Veiligheid boven alles in verkiezingsprogramma’s

Privacy een dode letter

Het veiligheidsstreven zoals verwoord in de verkiezingsprogramma’s gaat ten koste van het recht op privacy. Partijen denken te weinig na over alternatieven, en een belangenafweging tussen veiligheid en privacy wordt in concrete gevallen ontweken, vinden drie professoren. Ook waarschuwen zij dat mensen zich te weinig realiseren hoe verminderde privacy hen kan treffen.

‘Ik mis de discussie ten enen male’, zegt prof. mr. E. Dommering, directeur van het Instituut voor Informatierecht (Ivir) van de Universiteit van Amsterdam. Prof. dr. J. Van Dijk, gespecialiseerd in de sociologie van de informatiesamenleving, constateert ‘een ontkenning van het dilemma. In de afweging speelt veiligheid een steeds grotere rol en wordt privacy steeds meer gezien als een luxegoed. Daar protesteer ik tegen, omdat privacy een fundamenteel vrijheidsrecht is.’ Prof. mr. C. Prins, hoogleraar recht en informatie aan de Katholieke Universiteit Brabant, zegt: ‘Ik vrees dat er nu zo veel andere belangen op de voorgrond treden, vanuit incidenten in onze nationale maatschappij en internationale ontwikkelingen, dat privacy in ieder geval een ondergeschoven kindje wordt, en als we niet oppassen helemaal een dode letter.’

De aanslag van 11 september is volgens Dommering een belangrijke oorzaak van de vraag naar meer bevoegdheden voor de staat. Hij is vooral verontrust door uitspraken van Pim Fortuyn en Ad Melkert, onlangs in de Soundmixshow, dat ‘elke agent die dat nodig vindt, moet kunnen fouilleren’ (Fortuyn) en dat het mogelijk moet worden ‘auto’s te openen zonder bewijs’ (Melkert). Dommering: ‘De hoeksteen van onze opsporings- en vervolgingsbevoegdheden is dat er een aanwijzing moet zijn voor een strafbaar feit. Als je dat loslaat, lever je belangrijke waarborgen van de rechtsstaat in. Zonder dat dat een grotere veiligheid oplevert.’

Van Dijk verbaast zich over de houding van PvdA en D66. ‘Die gaan mee met de trend dat er meer veiligheidsmaatregelen moeten komen, maar stellen dat dit de rechtsstaat en de privacy niet mag aantasten, punt. Dat hoort, als je politiek correct bent. Van zo’n partij weet ik dus niet wat ik te verwachten heb, want ze maken geen keus.’ Ook Dommering zegt vooral getroffen te zijn door wat er niet in de verkiezingsprogramma’s staat. ‘Kennelijk richten de partijen zich onvoldoende op een samenleving die hoe langer hoe meer aan elkaar hangt van elektronische communicatietechniek. Dat je daaraan je grondwettelijke bescherming moet aanpassen, daar vind ik niks over terug.’

De minst privacylievende plannen komen volgens Van Dijk en Prins uit de verkiezingsprogramma’s van VVD en CDA. De VVD is (onder meer) voorstander van een ‘beperkte’ algemene identificatieplicht, bredere toepassing van biometrische DNA-technieken, versterking van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ‘inspelen op technologische ontwikkelingen’ (Prins: ‘Dat kan van alles zijn’) en ziet het gebruik van videocamera’s als ‘een belangrijke aanvulling op het toezicht’. Het CDA wil ‘gegevensuitwisseling intensiveren’, een algemene identificatieplicht, uitbreiding van de verplichting DNA af te staan, de opsporingsbevoegdheden van de politie verruimen, een Europees aanhoudingsbevel, internet gebruiken voor opsporingsmethoden (kliksites) en buurtbewoners stimuleren tot ‘actiever optreden, melden en meer sociale controle’.

Prins is ontstemd door een plan van D66 om tbs’ers te verplichten hun DNA-profiel af te staan voor ontslag. ‘Mensen die hun straf hebben uitgezeten, blijven zo levenslang in het verdachtenbankje zitten. Je komt nooit meer los van wat je vroeger hebt gedaan.’

GroenLinks daarentegen wordt door Van Dijk en Prins als meest privacybewuste partij genoemd, door zich expliciet tegen een algemene identificatieplicht uit te spreken en tegen privatisering van de veiligheidszorg. De twee professoren waarderen de sociale benadering waar GroenLinks voor staat. Van Dijk: ‘Toezicht door mensen verdient de voorkeur boven toezicht door apparaten’, dat vond ik een mooie strofe in hun programma. Het publieke domein wordt steeds anoniemer en dat willen ze tegengaan door daar mensen in te zetten die meer vertrouwen in moeten boezemen, om tegen die angstgevoelens in te gaan.’

Volgens de professoren zijn de meeste mensen te weinig op de hoogte van wat er mogelijk is en hoe hen dat kan treffen. Van Dijk: ‘Ik gebruik vaak de metafoor van de boemerang. Je geeft overal sporen af, je laat alles maar waaien, maar op een gegeven moment klonteren die sporen samen, ze worden gekoppeld door organisaties en dan komt het – bam! – bij jou terug. Je krijgt opeens geen verzekering meer of hypotheek. Zonder dat duidelijk is hoe dat komt.’