Economie

Professorenmanifestatie

Terwijl de faculteit mens- en maatschappijwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam bijkans bezwijkt onder megalomane bouwprojecten (zie ‘Pompeuze idioten’ twee weken terug) bestaat de rector van diezelfde UvA het om haar hoogleraren op te roepen vrijdag mee te lopen in een demonstratie tegen de voorgenomen bezuinigingen in het hoger onderwijs. Omdat het om universiteiten gaat en niet om armlastige postbezorgers heet het geen demonstratie maar chic 'professorenmanifestatie’ en gaan er geen vlaggetjes, toeters en petjes mee maar toga’s, befjes en baretten. Verschil moet er zijn.
De voornaamste steen des aanstoots, zo blijkt uit het begeleidende schrijven, is de strafkorting op langstudeerders van 370 miljoen euro. Nu ben ik het zeer met de opstellers eens dat dit kabinet een ramp voor het land is en dat er veel meer geld naar onderwijs moet om de ambities op dat vlak eindelijk eens waar te maken. Er is immers geen land ter wereld waar de woorden 'kennis’ en 'economie’ zo vaak in één adem worden genoemd en waar tegelijkertijd zo schraalhanserig met onderwijs wordt omgesprongen. En toch ben ik niet van plan vrijdag naar Den Haag te gaan om daar in toga 'door de Haagse binnenstad te trekken’.
Ten eerste omdat ik het kabinet groot gelijk geef: het moet maar eens afgelopen moet zijn met de labbekakkerige studiehouding van de Nederlandse student. Een kleine minderheid haalt binnen vijf jaar haar bul, een andere kleine minderheid doet er twee of drie jaar langer over en een heel grote minderheid verdwijnt richting arbeidsmarkt zonder ooit een bul te hebben gehaald. Als we ervan uitgaan dat bullen het voornaamste product van universiteiten zijn, kost dit de samenleving per jaar honderden miljoenen. Ga maar na: een academische studie kost per student per jaar gemiddeld twaalfduizend euro, waarvan studenten er zelf zo'n tweeduizend ophoesten. In 2009 begonnen zo'n vijftigduizend studenten aan een studie. Als veertig procent na zes jaar uitvalt en dertig procent er drie jaar langer over doet, betekent dat een verspilling van pakweg 1600 miljoen. Ieder cohort opnieuw.
Dat het zo niet langer kan, heeft het kabinet goed gezien. Of een strafkorting de juiste remedie is, staat te bezien. Je hoeft geen helderziende te zijn om te snappen dat diploma-inflatie het onvermijdelijke gevolg is. Dus waarom er niet voor gekozen om de kosten daar te leggen waar de baten liggen, namelijk bij de student. Laat hem de kostprijs betalen en garandeer toegankelijkheid door leningen die naar rato van het latere inkomen worden terugbetaald. Beter onderwijs, meer geld voor universiteiten, eindelijk gemotiveerde studenten en je bent ook meteen van die omgekeerde solidariteit af die goedkope vmbo'ers dwingt mee te betalen aan dure wo'ers. Tel uit je winst. Maar voor dit conservatieve kabinet is dat kennelijk een brug te ver.
Belangrijker is dat universiteit en kenniseconomie niets met elkaar te maken hebben, hoezeer de academische kaste ook met deze correlatie schermt. Ook dit schrijven grossiert erin: 'De bezuinigingen die het kabinet voorstelt staan haaks op de ambitie van Nederland om zijn internationale positie als kenniseconomie te versterken. Juist nu moeten we investeren in ontwikkeling van kennis. Kennis is de motor van de toekomst. En dat vraagt om investeringen in plaats van bezuinigingen.’
Inderdaad is goed onderwijs cruciaal voor economische ontwikkeling. Maar dat geldt vooral voor funderend onderwijs - kinderopvang, basisonderwijs en voortgezet onderwijs - en nauwelijks voor hoger onderwijs. En juist aan dat funderende onderwijs schort van alles. Dure en slechte kinderopvang, matig basisonderwijs met strenge toetsen en veel te vroege en harde selectie, en voortgezet onderwijs dat van hoog tot laag een forse kwaliteitsimpuls kan gebruiken maar het van onze eigen Dorothea Omber moet doen met strengere toetsen. Maar daar hoor je de academische kaste niet over. Die demonstreert voor het eigen hachie.
Terwijl hoger onderwijs in de meeste ontwikkelde economieën vooral als certificeringsmachine fungeert. Op enkele selectieve masters na is het voornaamste doel van studenten om zonder veel inspanning hun bul te halen en daarmee de baan, het inkomen, de partner en het huis veilig te stellen die hen gezien de sociaal-economische positie van hun ouders toekomen. Met kenniseconomie heeft het niets te maken. Met de reproductie van de Nederlandse standensamenleving des te meer. Het gezever over 'kennis als motor van de toekomst’ dient er slechts toe om dat deel van de bevolking dat nimmer een universiteit van binnen ziet - en vergis u niet: dat is zo'n zestig procent - te verleiden om zonder morren te blijven betalen aan het luilekkerland van de gegoede middenklasse.
Uit protest loop ik vrijdag niet mee.