De laatste ouderwetse vorst

Profiel: Catharina de Grote

Op 3 februari 1744 arriveerde de veertienjarige Sophia von Anhalt-Zerbst in het veertigjarige Petersburg. Ze was daarheen gehaald om met de Russische troonopvolger Peter Fjodorovitsj te trouwen. Deze, een kleinzoon van Peter de Grote, was door zijn tante Elisabeth, die in die tijd Rusland regeerde, aangewezen als de toekomstige tsaar. Sophia, die van huis uit luthers was, kreeg bij de overgang naar de Russisch-orthodoxe Kerk de naam Catharina. Zij leerde snel Russisch en paste zich zonder veel moeite aan aan de Russische zeden en gewoonten, in tegenstelling tot haar man, die zijn enthousiasme voor alles wat Pruisisch was en zijn afkeer van alles wat Russisch was niet onder stoelen of banken stak. Het huwelijk was ongelukkig; het is zelfs niet duidelijk of het ooit geconsummeerd is.

De interesses van de beide echtelieden liepen sterk uiteen. Terwijl Peter met poppen speelde of ratten martelde, zat Sophia in een andere kamer te lezen. Hoewel al dat lezen, zoals zij later zelf schreef, in eerste instantie voortkwam uit ellende en verdriet, had zij er veel plezier in. Als kind in Stettin had zij onder leiding van haar Franse gouvernante Molière en Corneille gelezen, in Rusland ging ze over op nonfictie. Ze las klassieke schrijvers als Plato en Tacitus en de werken van verlichtingsfilosofen als Voltaire en D'Alembert. Maar Elisabeth had haar niet naar Petersburg laten komen om geleerd te worden, maar om een kind te baren. Het duurde tot 1754 voor er een zoon werd geboren. Het is onduidelijk of Peter of Sergej Saltykov, de eerste in een lange reeks minnaars van Catharina, de vader was. Zeker is dat keizerin Elisabeth het kind direct na de geboorte bij Catharina liet weghalen en zelf de opvoeding ter hand nam. Catharina heeft later zelf iets dergelijks gedaan met haar eerste twee kleinzoons, die ook niet door hun vader en moeder mochten worden opgevoed.

In december 1761 stierf Elisabeth. Ze werd opgevolgd door Catharina’s man, die nu Peter III ging heten. Hij verspeelde in minder dan een jaar alle sympathie bij de elite door zijn grote liefde voor Pruisen, waarmee Rusland in oorlog was toen hij de troon besteeg. Niet alleen wilde hij de militaire successen die Rusland in die oorlog had geboekt niet uitbuiten, ook wilde hij de Russische garderegimenten in Pruisische uniformen steken. Dat werd de garde te bar. Bij die garde zat de toenmalige minnaar van Catharina, Grigori Orlov. Er werd een samenzwering gesmeed met als doel Peter af te zetten en door Catharina te laten opvolgen. Op 28 juni 1762 was het zo ver. Peter was in zijn buiten in Oranienbaum, terwijl Catharina in het lievelingspaleisje van Peter de Grote, Mon Plaisir, in Peterhof verbleef. Daar werd zij om half zes ’s morgens door de broer van haar minnaar Aleksej Orlov gewekt.

Een van de samenzweerders was gearresteerd en er moest nu snel gehandeld worden. Catha rina liet zich in een rijtuig naar Sint-Petersburg brengen, waar zij in de vroege morgen door de garderegimenten werd uitgeroepen tot keizerin van Rusland. Er was weinig of geen verzet tegen de staatsgreep. De sfeer was uitstekend, er werd flink gedronken en een van de eerste rekeningen die de nieuwe keizerin ontving was er een van herbergiers en drankhandelaren ten bedrage van 105.000 roebel.

Maar de klus was nog niet geklaard, want Peter moest nog gevangen worden genomen. Catharina, die zich na haar huwelijk niet alleen met lezen maar ook met paardrijden had beziggehouden, reed, gekleed in een uniform van de garde, aan het hoofd van de achterhoede zelf mee naar Oranienbaum. Peter had, toen de eerste berichten van de staatsgreep hem ter ore kwa men, geprobeerd steun te vinden bij het garnizoen in Kronstadt. Toen dat was mislukt, was hij overmand door treurigheid en dronkenschap maar weer teruggevaren naar Oranienbaum, waar hij de volgende morgen zonder veel problemen werd gearresteerd. Hij had zich, in de woorden van Frederik de Grote, van de troon laten stoten zoals een kind zich naar bed laat brengen. Peter werd gevangengezet in Ropsja, waar hij een week later tijdens een dronkemansruzie werd gedood. Aleksej Orlov schreef een kinderlijk briefje aan Catharina om zich voor het gebeurde te verontschuldigen: «God weet hoe het gebeurd is, moedertje, maar ineens was hij dood.»

De gewelddadige dood van Peter werd geheim gehouden. Officieel heette het dat hij aan een hemorroïdale koliek was overleden, maar dat werd niet overal geloofd. Toen Catharina later de Fransman D'Alembert uitnodigde om haar zoon te onderrichten, schreef D'Alembert aan Voltaire dat hij dat aanbod maar had afgeslagen omdat hij nogal last van aambeien had en dat blijkbaar een gevaarlijke aandoening was in Rusland. In elk geval was Catharina van Peter af en daar was zij blij mee, want een afgezet staatshoofd in leven is nu eenmaal een permanent risico. Zij heeft van haar vreugde over de dood van haar man geen geheim gemaakt en de daders flink beloond.

Catharina regeerde 34 jaar. Wat haar bewind betreft lijkt het er wel eens op dat zij vooral bekend is om haar hervormingspogingen, haar correspondentie met de intellectuele elite van Europa en haar minnaars. Enigszins op de achtergrond blijft dat zij de laatste ouderwetse vorst van Rusland was, dat wil zeggen: een vorst die probeert door list en geweld het grondgebied van zijn land zoveel mogelijk uit te breiden. Haar zoon Paul en kleinzoon Alexander hadden meer de ambitie om de orde in Europa te bewaren. Catharina is er uitstekend in geslaagd Rusland groter te maken. Zij heeft in het zuiden veel land op de Turken veroverd en in het westen veel gebied en onderdanen verworven door samen met Pruisen en Oostenrijk Polen op te delen. Zij handelde zoals het hoorde, of zoals een van de ministers van Buitenlandse Zaken van haar kleinzoon Alexander, de Pool Adam Czartoryski, het formuleerde: «Zij beging geen misdaden waar zij zelf geen voordeel van had.» Een tamelijk mild oordeel over een vorstin die in 1794 generaal Soevorov voor het aanrichten van een bloedbad onder de burgerbevolking van Praga, een voorstad van Warschau, tot veldmaarschalk verhief.

Wat doet een ouderwetse vorst behalve oorlogvoeren? Zijn paleis fraai inrichten en standbeelden oprichten voor beroemde voorgangers in de hoop dat de glans daarvan afstraalt op hemzelf. Ook van deze taken heeft Catharina zich met grote ijver gekweten. Het door keizerin Elisabeth gebouwde Winterpaleis, dat juist in 1762 was gereedgekomen, breidde zij uit met een paviljoen, de Hermitage geheten, waarin plaats was voor schilderijen. Al gauw stroomden de schilderijen in zulken getale binnen dat een nieuwe uitbreiding van het Winterpaleis noodzakelijk was. Haar eerste grote aankoop was in 1764 en betrof 225 werken van oude meesters via de Berlijnse kunsthandelaar Johann Gotzkowski. De aankoop had ook een politiek tintje, want Gotzkowski had de verzameling eigenlijk bijeengebracht voor Frederik de Grote van Pruisen, maar die had na de Zevenjarige Oorlog (een van zijn tegenstanders was Rusland) geen geld meer over voor kunst. Een triomf voor Catharina.

Twee jaar later verwierf haar ambassadeur in Parijs, vorst Dmitri Golitsyn, Rembrandts De terugkeer van de verloren zoon. Golitsyn bracht Catharina ook het nieuws dat de redacteur van de befaamde Encyclopédie, Diderot, zijn bibliotheek te koop aanbood. Catharina kocht de bibliotheek, bepaalde grootmoedig dat Diderot haar tot zijn dood mocht behouden en betaalde hem bovendien een jaargeld voor het beheer ervan. Diderot was de keizerin zeer dankbaar en spande zich in om kunst en kunstenaars voor haar in de wacht te slepen. Zo bracht hij haar in contact met de beeldhouwer Falconet, die zich bereid verklaarde tegen een aanzienlijk schappelijker prijs dan een aantal van zijn beroemde collega’s een standbeeld van Peter de Grote te maken: het beroemde ruiterstandbeeld op het Senaatsplein, dat in 1782 werd onthuld ter gelegenheid van het feit dat Peter honderd jaar eerder de troon besteeg.

Diderot had Falconet nog de suggestie gedaan om rond Peter enige figuren te plaatsen die de barbarij, de liefde van het volk en de natie moesten verbeelden. Het nageslacht kan Falconet slechts dankbaar zijn dat hij deze suggestie naast zich neerlegde. Het is een mooi eenvoudig standbeeld geworden met als korte, krachtige inscriptie op de voet: «Voor Peter I van Catharina II». Behalve door het aanbrengen van Falconet maakte Diderot zich ook verdienstelijk door veel collecties voor Catharina te verwerven. Malcolm Bradbury laat hem in zijn roman To the Hermitage (2000) dan ook innig tevreden door de zalen van de Hermitage lopen als hij bij zijn bezoek aan Catharina in 1773 zijn aankopen terugziet.

Want Diderot — dat heeft Bradbury niet verzonnen — is in 1773 bij Catharina op bezoek geweest. In de herfst van dat jaar hebben zij beiden een aantal malen per week over allerhande vraagstukken van gedachten gewisseld. Na een paar maanden bleek de afstand tussen de theorie en de praktijk toch te groot. «U werkt op papier dat geduldig is, terwijl ik, arme keizerin, moet werken op de menselijke huid, die heel wat gevoeliger en prikkelbaarder is», typeerde Catha rina het verschil tussen de filosoof en haarzelf.

Heeft Catharina veel op de huid van haar onderdanen geschreven? Heeft zij ingrijpende hervormingen doorgevoerd? Aan de lijfeigenschap deed zij niets. De enige discussie die daarover tussen historici wordt gevoerd, is of de situatie op dat gebied beroerder of even beroerd was als daarvoor. En verder? Het lijdt geen twijfel dat Catharina goed bestuur, goede rechtspraak en goed onderwijs een warm hart toedroeg. Zij heeft er veel over nagedacht en er veel over geschreven, maar ze kon niet voor de mensen zorgen die de door haar bedachte maatregelen konden uitvoeren. Dit euvel werd ook door haar tijdgenoten opgemerkt. De historicus Karamzin schreef: «Zij gaf ons rechtbanken zonder voor rechters te zorgen.»

In hoeverre was het tekort aan mensen bij de rechterlijke macht, bij het bestuur en het onderwijs aan Catharina te wijten? Voor geld is niet alles te koop, maar gezegd moet worden dat Catharina in vergelijking met de bedragen die zij overhad voor oorlogen, kunst en haar talrijke minnaars niet veel geld aan onderwijs uitgaf. Die minnaars (de Russische historicus N.I. Pavlenko somt er 21 op in zijn dit jaar verschenen biografie van Catharina) werden na gedane arbeid vorstelijk beloond. Dat gold niet alleen voor de bekendere, zoals Grigori Orlov of Grigori Potemkin — voor wie zij paleizen bouwde en die zij miljoenen roebels schonk — maar ook voor iemand als Pjotr Zavadovski, in dienst als minnaar van november 1776 tot juli 1777, die als gouden handdruk bijna tienduizend zielen (lijfeigenen), 150.000 roebel, tachtigduizend roebel aan juwelen en dertigduizend roebel aan serviesgoed kreeg. Daar steekt de begroting voor 1782 van de commissie voor volksscholen van dertigduizend roebel wat bleekjes bij af.

Misschien had Catharina die minnaars harder nodig dan scholen. Was zij nymfomane? Pavlen ko heeft deze vraag voorgelegd aan de hoogleraar gynaecologie Tortsjinov, die antwoordde dat het lastig is om tweehonderd jaar na de dood van een patiënte een zekere diagnose te stellen, maar dat het waarschijnlijk was dat het hormonale evenwicht bij Catharina verstoord was. Tijdge noten van Catharina als Karamzin en schrijver en staatsman Derzjavin geneerden zich enigszins voor het gedrag van hun vorstin.

Er zijn ook aardige dingen over Catharina te zeggen. Zij was ontwikkeld, ijverig en had een soort unverfrohren optimisme. Zo schreef zij in 1775 aan de Hamburgse Johanna Bielcke: «Ik word net zo goed bestolen als de anderen. Maar dat is ook een goed teken, want het laat zien dat er wat te stelen valt.» Haar beste eigenschap, zeker in haar beginjaren, was een grote terughoudendheid bij het opleggen van haar wil. Zij deed er alles aan om mensen de indruk te geven dat zij zelf hadden bedacht wat Catharina wilde. Veldheren die zich niet zo gedroegen als zij wilde, bekritiseerde ze slechts mild. Zij kregen geen grote verwijten naar het hoofd, maar werden onder verwijzing naar eerdere successen aangespoord het juiste pad te hernemen.

Soms botste Catharina’s wens haar eigen mensen niet voor de voeten te lopen met haar wens een goede indruk te maken in het Westen. Dat bleek bijvoorbeeld bij de executie van Jemeljan Poegatsjov, de leider van een grote opstand van kozakken en boeren. Volgens het vonnis moest hij levend worden gevierendeeld en daarna onthoofd. Catharina vond dit barbaars, maar wilde niet in het openbaar tegen het vonnis ingaan. Er werd een oplossing gevonden. Uit het ooggetuigenverslag van een Engelse toeschouwer: «By a very singular Mistake of the Executioner, his head was first severed from his body, his hands and feet were afterwards cut off and shown to the Spectators before his head was exhibited.» Pas in de twintigste eeuw werd bekend dat Catharina achter deze vergissing zat.

Soms profiteerden mensen van Catharina’s indirecte wijze van optreden. Aan het eind van haar leven was zij tot de conclusie gekomen dat het beter zou zijn als niet haar zoon Paul maar haar kleinzoon Alexander haar zou opvolgen. Maar dan wel op voorwaarde dat Alexander dit een goed idee vond. Catharina wilde dat Alexan ders vroegere gouverneur Frédéric-César de La Harpe Alexander dit idee zou aanpraten. Zij liet La Harpe naar haar zomerverblijf in Tsarskoje selo komen en voerde een gesprek van twee uur met hem, waarbij zij voortdurend zinspeelde op wat zij van hem verlangde. La Harpe had geen zin in het plan en deed twee uur lang — hij kreeg het wel een beetje warm, schreef hij later — alsof hij Catharina niet begreep. Ten slotte liet ze hem gaan. Na haar dood in 1796 werd Catha rina gewoon door haar zoon opgevolgd.