Aukje Holtrop, Nynke van Hichtum: Leven en wereld van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer

Proefschrift of biografie?

Aukje Holtrop

Nynke van Hichtum: Leven en wereld van Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer 1860-1939

Contact, 647 blz., € 45,

Het einde van de wereld in Nederland ligt in het uiterste noordoosten van Friesland. Het is een vlakke, weidse wereld die is gevormd uit klei, gras en lucht. Er zijn geen steden, er is geen hoogbouw. Slechts het silhouet van een enkele dorpskerk onderbreekt de lijn van de einder. Een van die kerkjes staat in Nes, een klein dorp dat behalve een paar mooie huizen en oude boerderijen sinds 1997 een beeldhouwwerk rijk is: een kunstwerk gewijd aan Nynke van Hichtum, de beroemde schrijfster van Afke’s tiental, die in 1860 als Sjoukje Maria Diederika Bokma de Boer als domineesdochter in Nes werd geboren en later bekend werd als echtgenote van de strijdbare socialist Pieter Jelles Troelstra.

Het standbeeld bestaat uit drie losse bronzen plastieken: op de hoogste sokkel staat een jonge vrouw, op een iets lagere rust een schrijvende hand en op de laagste ligt een leesbare brief uit 1924 met daarin door Nynke van Hichtum opgetekende jeugdherinneringen.

In de onlangs verschenen omvangrijke, informatieve biografie Nynke van Hichtum vertelt journaliste Aukje Holtrop dat Hans Jouta, maker van de losse beeldengroep, verschillende kanten van Van Hichtums persoonlijkheid heeft uitgebeeld. Kanten, aldus Holtrop, die Van Hichtum in haar leven nooit heeft kunnen integreren: «Het meisje dat opgroeide op het Friese platteland waaraan ze haar hart had verpand was een ander dan Sjoukje Bokma de Boer die razend verliefd werd op Pie ter Jelles Troelstra en met hem trouwde. En de vrouw die door haar aard en zwakke gezondheid ongeschikt was voor een dienstbaar leven aan de zijde van deze gedreven politicus en te ziekelijk om haar kinderen zelf op te voeden, was wel in staat om met hartstocht te schrijven over kinderen en moeders en <…> het Friesland van haar jeugd.»

Deze schijnbaar onverenigbare kanten van Sjoukjes persoonlijkheid inspireerden Holtrop tot het schrijven van haar biografie, waarin ze zich tot doel stelde meer dan alleen een beeld van de wereld rondom Sjoukje te schetsen. Holtrop wilde doordringen tot Sjoukjes gevoelswereld, tot haar ziel, tot «de wereld van liefdesverdriet, van sprookjesverhalen, toekomstverwachtingen, van dromen over het perfecte gezin en de ideale moeder».

Al tijdens het lezen van Holtrops verantwoording bekruipt je het gevoel dat de biograaf er niet geheel in zal slagen Sjoukjes innerlijke wereld in kaart te brengen. Holtrop geeft dit zelfs letterlijk toe: «Ik heb de illusie dat ik de persoon van Sjoukje Troelstra redelijk dicht ben genaderd, maar moet daar meteen aan toevoegen dat het wezen van deze vrouw me raadselachtig is gebleven.»

Oorzaak daarvan is dat weinig brieven en archiefstukken over Sjoukjes leven bewaard zijn gebleven. Holtrop geeft aan, wellicht omdat haar biografie ook als proefschrift diende, dat ze «de open plekken voor lief neemt» en het onzinnig vindt zomaar conclusies te trekken. Vanuit de wetenschap be zien is dit een juiste houding. Alleen de harde feiten tellen. En daarvan heeft Holtrop er bewonderenswaardig veel verzameld. Maar voor de lezer die hoge verwachtingen heeft na kennisneming van Holtrops doelstellingen is het gebrek aan interpretatie soms een gemis.

Misschien had Holtrop zich moeten beperken tot biografische feitelijk heden, een tijdsbeeld en portret aan de hand van Sjoukjes arbeidzame leven. Haar kinderboeken, sprookjesverzamelingen en vele artikelen in De Am ster dammer, Het Kind en natuurlijk Ons Blaadje, een weekblad dat kinderen goede en goedkope lectuur bood en was opgericht door Nellie van Kol, echtgenote van Henri van Kol, die als eerste naast Troelstra de SDAP vertegenwoordigde in het parlement, vormen een rijke bron en bieden de moedige biograaf ruimte om te psychologiseren. Immers, schrijft Sjoukje in Het Volk uit 1903 (Holtrops openingscitaat): «Het kinderboek is de eenige vorm waarin het mij gegeven is mijn denken en gevoelen te uiten.»

Ondanks deze uitspraak blijft Holtrop in haar rol van objectieve biograaf. Ze beargumenteert aan de hand van overgeleverde artikelen dat boeken als Afke’s tiental (1903), Jelle van Sipke-Froukjes (1932) en Schimmels voor de koets of … vlooien voor de koekepan (1936) realistische kinderboeken zijn. Te meer daar ze gebaseerd zijn op ware verhalen van Friese arbeidersgezinnen uit de om geving van Sjoukjes geboortedorp Nes.

Natuurlijk legde Van Hichtum haar eigen accenten. Zo benadrukte ze in haar Friese verhalen niet de armoedige, mensonterende omstandigheden waar in de arbeidersgezinnen in die dagen leefden, maar het belang van moederliefde, solidariteit en optimisme. Ze interpreteerde de zorg van de arbeidersmoeders als «opofferende liefde» en kwam, aldus Holtrop, tot de conclusie dat ook een arm en moeilijk leven rijk kan zijn.

Zo’n conclusie is een sleutel waarmee Holtrop de deur naar Sjoukjes ziel had kunnen openen. Want hoeveel realiteitsbesef heb je als je het arbeidersbestaan van rond de vorige eeuwwisseling geestelijk rijk noemt? Zijn Sjoukjes boeken niet veeleer romantisch en idealistisch dan realistisch? En is Sjoukjes gebrek aan werkelijkheidszin misschien de reden waarom Ale Feenstra, de broer van Sjoukjes dienstmeisje Hiltje Feenstra uit wier verhalen Afke’s tiental is ontstaan, in een interview vertelde dat er erg veel fantasie in het boek stond? Het is niet ondenkbaar dat hij de schrijnende armoede heel wat minder romantisch bezag dan Sjoukje.

Is Sjoukjes beschermde opvoeding als dochter van een sociaal voelende vrijzinnige dominee de oorzaak van haar onwerkelijke wereldbeeld? Holtrop noemt Sjoukje een «gevoelssocialist» omdat ze begaan was met het lot van de arbeiders, maar echte politieke betrokkenheid toonde ze, voorzover bekend, slechts heel beperkt. Heeft Sjoukjes mogelijke gebrek aan maatschappelijk en politiek bewustzijn soms ook een rol gespeeld in het stranden van haar door financiële en ge zond heidsproblemen getekende huwe lijk met Troelstra in 1907?

Het blijven vragen. Als Holtrop iets meer verbanden had durven leggen, zoals Pieter Verhoeff in de film Nynke (2001) wél heeft gedaan, was haar portret van Sjoukje sprekender geweest.

Dat neemt niet weg dat de passages over Sjoukjes leven met Troelstra en de turbulente tijd waarin zij leefden zeker spannend zijn. De opkomst van het socialisme, Troelstra’s propagandatochten en strijd met de anarchistische Domela Nieuwenhuis, Sjoukjes labiele psychische gesteldheid na de geboorte van haar tweede kind Jelle, haar car rièrestart als redactrice van de kinderrubriek in For Hûs en Hiem, haar fascinatie voor de reformbeweging en de spiritistische bijeenkomsten van de Troelstra’s, zijn meeslepend beschreven en geven een voortreffelijk tijdsbeeld. Jammer daarom dat Holtrop de losse delen van het beeldhouwwerk van Nynke van Hichtum in Nes niet aan elkaar heeft kunnen smeden tot een beeld met een ziel.