Menno Hurenkamp

Prinsjesdagembargo

Een slimmerik heeft op internet het embargo op de berichten over de troonrede en de miljoenennota geschonden. Hoewel je er op voorhand van kon uitgaan dat dit eens zou gebeuren, ontstond acuut paniek. Het ANP, dat de berichten op zaterdag had geplaatst met de vermelding dat ze pas op dinsdag naar buiten mochten, was boos. De schrijvende pers was ook boos. Een beetje hypocriet, want een journalist die geheime stukken geheimhoudt deugt niet. Maar het schenden van een embargo betekent dat degene die de berichten onder belofte van voorlopige geheimhouding uitgeeft, daarmee ooit stopt. Het is vaak de overheid die rapporten met cijfers en analyses ruim tevoren ter inzage geeft. Als het mechanisme ophoudt te bestaan, laat je dat als journalist minder tijd om onmiddellijk na het officiële vrijkomen van het stuk een eigen beschouwing in de krant te zetten.

Is het echt een serieus probleem als je pas twee dagen na verschijnen van een rijksbegroting een serieus commentaar kunt lezen? Nee. Het is meer dan interessant om te weten of de richting die deze regering op wil zich vertaalt in deugdelijke plannen. En of die zwalkende regering erin slaagt om maar één richting op te willen. Maar dat mag je ook best twee dagen later ontdekken. De echte reden voor de boosheid is dat een embargo een krant de kans biedt te concurreren met radio, televisie en internet — over het algemeen oppervlakkiger media die zich niet veel gelegen laten liggen aan analyse en interpretatie, maar zonder veel duiding documenten en live-beelden op de kabel slingeren. Zolang de krant op hetzelfde moment daar een doorwrocht stuk tegenover kan stellen is er niets aan de hand. Komt de krant daar twee dagen later mee, dan denkt het gros van de lezers: oud nieuws.

Dat is ook niet ver van de waarheid. In zekere zin bevat deze troonrede oud nieuws. De rigide opstelling van de regering was heus al bekend. Burgers voelen onbehagen, constateerde Beatrix, en de regering gaat daar wat aan doen. En hoe. Concreet was het betoog dat de koningin afstak namens het kabinet Balken ende vooral over sociaal-repressieve en economisch-liberale maatregelen: het verplicht aanpassen van minderheden, het uitblijven van loonsverhogingen, het terugdraaien van administratieve regelgeving en het hardhandig handhaven van overige regels, het invoeren van een algemene identificatieplicht, het oprichten van een landelijke recherche, meer toezicht in de trams. Waar het ging over niet-justitiële wegen om de maatschappelijke conflicten van dit moment te verhelpen, bleef Beatrix aanmerkelijk vager, op het onnozele af.

Je kunt concluderen dat Balkenende zijn sociale profiel nauwelijks tot uitdrukking heeft kunnen brengen te midden van het hem omringende rechtse geweld. Het was te verwachten op basis van de politieke ontwikkelingen van de afgelopen weken, waarin de premier zich voortdurend met voldongen feiten zag geconfronteerd. Als de conclusie waar is dat de media samen met de Haagse, «paarse» politiek waren overvallen door de opkomst van het Nederlands populisme, zou het geen gek idee zijn de afstand tussen pers en politiek te vergroten door het afschaffen van de embargopraktijken. Al was het maar om te voorkomen dat de media nu meedeinen met déze monomanie.