‘Schrijf namens een burgerforum een speech over het vertrouwen in de democratie, ter ere van de opening van het nieuwe tijdelijke gebouw voor de Tweede Kamer.’ Dat was dit jaar de opdracht van PrinsjesRede, de speechwedstrijd voor de beste politieke speech.

De wedstrijd is onderdeel van het Prinsjesfestival dat jaarlijks rond Prinsjesdag in Den Haag plaatsvindt om de democratie te vieren. De winnaar krijgt een cheque van €2500,- én de drie genomineerde speeches worden gepubliceerd op de website van De Groene Amsterdammer. Hier kunt u de drie winnende speeches lezen, die alle drie aan het denken zetten over de waarde van de democratie, het vertrouwen in politici en in hoe wij zelf met onze democratie omgaan.


Winnaar Eleonora Grapperhaus

Nederland,
• Ja dat bent ú
• Dat zijn wíj
• Samen vormen, maken, werken wij aan Nederland

• Samen zeg ik, maar is dat wel zo?
• Ik hoef maar op de gebeurtenissen in de achterliggende maanden te wijzen
• Zoals de vermeende-fraudejacht, de formatie-frutselingen of de coronacontroverse
• En het is duidelijk, dat ‘samen’ gevoel was ver te zoeken
• De overheid stond tegenover burgers: burgers waren bij voorbaat al ‘verdacht van’
• Politici stonden tegenover elkaar: wensten elkaar ‘elders’
• En
• Burgers stonden tegenover elkaar: het wij-zij gevoel was sterker dan ooit, feestvierende jongeren versus kwetsbare ouderen
• Wat nou samen?

• Dat is waar, maar toch
• We klapten voor onze zorgmedewerkers, bleven thuis met een avondklok en gingen onze vaccinatie halen
• We vonden elkaar na de moordaanslag op Peter R. de Vries, na de aanval op Frederique, na de overstromingen in Limburg en bij de Olympische Spelen
• We deelden ongeloof en ontzetting, wanhoop en medeleven, maar ook trots en blijdschap
• Ook al waren we niet allemaal één dit jaar, het was wel óns jaar
• En ligt in die gedeelde emoties niet de vonk die vertrouwen weer kan aanwakkeren?
• Vertrouwen in onze politici, overheid, onze instellingen, vertrouwen in elkaar

• Ik duik even in onze vaderlandse geschiedenis

• In 1564 hield Willem van Oranje een pleidooi voor de Raad van State voor de gewetensvrijheid van de inwoners van de Nederlanden
• Hij zei “Onderdanen moeten vrijuit kunnen spreken. In een vrije staat zijn de tongen vrij.”
• Wij danken de Tweede Kamervoorzitter dat ze ons, vrije tongen, vandaag een stem heeft gegeven
• Het is een eer dat ik eeuwen later hier namens het burgerpanel vrij mag praten over vertrouwen
• Wie vrij mag denken en doen, wie vrij mag praten, die vertrouwt
• En dat betekent ook het omgekeerde
• Wie vrij mag denken en doen, mag ook níet vertrouwen
• Moet ook níet vertrouwen
• Want is dat niet juist eigen aan een democratie?
• Níet vertrouwen als een monitorende, corrigerende houding?
• Is het dan erg dat het vertrouwen weg is, moeten we niet blij zijn dat het weg mág zijn?
• En dat we met onze ‘vrije tongen’ dat vertrouwen weer terug mogen praten?

• De afgelopen middagen hebben wij, 25 burgers, gepraat en gepraat
• Burgers waren we - maar aardige burgers
• Boos ja, maar vooral betrokken en bevlogen
• Twee middagen hebben we honderduit zitten te bomen over
• Hoe leggen we de puzzel van herstel van vertrouwen?
• Om bij Nescio te blijven “Een heel kamerameublement zou je daaraan hebben kunnen verdienen”

• Nora vertelde ons over haar kat, Coby
• Ze is al 17 jaar, een oud dametje
• Ze vertrouwt me helemaal, zei ze
• En dat maakt me soms zo boos op haar
• Dat onvoorwaardelijke vertrouwen
• Want niet iedereen kan daarmee omgaan
• Wat als ik niet haar baasje was geweest?
• Gelukkig voor haar ben ik dat wel
• En kan ik met dat vertrouwen omgaan

• Ik breng haar naar de dierenarts voor seniorencheck, betaal torenhoge rekeningen
• Geef haar speciaal dieetvoeding, elke dag een schone bak
• En ik geef haar veel liefde, en krijg veel kopjes terug
• Ik vertel dit omdat het illustreert dat vertrouwen afhankelijk maakt
• En kwetsbaar

• Dat betekent, dat is de uitkomst van onze gesprekken
• Dat je moet laten zien dat je dat vertrouwen waard bent
• Dat jouw daden dat vertrouwen bevestigen
• Dat doe je
• Door zichtbaar te zijn
• Door er te zijn: dat is niet hetzelfde als 24 uur online aanwezig zijn
• Door te doen wat je moet doen, door je verantwoordelijkheden te nemen
• Dat klinkt zo logisch, maar hier wrikt de schoen
• Wij pleiten voor een ministerie van Burgers, met een Burger-minister en een burgerpanel
• Dat vinger aan de pols houdt hoe er met burgers wordt omgegaan
• Dat een vraagbaak is voor iedereen, als klankbord fungeert
• Dat een gezicht geeft aan de overheid, aan instituties
• En andersom
• Burgers weer zichtbaar maakt
• Zodat de menselijke maat weer terugkomt
• Eigenlijk een soort Peter R. de Vries ministerie voor burgers
• Dat elk jaar op Prinsjesdag de burgerrede houdt
• Ja elk jaar naast de troonrede ook de burgerrede
• Zoals de wijzers van een klok: beide zijn nodig om te weten hoe laat het is

• Vorige week kocht ik op de markt een antiek zilveren portemonneetje
• Het was wat zwart aangeslagen en ik kon niet meteen de keurmerken ontcijferen
• Maar ik vertrouwde de verkoper
• Thuis poetste ik met zilverpoets mijn aanwinst op
• En ja: daar was de glans, daar waren de keurmerken

(Spreker opent meegebracht koffertje, haalt daar een doek en flesje zilverpoets uit en vervolgt:)
• Laten wij blijven vertrouwen
• Af en toe heb je zilverpoets nodig en moet je flink wrijven om weer glans te krijgen
• Maar dan heb je ook wat!
• Wij als burgerpanel zullen blijven wrijven
• Want vertrouwen moet je onderhouden.
• (eind)


Genomineerde Albertine Stolk

Geachte aanwezigen,

Als u mij een paar weken geleden had verteld dat ik hier vandaag zou staan, had ik gelachen. Een beetje schamper zelfs. In de nieuwe Tweede Kamer als een van de eersten achter het spreekgestoelte. Ik? Waarom zouden bestuurders en politici naar mij willen luisteren? Waarom zouden andere Nederlanders mij kiezen om het verhaal te vertellen?

Trouwens, waarom zou ik überhaupt aan zoiets meedoen, ik blijf doorgaans verre van de Haagse apenrots.

En nu sta ik hier toch. Namens 25 Nederlanders. De afgelopen tijd hebben we met elkaar gesproken over dingen die we vooral op televisie zagen. Persco’s, demonstraties tegen de coronamaatregelen en rellen. Verkiezingsuitslagen, debatten en A4’tjes waarop ingezoomd werd. Verhoren, ouders met schulden en ministers die aftraden. We vonden er iets van. Thuis op de bank, tijdens digitale calls met collega’s of op Facebook en Twitter. Zij daar in Den Haag; zij maakten er een potje van.

Wij wisten het wel, hoe het beter kon. Mike, die in de Rotterdamse haven werkt. Roos die tijdens de coronacrisis haar baan is kwijtgeraakt. Mo die net met zijn studie rechten is begonnen. Met 25 Nederlanders gingen we in gesprek, ze zijn hier allemaal vandaag. Een hechte club inmiddels. Ja, wij wisten het toch wel? We hadden immers zoveel gevonden de afgelopen tijd. Dat zouden we weleens even vertellen aan de hoge heren.

En nu sta ik hier. Om ons verhaal te vertellen, over vertrouwen en democratie. Ik werd door de groep van 25 na twee middagen discussiëren gekozen dat te doen. Een deel van u weet: als je gekozen wordt, dan moet je het doen. Maar ik merk nu dat ik het moeilijk vind. Anders dan thuis op de bank. Of achteraf, als iets anders uitpakt dan gedacht. Ik wilde hier vandaag graag vertellen hoe het verder moet, wat beter zou zijn, waarom het anders kan. Maar ik denk dat ik het ik ook niet helemaal weet.

Ik sta hier en ik besef voor het eerst dat ‘die democratie’ toch verrekte moeilijk kan zijn. Dat je uit naam van anderen moet spreken en daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Dat het eenzaam kan voelen en dat de druk hoog is. Ik sta hier en ik wil het goede zeggen, voor iedereen. Ik sta hier en besef dat dat niet kan. Want ik sta hier, en die andere 24 zitten daar. Die andere 17 miljoen mensen zitten thuis. Thuis op de bank… Ik denk dat ik straks Facebook maar even links laat liggen. Als iemand nog tips heeft (…).

Maar nu dan? Want als het beter kan, en ik het ook niet weet. Waarom sta ik hier dan? Ik doe graag een poging. Ik hoop namelijk dat dit geluid vaker klinkt. Ten eerste in deze zaal. Nodig vaker inwoners van Nederland uit. Ondernemers, studenten, ouders. Ga met hen in gesprek over keuzes die je als politicus maakt, wees open over dilemma’s die er zijn of dat een besluit soms lastig te nemen is. Dat je het ook niet helemaal weet. Zoals onze premier deed tijdens de coronacrisis: op basis van 50% van de informatie moest hij voor 100% besluiten nemen. Laat het zien, leg het uit, wees transparant. Niet door oneindige stapels documenten vrij te geven, maar door te vertellen dat je soms vaart in de mist.
Ten tweede hoop ik dat dit geluid vaker klinkt in de Nederlandse huiskamers. Besef eens wat het betekent als jij hier zou staan. Als jij moest beslissen voor de mensen die op jou gestemd hebben.

Zou je dan ook zo zeker zijn? Dezelfde woorden gebruiken als op Twitter? Probeer je eens in andermans schoenen te verplaatsen. Niet vanaf de wal te roepen, maar deel te nemen aan dit soort bijeenkomsten.

Zoals ik hier vandaag. Het herstel van het vertrouwen in de democratie, daarvoor staan we allemaal aan de lat. En dat lukt alleen als we kritisch naar onszelf durven te kijken, als we luisteren naar de ander en elkaar opzoeken. Politici, bestuurders, inwoners – rijk en arm, jong en oud. Niet via het web, wobverzoeken of woordvoerders. Maar door ons in elkaar in te leven, elkaar in de ogen te kijken en het elkaar te vertellen. Want uiteindelijk willen we allemaal – thuis op de bank en op de apenrots – maar één en hetzelfde ding: het beste.

Dankuwel.


Genomineerde Emma Anbeek

Laatst zat ik in de trein en moest heel nodig plassen.
Ik keek naar mijn tas: er zat een iPad in, een toilettas, opladers, een pas om mijn kantoorgebouw in te komen.
Zou ik die laten staan, in een volle coupé?

Of nam ik ‘m mee naar de wc, schuivend op m’n schouder terwijl ik mijn rok omhooghoud en met mijn billen boven de bril hang?

Met het risico dat -ie op de plakgrond van de trein-wc valt?

Of, dacht ik, vraag ik die man aan de overkant van het gangpad om even op te letten?
Ik koos daarvoor. Toen ik terugkwam bedankte ik hem. Hij was mij ook dankbaar, zo leek het, dat hij iets voor een ander kon doen.

Ik denk veel terug aan dat moment, de laatste tijd.

Waarom vertrouwde ik die man? Die ik nooit eerder had gezien?
En niet alleen ik, en op dat moment – heel vaak vertrouwen mensen elkaar.
In het park, flexwerkend in cafés: wil jij even op mijn spullen letten?

Waarom is dat?
Omdat we vertrouwen op elkaar. Als medemens.
Nou, ok… dat vertrouwen is er zeker als die medemens een paar pottenkijkers heeft… zodat hij er niet zomaar vandoor gaat met een damestas in een volle coupé.

Maar de vraag vandaag was niet of wij mensen elkaar vertrouwen.
De vraag is of we vertrouwen hebben in de democratie.
Ik had, voordat ik in dit panel zat, hier nog nooit bij stilgestaan.
Vertrouwen is net als je jeugd.
Je weet pas dat je het had, als je het ineens kwijt bent.
Ineens mevrouw genoemd worden. Krakende knieën als je de trap op loopt, waar je eerst nog zonder na te denken naar boven huppelde.
Dan besef je ineens: ik ben de hele tijd jong geweest, en nu is dat dus weg.

Nadenken over vertrouwen doe je dus vooral als het er niet meer is.
En velen van ons in dit panel voelden, om verschillende redenen: hé, dat vertrouwen is er niet.

Door de toeslagenaffaire: de burger als boef.
De coronaregels: levensgevaarlijk jojobeleid.
Door de woningmarkt: leuk voor beleggers, niet voor bewoners.
Dat ‘klimaat’ voor het kabinet het k-woord is, zelfs als een deel van ons land onderloopt.
Wij, burgers, hebben hier zó weinig over te zeggen.
Eén keer in de vier jaar lopen wij naar de stembus; als we terug naar huis lopen zijn er alweer een handjevol partijen gesplitst.
Wij kijken weleens naar een debat, maar zien daarbij de belangrijkste gesprekken niet – de gesprekken die u met elkaar maar zonder ons voert.

U richt voor deze dag een burgerpanel op.

Burger.
Met dit woord wordt altijd een mens zonder macht bedoeld.
Iemand die er niet bij hoort maar er even bij wordt gevraagd, de gasten welterusten mag wensen, een kus krijgt en dan naar bed.
U wacht even tot u de voetjes naar boven hoort lopen…
En dan gaat u weer verder met het volwassenmensengesprek.
Dit is geen goede basis voor vertrouwen.

En beste Kamerleden, u hebt toch geen panel van burgers nodig?
U bent volksvertegenwoordiger.
En u bent – misschien is dit moeilijk om te horen – zelf ook een burger.
Niettemin deed u de bestelling voor dit panel.
25 burgers, uit alle lagen van de Nederlandse bevolking.
Want verschillende stemmen in één kamer, dat is democratisch.
Sterker nog, wij zijn een betere volksvertegenwoordiging dan de Tweede Kamer.
Toch gaan we vandaag weer naar huis.
We laten u weer de macht uitoefenen en de macht bevragen.
Dan kunnen we onze typische burgerdingen doen: boodschappen, de kinderen ophalen van school, het gras maaien, u kent het wel.

Voordat we vertrekken, geven we u antwoord op uw vraag.
U vroeg of wij vertrouwen hebben in de democratie.
Als concept, als bestuursvorm?
Ja.
Zeker.
Het land besturen, voor de mensen, door de mensen.

Maar tussen dit woord en de daad gaapt een groot gat.

Zo maakt u onderscheid tussen wij en zij. U en de burger.
En artikel 50 van de Grondwet zegt dat de Tweede Kamer “(…) het gehele Nederlandse volk” vertegenwoordigt.
We zien allemaal dat dit niet zo is.

Maar wij denken dat we samen het gat kunnen dichten.
De democratie waar kunnen maken.
Het vertrouwen herstellen.

Nu laten we onze tas liever niet achter bij een vervelend mannetje in een vrijwel lege coupé.
Maar het vertrouwen kan er zijn.
Als wij aan u onze tas kunnen geven, in een volle coupé en met voldoende pottenkijkers.
Alleen dan krijgen we een eersteklas democratie.

Dank u.