.

Kate Allen heeft een tamelijk lievige meisjesstem, niet gepolijst door een overmaat aan techniek, noch ontdaan van haar accent. Ze zwiert op en neer tussen het kleinst mogelijke en het grootste gebaar, door zichzelf te begeleiden op piano in liedjes die klinken naar een thuisstudio in een slaapkamer, maar het volgende moment een orkest in te zetten wanneer ze de pop verruilt voor jazz, of in ieder geval structuren die daarnaar neigen. Alleen dat al maakt Made of Bricks een spannende plaat: de eerste minuut van Nash’ nummers geeft geen enkele garantie over de afloop ervan. Maar vooral zijn het haar teksten die opvallen. Ze zijn op een vreemde manier erg zorgvuldig en trefzeker, maar hebben toch een soms bijna onbeholpen directheid die naar nonchalance lijkt te neigen. Lijkt, want steeds voegt de muziek zich naar haar teksten, niet andersom.

Het gros van Nash’ teksten gaat over jongens in het algemeen en geliefden in het bijzonder. Het is niet dat ze er niets van bakken, het is meer dat hun onhandigheid en onbeholpenheid minstens zo groot zijn als die van Nash zelf. Haar vriend in de hitsingle Foundations luistert verveeld naar haar verhalen, denkt over een lullige opmerking en plaatst die uiteindelijk waar hun vrienden bij zijn, waarop zij hem erop aanspreekt met precies die stem ‘that you find so annoying’, ruzie dus, waarbij Nash hem toevoegt dat hij nog maar een biertje moet bestellen, en hij zegt dat ze wellicht te veel limoenen eet – ze is immers zo bitter.

Dit wordt niks, weet Nash, en verzucht: ‘Dear God, I hope I’m not stuck with this one.’

Een andere vriend – of wellicht wel dezelfde – voegt ze in Dickhead toe: ‘Why you being a dickhead for? You’re just fucking up situations’. En dat allemaal zonder hoorbare woede, alsof ze zich hardop afvraagt waarom het uitgerekend vandaag weer moet regenen. Worden ze echt vervelend, die vrienden, dan roept Nash ze gewoon op haar geen ‘shit’ te geven, maar samen met haar en haar vrienden dronken te worden op wijn.

Want zo simpel is het, althans in de drie minuten van een popliedje. En zo is Kate Nash dit najaar de prinses van de lichtvoetigheid.

Kate Nash, Made of Bricks (Polydor)