Profaan icoon

Malevich’ Zwart vierkant oogt als een slogan, als het nulpunt van de nieuwe kunst, de nieuwe tijd.

Het in de Amsterdamse Hermitage tentoongestelde Zwart vierkant van Malevich is volgens de catalogus rond 1932 gemaakt. Daarmee is het, voorzover bekend, de vierde versie van dat geheimzinnige icoon. Voor het eerst werd het in 1915 geschilderd, op het linnen van een bestaand schilderij. Waarschijnlijk omdat de verf daarvan nog niet goed droog was, is de dunne verflaag van Zwart vierkant later gaan barsten. In 1929 heeft de kunstenaar daarom, voor zijn tentoonstelling in de Tretyakov Galerie in Moskou, een nieuwe versie vervaardigd van 80 x 80 cm, ongeveer hetzelfde formaat als het eerste schilderij. Daarvoor was het werk nog eens uitgevoerd voor een presentatie op de Biënnale van Venetië in 1923. Omdat het, denk ik, in de competitie van zo'n tentoonstelling goed moest opvallen, was het aanzienlijk groter gemaakt: 106 x 106 cm. Dat Malevich, zoals elke kunstenaar, ook aan zulke effecten dacht, blijkt uit de maat van de laatste versie (nu in de Hermitage) die even groot is, 53,5 x 53,5 cm, als Rood vierkant uit 1915 waarmee het (als een tweeling) in 1932 in Leningrad werd geëxposeerd. Zo is, volgens de catalogus van de Amsterdamse tentoonstelling, nu ongeveer de stand van zaken. Ondertussen had de kunstenaar, nadat hij het werk in 1915 voor het eerst had geschilderd, steeds beweerd dat het concept ervoor al in 1913 was bedacht - op de achterkant van de latere versies heeft hij die datum dan ook aangegeven als jaar van ontstaan. Dit korte overzicht geeft aan hoeveel het werk voor Malevich heeft betekend.
Maar kan het zijn dat de eerste versie van Zwart vierkant, hoewel het idee in zijn hoofd zat, toch nog vrij impulsief is ontstaan omdat het ineens nodig bleek toen de tentoonstelling in Petrograd in de maak was, in 1915 waar het schilderij voor het eerst was te zien? Dat zou een artistieke reden kunnen zijn waarom het, vrij snel en bijna provisorisch, op een al bestaand doek werd geschilderd - omdat dat bij de hand was. Toen het er was, zag hij de diepe kracht van het ding. Er bestaat een foto van die expositie. Daarin zien we een hoek en twee wanden die vol hangen met de typische suprematistische schilderijen van Malevich - die met combinaties van schuine, kantelende geometrische figuren zoals we die kennen uit het Stedelijk Museum. Helemaal links hangen (door de foto afgesneden) twee schilderijen met een dubbelzinnig kwadratisch motief waarvan er één Rood vierkant zou kunnen zijn. Hoog aan de wand, en overhoeks, hangt zo te zien ons Zwart vierkant, bijna alsof het op het laatste moment nog is toegevoegd. Het hangt er als manifest of slogan - voor zoiets als het nulpunt waarmee de nieuwe kunst voor de nieuwe tijd moest beginnen. Precies zo'n plek, geheimzinnig in de hoek, was in orthodoxe Russische woonkamers de plaats voor het icoon. Dat viel toen ook al op: in de kritiek op de tentoonstelling was met woedende verontwaardiging sprake van dat profane icoon ter vervanging van de madonna.
In het voorjaar van 1991 was ik met Jannis Kounellis in Moskou waar ik de curator was van zijn tentoonstelling in de Nieuwe Tretyakov Galerie. Samen zagen we toen ook schilderijen van Malevich die in de perestrojka weer getoond konden worden. Er was iets romantisch aan Kounellis’ verering van Malevich, die vooral Zwart vierkant gold. Hij wist met grote zekerheid dat het zwart een onderkleur had, geel namelijk, en daardoor had dat zwart een bijzondere gloed als het dofglanzende goud van een icoon. Als Grieks-orthodoxe jongen had hij gevoel voor mystiek. Maar wat zo'n schilderij betekende? Hij meende dat kunstenaars van tijd tot tijd op een punt van gedrevenheid en overtuiging komen waarbij ze werk maken dat ook voor hen het grote enigma zal blijven, maar ook de onpeilbare bron van inspiratie en het anker waaromheen hun werk zal blijven draaien. Zwart vierkant is zo'n werk: een raadsel, maar met een onweerstaanbare overtuigingskracht.
Een manshoge sculptuur uit 1996 van Kounellis, Senza titolo, komt in die richting. Eigenlijk is het geen sculptuur maar eerder het tegendeel daarvan: een explosie van energie. We zien een soort container van roestig ijzer met daarin een uit elkaar gevallen bundeling van dunne ijzeren staven. Toch geen explosie dus, maar een vreemde verstijving van energie. De vorm van het ding ontstaat vanzelf als de staven een voor een in de container worden geplaatst. Maar wat je ook verzint, de geheimzinnigheid van dit ijzeren boeket houdt niet op je ogen bezig te houden. Daarom gaat het. Hoe lang je ook naar Zwart vierkant blijft staren, het wordt niet een of andere fraaie figuur. De harde enigmatische vorm (en dat geldt ook voor het werk van Kounellis) is ongelooflijk hardnekkig. Het is de hardnekkigheid van de pure, schaduwloze abstractie, die ongelimiteerd ruimte blijft geven aan kijken en denken. Het is zoiets als kijken naar de roerige zee.

PS Zwart vierkant is tot 17 september te zien op de tentoonstelling Matisse tot Malevich in de Hermitage, Amsterdam. De Kounellis zit in de collectie van het Stedelijk Museum.