Politiek sonnet

Prinsjesdag

De dure hoed — schuin van bezuiniging —

hangt over Majesteit haar moede hoofd.

Haar was destijds een vlotte tekst beloofd.

En geen hertaling van de kruisiging.

Ze zegt haar volk hard voor wat het ontbeert.

Haar schaamte ritselt tussen haar papieren.

Ministers — botten knagend als vampieren —

begroten hun bedrog geamuseerd.

Kijk, donderwolk bloeddorst hangt in de lucht:

Het Malieveld: massagraf van ’t onrecht

waarheen weer gedupeerden zijn gevlucht.

Ziedaar de verliezers van dit gevecht:

Een dokter, onderwijzer, een agent…

Wie is het die zichzelf hier niet herkent?