Printreclame

In zijn artikel over de vercommercialisering van de media in De Groene van 21 februari geeft Martin van Amerongen uitdrukking aan een ei dat ik al jaren niet kwijt kan, omdat ik niet over de mogelijkheden beschik om de aandacht van de bazen te bereiken. Onderzoeken naar het effect van reclame leveren resultaten op die ik nergens op straat of in mijn kennissenkring terugvind. Van Amerongen drukt daarentegen mijn werkelijkheid uit, en die van alle mensen die ik ken.

Wat vind ik het daarom toch jammer dat hij ondanks alles stelt dat er in de gedrukte media nog ruimte genoeg is voor reclame. ‘Printreclame irriteert niet’, schrijft hij. O, wat haalt die uitspraak het bloed onder mijn nagels vandaan. Er zijn bladen die ik hoog waardeer, maar waar je wanhopig tussen de reclames op zoek moet naar dat interessante interview. Prachtige foto’s vallen in het niet bij de gekleurde reclameprints op de pagina ernaast. En in het algemeen zie ik elke reclame, vooral de grootste en de felste, als een gebrek aan vertrouwen in mijn oordeelsvermogen als lezer.
Het is me niet gevraagd, maar ik wil voor een blad als De Groene graag meer betalen als het dure papier dan ook net als nu bijna geheel voor mij, lezer, wordt bestemd. Om als consument benaderd te worden irriteert me. Alsof ik niet bereid ben geld uit te geven aan iets wat het waard is. Ik hoef niet verleid te worden om mijn Groene te betalen. Ik wil graag betalen voor wat ik lees, en ook voor mijn ultradunne maandverband. Maar niet voor de ingewikkelde verbanden tussen media, commercie en reclame. Zelfs niet nu de vertolker van mijn kolkend bloed dat schrijft. Utrecht, A. VAN BEVEREN