Sander Dekker vond anonimiteit ‘een moeilijke’, zei hij. Het was maart en in de lobby van het ministerie van Justitie en Veiligheid verzamelde zich een kluitje journalisten rond de demissionair minister voor Rechtsbescherming en zanger Gordon, die trots een petitie in handen had die in een kleine twee weken tijd door meer dan veertigduizend mensen was ondertekend. De zanger, die anonieme doodsbedreigingen aan zijn adres had gekregen, vond dat het tijd was om een einde te maken aan anonieme accounts op sociale media. Mensen zouden wat Gordon betreft voortaan een identiteitsbewijs moeten tonen om een account aan te maken, zodat de overheid kan zien wie erachter zit.

Dekker vond het ‘heel goed’ van Gordon en feliciteerde hem met het enorme aantal handtekeningen. Maar de afschaffing, dat was een moeilijke. De vvd-minister erkende dat het ook voordelen heeft, online anoniem kunnen blijven, vooral in andere landen waar mensen vervolgd kunnen worden voor hun uitspraken. Nederland is een fatsoenlijk land waar je daarvoor niet bang hoeft te zijn, zei hij erbij. Hoewel bedreiging en discriminatie online al strafbaar zijn, wilde hij in een volgende regeerperiode – mocht hij die krijgen, het was immers campagnetijd – ook graag afspraken maken met sociale-mediaplatforms om schadelijke, niet-strafbare uitingen offline te halen.

Het einde van de anonimiteit wordt aangedragen als oplossing voor heel veel problemen. Zo wil de Europese Unie om terreur te bestrijden voortaan in databases met foto’s van alle Europeanen kunnen wroeten. Maar ook het gedrag van mensen onderling zou er een stuk beschaafder op worden, denken sommige experts. In een onderzoek van het Rathenau Instituut uit de zomer van 2021 worden de voorbeelden van immoreel online gedrag opgesomd: pedojagen, wraakporno, phishing, cyberverslaving, het verspreiden van desinformatie. Dat gedrag is volgens het onderzoek aan verschillende eigenschappen van het internet te wijten, waaronder het gevoel dat je achter je scherm anoniem blijft. Maar anonimiteit opheffen vereist zorgvuldige afweging en debat, waarschuwt het Rathenau Instituut, omdat je daarmee ook de positieve effecten tenietdoet.

In dat debat is Paul van Lange uitgesproken: de voordelen van anonimiteit wegen niet op tegen de nadelen ervan. De hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit wil de balans opmaken, maar onder de streep pleit hij voor inperkingen. ‘Reputatie is de interdisciplinaire term die daarbij hoort’, legt hij uit. ‘Als je reputatieschade oploopt is dat psychologisch heel erg. Onder anonimiteit kun je van alles doen, je kunt collega’s zwart maken, mensen pesten. Degene bij wie dat aankomt staat machteloos tegenover een onbekende bedreiger en de psychologische effecten kunnen groot zijn. Piekeren, wakker liggen, langdurige stress. Dit omdat het niet is in te schatten hoe ver de bedreigingen zullen gaan, en of er fysiek gevolg aan zal worden gegeven. Op alle mogelijke manieren tart dat gevoelens van vertrouwen en rechtvaardigheid.’

Als je toch zo graag iets wil zeggen, doe het dan niet anoniem, vindt Van Lange. ‘Zodat anderen jou daarop ook kunnen aanspreken. Net als op het dorpsplein, waar anderen ook kunnen reageren als jij wat zegt.’ Er zijn suïcides veroorzaakt door anonieme bedreigingen, zegt Van Lange, en dan wordt het wel heel moeilijk om volledige anonimiteit nog te verdedigen. ‘We roepen onnodig gevaar over onszelf af.’

In de fysieke wereld geef je ook niet eerst je naam en persoonsnummer voor je iemand uitscheldt, dan opereer je ook onder een zekere anonimiteit. Maar het verschil is volgens Van Lange dat mensen in de omgeving dan alsnog kunnen reageren met afkeurende gezichten, lichaamstaal of door de ontregelaar meteen aan te spreken. Hoewel je een online account ook kunt terechtwijzen, is dat vaak minder effectief, zegt hij. ‘Dan probeer je wel gedragsverandering teweeg te brengen, maar je genereert geen aandacht voor een echt persoon, alleen voor een anoniem account.’

De afwezigheid van al die non-verbale terechtwijzingen draagt bij aan wat wetenschappers het ‘online-disinhibition-effect’ noemen. Het beschrijft waarom mensen zich online meer misdragen dan offline. Een van de redenen is relatieve anonimiteit, maar ook de vertraagde reacties spelen een rol. Je doet je zegje, loopt weg van je scherm en leest pas later de boze terechtwijzingen, die daardoor minder hard aankomen. Als hij online communicatie anders zou mogen inrichten, zou Van Lange een manier inbouwen om meteen met een seintje aan te geven dat je het met een opmerking oneens bent, dat iemand over de morele grens gaat, net zoals je dat in de fysieke wereld zou doen.

Maar dat is sociale controle. En de oproep van Gordon toen hij zijn petitie aanbood aan het ministerie van Justitie en Veiligheid gaat om overheidscontrole, met een identiteitsbewijs waarmee je inlogt zodat het makkelijker wordt om de identiteit van mensen die wél over de wettelijke grens gaan te achterhalen. Als het gaat over niet-illegaal maar wel schadelijk gedrag, zoals pesten, gaat dat misschien wat ver, erkent Van Lange. ‘In eerste instantie zou ik denken aan een alternatief netwerk waarbij je op een creatieve manier met elkaar afspreekt dat je er niet anoniem op functioneert’, zegt hij. ‘Dat je zo een nieuw Twitter-account krijgt dat verschoond is van anonimiteit en de negatieve gevolgen ervan.’

De nadelen ziet Van Lange ook: mensen die niet meer eerlijk kunnen zijn. Daarnaast loop je het risico dat sociale rollen door elkaar lopen, omdat je liever niet iets zegt dat door bijvoorbeeld je werkgever of een subgroep van je familie verkeerd wordt opgevat.

De afweging waarnaar het Rathenau Instituut verwijst is er een tussen twee belangrijke waarden: relatieve veiligheid die het controleren van online sociaal verkeer oplevert tegenover de privacy van de mensen die hun berichten delen. Privacy is ook belangrijk, bijvoorbeeld om klokkenluiders veilig hun verhaal te laten doen, maar anonimiteit gaat om meer dan dat, zegt Fleur Jongepier, als toegepast ethica verbonden aan iHub, een interdisciplinair onderzoekscentrum naar technologische ontwikkelingen van de Radboud Universiteit. Zij ziet veel kritiek op anonimiteit voorbijkomen en vindt het jammer dat de discussie vaak op die afweging blijft hangen. ‘Daarmee sla je het vraagstuk plat.’

Door anonimiteit alleen te verdedigen als voorwaarde voor privacy ga je voorbij aan waarden als speelsheid en creativiteit, vindt ze. ‘In de geschiedenis van de filosofie en de kunsten zijn vrij veel anonieme auteurs, en dat heeft iets moois. Er is een bredere vrijheid die je kunt aanboren als je anoniem bent.’

We hebben de neiging om uit te willen zoeken wie iets heeft gemaakt, zegt Jongepier. Terwijl het ook best verfrissend kan zijn om erover na te denken waarom je iemand per se op diens product moet kunnen aanspreken. ‘Als iemand ten onrechte anoniem de geschiedenis in is gegaan en diegene wilde eigenlijk graag de credits, dan is het natuurlijk mooi dat we dat rechtzetten. Maar er zijn genoeg kunstenaars die spelen met anonimiteit. Waarom vragen we ons in deze liberale samenleving af bij wie we precies moeten zijn wanneer we een anoniem kunstwerk mooi vinden? Laat ze lekker, ze doen het niet voor niets.’

De mogelijkheid om met verschillende anonieme identiteiten te werken heeft veel opgebracht: verboden boeken, de vroege romans van Jane Austen onder het pseudoniem ‘By a lady’, dissidentenwerk, literatuur die anders niet gemaakt had kunnen worden. En zo lang als pseudoniemen bestaan, zijn er pogingen geweest auteurs te ontmaskeren. Toen J.K. Rowling, bekend van de Harry Potter-serie, onder pseudoniem een nieuwe roman schreef, werd zij snel ontdekt door wetenschappers die software op het boek loslieten die haar schrijfstijl met andere schrijvers vergeleek. Zulke software is ook gebruikt bij teksten van de beroemde schrijfster Elena Ferrante, waarschijnlijk het pseudoniem van vertaler Anita Raja, of haar man, de schrijver Domenico Starnone, of van hen allebei.

Door anonimiteit alleen te verdedigen als voorwaarde voor privacy ga je voorbij aan waarden als speelsheid en creativiteit

De identiteit van Ferrante is ook op een andere manier onderzocht. Anonimiteit wordt vaak inwisselbaar gebruikt met het begrip pseudonimiteit. Als je anoniem bent, is de informatie die wordt gedeeld op geen enkele manier tot jou herleidbaar. Dat is al bijna nooit meer zo. Meestal opereren we onder pseudonimiteit, waarbij je een ‘nummertje’ hebt, zoals een kenteken, een IP-adres, een ov-chipkaart, dat op een zeker moment wel degelijk kan worden teruggekoppeld. Zodra de stroom informatie tot jou wordt herleid, val je door de mand. De jacht op Ferrante kwam ook uit bij zo’n nummertje. In dat geval was de herleidbare informatie een bankrekening die wel heel snel groeide, door royalties van haar bestsellers.

Maar een deel van de aantrekkingskracht van anonieme auteurs als Ferrante zit hem juist in het mysterie. Over straatkunstenaar Banksy kunnen fans eindeloos discussiëren of het nu een collectief is of een persoon, en indien dat laatste: een man of een vrouw. Een ontmaskering is daarom vaak maar voor korte tijd bevredigend. In haar artikel over de ontmaskering van Ferrante schrijft Anne Branbergen in De Groene Amsterdammer dat ze de methode – geldstromen volgen – teleurstellend vindt. Ze citeert Michele Serra, commentator van de krant la Repubblica: ‘Wat me het meest verbaast, is dat ook ik erg teleurgesteld ben dat er nu niets meer te raden valt, geen poëtische verten meer om van te dromen. Ik wilde ook denken dat Elena Ferrante misschien een kapster was, of een non, of portier van een ziekenhuis. Hoeveel interessanter was de stilte, de geen-naam, het niet-gezicht, de niet-foto. Ik heb nu al enorme heimwee naar het mysterie Elena Ferrante.’

Een gezicht vermomd als citroen, met knipperende ogen en bewegende lippen maar verder onherkenbaar, vertelt in een kort filmpje op Instagram over een date die slecht afliep. Wie de vrouw achter de vermomming kent, zal ook haar stem herkennen. Ze treedt bovendien in detail – er zullen mensen zijn, waaronder de man in kwestie, die weten over wie dit verhaal precies gaat. Maar voor het gros van de kleine twintigduizend mensen die het filmpje bekeken, is deze vrouw anoniem.

Het filmpje is gedeeld door Luna (23), die veel speelt met de vrijheid die online anonimiteit kan brengen. Ze studeert klinische psychologie en is de eigenares van het Instagram-account ‘Schoudertassie’, met 25.000 volgers, waarop ze Amsterdamse jonge vrouwen parodieert en ook zelf af en toe vlogt. Er wordt veel gelachen op het account, dat is volgens Luna ook de waarde ervan. Ze deelt ‘juicy content’, zoals ze het zelf noemt: ingestuurde anekdotes van haar leeftijdsgenoten over daten, seksspeeltjes en ervaringen met huisgenoten. Filmpjes zoals die van de citroen zou ze wel vaker ingestuurd willen krijgen. Ze vindt dat alles bespreekbaar moet zijn, juist ook dat soort ervaringen van jonge mensen, vaak grappig maar soms ook ontroerend of een goed voorbeeld van een gevaarlijke situatie.

Instagram is een interessante plek om met anonimiteit en het afschermen van informatie te experimenteren, in ieder geval aan de oppervlakte. Omdat je gezicht inmiddels bijna even snel jouw identiteit verraadt als je naam en het onverstandig is die informatie zomaar prijs te geven, worden foto’s van kinderen tegenwoordig vaak gedeeld met een plaatje over het gezicht, en ook vloggen met een filter dat met je gezicht meebeweegt is niet ongewoon. Juist in een tijd van hyper-surveillance gebeuren de meest interessante dingen in de schaduw. Vanuit een vrije omgeving waarin confession culture hoogtij vierde, ontstond slechts een anonieme voorkant waarop gebruikers nog altijd onder pseudoniem alles kunnen delen wat ze op het hart ligt, maar waarbij aan de achterkant duizelingwekkende hoeveelheden gebruikersdata worden verzameld door de platforms waarop die bekentenissen worden gedaan.

Onder tieners was een tijd lang de ‘finsta’ populair, een afgeschermd account onder pseudoniem dat losstaat van het publieke profiel waarop ook je ouders en je docent mee kunnen kijken, zodat je alles kunt delen dat door god (of je ouders en je docent) verboden is.

De auteurs van de ingestuurde verhalen op het account van Schoudertassie blijven altijd anoniem, hoewel Luna zelf wel kan zien wie welke anekdote instuurt. Ze gaat secuur met de gegevens om, vertelt ze. Haar vriendinnen grappen soms dat ze inmiddels zoveel geheimen in haar bezit zou kunnen hebben dat ze half Amsterdam kan chanteren. Maar al zou ze willen: er komen zoveel berichten binnen dat ze al die namen niet onthoudt.

‘Online uitspraken doen is een beetje alsof je een tattoo neemt op je vijftiende. Je vindt het dan mooi en een goed idee, maar je kunt niet inschatten of je er later nog achter staat’, zegt Luna. Uitspraken op het internet blijven voor eeuwig terug te vinden. Daarom wil ze ook voor dit interview niet met achternaam worden geciteerd, al werd ze dat in eerdere interviews nog wel. ‘Een toekomstige werkgever kan het niet met mijn account eens zijn, en het is nu zo groot geworden. Ik wil niet dat dit het eerste is dat je over mij ziet als je me opzoekt op Google.’

Publiceer niets voor je dertig bent, is het grijsgeciteerde advies van Virginia Woolf aan een jonge dichter. Toen ze met die raad kwam, vond sociale communicatie nog niet voor een groot deel plaats op een manier waardoor je eigenlijk constant aan het publiceren bent. Je leert schrijven door gek te doen, door sentimenteel te zijn en door je impulsen te volgen, schrijft Woolf. ‘Als je publiceert, wordt je vrijheid gecontroleerd; je zult je afvragen wat de mensen zullen zeggen; je zult schrijven voor anderen terwijl je alleen voor jezelf zou moeten schrijven.’

Volgens Woolf waren de beste dichters anoniem, omdat zij niet werden afgeleid door hun eigen beroemdheid. Door anonimiteit in te perken, beperk je de privéruimte waarin je smakeloos kunt zijn, fouten kunt maken en geheimen kunt vertellen. Je beperkt ook de mogelijkheid te spreken zonder te moeten scoren.

Vanuit hun beroep moeten sommige mensen nu eenmaal herkenbaar optreden, zegt Bart Jacobs. De hoogleraar security, privacy en identity aan de Radboud Universiteit mist online de mogelijkheid om tussen sociale bubbels te differentiëren. ‘Enerzijds wil je dat mensen in hun professionele rol herkenbaar zijn, anderzijds stelt dat ze ook bloot aan risico’s. Die problemen bestaan al heel lang in allerlei contexten, en is online nog zichtbaarder geworden.’

Zomaar alles anoniem kunnen zeggen brengt risico’s met zich mee, zegt Jacobs. ‘Het is nodig voor klokkenluiders, maar tegelijkertijd wil je bij een klokkenluider op een gegeven moment ook controleren of wat er wordt gezegd wel klopt. Daar heb je iets van toerekenbaarheid voor nodig. Het hoeft niet per se via de identiteit van de melder, dat kun je ook op een andere manier doen.’ Hoe, daar wil Jacobs de komende tijd mee gaan experimenteren. Hij wil een nieuw sociaal netwerk oprichten, waarop men zich toch op een bepaalde manier zou moeten kunnen legitimeren.

Stel: er is een gecontroleerd en een ongecontroleerd netwerk. In welk netwerk zullen mensen zich meer misdragen, vraagt Jacobs zich af. ‘Het ligt voor de hand dat dat het tweede is, maar dat is geen garantie. Volgens mij zijn er genoeg mensen die gewoon schaamteloos zijn.’ Zelfs controle op anonimiteit is dan geen oplossing. ‘Je kunt zeggen: de toerekenbaarheid is hoger, je kunt die mensen makkelijker oppakken en er wat tegen doen. Maar het is geen totaaloplossing.’

De kosten om anoniem te blijven zijn heel hoog geworden, voegt hij daaraan toe. Dat bedoelt hij letterlijk en figuurlijk. ‘Als je weinig te besteden hebt is het verleidelijk veel informatie te delen, want dan krijg je allerlei kortingen. Maar anonimiteit vereist ook steeds meer technische vaardigheden, omdat je bijvoorbeeld via vpn’s of torrents moet werken. Je kunt geen enkel foutje maken, want dan zijn ineens allemaal pseudoniemen waar je mee werkt aan elkaar gelinkt.’

Ethisch gezien is de juiste vraag niet of je nog wel anoniem kunt zijn, bevestigt filosoof Fleur Jongepier. ‘Het kan altijd, maar de juiste vraag is: wanneer heb je echt nog de keuze?’ Dat hangt ervan af wat je onder dwang verstaat, lacht ze. ‘Een klassieke liberaal zou eraan blijven vasthouden dat je anno 2021 prima kunt kiezen om anoniem te blijven. Je kunt offline in een hutje op de Veluwe gaan zitten. Maar dan kun je niet meer op een online sociaal netwerk, met je familie en vrienden appen, je kunt geen boodschappen laten bezorgen, kaartjes bestellen, reizen boeken. Allerlei wezenlijke sociale communicatie loopt via de laatkapitalistische bedrijven, het zijn geen optionele extra’s meer.’

Het feit dat het moeilijker wordt anoniem te blijven zorgt ook voor ongelijkheid, zegt Jongepier: ‘Hogeropgeleiden of mensen uit een bepaalde sociale en maatschappelijke klasse kunnen makkelijker anoniem blijven dan mensen die daar niet de tijd, het geld en de kennis voor hebben. Privacy en anonimiteit worden iets voor de bourgeoisie.’

We zijn de tijd van oprechtheid en authenticiteit voorbij, we beoordelen mensen nu op hun profiel

Voor de bourgeoisie, en voor de outlaws die de autoriteiten nog op slimme manieren kunnen omzeilen. Anoniem online onrust stoken bestaat al heel lang, en een van de belangrijkste platforms waarop dat gebeurde is 4chan, dat in 2003 werd opgericht. Op dit even legendarische als beruchte messageboard moest een vorm van radicale en consequentieloze vrijheid van meningsuiting gelden, die ook nu nog wordt weerspiegeld in het anonieme getrol op sociale netwerken die meer tot de mainstream behoren. Het is een belangrijke oorzaak van de oproep om door de beperking van anonimiteit wél consequenties te verbinden aan de drek die wordt gedeeld. Flauwe grappen, beelden van naakte vrouwen, verminkte lichamen, meestal geplaatst onder hetzelfde pseudoniem.

‘Op 4chan wordt deelnemers sterk afgeraden zichzelf te identificeren, en de meesten posten onder de standaardnaam “Anonymous”’, schrijft Gabriella Coleman, die jarenlang onderzoek deed naar het gelijknamige chaotische hackerscollectief, in haar boek Hacker, Hoaxer, Whistleblower, Spy. Het collectief is wereldberoemd om ingrijpende hackacties en werd tijdens de George Floyd-protesten van 2020 nog kort nieuw leven ingeblazen. Anonymous zet zich vaak in voor sociale doelen, maar opereert zonder centraal doel en zonder leider.

‘Uiteraard kwam op 4chan het collectieve idee en de identiteit van Anonymous tot stand’, schrijft Coleman. Uiteraard, want de mensen achter Anonymous hullen zichzelf ook in collectieve anonimiteit. Natuurlijk kon de administrator en eigenaar van 4chan alle IP-adressen inzien, en hij heeft die gegevens ook keurig overgedragen toen het platform door de politie werd onderzocht. Maar zelfs de pseudoniemen van de gebruikers waren niet consequent of persoonlijk – allemaal anonymous. Wie op een slimme manier een vals IP-adres had gebruikt, was zo ontraceerbaar. Daarmee verdween de individuele identiteit van de gebruikers, net als hun gevoelde toerekenbaarheid.

‘De berichten op 4chan hebben geen namen of identificeerbare markeringen’, schrijft Coleman. ‘Het enige waarop je een bericht kunt beoordelen is de inhoud en niets anders. Deze eliminatie van de persona, en in zekere zin alles wat daarmee samenhangt, zoals leiderschap, representatie en status, is het primaire ideaal van Anonymous.’

Het maakte de groep lang ongrijpbaar voor media en onderzoekers, die steeds bleven zoeken naar een hoofd om aan te spreken of een doel waarnaar het collectief streefde. Niet zo gek, schrijft Coleman. ‘Het grootste deel van de westerse filosofie, en op zijn beurt een groot deel van de westerse cultuur in het algemeen, heeft het zelf – het individu – geponeerd als het onderwerp van epistemisch onderzoek. Het is moeilijk om millennia van filosofisch denken van je af te schudden.’

De ruis die daarmee ontstaat, waarin een individu kan opgaan zonder zichzelf te verliezen, zie je terug op het Instagram-account Schoudertassie. Luna noemt het haar ‘tassie-army’, dat zich als een klein leger in dezelfde uniformen hult (een schoudertasje, kralenkettingen, een zijden sjaal als topje), dezelfde plaatsen bezoekt en dezelfde dingen meemaakt, zonder afspraken of doel. In die context maakt het niet meer uit wie wat zegt. Het maakt niet uit wie het nou was die per ongeluk met haar ex had gezoend, want dat hebben álle Schoudertassies weleens meegemaakt. Laat ze lekker.

Met schokkerige bewegingen danst de elfjarige Maddie Ziegler door een vervallen appartement. In een balletpakje en met een opvallend kapsel, recht afgeknipt tot boven haar schouders met een dikke pony, kaatst het meisje van de muren af, laat zich verveeld op een stoel zakken en maakt pirouettes door de keuken. ‘One two three, one two three, drink’, klinkt de stem van zangeres Sia, die een grote pruik in precies hetzelfde kapsel draagt, maar dan met de pony tot over haar ogen. ‘Gotta get out now, gotta run from this. Here comes the shame, here comes the shame.’

De videoclip van het nummer Chandelier, waarin Ziegler voor het eerst voor Sia danste, komt uit 2014. Sindsdien is Ziegler in een stuk of zes videoclips en op talloze optredens verschenen, altijd als alter-ego van de zangeres, die haar eigen lijf en gezicht buiten de publiciteit houdt. Daar staat ze om bekend. ‘My daughter look just like Sia, you can’t see her’, rapt Chance The Rapper.

Sia wilde niet beroemd zijn. Stel je voor, schreef ze in 2013 in haar ‘anti-fame-manifest’, dat je kritiek krijgt op alles waar maar kritiek op te leveren is. ‘Zelfs dingen waarvan ik nooit had kunnen dromen dat ik me er onzeker over zou voelen.’ Toen ze Chandelier uitbracht koos ze een – toegegeven, vooral symbolische – vermomming: pruiken die over haar gezicht hangen. En ze koos Ziegler, een jong meisje dat op de voorgrond danst als Sia in de hoek van het podium zingt.

De kritiek schrijft zichzelf. Als aandacht zo schadelijk is, waarom schuif je die dan af op een kind? Volgens Sia gaat Ziegler gewoon anders met de roem om dan zijzelf toen ze jonger was. En als ze wil dat het stopt, verzekert Sia, dan stopt het.

Dit is nauwelijks meer anonimiteit. Er is heel veel informatie beschikbaar over de Australische Sia Furler, meer dan over de meeste mensen. De herkenbare pruik die op veel albums staat en zelfs optreedt in een sketch van Saturday Night Life figureert in combinatie met Maddie Ziegler als een soort profiel. Halve anonimiteit is een manier om dat profiel zo zorgvuldig mogelijk te onderhouden.

Volgens filosofen Hans-Georg Müller en Paul J. D’Ambrosio leven we in een tijd van profilicity, schrijven ze in het boek You and Your Profile (2021). Dat wil zeggen: we zijn de tijd van oprechtheid en authenticiteit voorbij, en beoordelen nu mensen op hun profiel. In veel delen van de maatschappij is het hebben van een wenselijk profiel belangrijk om vooruit te komen, bijvoorbeeld wanneer je een Uber-chauffeur bent die op reviews wordt afgerekend of een wetenschapper die haar artikelen moet laten beoordelen.

Je hebt maar één identiteit, als we Mark Zuckerberg moeten geloven. Het idee dat je verschillende rollen speelt bij je collega’s en je vrienden is ‘ten einde’, zei de Facebook-grondlegger toen hem in de vroege jaren van het sociale medium werd gevraagd of er niet verschillende accounts zouden moeten bestaan voor werk en privé. Zuckerberg betoogde dat we, door open te zijn over wie we zijn en ons consistent te gedragen zoals we zijn bij al onze vrienden, de maatschappij gezonder zouden maken. Dat betekent ook dat je je profiel op zo’n manier moet onderhouden dat je er door niemand op kunt worden afgerekend.

Een pleidooi voor één authentiek zelf klink weinig postmodern, omdat we juist zijn gaan accepteren dat we bestaan uit een verzameling identiteiten. Bovendien wordt het tegengesproken door zo’n beetje alle activiteiten op sociale media, waar mensen niet alleen verschillende al dan niet anonieme profielen aanmaken maar waar ook schaduwaccounts worden onderhouden waarop je je meest authentieke, ongeremde zelf zou kunnen zijn zónder door ongewenste blikken bekeken te worden.

‘Je hoeft geen postmodernist te zijn om te denken dat je niet één authentiek zelf hebt’, zegt Fleur Jongepier, ‘het zelf dat je online laat zien is er een dat zowel voor je collega’s als je vrienden acceptabel is, maar het is onder de streep niet realistisch, het is niet wie je echt bent, of in elk geval niet het enige dat je bent. Wie je echt bent is contextgebonden, persoonsgebonden, humeurgebonden, en wat-je-net-hebt-gegeten-gebonden.’

Maar dat kun je publiekelijk, of dat nou offline is of online, niet laten zien. De mensen zitten nu in een profielencrisis, schrijven Müller en D’Ambrosio, omdat ze hun publieke imago de hele tijd moeten bijhouden of omdat ze voelen dat hun profielen worden afgewezen door de maatschappij. Ze schrijven dat veel artiesten zich na een optreden ongemakkelijk kunnen voelen, omdat ze bang zijn dat ze op het podium te veel van hun weerloze zelf hebben laten zien. Als wereldberoemd zangeres zoek je je toevlucht in een levende avatar, die je voor je laat dansen zodat je delen van jezelf verborgen kunt houden.

Als gewoon mens kun je om die profielencrisis heen werken met een anoniem account. Als niet optreden geen optie is, en je weet dat je jezelf met geen mogelijkheid anoniem kunt houden, en je weet ook dat de mogelijkheden om jou op te sporen steeds geavanceerder worden, is het misschien niet zo gek om een eenduidige persona te creëren waarachter je je kunt verschuilen. Anonimiteit mag dan geen optie zijn, maar de delen van jou die niet bij je persona passen, kun je voor nu nog pseudoniem houden. De laatste onbekommerdheid die overblijft. Maddie danst, Sia zingt: ‘Here comes the shame, here comes the shame.’