Reportage: orthopedagogisch centrum De Fjord

Probleemjongeren

Schizofrene tieners, manisch-depressieve jongeren en jeugdige borderliners die naast een psychiatrische stoornis ook ernstige gedragsproblemen hebben, gingen jarenlang van inrichting naar inrichting. Of ze belandden in de criminaliteit. Sinds kort kunnen deze ‘onhandelbare’ jongeren terecht bij De Fjord.

TIJDENS HET OPSTAAN schallen uiteenlopende muziekstijlen over Unit E van orthopsychiatrisch centrum De Fjord. Robert (21), een jongen met een ontwikkelingsstoornis die normaal functioneren vrijwel onmogelijk maakt, domineert stemmig met zijn ‘You’ll say, we’ve got nothing in common…’ Voor het geval de rest van de jongeren het nog niet wist: Robert heeft niet zélf voor zijn medebewoners gekozen en hij deelt dan ook niets met ze. Afgezien van een psychiatrische stoornis in combinatie met gedragsproblemen, de gemene deler die alle bewoners van Unit E in De Fjord heeft doen belanden.


Een harde schreeuw klinkt door de gang. Een van de douches blijkt niet warm te worden. ‘Je hebt het in elk geval geprobeerd’, steekt therapeut Rian Peeters Ardon, een jongen die toch al moeilijk opstaat, een hart onder de riem. Ardon (19) lijdt aan een angststoornis die hem totaal verlamt. Daarnaast was hij jarenlang verslaafd aan softdrugs, een combinatie waardoor Ardon zijn toevlucht zocht in de criminaliteit. Om die reden is Ardon in De Fjord opgenomen met een strafmaatregel met de naam ‘PIJ’: de onlangs bediscussieerde Plaatsing In een Jeugdinrichting.


Ardon mag extreem angstig zijn, Remon vertoont eerder het tegenovergestelde gedrag. Peeters: ‘Die is de laatste tijd erg lastig. Hij is wel ernstig depressief, maar dat betekent nog niet dat hij de rest van de groep het leven zuur mag maken. Gisteren zei hij nog op zo’n treiterig toontje: “Zal ik deze stoel door de ruit gooien?” Ik zei: “Doe maar joh, ik schat dat dat zo’n vijftienhonderd gulden kost.” Hij wil ook maar steeds met ons vechten en boksen, maar als puntje bij paaltje komt, doet hij niets. Ik heb hem al voorgesteld om te gaan kickboksen, maar dan heeft hij ineens geen geld meer…’



BINNEN DE FJORD, onderdeel van Bavo RNO Groep, centrum voor psychiatrie in Capelle aan den IJssel, wordt gewerkt volgens een nieuwe en experimentele behandelmethode. Deze orthopsychiatrische kliniek is er alleen voor jongeren die naast hun psychiatrische stoornis ook ernstige gedragsproblemen hebben. Vroeger vielen jongeren met zo’n dubbele handicap tussen wal en schip omdat de jeugdpsychiatrie wel wist hoe ze psychiatrische stoornissen moest aanpakken, maar niet hoe ze met gedragsproblemen van diezelfde jongeren moest omgaan. Voor de jeugdhulpverlening en orthopedagogiek (opvoedkunde) gold exact het omgekeerde.


Als de jongeren van Unit E naar de tegenovergelegen onderwijsruimte zijn vertrokken, voorziet Rian een buisje urine van Ardons naam. ‘Een van de smerigste onderdelen van ons vak, de alcohol- en drugscontrole’, meldt ze met opgetrokken neus.


In de gemeenschappelijke huiskamer hangen twee nieuwe schilderijen. Wim (19), een manisch-depressieve jongen, heeft ze geschilderd. Ze zijn bedoeld als afscheidscadeau. Het is voor het eerst, zegt Wim, dat hij ergens positief afscheid neemt. Misschien denkt er straks nog iemand aan hem. Op zijn slaapkamer haalt Wim meer werk onder zijn bed vandaan. Een rechter kijkt op een van de schilderijen met wijd opengesperde mond en bolle ogen de wereld in. De angstaanjagende rechter staat symbool voor Wims manische depressie en het oordeel dat de buitenwereld daarover velt. Wim: ‘De mond schreeuwt en verwoordt mijn stemmingswisselingen. Ik schommel tussen intens depressief en enorm blij. Je ziet veel neerwaartse bewegingen in dit schilderij. Recht de put in. Nu heb ik meer controle. Ik voel wanneer ik weer in een manie of depressie dreig te schieten. Dan ga ik wat doen. Wij zitten in De Fjord omdat we onze impulsen niet kunnen beheersen. Als een cd is uitverkocht, kun je denken: ik sla de hele zaak plat, maar je kunt ook denken: dan bestel ik hem. Je ziet op De Fjord dat mensen iets willen, maar juist het tegenovergestelde doen. Je moet in jezelf investeren om te veranderen. En het is onveilig om iets op te geven als je niet weet wat je daarvoor terugkrijgt.’


Wim vertelt onophoudelijk over De Fjord, het leven in het algemeen en zijn beschadigde leven in het bijzonder. Opvallend is zijn taalkeuze, die verdacht veel wegheeft van het hulpverlenersjargon waarmee Wim en de andere jongeren binnen De Fjord dagelijks worden omringd. Woorden als ‘onveilig’ en uitdrukkingen als: ‘Je moet in jezelf investeren om te veranderen’ komen doorgaans niet uit de mond van een negentienjarige. Waar leeftijdgenoten zich vooral druk maken over een nieuw aan te schaffen scooter en het andere geslacht, filosofeert Wim onophoudelijk in sociotermen. Totdat bij hem de depressie weer toeslaat en hij niet langer in staat is ook maar íets te relativeren. En daarom zit Wim al zo lang in De Fjord: Wim wil wel, maar hij kan niet.


Denken de sociotherapeuten — een verzamelnaam voor alle psychiatrisch verpleegkundigen en jeugdhulpverleners binnen De Fjord -— zelf niet dat jongeren als Wim na langdurige opnamen volkomen gehospitaliseerd raken? Beleidspsychiater Marieke Broekman: ‘Dat risico zit er zeker in. Direct na opname roepen onze jongeren om het hardst dat ze hier niet willen zijn. Als ze eenmaal hebben geaccepteerd dat ze ziek zijn, voelen ze zich hier juist heel prettig. We vertellen onze jongeren daarom al bij binnenkomst dat hun toekomst na De Fjord hier centraal staat. Daarnaast zorgen wij er zelf voor dat de opnamen nooit langer duren dan strikt noodzakelijk is.’


Sandra, het enige meisje dat op Unit E is opgenomen, heeft De Fjord verlaten. Ze is met de trein naar haar pleegmoeder in Brabant. Sandra blijkt een zeventienjarige borderliner met suïcidale gedachten en de neiging tot automutilatie (zelfbeschadiging). Borderliners, die binnen de psychiatrie bekendstaan als moeilijk te behandelen patiënten, laten zich relatief makkelijk verleiden tot drank, drugs en promiscue gedrag. Sociotherapeut Alex Krol: ‘Sandra is hier gisteren om 22.45 uur de deur uit gewandeld. Om 2.00 uur belde ze om te zeggen dat ze bij haar voormalige pleeggezin in Aalst zat. Ze weet niet of ze nog terugkomt.’ Jongman: ‘De boodschap die we haar het beste kunnen geven, is zeggen dat het duidelijk háár keuze is of ze al dan niet terugkomt. Ze test met dit manipulatieve gedrag namelijk hoeveel wij om haar geven. Over twee dagen staat ze hier waarschijnlijk weer op de stoep.’


Het middagoverleg wordt ruw verstoord door een ruzie tussen Robert en Otto, die met lawaai, geschreeuw en geschop gepaard gaat. Een baan bij De Fjord betekent een aanval op je stressbestendigheid. Voor de behandelaars is het de kunst om ook onder de meest hectische omstandigheden kalm te blijven. Een dienstrooster waarin voldoende vrije dagen zijn ingebouwd om vervelende gebeurtenissen te kunnen verwerken en ook de lastigste jongeren onbevooroordeeld te kunnen blijven benaderen, moet de therapeuten hierbij helpen. Het werk van de sociotherapeuten is mentaal zo belastend dat locatiemanager Zita Haijer tijdens sollicitatiegesprekken regelmatig het gevoel heeft een ‘slecht-nieuwsgesprek’ te voeren: ‘Je werkt hier met heel lage doelstellingen. Het is twee stappen vooruit en één terug. Daar moet je als therapeut tegen kunnen. “Denk je wel dat je met plezier naar je werk gaat als je zo veel narigheid over je heen krijgt?” vraag ik sollicitanten steevast. Als zij burnt out raken, voelen onze jongeren zich in de steek gelaten en is het leed helemaal niet meer te overzien.’



UITGEBREID PSYCHIATRISCH onderzoek heeft uitgewezen dat Otto (18) aan ADHD lijdt, een stoornis in de hersenen waarbij de neurotransmitters te veel prikkels doorlaten en de persoon in kwestie automatisch op te veel verschillende dingen reageert. ‘Ik ben goed in uitdagen’, verklaart Otto zijn gedrag — volkomen overbodig. ‘Toen ik tien was, gingen mijn ouders scheiden. Dat was raar. Je vader ging van huis weg en je bleef alleen achter met je moeder en zus. Ik werd nog banger om te worden verlaten. Als ik nu met iemand heb afgesproken en die persoon is vijf minuten te laat, dan ga ik door het lint. En als iemand binnenkomt, móet ik weten wie dat is. Gaat die persoon weg, dan wil ik per se weten waarheen en dan bel ik om te vragen of hij wel is aangekomen. Mijn moeder wordt wel eens gek als ik zes keer vraag hoe laat ze thuiskomt. Paul ook. Hij is mijn beste vriend en belt mij elke dag. Op dit moment is hij mijn enige contact met de buitenwereld.’ Otto blijkt een speciaal op zijn probleem toegesneden ‘fasen-systeem’ te hebben ondertekend. Dat de behandeling op Otto’s lijf geschreven is, blijkt tekenend voor De Fjord. Binnen deze kliniek krijgen alle jongeren naast het gezamenlijke dagprogramma ook een individueel behandelplan. Hun eigen handtekening bekrachtigt een behandelovereenkomst waarmee de jongeren ook ter verantwoording geroepen kunnen worden als ze zich aan de afspraken proberen te onttrekken.



TEGEN HET middaguur staat Sandra tegen de buitendeur te trappen. Teamleider Edgar Grijzen: ‘Sandra kwam vanmorgen vroeg terug met een konijnenhok onder haar arm en een niet al te best humeur. Ze had heimwee naar Brabant en wilde “warmte voelen”. Dat snap ik best. Dat kind heeft natuurlijk al heel wat warmte gemist in haar leven. Maar ik heb haar gezegd dat weglopen niet de oplossing was. Ze wilde per se vandaag nog een konijn kopen. “Ik moet, ik moet. Ik wil, ik wil.” Zo werkt dat dus niet. Naar onderwijs wilde ze niet, dus heb ik haar naar buiten gestuurd. En Robert? Die heeft gelukkig ingestemd met het slikken van medicatie die hem helpt. Hopelijk maakt hij zich dan eindelijk eens wat minder kwaad.’


Persoonlijke behandelafspraken met de jongeren, farmacotherapie en de tevredenheid over diezelfde behandeling — vrijwel alles wordt op De Fjord gemeten en verwerkt in Het Fjord-Onderzoek. De jongeren geven direct na hun opname via diagnostische methoden uitgebreid aan hoe ze zich voelen en wat ze graag willen veranderen. Daarnaast worden ze tussentijds regelmatig door Bruinsma aan de tand gevoeld over hun spanningen, agressieve neigingen, verantwoordelijkheidsgevoel en hun mate van zelfstandigheid. Ook na hun ontslag blijft de kliniek de jongeren volgen. Opvallend genoeg zegt in dit stadium 62 procent van de ondervraagde ouders tevreden tot zeer tevreden te zijn over behandeling in De Fjord, ongeacht hoe het met hun kind gaat.


Aan de andere kant checken de onderzoekers vooralsnog niet of de verschillende behandelonderdelen ook echt opleveren wat men ervan hoopt, terwijl evaluatie van afzonderlijke behandelonderdelen wel eens een duidelijker behandelbeleid zou kunnen opleveren. Met bovendien een grotere voorspellende waarde over de toekomstige aanpak van probleemjongeren.



REMON IS DEPRESSIEF en niet zo’n beetje ook. Als kind was hij al erg angstig en voelde hij zich vaak down. Remon: ‘Mijn vader was agressief en heeft mijn moeder ooit met een honkbalknuppel geslagen. Ik was toen zó bang dat ze doodging en dat ik verlaten zou worden. Dat is mijn eerste herinnering. Ik was drie. Op mijn zevende verhuisde ik met mijn moeder en broer van Australië naar Nederland. We gingen van een rustige buitenwijk naar een probleembuurt in Den Haag. Ik vocht vaak, de kinderen begrepen me niet. En als je als kind ziet dat je moeder, die je zelf als heel krachtig ziet, eigenlijk heel kwetsbaar is, dan zie je ook dat de wereld bedreigend is.’


Remons grootste probleem is dat hij vaak zo depressief is dat hij zichzelf nergens toe kan motiveren: ‘Meestal word ik klote wakker. Dan denk ik: wat heeft het nog voor zin? Mezelf echt doden, dat vind ik eng. De kans om ooit toch nog een mooi leven te krijgen, is dan weg. Hoewel op De Fjord veel goeie mensen zitten, zit ik er voor mijn gevoel toch verplicht. Daarom provoceer ik de socio’s. Je zou het de “stigmatiseringstheorie” kunnen noemen, of mijn persoonlijke “zie-je-wel-isme”. Je gaat dingen in gang zetten om je eigen wereldbeeld bevestigd te zien. Ik doe het niet eens bewust. Het is mijn tweede natuur geworden.’


Zes weken later is Remon vertrokken. Nu is gebleken dat hij zich toch echt aan zijn behandelplan moet conformeren, is de druk hem te veel geworden. Hij bleef dwars en heeft De Fjord na een laatste conflict met de socio’s moeten verlaten.



PROBLEEMJONGEREN komen na behandeling op De Fjord zeer verschillend terecht. De ernst van hun psychiatrische ziekte, hun persoonlijkheid en de reacties van familie en vrienden om hen heen zijn bepalend voor hun uiteindelijke succes. Begeleid of beschermd wonen is vaak nodig om ervoor te zorgen dat de jongeren na hun ontslag niet in een gat vallen. Menige ontslagen jongere heeft daar al kennis mee gemaakt, geven de behandelaars eerlijk toe. Ook voor Wim, die na zijn ontslag enkele maanden thuis heeft gewoond, bleek dit gat te diep. Zijn manische depressiviteit maakte hem opnieuw erg onzeker en bang. Precies drie maanden hield hij het thuis uit.


Robert is kwaad. Nu eens niet omdat hij slaperig is van de versuffende medicatie, maar omdat het huisreglement van De Fjord hem verbiedt om met zijn vriendin Anne, die op Unit D is opgenomen, naar bed te gaan: ‘Ik vind het belachelijk dat we niet mogen neuken op De Fjord. Iedereen die een relatie heeft neukt toch?’ Na een potje Risk deelt Edgar de medicatie uit. Otto krijgt drie blauwe pilletjes. ‘Die heb ik gisteren nog voor een geeltje verkocht’, grapt hij.


Eigenlijk valt er voor Otto niet veel te lachen: met zijn achttien jaar slikt hij veertien pillen per dag.


Sandra heeft inmiddels harde afspraken weten te maken over de verzorging van het fel bediscussieerde konijn. Voor ze richting dierenwinkel vertrekt, belt ze nog even in de telefooncel naast de huiskamer. ‘Zeiden ze nog wat terug bij 8008?’ sneert Otto. Hij is wel zo eerlijk om er meteen bij te vertellen dat hij zelf regelmatig met de dames van de betreffende informatiedienst heeft gebeld als hij weer eens aandacht wilde. Otto lacht, hij zal de informatrices met zijn charmante voorkomen en geestige grappen ongetwijfeld om zijn vinger hebben gewonden. Maar na het lachen volgt een ijzige stilte. Een stilte waarin de eenzaamheid achter Otto’s stekelige woorden pas goed doordringt.


Het management van De Fjord heeft nog een inspannend jaar voor de boeg. Eind 2000 wil minister Borst definitief weten of de orthopsychiatrie werkt. En belangrijker, of dit inderdaad de meest geschikte opvangvorm is voor jongeren met de combinatie van een psychiatrische ziekte en gedragsproblemen. Zelf zouden de therapeuten hun experimentele behandeling in de toekomst ook graag in deeltijd aanbieden. Dit om de stap naar een leven buiten de veilige muren van De Fjord kleiner te maken en zo het risico op mislukking na ontslag te verkleinen. De Fjord denkt daarbij aan oprichting van een polikliniek.


Mocht de orthopsychiatrische polikliniek er in de toekomst komen, dan heeft De Fjord in elk geval al één aanmelding. Op de valreep heeft Remon zich toch nog bij De Fjord gemeld. Remon leek even definitief terug te komen, maar daar is zijn houding toch nog te ambivalent voor. Alle regels en sancties die aan fulltime behandeling zijn verbonden, staan hem tegen. De Fjord heeft Remon vooralsnog niets te bieden. Nederland ook niet. Remon besluit het vliegtuig te pakken richting Australië, waar zijn vader woont. Dezelfde vader die zijn kleuterwereld ooit met een honkbalknuppel aan diggelen sloeg.



 


De namen van de Fjord-jongeren en hun familie zijn omwille van hun privacy gefingeerd.



— kader —


De Fjord bestaat sinds november 1995 en heeft sinds de oprichting door directeur Mario Monasso 76 jongeren behandeld. De gemiddelde leeftijd van de Fjord-jongeren bedraagt 17,8 jaar en hun gemiddelde opnameduur 320 dagen. De groep opgenomen jongeren bestaat voor 86 procent uit jongens en voor 14 procent uit meisjes. De groep is opgedeeld in drie afdelingen.


De Fjord-jongeren hebben ernstige gedragsproblemen gekregen ten gevolge van psychiatrische ziekten als schizofrenie, een organische hersenstoornis of bijvoorbeeld manische depressiviteit. Ze kunnen ook lijden aan een aandachtstekortstoornis (ADHD) of pervasieve stoornis (ontwikkelingsstoornis), waarbij de ontwikkeling van een kind verstoord is geraakt, het moeilijk contact maakt en er nauwelijks sprake is van tweerichtingsverkeer in de contacten die er zijn. Alle Fjord-jongeren hebben problemen met school, leeftijdgenootjes en familie omdat ze belangrijke sociale vaardigheden missen. Hun onmacht uit zich in agressief en recalcitrant gedrag, of juist in extreem teruggetrokken gedrag.


Door alle frustraties zoeken de probleemjongeren regelmatig hun toevlucht in alcohol, drugs of crimineel gedrag. De Fjord neemt probleemjongeren vrijwillig op, maar ook onder dwang. Dit kan met een Rechterlijke Machtiging (RM), een Plaatsing In een Jeugdinrichting (PIJ) of In Bewaring Stelling (IBS).


De kliniek is door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport erkend als ontwikkelingsproject voor een periode van vijf jaar. Dit betekent dat De Fjord boven op het normale verpleegtarief van ruim vijfhonderd gulden per jongere per dag zo’n honderdvijftig gulden extra ontvangt. Deze experimentele subsidie wordt gebruikt voor het aanstellen van extra personeel en aanvullende therapie. De speciale behandeling binnen De Fjord is gebaseerd op het sociale competentiemodel. Dit betekent dat de jongeren er leren ervaren dat ook zij in staat zijn om relaties of opleidingen tot een goed einde te brengen. Het sociale competentiemodel gaat gepaard met een strakke structuur en een vast dagprogramma. Dit bestaat uit onderwijs, training sociale vaardigheden, psychomotorische techniek (bewegen waarbij de jongeren hun eigen mogelijkheden leren inschatten), cognitieve therapie (het leren herkennen en ombuigen van irreële gedachten), individuele begeleiding en dramatherapie.


De Fjord kreeg van het ministerie van VWS de experimentele status én een forse subsidie toebedeeld. Tegen het einde van 2000 moet duidelijk zijn of de bijzondere aanpak ook echt effect heeft op de probleemjongeren.


— einde kader —