Priveneuzen

De politie wordt op alle terreinen overvleugeld door particuliere inlichtingendiensten. Anders dan de staatsspeurders gebruikt de harde kern van de veiligheidsindustrie illegale methoden en ‘dirty tricks’. Criminoloog Bob Hoogenboom waarschuwt.
ACTIVISTEN ZWOEREN hardhandige wraak nadat hotelketen Holiday Inn halverwege de jaren tachtig op het perceel van een gesloopt krakersbolwerk in Amsterdam zijn kolossen liet verrijzen. Een afdeling beveiliging werd snel opgericht. Bij de meldkamer kwamen vervolgens niet alleen observaties van de nachtwaker binnen, maar ook de door een speciale divisie verzamelde inlichtingen. Robin van Doorn, chef security van Holiday Inn: ‘Buiten de krakers is ook de Anti Apartheidsbeweging een bedreiging geweest voor het hotel. Holiday Inn is immers sterk vertegenwoordigd in Zuid-Afrika. De beveiligingsafdeling heeft veel tijd en energie besteed aan het vergaren van informatie over de plannen en activiteiten van deze beweging.’

In diezelfde tijd - RaRa-branden slaan uit en benzineslangen worden doorkliefd - begint Peter Siebelt, voorheen actief als stakingsbreker bij Ogem en Boskalis, het rechercheadviesbureau ABC. Nederlandse bedrijven met belangen in Zuid-Afrika voorzien van politieke informatie blijkt lucratieve handel. Een infiltrant wordt verkleed als oud-papierman. Interne stukken van diverse vredesgroepen en Derde-Wereldorganisaties komen zo bij Siebelts hoofdkwartier in Vinkeveen terecht. Interessante risico-analyses voor bedrijven die in de belangstelling staan van actiegroepen gaan als warme broodjes over de toonbank.
Ook De Telegraaf is geïnteresseerd. Eindelijk heeft verslaggever Joost de Haas belastend materiaal voor zijn perscampagne tegen linkse groepen. Zo gebeurt het dat onder meer XminY, Awepa en Milieudefensie hun notulen, aangevuld met wat verdachtmakingen, in De Telegraaf kunnen teruglezen. Ook levert het dagblad middels een suggestieve infographic een belangrijke bron voor de verdachtmaking van het journalistencollectief Opstand, zo blijkt later uit het politiedossier.
In het verleden viel er nog te lachen om private beveiliging en recherche. Toen waren het verzetshelden die, getraumatiseerd door halfzachte zuiveringen na de oorlog en het lauwe regeringsbeleid inzake dekoloniserend Indonesië, nachtwaakten en slippertjes in kaart brachten. De BVD velde daar eind jaren veertig nog een onbarmhartig oordeel over: ‘Beunhazerij op het gebied van bestrijding van communisme’. Maar niet veel later voorzag de dienst toch een bedreiging van haar eigen legitimiteit. De BVD zou nog diverse pogingen doen om een overheidsmonopolie te creëren op het gebied van inlichtingen en veiligheid. De bestaande Wet op de Weerkorpsen van voor de oorlog, die een reactie was op fascistische NSB-knokploegen, werd herhaalde malen aangescherpt. Het mocht niet baten. De aanzwellende veiligheidsindustrie was niet meer te temmen. De regelgeving bleef achter de feiten aan sukkelen. Dat werd onlangs nog eens benadrukt door de onthulling dat de BVD ook gebruikmaakte van Siebelts ABC. Eerder onthulde De Groene al het bestaan van De Jachtclub, een informeel platform waar vertegenwoordigers van BVD en andere veiligheidsdiensten regelmatig om de tafel zitten.
BOB HOOGENBOOM, criminoloog bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Erasmus Universiteit en docent aan de Politieacademie, waarschuwde vorig jaar in de bundel Kwetsbare kennis voor de ongebreidelde groei van de private inlichtingendiensten. Hoogenboom: 'De illusie van een overheidsmonopolie op de opsporing is achterhaald. Er wordt meer opgespoord buiten de politie dan binnen de politie. Dat vertel ik ze al heel lang, maar ze zien dat niet. Logisch, het tast hun legitimiteit aan. Maar neem nou dat financieel rechercheren van de politie. Dat is me toch van een LBO-niveau. Terwijl dat binnen het bedrijfsleven al tijden op academisch niveau gebeurt. Of die pluk-ze-wetgeving. In het bedrijfsleven is het al jaren niet anders! Als jij fraudeert en ze komen erachter, dan word je geplukt.’
Het particuliere terrein is vanaf de jaren zestig aan enorme schaalvergroting onderhevig. Industriële complexen bestrijken meer en meer hectaren, glazen kantoren schieten uit de grond, recreatieterreinen dijen uit, afgezonderde appartementenblokken met garages en parken rukken op en buurtwinkels maken plaats voor winkelcomplexen à la Hoog Catharijne. Politie komt daar niet, het is immers geen publiek domein. Natuurlijk worden die plekken ook geconfronteerd met criminaliteit. Bedrijven en organisaties hebben daarom een beroep gedaan op particuliere beveiliging.
Hoogenboom: 'De veiligheidssector is voor tachtig procent gewoon eerlijke bewaking en toezichthouding. Daar heb ik niet zo'n probleem mee. Wel met de harde kern van de veiligheidsindustrie. Dat zijn conflictbeslechters die met behulp van illegale opsporingsmethoden rechtspreken. Private justice, dus. Dat is een klein deel van die hele veiligheidswereld, maar wel een belangrijk deel, dat te weinig aandacht krijgt. Er moet strengere controle op komen.
Ruim driehonderd bedrijven in Nederland beschikken over een eigen veiligheidsdienst. Van al die diensten weet ik dat ze behalve wetmatig ook clandestien actief zijn, dus in het criminele vlak. Niet alleen op het gebied van economische intelligence, interne fraude, afluistering en bedrijfsspionage, maar ook op het politieke vlak: door het bedrijfsleven uitgevoerd of opgelegd rechercheonderzoek naar tegenstanders of actiegroepen. In elk onderzoek wordt wel iets gedaan dat niet voldoet aan de spelregels waar de publieke opsporing zich aan moet houden. Terwijl deze diensten niets anders mogen dan jij en ik: iemand benaderen, wat vragen. Toch vindt er observatie, afluistering, pseudo-koop en infiltratie plaats. Het wordt alleen anders genoemd.
Het is onvermijdelijk dat clandestiene methoden gehanteerd worden. Niettemin plaats ik steeds grotere vraagtekens bij de verdergaande professionalisering en autonomie van bedrijfsbeveiligingsdiensten en private bureaus. Wat de opsporing betreft, maar blijkens internationale voorbeelden geleidelijk aan dus ook op het terrein van politieke inlichtingen. Gesloten bronnen schuwt men niet. Als er vraag naar is, zal eraan worden voldaan. Ik ken bureaus die clandestien aan informatie komen over het actiewezen in Nederland. Dat keur ik af. Ik zie de gevaren van de particuliere machtsuitoefening die indruisen tegen een aantal democratische beginselen.’
BEHALVE NAAR politieke informatie is er ook vraag naar bedrijfseconomische informatie. Hoogenboom: 'Stel dat een bedrijf interne fraude ontdekt. Als de schade groot genoeg is, zal er ongetwijfeld een dienst worden ingeschakeld. Daar heb ik legio voorbeelden van. Dat gebeurt binnen het bedrijfsleven. Het komt alleen naar buiten als men er domweg over struikelt. Zoals in het geval van een niet nader te noemen financiële instelling waarvan een lid van de bedrijfsbeveiligingsdienst in België in de kladden werd gegrepen omdat hij een brievenbus aan het lichten was. Maar liefst tachtig procent van de interne fraude binnen het bedrijfsleven wordt niet gemeld. Uit alle onderzoek blijkt dat er een enorm dark number bestaat van vermogenscriminaliteit en spionage. Gepleegd door ondernemingen of werknemers waar de staat gewoon geen zicht op heeft.’
Bekend is ook dat verschillende Nederlandse bedrijven naar Amerikaans en Japans voorbeeld interne afdelingen Business Intelligence hebben opgezet. Kees Schaap, officier van justitie in Den Haag, schreef in 1994 al in het Tijdschrift voor Politie: 'Veel bedrijven maken gebruik van diensten die handelen in bedrijfseconomische informatie in de ruimste zins des woords. Vraag daarbij is of deze bedrijven zich beperken tot de defensieve aspecten van bedrijfsspionage of dat zij daarbij ook offensief spioneren. Dit laatste lijkt het geval te zijn.’
Na de 'affaire-Kahn’ in 1977, waarbij een Pakistaanse spion werd ontmaskerd die bij Ultra Centrifuge Nederland (UCN) uranium leerde verrijken, vond in de tweede helft van de jaren tachtig nog een aantal beruchte gevallen van bedrijfsspionage in Nederland plaats. Het voormalig hoofd van van de Plaatselijke Inlichtingendienst werd weggekocht bij de Amsterdamse politie door Shell Nederland. De nieuwe chef security kon voor de oliemultinational met een hoofd vol CRI- en BVD-informatie de risico-analyses een stuk specifieker opstellen. In 1983 had een 'mini-Watergate’ plaats, toen bekend werd dat een Groningse wegenbouwer met onzorgvuldig verborgen microfoons zijn collega een belangrijke order dacht af te snoepen. En onlangs lekte uit dat een marketingspecialist van Nationale Nederlanden met strategische aktes overliep naar ABN Amro. Een studie gepubliceerd in Management Team toont aan dat 'ook in ons land het bedrijfsleven jaarlijks tientallen miljoenen verlies lijdt als gevolg van bedrijfsspionage’.
De BVD schat dat in Nederland enkele tientallen keren per jaar ernstige bedrijfsspionage wordt gepleegd. Niet alleen door bedrijven onderling, maar ook door malafide informatiemakelaars. Zo werden in 1991 twee bedrijfsspionnen het land uitgezet die lid bleken te zijn van de KGB. Zij bedienden zich van middelen als chantage, omkoping en het aangaan van nauwe relaties met bedrijfsmedewerkers die toegang hadden tot essentiële bedrijfsinformatie. Kees Schaap: 'Men schat dat deze knowhow op circa vijfhonderd verschillende plaatsen in ons land aanwezig is en zeker niet altijd in brandkasten. De rol van het strafrechtelijk apparaat lijkt zeer beperkt te zijn. Gesteld kan worden dat er in het bedrijfsleven een lage aangiftebereidheid is, simpelweg omdat men de vuile was niet buiten wil hangen en er andere instrumenten ter beschikking staan om conflicten te beslechten.’
Op de expanderende informatiemarkt beweegt zich naast Siebelts ABC het veiligheidsbureau Control Risk. In de jaren tachtig stuurde Control Risk geïnteresseerde bedrijven een geheime folder waarin geadverteerd werd met de resultaten van het onderzoek naar 'potentiële bedreigingen van de veiligheid’. Voor vijfduizend gulden komt men alles te weten komen over 'gevaarlijke’ organisaties, waaronder de Nederlandse Anti Apartheidsbeweging. Een woordvoerder verklaarde destijds dat Control Risk geen clandestiene bronnen had geraadpleegd. Later moest hij erkennen dat de medewerkers zich bij gesprekken niet hadden voorgesteld als mensen van Control Risk. En toen de Anti Apartheidsbeweging een kopie van het jaarverslag opstuurde, kwam dat per kerende post retour, met het bericht dat Control Risk reeds over alle relevante informatie beschikte.
Bob Hoogenboom: 'De schaal van denken en opereren binnen het bedrijfsleven en de snelheid van handelen zowel op het vlak van informatie als dat van onderzoek, is ongelooflijk. In de volgende eeuw zal interne conflictbeslechting, antecedentenonderzoek en observatie enorm toenemen. Zodra er intern gesanctioneerd gaat worden, raakt de staatsveiligheid in gevaar. De wijze waarop de publieke diensten worden gecontroleerd mag dan niet altijd even jofel zijn, men tracht tenminste de machtsuitoefening aan banden te leggen. Maar op het bedrijfsleven hebben wij absoluut geen zicht. Waarvoor wordt die informatie van veiligheidsdiensten allemaal gebruikt?’
HOOGENBOOM pleit voor een 'ethisch reveil’ van de veiligheidsindustrie, die moet uitmonden in een verscherpte regelgeving. Hij lijkt op zijn wenken te worden bediend. In februari ging de Tweede Kamer akkoord met een wetsvoorstel waarmee de particuliere macht aan banden moet worden gelegd. Maar Hoogenboom heeft er weinig vertrouwen in: 'Weliswaar is met die wet voor het eerst het bestaan van particuliere recherchebureaus en veiligheidsdiensten erkend, maar hij zal nooit de gewenste controle opleveren. Door die wet zal hooguit de markt worden gereguleerd, niet de harde kern. Terwijl juist daar het gevaar schuilt. Die moet worden benaderd en uit het duister treden. Niet zoals nu het nachtwakertje wel, maar de professionelere rechercheafdeling van een groot bedrijf niet. Dat is ongelijkheid in de wetgeving. Daar komt bij dat in die nieuwe wet de controlebevoegdheid zo ruim is geregeld dat iedereen - elke opsporingsambtenaar - gerechtigd is om controle uit te oefenen op veiligheidsdiensten. De kennis binnen de overheid is daardoor enorm versplinterd.
Bovendien zullen politiefunctionarissen van die ruimere controlebevoegdheid misbruik gaan maken, door onder het mom van controle bij een dienst binnen te stappen. Een afhankelijkheidsrelatie is zo opgebouwd en de situatie kan worden geëxploiteerd ten eigen faveure. Zo van “luister eens, we hebben een klein probleempje, kunnen jullie niet iets voor ons doen wat wij zelf niet mogen?” Dirty work. Daar zijn nationaal voorbeelden van en er zullen er meer komen. De reguliere politie kan particulieren onder druk zetten met onbeperkte controlebevoegdheden. Een organisatie of individu binnen de publieke sector kan in een bepaalde casus ondergronds gaan bij particulieren. Dat gebeurt. Pas geleden nog, met de IRT-affaire. Van Vondel, één van die CID-knapen, is op een gegeven moment een particulier recherchebureau begonnen. We weten nog steeds niet wat daar nou de functie van was en of hij niet via dat bureau een aantal informanten heeft gerund. Daar komt nog bij dat er traditioneel binnen de politie nauwelijks aandacht voor controle is. Dat gold onder de oude wet op de weerkorpsen en dat geldt nog steeds. Controle interesseert de politie geen jota. Ze doen daar bijna niks aan.’