Het succes van een kwaliteitskrant

Product én vertolker van de tijdgeest

Bijna een halve eeuw na dato zijn wij geneigd de clash tussen jongeren en autoriteiten in het Amsterdam van 1960-1970 door een roze bril te bezien. Ze hebben iets goeiigs gekregen, die ‘happenings’ op het Spui bij Het Lieverdje, een standbeeld dat daar met geld van de tabaks­industrie was neergezet en daarom door de ‘Provo’s’ tot de schandpaal voor hun protesten was verheven. Zelfs de agenten die de happenings met de lange lat uiteensloegen zijn in het romantische plaatje gaan passen. Een paar blauwe plekken – kom zeg.

Pien van der Hoeven, Het success van een kwaliteitskrant. De ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad, € 29,95

Medium cover.php

Toch staat de historica Pien van der Hoeven uitgebreid stil bij deze episode in Het succes van een kwaliteitskrant: De ontstaansgeschiedenis van NRC Handelsblad, waarop zij onlangs in Leiden promoveerde. En terecht, zo maakt zij duidelijk. De jongerenprotesten culmineerden in de rellen en rookbommen rond het huwelijk in Amsterdam op 10 maart 1966 tussen kroonprinses Beatrix en de ‘foute Duitser’ Claus von Amsberg. Vanaf het balkon van hun kantoor aan de Nieuwezijds Voorburgwal zagen redacteuren van het Algemeen Handelsblad hoe een jongeman door de politie bewusteloos werd geslagen. ‘SS’ers!’, siste redacteur Buitenland Jan Sampiemon. Zijn hoofdredacteur Chris Steketee had er minder moeite mee: ‘Dat schijnt een weerbarstig heerschap te zijn.’

De uiteenlopende reacties van de journalisten weerspiegelden de brede maatschappelijke verdeeldheid over de rellen. Vaak liep de breuklijn dwars door de individuele ziel: Van der Hoeven laat zien dat Steketee de vernieuwers op zijn redactie alle ruimte gaf. Zij schreven serieuze reportages over de Provo’s, terwijl de hoofdredactie in haar commentaren het hardhandige politieoptreden bleef verdedigen. De Amsterdamse burgemeester Gijs van Hall verbood spandoeken waarop hij werd aangespoord vakantie te nemen. Na de huwelijksrellen stelde hij ook een demonstratieverbod in. Een Provo overhandigde twee agenten een pamflet, dat opriep tot demonstraties tegen het demonstratieverbod. Deze 1 april-grap kwam hem op drie maanden cel te staan.

Is dat al verre van pittoresk, de schellen vallen ons helemaal van de 21ste-eeuwse ogen wanneer Van der Hoeven het ‘gesprek over gezag en publiek’ beschrijft, dat het Handelsblad naar aanleiding van de huwelijksrellen publiceerde. Het rondetafelgesprek tussen drie ­_Handels­­blad-_redacteuren en drie gezags­dragers, ­destijds een journalistieke nouveauté, was een idee van Hans van Mierlo, een van de vernieuwers op de _Handelsblad-_redactie. De Amsterdamse rechtbankpresident U.W.H. Stheeman verdedigde door dik en dun de keiharde vonnissen tegen de Provo’s. ‘Een genuan­ceerde benadering van gezagshandhaving was volgens Stheeman onmogelijk’, zo schrijft Van der Hoeven. ‘Onrust moest onmiddellijk bedwongen worden “omdat de rel in zichzelf gevaarlijk is en besmettelijk”.’

Het Handelsblad werd niet beloond voor zijn halfslachtige engagement. Nieuwe, vooral jongere lezers bleven de krant mijden vanwege de pro-politiecommentaren, de vaste ­abonnees, overwegend conservatieve vvd’ers, zegden ­massaal op uit woede over de Provo-reportages en -interviews. Ook de Nieuwe Rotterdamsche Courant, waarmee het zieltogende Handelsblad sinds 1964 was verenigd in uitgeverij de ­Nederlandse Dagblad Unie, zag zijn betalende lezers in snel tempo verdwijnen. De NRC werd gestraft omdat hij helemaal niet vernieuwde. De krant had een geduchte reputatie opgebouwd als de dagbijbel van de elite, met veel buitenland, politiek, wetenschap en kunst en cultuur. De bedaarde en gemiddeld ook tamelijk bejaarde redacteuren schiepen eer in de accuratesse en betrouwbaarheid van hun berichtgeving. Voor scoops haalden zij hun neus op. Zij bleven gefixeerd op maatschappelijke instituties; wat zich in toenemende mate daarbuiten afspeelde – pop-art, de jongerenprotesten, de ontkiemende toenadering tot de ddr door de Duitse regering – ontging hen, en daarmee ook hun lezers.

De vernieuwing van NRC door Jérôme Heldring, hoofdredacteur van 1968 tot 1970, kwam te laat om het tij nog te kunnen keren. Het was de directeur-uitgever die de impasse wist te doorbreken. ‘Woeste Willem’ Pluygers was een rasondernemer zoals ze maar zelden voorkomen in de Nederlandse dagbladwereld – toen en nu. Pluygers dankte zijn bijnaam aan zijn ouderwets-autoritaire omgang met het personeel – ‘overheersend, maar met hart voor zijn werknemers’, aldus Van der Hoeven. Maar eveneens aan zijn zakelijke initiatieven, die getuigden van een vooruitziende blik. Hij kocht steevast de modernste drukpersen – tweedehands, als het kon, want zuinig was hij ook. Hij beschouwde de prestigieuze NRC als het boegbeeld van zijn uitgeverij, en liet de redactie vrij in haar journalistieke beleid toen dat nog geenszins vanzelf sprak. Het echte geld verdiende hij met beter renderende uitgaven, zoals het Algemeen Dagblad, de enige landelijke publiekskrant die zich kon meten met De Telegraaf.

Pluygers stuurde al vanaf eind jaren vijftig aan op een krachtenbundeling tussen NRC en Handelsblad, twee kranten die visten in dezelfde kleine vijver van vvd stemmende conservatieven. De ndu was daarin slechts een eerste stap. Naast de tijdgeest knaagde ook de televisie aan de abonneebestanden, en het werd steeds duurder om kranten te maken en te verspreiden – Nederland beleefde in de jaren zestig een loonexplosie. Eerst stuurde Pluygers aan op een fusie met de gehate Telegraaf. Dat leidde tot massale publieke protesten. In dat tumult vertrokken Chris Steketee, hoofdredacteur van de meest noodlijdende ndu-titel, en, uit protest, Jan Blokker, een van de meest prominente _Handelsblad-_vernieuwers.

De Telegraaf-_fusie mislukte, maar Steketee werd opgevolgd door Henk Hofland en André Spoor. Wat Pluygers had als uitgever, had Spoor als journalist. Na drie jaar als redacteur Buitenland bij _NRC had Spoor jaren gewerkt voor de gpd als correspondent in Bonn en Washington. Hij schreef zeer kritische artikelen over de Amerikaanse oorlog in Vietnam. Bovendien had hij The New York Times en The Washington Post leren kennen. Spoor wist wat hij wilde met het Handelsblad, en bracht ook zijn grote eruditie in, en zijn uitgebreide netwerk.

Intussen bleven de verliezen bij NRC en Handelsblad oplopen. In februari 1970 zag Pluygers zijn kans schoon: hij drukte de fusie door van de twee kranten. André Spoor werd al spoedig de enige hoofdredacteur van NRC Handelsblad. De eerste vijf jaar verloor de fusiekrant alleen maar meer abonnees. Geplaagd door verliezen en te veel middelmatige redacteuren kon de nieuwe ‘kwaliteitskrant’ zijn belofte nog niet waar­maken. Maar Spoor hield vol, met steun van Pluygers. Hij recruteerde nieuwe gang­makers als Rob Soetenhorst en Friso Endt, bouwde het netwerk van buitenlandse correspondenten verder uit en lanceerde het vrijdagse Cultureel Supplement, lange tijd het enige in zijn soort in Nederland. CS bevatte beschouwingen van Karel van het Reve, Willem Frederik Hermans en Rudy Kousbroek, maar ook artikelen over popmuziek en kunstbeleid.

Na enkele moeilijke jaren begon NRC Handelsblad zich ook te onderscheiden met eigen nieuws en reportages – over de Lockheed-affaire rond prins Bernhard, de treinkapingen door Molukkers en de nucleaire spionage bij Urenco door de Pakistaanse ingenieur Abdul Qadeer Khan. Spoor mengde een geslaagde cocktail uit de vernieuwing van het oude Handelsblad en de objectiviteit van de oude NRC, die lezers van uiteenlopende politieke en religieuze gezindtes zeer aansprak. NRC Handelsblad begon krachtig te groeien, en zou dat tot 2003 blijven doen.

Van der Hoeven schreef een levendig en, dankzij haar toegang tot de rommelige NRC-_archieven, definitief verslag van dit succes, en van de moeizame aanloop. Bij lezing dringen zich de continuïteiten op in de geschiedenis van _NRC Handelsblad, en de contrasten met het roerige heden. In 1990, toen de redactie een nieuwe leider moest kiezen, brak wederom een strijd uit tussen vernieuwers à la het oude Handelsblad en ‘conservatieven’ à la de oude NRC. Ben Knapen was de ‘institutionele’ kandidaat, Marc Chavannes de vernieuwer. Knapen won. De strijd kostte zoveel bloed en tranen dat Knapens opvolgers Folkert Jensma en Birgit Donker vóór alles de lieve vrede bewaarden. Het onbedoelde gevolg was dat het felle, maar inhoudelijke debat dat de redacteuren enkele decennia hadden gecultiveerd, verzandde in pappen en nathouden, met alle gevolgen van dien voor de krant.

André Spoor trad af als hoofdredacteur in 1983, moe van het ‘zeuren, zemelen, zeiken en zuigen om de redactie bij de les te houden’, aldus de necrologie in NRC Handelsblad na zijn overlijden twee maanden geleden. Binnen de muren van de redactie kon Spoor hard optreden als redacteuren niet aan zijn hoge maatstaven voldeden. Maar tegenover boze gezagsdragers en andere indringers van buiten nam hij het altijd voor ze op. Zijn huidige nazaat, de Vlaming Peter Vandermeersch, neemt ze binnen én buiten de krant op de korrel. Zelf trad Spoor alleen naar buiten wanneer de tijd daar zijns inziens om vroeg, met doorwrochte betogen in de krant en vanaf de kansel van de Pieterskerk in Leiden. Vandermeersch babbelt vooral mee met de flow, in behaagzieke tijdschriftrubrieken en tv-talkshows, over wielrennen en de Belgische politiek. Zit hij daar voor zichzelf of voor NRC Handelsblad?

Kort voor zijn dood liet Spoor zich in Vrij Nederland kritisch uit over Vandermeersch en het blad dat hij maakt. ‘Mensen die ik ken, zeggen allemaal: het is mijn krant niet meer. Niet alleen maar oude sokken zoals ik, ook mensen die veel jonger zijn.’ ­Vandermeersch zit ook in de directie van NRC Media, waar hij het omstreden superdividend goedkeurde dat de nieuwe eigenaren Egeria en Derk Sauer zichzelf vorig jaar toebedeelden. In VN herinnerde Spoor aan de journalistieke beginselverklaring van NRC Handelsblad die hij bij zijn aantreden schreef, samen met Hofland en Heldring. ‘Een van de belangrijkste punten daarin was de volstrekte onafhankelijkheid. Onafhankelijk van politieke partijen, maar ook van directie, aandeelhouders, marketing. Het enige wat telde was het geweten van de redactie.’

Moderne hoofdredacteuren als Vandermeersch lijken de krant meer als een product te benaderen, dat domweg beter aan de man moet worden gebracht. Met kleurenmagazines en ‘Libelle-_collumpjes die nergens over gaan’, zoals Spoor het in _VN verwoordde. Ook de moderne Willem Pluygers is ver te zoeken. Dit was het ‘advies’ van Egeria-directeur Peter Visser, de man die al na drie jaar uit­gekeken is geraakt op zijn nieuwe speelgoed: ‘Ontsla de redactie, benoem een paar goede vertalers uit het Engels en vul de kolommen voortaan met de artikelen uit de Financial Times. Die krant is tien keer beter dan NRC Handelsblad.’

Een goede krant kopieert niet, maar is tegelijk het product en de vertolker van de heersende tijdgeest, zoals Van der Hoeven overtuigend aantoont met het voorbeeld van de roerige jaren ­zestig. Dat is de grootste verdienste van haar boek. Ondanks alle strijd over de nieuwe koers, binnen de redactie en met de aandeelhouders, is NRC Handelsblad, gelukkig voor zijn lezers, voorlopig nog steeds zo’n krant.


Pien van der Hoeven

Het succes van een kwaliteitskrant: De ontstaans­geschiedenis van NRC Handelsblad

Prometheus, 544 blz., € 29,95