Schaduwkoning van Nederland

Profiel: Alfred Heineken

Hans Wiegel noemde het «het best bewaarde geheim van de Nederlandse politiek»: de twee ton die Freddy Heineken in 1972 stortte in een geheime oorlogskas van de VVD, waarmee het oprukkende rode gevaar diende te worden afgeremd. Wiegel onthulde het bestaan van de operatie Bier versus Biefstuksocialisme afgelopen vrijdag 4 januari, een dag nadat Alfred Heineken op 78-jarige leeftijd overleed. Heineken, zo vertelde Wiegel in de eerste uitzending van de nieuwe bio-serie Hoge bomen van de Avro, was hem in de aanloop naar de verkiezingen te hulp geschoten in de strijd met Den Uyl. De bierbrouwer stond in normalen doen niet bekend als goedgeefs, maar voor de bestrijding van ome Joop was hij bereid zeer diep in de buidel te tasten. Tweehonderdduizend gulden was een kapitaal met het prijspeil van 1972. Het geld, zo vertelde Wiegel aan Pieter-Jan Hagens, werd gegeven ter financiering van een landelijke publiciteitscampagne, die in nauwe samenspraak met Wiegel, diens oude JOVD-maatje Ferry Hoogendijk (hoofdredacteur van Elsevier’s Weekblad) en de gehele pr-staf van Heineken Brouwerijen op een doorwaakte nacht in de Wassenaarse woning van de biermagnaat werd uitgebroed. «Het was verbazingwekkend hoe Heineken al die mensen in korte tijd om elf uur ’s avonds bij elkaar kon roepen», herinnert zich een der aanwezigen. «Het was een kleine demonstratie van zijn macht.»

Het resultaat van al die ijver was een open brief aan het Nederlandse volk, zogenaamd geschreven door Hans Wiegel, met diens foto erboven en de kop: «Waarom stemt u eigenlijk PvdA?», welke op verkiezingsdag 29 november 1972 werd afgedrukt in diverse landelijke periodieken, waaronder De Telegraaf. Wiegel noemde het «een meesterzet», waarmee hij in één klap als politiek produkt in de markt werd geplaatst. Den Uyl won weliswaar de verkiezingen — voor het eerst sinds 1958 kwam er na een (in)formatieperiode van 163 dagen weer een rode premier in het Catshuis — maar de VVD groeide met zes zetels winst (van 16 naar 22) uit tot een geduchte oppositiepartij, die er uiteindelijk in zou slagen een wig te drijven in het jonge huwelijk tussen christendemocratie en socialisme. Rechts vond in Wiegel een nieuwe messias, maar het woord dat hij sprak, kwam rechtstreeks af van de ontwerptafel van Freddy Heineken, de schaduwkoning van Nederland. Tot aan zijn dood werd Heineken steevast omschreven als een man die «niet aan politiek» deed. Het was misschien wel Heinekens meest geslaagde pr-stunt. Pas nu blijkt dat hij Leefbaar Nederland ver vooruit was.

Vreemd genoeg bleef het tot op heden muisstil over de onthulling van Wiegel over Heinekens strijd tegen de sociaal-democratie. Pieter-Jan Hagens vertelt desgevraagd dat het tijdens het draaien van zijn ongeautoriseerde Heineken-biografie nog heel wat voeten in de aarde had gevergd. Heineken was beslist niet gelukkig met de ontboezeming van zijn politieke pupil, wiens loyaliteit ondertussen al was bekroond met een feestelijk commissariaat in het Heineken-imperium. Hagens: «Heineken wilde eigenlijk niet dat het bekend werd, want — zo vertelde hij — er zijn uiteindelijk ook PvdA'ers die zijn bier dronken.» De relatie tussen Wiegel en Heineken kon klaarblijkelijk wel tegen een stootje. Naar verluidt sprong de biermagnaat de schoonfamilie van de VVD-leider ook al eens te hulp toen deze haar drankwinkel in Leeuwarden op de fles dreigde te zien gaan. Op zijn beurt was Wiegel ook altijd op en top his master’s voice. Nog in februari 2001 protesteerde Wiegel als lid van de Eerste Kamer namens de VVD op hoge toon tegen de plannen van minister Borst van Volksgezondheid voor verhoging van de accijns op bier.

Het Avro-portret met Wiegels ontboezeming werd vanwege Heinekens overlijden eerder uitgezonden dan gepland. Bij leven en welzijn had Heineken er misschien nog wel voor gezorgd dat er een kink in de kabel kwam. Als een van de rijkste en machtigste ingezetenen van naoorlogs Nederland hield hij zijn zaken gaarne in de hand. Als trotse drager van het sterrenbeeld schorpioen, zo liet hij niet na keer op keer in interviews te verklaren, was enige dosis wraakzucht hem niet vreemd, en wie hem tartte, kon op onverwachte wijze worden geconfronteerd met een staaltje van zijn oppermacht.

Zulks ervoeren in de jaren zestig de makers van de Nederlandse speelfilm Als twee druppels water, een verfilming van De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans. De door Fons Rademakers geregisseerde film werd gefinancierd door Heineken, die er een aardig vehikel in zag voor zijn toenmalige vriendin, actrice Nan Los. Toen de actrice haar nevenactiviteiten als minnares van de biermagnaat staakte, was Heinekens wraak verschrikkelijk. Als eigenaar van de auteursrechten van de film ging hij in 1969 «om persoonlijke redenen» over tot een verbod op openbare vertoning van de film, die in een kluis belandde en door bijna niemand meer zou worden gezien, terwijl het nota bene de beste film van Rademakers heet te zijn.

Iets soortgelijks probeerde Heineken in 1995, toen journaliste Barbara Smit een hem onwelgevallige biografie dreigde te publiceren bij de Nijmeegse uitgever SUN. Na vijf interviews waarin Heineken zijn geliefde spel van aantrekken en afstoten had gespeeld, kwam hij erachter dat Smit weinig vleiende bedoelingen met haar boek had en dreigde met een offensief geldverslindende bodemprocedures teneinde publicatie te voorkomen. Toen ook dat niet het gewenste effect sorteerde, zette Heineken een poging in om dan maar meteen de gehele boedel van de gewezen marxistische uitgeverij van de Nijmeegse universiteit op te kopen. «Ze moet oppassen», zo sprak Heineken in weekblad HP/De Tijd dreigend richting Smit. «Als ik word aangevallen, kan ik heel venijnig zijn.» Heineken benaderde op een receptie mediamagnaat Pierre Vinken, toen nog president-commissaris van uitgeefgigant Reed Elsevier, met de vraag of deze niet een manier wist om de SUN op te kopen. Toen dit in het nieuws kwam, verklaarde Heinekens woordvoerder dat het hier een onschuldige grap betrof. Kenners van zijn door rancune voortgedreven universum wisten wel beter.

Ook bevreesd voor de wraak van Heineken was Cor van H., een van de leden van de bende uit de Amsterdamse Staatsliedenbuurt die in 1983 overging tot ontvoering van de biermagnaat en zijn chauffeur Ab Doderer. Van H. had dan ook een forse schuld uitstaan bij de rijkste man van Nederland (geschat persoonlijk kapitaal 7,4 miljard gulden, anderhalf miljard meer dan Beatrix). Niet alleen had hij hem drie weken van zijn vrijheid beroofd door Heineken en zijn chauffeur geketend op te sluiten in een loods in het westelijk havengebied van Amsterdam, van het betaalde losgeld van 35 miljoen gulden werd acht miljoen nooit teruggevonden.

Heineken sprak liever niet over die periode, maar als hij er wat over zei, bleek dat hij er zeer diep onder had geleden, vooral vanwege de «Chinese marteling» die zijn ontvoerders volgens hem uitvoerden door dag in, dag uit een cassettebandje met Marlene Dietrichs Ich hab’ noch einen Koffer in Berlin te spelen in de cel. Na zijn straf te hebben uitgezeten, schreef Van H. een persoonlijke brief aan zijn voormalige slachtoffer met de vraag of deze hem de tragische gebeurtenissen van 1983 a.u.b. niet euvel wilde duiden. De ontvoerder drong aan op een persoonlijke ontmoeting teneinde de zaak uit de wereld te praten, maar daar stak Heinekens hoofd bewaking Arjo de Jong, door de biermagnaat weggekocht bij Beatrix en door hem liefkozend «mijn generaal» genoemd, een stokje voor. Van H. werd in december 2000 zelf het slachtoffer van een mislukte moordaanslag, uitgevoerd door een handlanger van de later zelf ook weer geliquideerde Sam Klepper. Over het hoe en waarom van de aanslag op Van H. tast men nog altijd in het duister. Intrigerend blijft dat Klepper harmonieuze relaties onderhield met de Hell’s Angels, de Amsterdamse motorclub wier leden weer uiterst verknocht waren aan oom Freddy en hem graag over de vloer hadden tijdens de speciale celebrity-avondjes in hun clubhuis aan de Amsterdamse Spaklerweg.

Heinekens verovering van de mondiale biermarkt blijft een economisch mirakel op zich. Die verovering ging gepaard met harde verkoopmethodes, waarmee hij zich de rechtmatige opvolger mocht noemen van de Heren 17 van de VOC, de eerste multinational van Neerlands koopmanschap. Heineken vervolmaakte het VOC-concept tot in de fijnste details, gebruik makend van de agressiefste verkoopmethodes uit de Amerikaanse school, die hij op last van zijn vader ter plekke bestudeerde in de jaren vijftig.

Heineken slaagde erin een zeer middelmatig biertje uit het polderland, door vijanden steevast omschreven als «paardenzeik», wereldwijd te verkopen als de champagne onder de pilsen. Freddy Heineken werd zo niet alleen de rijkste, maar ook de machtigste man van Nederland. Waar vader Henry Pierre Heineken alleen nog maar via zijn boezemvriend prins Hendrik toegang had tot ’s lands eerste familie, kon zoon Freddy bij de gehele Oranje-familie een potje breken. Vooral voor prins Claus had hij een zwak, en het was ook oom Freddy aan wie Willem-Alexander als eerste zijn verloofdes Emily Bremers en Máxima Zorreguieta kwam tonen. De bierkoning briefde die ontmoetingen dan meteen door naar de pers, want discreet was hij niet te noemen.

Gek genoeg was Heineken niet eens een echte monarchist. Volgens hem was het binnen dertig jaar afgelopen met de Oranjes op de troon. Hij ontwierp begin jaren negentig zelfs een nieuwe staatkundige indeling van Europa, waarbij het koninkrijk der Nederlanden in piepkleine autonome stukjes werd opgedeeld. Wie weet zag hij zichzelf wel als een geschikte heerser voor de aldus gevormde bananenrepubliekjes, of anders zijn adjudant Wiegel. Met de vorstin stond hij op voet van gemeenzame gelijkheid. Een geliefde truc om zijn gasten op kantoor te imponeren, was dat Heineken in hun aanwezigheid Beatrix opbelde met een weinig protocollaire openingszin als: «Zo Beatrix, al een beetje moe van het regeren vandaag?» Beatrix, normaal gesproken erg op haar vorstelijke privileges gesteld, liet het zich allemaal glimlachend welgevallen en koos regelmatig het ruime sop op Heinekens immense jacht Something Cool, zoals publiek bekend werd toen ze medio jaren tachtig voor de kust van Portugal werd overvallen door een hersenvliesontsteking en haastig van de Heineken-boot moest worden gehaald.

Eén ding vermocht al het geld dat Freddy Heineken bezat niet te bewerkstelligen: zijn vriend en idool Frank Sinatra nam ondanks de nodige pressie daartoe nooit een compositie van Heinekens hand op. In plaats daarvan diende Heineken het qua muzikale aspiratie te doen met een Sinatra-kloon, bij wiens vertolkingen van zijn ballads zelfs Freddy’s trouwe vriend en mede-Antibes-bewoner Willem Duys in slaap zei te sukkelen. Sommige dingen blijven onbereikbaar, zelfs voor een meervoudig miljardair.