Hoofdcommentaar: Prinsjesdag in oorlogstijd

Prinsjesdag in oorlogstijd

Het is pas twee jaar geleden dat minister Gerrit Zalm van Financiën op prinsjesdag de Tweede Kamer binnenkwam met het gele begrotingskoffertje hoog boven zijn hoofd geheven. Er was een begrotingsoverschot bereikt en dat mocht parlementair gevierd worden. Het ging goed met Nederland en het paarse kabinet wenste dit niet onder stoelen of banken te steken. Geen paars kabinet zonder gunstig economisch tij en, zo wilde de vorige regering doen geloven, geen gunstig economisch tij zonder paars kabinet. Zo lang als redelijkerwijs mogelijk was, heeft Gerrit Zalm als opperpenningmeester van de sociaal-liberale samenwerking geprobeerd de sfeer erin te houden. Miljarden euro’s werden in de vorm van lastenverlichting teruggegeven aan de burger, en terwijl menigeen in de Partij van de Arbeid er rekening mee hield dat het tweede paarse kabinet over zijn laatste begroting zou struikelen omdat de miljarden eis van PvdA-leider Melkert voor investeringen in de publieke sector voor het oog nogal buitenproportioneel was, lukte het tijdens het Voorjaarsoverleg 2001, met de verkiezingen in zicht, zelfs hierover overeenstemming te vinden.

Eén begroting verder is het louter onheil wat het kabinet te brengen heeft. De vorig jaar toch al tanende economie is verder in het slop geraakt na de aanslagen in de Verenigde Staten en na de breed uitgemeten boekhoudschandalen bij grote multinationals. Jarenlang is op te grote voet geleefd, door de top van die multinationals omdat de bedrijven bewust werden overgewaardeerd, maar ook door de raad van bestuur van de BV Nederland, de twee opeenvolgende paarse kabinetten, die veel leuke dingen voor de mensen in petto hadden, maar oplossingen voor de problemen in de publieke sector moesten over laten aan CDA, LPF en VVD.

Met de hand op de knip presenteerde Zalms opvolger Hoogervorst afgelopen dinsdag zijn Miljoenennota aan het parlement. Het staat er beroerder voor dan ooit, was zijn boodschap, en op vrijwel alle beleids terreinen moet bezuinigd worden. Ging het Strategisch Akkoord voor komend jaar nog uit van een groei van de economie van 2,5 procent, inmiddels heeft het Centraal Plan Bureau dit moeten bijstellen tot een schamele anderhalve procent. En eind dit jaar zal nóg minder, slechts een halve procent, groei gerealiseerd zijn. Begon het voorwoord van de Macro Economische Verkenning voor 2001 nog met: «Het gaat goed met de economie, prima zelfs», werd het vorig jaar op Prinsjesdag «minder zonnig», dit jaar opent de Macro Economische Verkenning met iets dat nog slechts een understatement genoemd kan worden: «Dit kabinet start niet met een florissant economisch beleid.»

Dat er minder geld is, staat buiten kijf. De vraag is of het op de lange termijn het meest zinvol is de broekriem zo strak aan te trekken als het kabinet-Bal kenende nu doet. Was het niet verstandiger geweest de economie te stimuleren en juist te investeren? Desnoods, opperde een van de oppositiepartijen, wordt de staatsschuld minder snel afgelost dan de bedoeling was. Zoals het er nu naar uitziet zal de werkloosheid, zeker na de grootscheepse bezuinigingen op gesubsidieerd werk, sterk oplopen. Wat dat de komende jaren betekent voor de toch al sterk teruggelopen consumptie moet blijken. Toegegeven, het is een aloude discussie. Maar, de verfrissende aanzet van minister Heinsbroek daargelaten is die discussie tot op heden nauwelijks gevoerd. Het is tamelijk merkwaardig dat de opvallend makke LPF-kamerfractie dit thema na de handreiking van haar nieuwe goeroe op Economische Zaken niet heeft opgepakt en tot speerpunt heeft gemaakt.

De kiezer, die op 15 mei dacht een politieke omwenteling veroorzaakt te hebben, zal daarbij een gevoel van teleurstelling waarschijnlijk niet kunnen onderdrukken. Natuurlijk, er is een aanzienlijk stringenter asiel- en vreemdelingenbeleid in de maak. Maar hoewel van groot belang, problemen in de multiculturele samenleving waren niet de enige pijnpunten die het breed gevoelde ongenoegen aanwakkerden. Ook de devaluatie van de publieke sector, in het bijzonder bij zorg en onderwijs, en de matige kwaliteit van recent verzelfstandigde staatsbedrijven waren eveneens voor veel mensen reden op 15 mei een proteststem uit te brengen. Vanzelfsprekend was het beter geweest om gedurende de paarse (in financiële zin) topjaren meer geld en mankracht te investeren in deze sectoren. Los van de financieel nog wat gammel onderlegde plannen van minis ter Bomhoff (Volksgezondheid) zijn er door het nieuwe kabinet geen wezenlijke voorstellen gedaan die een handreiking zijn aan de burgers die op 15 mei hun ongenoegen kenbaar maakten. «Met deze begroting wil de regering tegemoetkomen aan de onzekerheden, problemen en ambities in de maatschappij, in het besef dat niet alle oplossingen op korte termijn bereikbaar zijn», meldde de koningin namens het kabinet. Maar het is maar de vraag of dat bij de ontevreden kiezers van 15 mei zo gevoeld wordt.