De uitverkoop van Irak

Privatisering vermomd als wederopbouw

Op 6 april maakte onderminister van Defensie Paul Wolfowitz duidelijk dat er geen rol voor de VN zal zijn bij het instellen van een interim-regering in Irak. Het door Amerika geleide regime zal minstens zes maanden standhouden, «waarschijnlijk langer».

En tegen de tijd dat de Irakezen een stem hebben in het kiezen van een regering zullen de belangrijkste economische beslissingen over de toekomst van hun land al zijn genomen door hun bezetters. «Er moet vanaf day one een adequate regering zijn», zei Wolfowitz. «Mensen hebben water en voedsel en medicijnen nodig, de riolering moet werken, de elektriciteit moet werken. En dat is de verantwoordelijkheid van de coalitie.»

Het opbouwen van al die infrastructuur wordt meestal «reconstructie» genoemd. Maar de Amerikaanse plannen voor de toekomstige economie van Irak gaan veel verder. In plaats van als een land dat opnieuw opgebouwd moet worden, wordt Irak behandeld als een schone lei waarop de meest ideologische neoliberalen uit Washington hun droomeconomie kunnen ontwerpen: volledig geprivatiseerd, in buitenlandse handen en open voor business.

Een paar hoogtepunten: het managementcontract voor de haven in Umm Qasr ging al naar een Amerikaans bedrijf, en vergelijkbare deals voor luchthavens komen ter veiling. Het United States Agency for International Development heeft Amerikaanse multinationals uitgenodigd te bieden op alles van het herbouwen van wegen en bruggen tot de distributie van schoolboeken. De duur van die contracten wordt niet nader gespecificeerd. Hoe lang voordat ze naadloos overgaan in langetermijncontracten voor watervoorziening, vervoersystemen, wegen, scholen en telefoons? Wanneer wordt reconstructie vermomde privatisering?

Dan is er nog de olie. De regering-Bush weet dat ze niet openlijk kan praten over het uitverkopen van Iraks olievoorraden aan ExxonMobil en Shell. Dat laten ze over aan mensen als Fadhil Chalabi, voormalig olieminister van Irak en executive director van het Center for Global Energy Studies. «Er moet een enorme hoeveelheid geld het land in komen. De enige manier is om de industrie gedeeltelijk te privatiseren», zegt Chalabi.

Hij maakt deel uit van een groep Iraakse bannelingen die het ministerie van Binnenlandse Zaken adviseert hoe die privatisering zo te implementeren dat ze niet van de VS lijkt te komen. Heel behulpzaam riep de groep Irak op zich direct na de oorlog open te stellen voor oliemultinationals. De regering-Bush toonde haar dankbaarheid door te beloven dat er in de interim-regering veel plaats zal zijn voor Iraakse bannelingen.

Sommige mensen vinden het te simplistisch om te stellen dat deze oorlog gaat om olie. Ze hebben gelijk. Het gaat om olie, water, we gen, treinen, telefoons, havens en drugs. En als dit proces niet wordt gestopt, zal «vrij Irak» het meest verkochte land op aarde zijn.

Het verbaast niet dat zo veel multinationals meedingen naar de nog niet ontsloten markt van Irak. Niet alleen zal de wederopbouw honderd miljard dollar waard zijn, ook is «vrije handel» met minder gewelddadige middelen de laatste tijd niet echt goed gegaan. Steeds meer ontwikkelingslanden wijzen privatisering af, en de Free Trade Area of the Americas, de grootste handelsprioriteit van Bush, is erg impopulair in Latijns-Amerika. Onderhandelingen van de WTO over intellectueel eigendom, landbouw en voorzieningen zijn allemaal vastgelopen in beschuldigingen dat Amerika en Europa nog steeds vroegere beloften moeten nakomen.

Dus wat moet een aan groei verslaafde supermacht in recessie doen? Wat dacht je van het upgraden van Free Trade Lite, dat markttoegang afdwingt met achterkamertjestrucs in de WTO, naar Free Trade Supercharged, dat nieuwe markten ontsluit op de slagvelden van preventieve oorlogen? Tenslotte kunnen onderhandelingen met soevereine landen moeilijk zijn. Het is veel makkelijker om gewoon het land te verscheuren, te bezetten en vervolgens opnieuw op te bouwen naar jouw wensen. Bush heeft de vrije handel niet afgezworen, zoals men wel zegt, hij heeft gewoon een nieuwe doctrine: «Bomb before you buy.»

Het gaat veel verder dan één ongelukkig land. Investeerders voorspellen openlijk dat zogauw privatisering in Irak aanslaat, Iran, Saoedi-Arabië en Koeweit allemaal zullen worden gedwongen te concurreren door hun olie te privatiseren. Binnenkort zal Amerika zich een weg hebben gebombardeerd naar een geheel nieuwe vrijehandelszone.

Tot nu toe heeft het debat over de wederopbouw van Irak zich geconcentreerd op fair play: het is «exceptionally maladroit», in de woorden van de EU-Commissaris voor Externe Relaties Chris Patten, als Amerika alle vette contracten voor zichzelf houdt. De VS moeten leren delen: Exxon moet het Franse TotalFinaElf uitnodigen voor de meest lucratieve olievelden; Bechtel moet het Britse Thames Water een kans geven op de rioleringscontracten.

Dat Patten het Amerikaanse unilateralisme verwerpelijk vindt, en Tony Blair vraagt om VN-supervisie, doet er in dit geval niet toe. Who cares welke multinationals de beste deals krijgen in de pre-democratie-, post-Saddam-liquidatie-uitverkoop van Irak? Wat maakt het uit als het privatiseren unilateraal door de VS wordt gedaan, of multilateraal, door de VS, Europa, Rusland en China?

Geheel afwezig in dit debat is het Iraakse volk, dat misschien — je weet nooit — wil vasthouden aan enkele van hun assets. Irak zal enorme herstelbetalingen ontvangen na het einde van de bombardementen, maar bij gebrek aan enig democratisch proces is wat wordt gepland niet reparatie, reconstructie of rehabilitatie. Het is beroving: massa-diefstal vermomd als liefdadigheid; privatisering zonder representatie.

Een volk, uitgehongerd en ziek door sancties, verpulverd door oorlog, zal verrijzen uit deze tragedie en ontdekken dat hun land onder ze vandaan is verkocht. Ook zullen ze ontdekken dat hun nieuw verworven «vrijheid» — waarvoor zo velen stierven — al bij voorbaat is ingeperkt door onomkeerbare economische beslissingen, genomen in vergaderzalen toen de bommen nog vielen.

Ze horen vervolgens dat ze moeten stemmen voor hun nieuwe leiders, en worden verwelkomd in de wonderschone wereld der democratie.

Dit stuk verscheen eerder in The Nation

Vertaling: Rob van Erkelens