Een heilige zonder reden

Profiel: het slachtoffer

De Jezus die aan het begin van het derde millennium opstond, heet Nkosi Johnson en is elf jaar oud. In Johannesburg, waar hij bezig is langzaam te sterven aan aids, trekken sympathisanten als pelgrims langs zijn sterfbed. Ook CNN en NOS-Jeugdjournaal hebben hem ontdekt.
Hartbrekende beelden tonen het kleine uitgemergelde jongetje dat dapper lachend voor een veel te grote zaal staat om de Wereld Aidsconferentie rustig uit te leggen wat hem mankeert en hoe moet worden voorkomen dat half Afrika straks aan aids sterft. De strakgespannen hoofdhuid tekent de hoekige contouren van zijn schedel, het is alsof de dood hem bij hoge uitzondering nog een paar dagen op de wereld gunt. Het lichaam bestaat nagenoeg niet meer, Nkosi’s geest gebruikt het nog even om over de grens van het leven heen te reiken en te zeggen: luister eens, met mij is het allang afgelopen, maar ik zeg jullie op de valreep hoe je kunt voorkomen dat je doodgaat. Want ik kan het weten: ík ben het slachtoffer.
Dus was hij degene die met het recht van de ervarene de president kon toespreken en vertellen welk beleid hij diende te voeren. Tot grote verontwaardiging van het volk liep de president daarop voortijdig de zaal uit.




De ouderwetse heilige of martelaar had iets gedaan of er werd hem iets toegeschreven, de moderne heilige is slachtoffer. Aardbevingen, overstromingen en andere grote rampen kunnen instant heiligverklaring opleveren, maar ook hij die een enge ziekte heeft komt al een heel eind. Voor de getroffene staan doktoren, hulpverleners, patiëntengroepen, advocaten en journalisten in de rij. Ziekte, zware baan, gedumpt in de liefde, gesloten vader, verkeerde generatie, slechte werkplek of onstuimige jaren-zestigouders: iedereen kan slachtoffer worden en uitkiezen of hij zijn verhaal via krant, radio of televisie kwijt wil. En daar wordt naar geluisterd, want het slachtoffer bezit het argument van de ervaring, he has been there.
Diana de televisieserie is er al geweest, het wachten is nog op Diana on Ice en binnenkort is in Nederland Diana de musical te zien. Na de spectaculaire dood van de Britse ex-kroonprinses wierp Engeland zich, op koningin Elizabeth II na, massaal in de rouw. De meest populaire martelares van de jaren negentig van de vorige eeuw werd begraven als een godin in een goddeloos tijdperk. Journalisten en intellectuelen zagen meewarig toe hoe haar begrafenis werd gevierd als een heidense rite. Bitter constateerde George MacDonald Fraser dat de Britse cultus van de held was omgeslagen in een cultus van het slachtoffer. «Mr. Blair was trots», zei hij, «ik schaamde me. Want treuren is een positieve deugd geworden en de respons op een tragische gebeurtenis, en speciaal op een fatale misdaad, is een ritueel geworden: de bloemenwinkels moeten worden leeggehaald opdat huldeblijken kunnen worden gestrooid, er moeten tranen komen en gekwelde interviews voor de camera’s.» Politici, journalisten, allerlei organisaties en personen probeerden zich de herinnering aan de dode people’s princess toe te eigenen. Diana werd een argument. Waarom moet het koninklijk huis warmer worden? Omdat Diana het slachtoffer van de kilte is geworden. Waarom moeten we vechten tegen landmijnen? Omdat Diana het zo wilde. Waarom moeten we dat merk boter kopen? Omdat het hoofd van Diana erop staat.




Na elke ramp verschijnen er meer krantenpagina’s en worden er meer televisie-uren ingeruimd waarin de slachtoffers hun relaas doen. Sinds in het begin van de negentiende eeuw de penny press de Verenigde Staten veroverde met goedkope kranten en spectaculaire nieuwsverhalen voor een massapubliek is de behoefte aan dramatische, echt gebeurde verhalen een van de fundamenten waarop de massamedia zich ontwikkelden.
Volgende maand publiceert uitgeverij Veen een bundel empathische interviews waarin bekende slachtoffers vertellen welke erge gebeurtenissen ze hebben meegemaakt, hoe ze later activist zijn geworden en waarom er naar ze geluisterd moet worden. Want, zeer begrijpelijk, het slachtoffer heeft inmiddels ook door dat hij een publiek heeft. Het slachtoffer heeft een voorbeeldfunctie gekregen. Hij heeft een ervaring die wij niet delen. Hoe kunnen we zorgen dat het bij ons niet zo gaat? Door te luisteren naar het slachtoffer. Hij heeft het ultieme argument en wee degene die tegenspreekt!
Een slachtoffer kan ons de weg wijzen naar hoe het wel en beter moet. Uit het relaas van een prinses die alcoholist, junk of levensmoe wordt, kunnen we opmaken wat we niet moeten doen. Van jonge kanker- en aidsslachtoffers leren we dat we beter moeten eten, veiliger moeten vrijen en meer geld aan onderzoek moeten uitgeven. Als volgelingen van het slachtoffer raken we zelf gelouterd. Het slachtoffer lijdt voor ons, uit ons aller naam. En dus heeft het slachtoffer altijd gelijk.