Private Eye, koop dat blad

Londen - In 1961, het oprichtingsjaar van Private Eye, werd het Verenigd Koninkrijk op niet bijster vakkundige wijze geregeerd door de Old Etonian Harold Macmillan en diens vertrouwelingen. Vijftig jaar later zit er weer een ex-leerling van de Eton-kostschool in Downing Street, die er samen met zijn cronies wederom een kleine puinhoop van maakt. ‘How satire makes a difference…’ luidde dan ook de zelfrelativerende kop op het jubileumnummer van het satirische blad. De bescheidenheid is niet helemaal terecht.

Medium schermafbeelding 2011 11 04 om 15.01.02

Het jubilerende blad kenmerkt zich door zijn brutaliteit en gebrek aan ontzag voor autoriteiten, wat de voorbije halve eeuw heeft geleid tot honderden onthullingen. Echter, het paradoxale van Private Eye is dat het aan de ene kant tegen de gevestigde orde is, maar met de jaren ook haar huis-aan-huis-blad is geworden. Elke twee weken vinden journalisten, politici, bankiers, ambtenaren en een kwart miljoen gewone, hoogopgeleide Britten het blad ter lering en vermaak op de deurmat. Enkele tientallen kamerleden, van alle partijen, dienden een motie in om het magazine te feliciteren.
Naast uiteenlopende onthullingen valt er doorgaans veel te lachen. In het jongste nummer is bijvoorbeeld een foto van Carla Bruni en haar pasgeboren baby afgebeeld, met aan weerszijden twee stripballonnetjes met de teksten ‘Is it one of Red Ken’s?’ en ‘No, it’s Boris’s’, refererend aan de schuinsmarcheerders Ken Livingstone en Boris Johnson. Het geestige idioom van Private Eye is vast onderdeel geworden van de Engelse taal. Tired and emotional is een eufemisme voor dronkenschap, Ugandan discussions zijn seksuele avontuurtjes tijdens politieke werkbezoeken en progressieve artiesten staan dankzij Private Eye bekend als Luvvies. Intellectuelen zijn pseuds.
Politiek gezien is het vrolijke Private Eye agnostisch. Uiteindelijk deugt vrijwel geen enkele politicus. Op de gammele burelen werken reactionaire dandy’s van oudsher zij aan zij met marxisten en eurosceptici. Boven alles is Private Eye anarcho-conservatief, wat zich onder meer uit in de ouderwetse opmaak en de afstand die het onder het mom ‘not.com’ houdt tot de nieuwe media. Toen een lezer jaren geleden vroeg of het blad ging inspelen op de internetrevolutie, antwoordde hoofdredacteur Ian Hislop: ‘No. Go and buy the mag.’ Steeds meer Engelsen doen dat. Een kwart miljoen, bij de laatste telling.
Het succes bewijst dat er ruimte is voor dode bomen in het medialandschap, maar toont bovenal aan dat satirische, goedgeschreven aanvallen op het establishment niet per se boers, rancuneus, gemakzuchtig, politiek eendimensionaal en zelfingenomen hoeven te zijn, en dat burgerjournalistiek meer is dan het heimelijk filmen van luie dienders die hun wagen op de stoep parkeren om een broodje kaas te halen. Wat dat betreft kunnen bepaalde delen van de Nederlandse media veel leren van Private Eye.