Italiaanse verkiezingen: Voorbode voor heel Europa

Proeftuin Italië

De Italiaanse parlementsverkiezingen op 4 maart zijn, zoals eerder, als een glazen bol voor de rest van Europa. Gaat de moderne politiek worden bepaald door de gehavende oude partijen, de rechtse populisten of de internetdemocraten?

Small anp 56039935

‘Jullie moeten ons niet onderschatten. Jullie zien ons als spaghettivreters, als smurfen. Maar in werkelijkheid zijn we levensgevaarlijk. We hebben het fascisme uitgevonden, en de banken. We hebben alle gevaren van de wereld uitgevonden – en ze geëxporteerd.’

Beppe Grillo was er zeker van, voor de camera’s van het vpro-programma Tegenlicht in 2010: wat er in Italië gebeurt heeft repercussies voor de rest van Europa. Veel mensen zien Italië vooral als het land van la dolce vita, van vrolijke flierefluiters die niet serieus te nemen zijn. Maar dat is onterecht, wist Grillo: Italië is juist het land van nieuwe politieke experimenten die later worden geëxporteerd naar elders. Denk aan de Duce, Benito Mussolini, die het fascisme introduceerde ver voordat Hitler de macht greep; denk aan de Cavaliere, Silvio Berlusconi, die de wereld alvast kennis liet maken met het persoonlijke populisme ver voor Pim Fortuyn en Donald Trump.

Grillo kon bij dat interview in 2010 nog niet bevroeden dat zijn eigen creatie, de Vijfsterrenbeweging, nu geldt als het nieuwe Italiaanse ‘gevaar’. Een grote verkiezingswinst van Grillo’s beweging bij de Italiaanse verkiezingen op 4 maart zou zo weer het spook van de eurocrisis tot leven kunnen wekken. Maar belangrijker nog is dat die verkiezingen heel Europa duidelijk laten zien welke kampen de moderne politiek zullen bepalen: aan de ene kant zijn er de restanten van de traditionele partijen, aan de andere het persoonlijke populisme met (extreem-)rechtse trekjes, en daartussenin is Grillo gekropen met zijn belofte van radicale vernieuwing via internetdemocratie. Daarmee vormt de Vijfsterrenbeweging niet alleen een nieuw ‘gevaar’ voor de heersende machten in Italië, maar het laat ook vooral zien dat Italië opnieuw een exportproduct in petto heeft voor de rest van Europa. De Italiaanse verkiezingen zijn als een glazen bol: wie goed kijkt ziet er de politiek van de toekomst in afgetekend.

Het ligt niet direct voor de hand dat juist Italië het voorland vormt van de moderne politiek. Het land staat immers bekend om zijn verkalkte en chaotische bestuurscultuur waarin hervormingen zelden of nooit worden doorgevoerd. Maar wie achter die façade kijkt, ziet juist dat bredere politieke trends die overal spelen in Italië worden uitvergroot. De komende verkiezingen maken dat goed duidelijk. In heel Europa worstelen de oude volkspartijen met de vraag of ze nog toekomst hebben. De christen- en sociaal-democratische partijen die het continent na 1945 hebben opgebouwd verliezen leden, ideologische zekerheden en vooral kiezers. Die worsteling is in Nederland goed te zien bij de gestage teloorgang van het cda en de pvda. Maar in Italië liggen de zaken scherper: de laatste restanten van de traditionele volkspartijen zijn verenigd in één overkoepelende partij, de Partito Democratico (PD) van oud-premier Matteo Renzi, die op 4 maart probeert te redden wat er te redden valt van de naoorlogse partijdemocratie.

Renzi moet het daarbij opnemen tegen het rechtse populisme, dat in Italië al ruim twee decennia wordt belichaamd door Berlusconi. Sinds Berlusconi in 1994 een trend zette door los van de traditionele partijen en met gebruik van moderne media een directe band te creëren tussen hemzelf en zijn kiezers heeft die nieuwe vorm van persoonlijke politiek overal opgang gemaakt. Maar deze vorm van gepersonaliseerd populisme lijkt al weer over zijn hoogtepunt heen, en ook dat is goed te zien in Italië. Want ook al probeert Berlusconi op 4 maart nog één keer Europa te verbazen en zijn erfenis veilig te stellen, het is overduidelijk dat hij op zijn laatste benen loopt. Berlusconi heeft ruim twintig jaar lang alle aandacht naar zichzelf toe gezogen en op het moment dat hij definitief van het toneel verdwijnt, zal rechts Italië dus verweesd achterblijven. Datzelfde scenario zal zich onherroepelijk ook afspelen bij andere populisten elders in Europa.

Het wachten is daarom op een alternatief dat het gat van de oude partijen en het populisme weet te vullen. En hier wijst Italië weer de weg: de verkiezingen worden een driestrijd tussen de restanten van de oude volkspartijen, het rechtse populisme en Grillo’s Vijfsterrenbeweging. Het is het voorproefje van een politieke ontwikkeling die de komende jaren overal te zien zal zijn.

Italië dankt de twijfelachtige eer van politiek voorloper aan de grote afstand die er altijd heeft bestaan tussen burger en politiek, en de experimenten die dus moesten worden gedaan om die kloof te slechten. Na het ontstaan van Italië als eenheidsstaat in 1861 bestonden er immers geen ‘Italianen’, die moesten nog worden ‘gemaakt’, zoals een politicus kort na de eenwording zei. Dit proces van ‘Italianen maken’ resulteerde in allerlei pogingen om van Italië een grote mogendheid te maken, om de achterstand van het arme zuiden weg te werken, en vooral om de burgers van de eenheidsstaat te emanciperen naar het evenbeeld van de Italiaanse elite.

Dat gebeurde aanvankelijk zonder veel succes: voor veel inwoners bleef de Italiaanse staat lange tijd een abstractie, en hoe harder politieke elites probeerden de burger te onderwerpen aan de staat en Italië op te stuwen in vaart der volkeren, hoe desastreuzer de gevolgen. Koloniale avonturen, de Eerste Wereldoorlog en vooral het fascisme maakten duidelijk welke funeste gevolgen het proces van ‘Italianen maken’ kon hebben.

Op het moment dat Berlusconi definitief van het toneel verdwijnt, zal rechts Italië verweesd achterblijven

De taak om de kloof tussen burger en politiek definitief te slechten viel in 1945 toe aan de grote volkspartijen die het verzet tegen het fascisme hadden geleid. Aan de straffe hand van de partijkaders van de socialisten, de communisten en de christen-democraten zou Italië uitgroeien tot een modern democratisch land. Die partijen konden rekenen op trouwe aanhang, hadden een duidelijk ideologisch profiel en vertakten zich via maatschappelijke organisaties, kranten en omroepen tot in de haarvaten van de samenleving. In heel Europa waren de naoorlogse decennia de hoogtijdagen van de volkspartij, en Italië tekende deze trend bij uitstek: het huisde zowel de grootste partij van West-Europa (de communistische partij met ruim twee miljoen leden) als de meest succesvolle van het continent, de christen-democraten, die alle verkiezingen van 1946 tot 1992 wonnen en zo decennialang aan de macht bleven.

Maar juist door het machtsmonopolie van de christen-democraten en hun bondgenoten, de socialisten voorop, speelde zich in Italië een Europese ontwikkeling versneld af. De grote partijen verloren namelijk al snel hun ideologische veren en werden echte bestuurderspartijen met een eindeloze rij grijze mannen in grijze pakken (denk aan Giulio Andreotti en de prachtige film Il Divo van Paolo Sorrentino). Voor burgers bleek er weinig meer te kiezen. Het voortdurende besturen leidde er bovendien toe dat de partijen van hun achterban vervreemd raakten. Een socialistisch politicus sprak veelzeggend niet meer over leden, maar over ‘klanten’ van zijn partij, directeuren van grote (semi-)publieke diensten waarvoor de bestuurderspartijen als beheerders van de staatskas van alles konden regelen. Toen tijdens de terreurcrisis van de jaren zeventig ook de communisten aansluiting vonden bij dit selecte gezelschap van bestuurderspartijen bleef er geen echte oppositie meer over. De PD van Renzi is de erfgenaam van dit ‘historische compromis’ tussen christen-democraten en communisten. Maar Renzi’s neergaande scores in de peilingen tonen dat veel Italianen, net als zoveel Europeanen, niet langer zitten te wachten op de partijpolitiek van weleer.

Het eerste alternatief voor de volkspartijen werd in Italië al begin jaren negentig gelanceerd. Een groot corruptieschandaal veegde de bestaande partijen van de kaart en liet burgers snakken naar nieuwe vormen van politiek. Berlusconi rook zijn kans en ‘betrad het veld’, zoals hij het zelf omschreef. Al in zijn eerste toespraak benadrukte hij dat zijn ‘beweging’ Forza Italia (Hup Italië) niet ‘de zoveelste partij of de zoveelste fractie’ was, maar juist ‘een heel nieuw type organisatie van kiezers en gekozenen’. In plaats van lid te worden van een bureaucratische partijorganisatie kon eenieder die vier medestanders wist te vinden, de waarden van vrijheid en democratie onderschreef en een fax had (het waren tenslotte de jaren negentig), op eigen houtje een Forza Italia-club lanceren.

In een korte maar uitgekiende campagne deed Berlusconi een direct appèl op de kracht van de samenleving. Hij omarmde de wijsheid van de ‘gewone Italiaan’ in plaats van experts en beroepspolitici en zette zichzelf ongegeneerd in als belangrijkste campagnemateriaal. Vervolgens won hij de verkiezingen met een beweging die drie maanden daarvoor nog niet bestond. Dat kunstje flikte hij nog twee keer, in 2001 en 2008, onder meer door live op tv een ‘contract met de Italianen’ te tekenen én door bij miljoenen landgenoten ongevraagd een glossy met zijn levensverhaal thuis te laten bezorgen. Zo smeedde Berlusconi een directe band met zijn kiezers – over de hoofden van partijen, politici en parlement heen.

Op grond van dit soort verleidingstrucjes, en natuurlijk vanwege zijn eindeloze reeks seks- en corruptieschandalen, is Berlusconi lang weggezet als een Italiaanse uitzondering, als het bewijs dat Italië mijlenver zou achterlopen bij ‘normale’ westerse democratieën. Inmiddels weten we beter. Het onbeschaamd inzetten van de media, het optuigen van een politieke ‘beweging’ ter vervanging van de oude partijen, het inzetten van een opgepoetste versie van jezelf (of juist het uitbuiten van je blunders om te laten zien dat je ook een gewoon mens bent en dat je je niet, zoals veel beroepspolitici verweten wordt, verheven voelt boven gewone mensen): het zijn allemaal trends die we de afgelopen jaren overal in het Westen hebben kunnen zien. Nu Emmanuel Macron in Frankrijk in korte tijd een beweging lanceerde die de oude Franse partijen wegvaagde, en Donald Trump in het Witte Huis zit, is het duidelijk dat Berlusconi niet als een ‘typisch Italiaanse’ aberratie moet worden afgedaan.

Juist omdat Berlusconi hier het populisme als eerste aan de macht bracht, worden in Italië de beperkingen van het persoonlijke populisme ook als eerste zichtbaar. Zijn aanvallen op pers, partijen en rechters hebben het cynisme onder de bevolking alleen maar versterkt. En belangrijker nog: toen de Cavaliere in 2011 werd geveld door de eurocrisis stond er geen partijkader klaar om hem op te volgen. Juist door de ongeremde personalisering van de politiek die Berlusconi als oplossing lanceerde voor de crisis van de volkspartijen gaapte de kloof tussen burger en politiek als nooit tevoren toen hij aftrad.

Het gat dat Berlusconi achterliet bood op rechts ruimte voor de Lega Nord van Matteo Salvini, die de migratiecrisis van de afgelopen jaren naar zijn hand heeft gezet om met een onversneden xenofobe boodschap kiezers te trekken. Veel commentatoren menen daarin een heropleving van het Italiaanse fascisme te zien, al vormt Salvini’s Lega vooral de Italiaanse pendant van andere anti-immigratiepartijen zoals de pvv. Het lukt Salvini bovendien niet om uit de schaduw van Berlusconi te treden: hij presenteert zich als een volkse houwdegen en blijft vooralsnog het schoothondje van de meer salonfähige Cavaliere.

In plaats van ons blind te staren op extreem-rechts is het dus beter goed te kijken naar het nieuwste Italiaanse experiment dat daadwerkelijk een alternatief biedt voor de volkspartijen en Berlusconi’s populisme: het experiment van Grillo en zijn Vijfsterrenbeweging. Waar Berlusconi en zijn medestanders zich nog altijd vooral bedienen van ‘oude’ media zoals de tv en klassieke partijbijeenkomsten gebruikt de Vijfsterrenbeweging, opgericht in 2009, het internet om de kloof tussen burger en politiek te overbruggen. Het succes van die aanpak bleek al direct bij de landelijke verkiezingen in 2013, toen de Vijfsterrenbeweging vanuit het niets de meeste stemmen vergaarde. Dat was geen eenmalige opleving, weten we nu. Ondanks allerlei groeistuipen is de Vijfsterrenbeweging definitief doorgebroken als de dominante factor in de Italiaanse politiek, met in de peilingen een straatlengte voorsprong op Renzi, Berlusconi en Salvini.

Critici betogen dat Grillo, in zekere zin net als Berlusconi, moderne media gebruikt om zijn eigen macht te vergroten

Het experiment van de Vijfsterrenbeweging heeft op twee manieren van Italië een pionier in politieke vernieuwing gemaakt. Ten eerste door de organisatie van de beweging zelf, die de belofte in zich draagt de democratie radicaal te herijken via internet. Burgers worden direct bij de politiek betrokken via een online discussie- en stemlokaal, waarbij leden kunnen meeschrijven aan wetsvoorstellen en online hun stem kunnen uitbrengen bij belangrijke beslissingen. Rousseau, zo heet het platform van de Vijfsterrenbeweging om deze vorm van internetdemocratie mogelijk te maken, met een duidelijke verwijzing naar het moderne politieke principe dat de volonté générale, de ‘volkswil’, de basis vormt van politieke legitimatie.

Die ‘volkswil’ blijkt soms vrij moeilijk te mobiliseren: bij de online voorverkiezing voor de premierskandidaat van de beweging brachten slechts 37.000 mensen hun stem uit (waarbij een overgrote meerderheid koos voor Grillo’s favoriet, de jonge politicus Luigi Di Maio). Dit laat zien dat de Vijfsterrenbeweging, ondanks het overduidelijke succes, nog worstelt met de mogelijkheden en grenzen van internetdemocratie. Zijn de principes van discussie en stemmen online wel zoveel transparanter dan het bestaande parlementaire systeem en de partijdemocratie? Is het systeem niet erg fraude- en hackgevoelig? En wie bepaalt er eigenlijk precies wanneer en waarover mag worden gestemd en hoe de stemmingen worden aangekondigd? Critici betogen dat Grillo vooral een rookgordijn heeft opgetrokken en, in zekere zin net als Berlusconi, moderne media gebruikt om zijn eigen macht te vergroten.

Tegelijkertijd blijkt de Vijfsterrenbeweging vanwege haar organisatievorm moeilijk ideologisch vast te pinnen. En daar ligt precies de vernieuwing. Het principe van internetdemocratie is immers vloeibaar: online kunnen steeds weer andere ideeën komen bovendrijven en kan iedereen iets van zijn gading voorleggen aan de rest. Dit zorgt ervoor dat bij de Vijfsterrenbeweging ex-communisten zich evenzeer thuis voelen als verstokte neofascisten, werklozen evenzeer als kleine ondernemers. Zij zijn zwevende kiezers geworden, en Grillo’s internetdemocratie biedt hun niet alleen de mogelijkheid om veel actiever aan de politiek deel te nemen dan onder Berlusconi’s televisiepopulisme, maar ook om de hele beweging zelf van kleur te laten verschieten. Berlusconi liet als geen ander zien hoe je de zwevende kiezer kon bereiken die de oude volkspartijen de rug had toegekeerd, maar de Vijfsterrenbeweging is de eerste zwevende partij van Europa.

De Italiaanse vernieuwing toont zich ook in een nieuwe vorm van politiek leiderschap. Hoewel Di Maio de premierskandidaat is van de Vijfsterrenbeweging trekt Grillo achter de schermen nog altijd aan de touwtjes. Zelf is hij echter niet verkiesbaar, en het is onduidelijk welk mandaat hij heeft en wie hem controleert. Grillo treedt op als de alwetende opzichter en wijze raadgever van Di Maio, maar hoeft zich ondertussen nooit in verkiezingen te verantwoorden en kan niet door kiezers worden weggestemd.

Zo heeft de Vijfsterrenbeweging een nieuw soort leidersprincipe geïntroduceerd dat een breuk vormt met oude vormen van politiek. Terwijl Berlusconi nog ‘het veld betrad’ om het op te nemen tegen de oude volkspartijen is Grillo juist de baas omdat hij bewust buiten de politiek blijft staan. Het is niet onaannemelijk dat die vorm van modern leiderschap ook elders opgang zal maken. Om de volksgunst te winnen zullen politici zich niet langer verkiesbaar stellen, maar via online media en dus buiten het parlement (en de traditionele massamedia) om een beweging opbouwen waarmee ze het politieke proces bepalen – zonder daar zelf daadwerkelijk deel van uit te maken.

Het is inmiddels duidelijk dat dit dubbele experiment met internetdemocratie en nieuw leiderschap de Italiaanse politiek ook in de toekomst zal domineren. In Rome en Turijn is de doorbraak al gerealiseerd met twee burgemeesters van de Vijfsterrenbeweging. Ze zijn allebei jong en vrouw: een duidelijk teken dat het laatste uur heeft geslagen voor de grijze partijmannen in pak én voor de grijpgrage mediamagnaat Berlusconi. De parlementsverkiezingen op 4 maart zijn de volgende etappe waarbij de Vijfsterrenbeweging uitdrukkelijk een gooi zal doen naar de macht. Of dat lukt, is zeer de vraag: omdat Grillo elke coalitievorming met andere partijen taboe heeft verklaard, kan de beweging alleen met een uitzonderlijk hoge verkiezingswinst een eigen regering gaan vormen.

Ook andere vragen liggen nog open in de Italiaanse verkiezingen en werpen hun schaduw vooruit over de toekomst van de westerse democratie: blijft Grillo achter de schermen de leider van de Vijfsterrenbeweging of zijn de onvoorspelbare krachten van het internet hem uiteindelijk de baas? Welk gezicht krijg het rechtse populisme als Berlusconi straks definitief van het toneel verdwijnt? En lukt het de oude volkspartijen nog om zich op te richten uit de crisis?

Gezien de voortrekkersrol die Italië in de geschiedenis wel vaker heeft gespeeld is het te verwachten dat zwevende partijen als de Vijfsterrenbeweging ook elders in Europa zullen doorbreken met de belofte dat ze de kloof tussen burger en politiek zullen overbruggen via internet. Wie alvast een voorpoefje wil nemen van de strijd die daaruit voortvloeit, moet vooral aandachtig blijven letten op de politieke proeftuin van Italië.


Dit artikel is deels gebaseerd op het boek Proeftuin Italië: Hoe het mooiste land van Europa de moderne politiek uitvond dat deze week verschijnt bij Prometheus