De wraak van de penningmeester

Profiel: Jan van Ingen Schenau

Vijfendertig jaar lang was Jan van Ingen Schenau (52) een blij en gelukkig lid van de Partij van de Arbeid. Begin jaren negentig haalde de toenmalige partijvoorzitter Felix Rottenberg hem als campagneleider naar de partij, onder de indruk als hij was van ’s mans uitmuntende massamediale kwaliteiten, die in de verkoop van het product Kok nog weleens van pas zouden kunnen komen. Van Ingen Schenau had in de reclamewereld ruimschoots zijn sporen verdiend. Op het juiste moment deed hij zijn goedlopende bedrijf van de hand, werd miljonair en kon rentenierend door het leven gaan.
Rottenberg werd bij de verkiezingen in 1994 niet teleurgesteld. Met hulp van een vernuftige slogan («Kies Kok») wist Van Ingen Schenau de Partij van de Arbeid nipt tot de grootste partij van het land te maken, ondanks een door iedereen voorspeld electoraal drama. Na de campagne werkte hij enkele jaren als hoofd communicatie op de luchthaven Schiphol. In de PVDA liet hij kort daarna weer van zich horen als drijvende kracht achter een speciale taakgroep die een standpunt over de uitbreidingsplannen van datzelfde Schiphol moest formuleren.
Zijn kwaliteiten als spindoctor mocht Van Ingen Schenau weer eens bewijzen toen in 1998 de gedoodverfde kandidaten Lennart Booij en Erik van Bruggen hem vroegen hen te begeleiden bij hun campagne voor het voorzitterschap. Toen ging het echter mis. Op het congres van februari 1999 verkozen de leden Marijke van Hees boven het Niet Nix-duo. Niet alleen bij het partijestablishment, vooral ook bij Jan van Ingen Schenau was de teleurstelling groot. Niettemin besloot hij een nieuwe functie binnen de partij te aanvaarden. Hij werd penningmeester in het dagelijks bestuur, direct dienend onder Marijke van Hees.

Al gauw waren er spanningen tussen de voorzitter en de penningmeester. Van Ingen Schenau waakte over de contributies van de leden en weigerde de in zijn ogen nogal overvloedige onkostenregeling van Van Hees te accepteren. Dat spitste zich vooral toe op de hogere reiskosten die de nogal uit de richting wonende voorzitster maakte om de kamerfractie in Den Haag en het partijbureau in Amsterdam te kunnen bereiken. Als «rupsje-nooit-genoeg», zoals Van Ingen Schenau Van Hees placht te noemen, op zeker moment informeert of het uit kostenoverwegingen mogelijk is via de partij een bescheiden appartementje in Den Haag te huren, beschuldigt cententeller Van Ingen Schenau haar van zelfverrijking. Om zijn verdachtmakingen kracht bij te zetten zegt Van Ingen Schenau als eerste lid van het dagelijks bestuur zijn vertrouwen in Van Hees op. De geruchten over onheus declaratiegedrag winnen het van de kritiek op Van Hees’ onconventionele bestuursstijl en bereiken het weekblad Vrij Nederland dat begin september een later herroepen aanval op Van Hees publiceert. Onder die druk en vanwege het inmiddels tot op het bot verdeelde dagelijks bestuur, besluit Van Hees zich terug te trekken.
Om over de ondoorzichtige affaire duidelijkheid te krijgen (zie hiervoor de edities van De Groene van 16 september en 11 november 2000) nam onder andere de afdeling Amsterdam van de tegenwoordige voorzitterskandidaat Bouwe Olij het initiatief tot een «informatieve avond» in een zaaltje van de Utrechtse jaarbeurs. Het dagelijks bestuur zou de leden van de partij uitleggen hoe de neergang van Van Hees was verlopen en of er nou wel of niet sprake was van twijfelachtig declaratiegedrag. Dat was er niet, concludeerde het bestuur op grond van onderzoek van oud-commissaris der koningin Roel de Wit, dat die avond (13 november) werd vrijgegeven. Achter de presidiumtafel in Utrecht zaten behalve vergadervoorzitter Hans Ouwerkerk ook waarnemend voorzitter Mariëtte Hamer, secretaris Lein Labruyere en Marijke van Hees. Penningmeester Jan van Ingen Schenau zat op de eerste rij in de zaal.

Aan die bijeenkomst, waar Van Hees van alle blaam wordt gezuiverd, houdt Van Ingen Schenau een flinke kater over. Twee weken na het Utrechtse samenzijn schrijft hij in een woeste brief aan de partijtop, gedateerd 26 november, zijn «hobby» niet meer met plezier uit te oefenen en geen nieuwe termijn als penningmeester te ambiëren. Evenmin wil hij nog de verkiezingscampagne van 2002 leiden. «In de voorbereiding naar de openbare bijeenkomst van 13 november had ik mij heilig voorgenomen de gulzigheid van Marijke van Hees inzake secundaire arbeidsvoorwaarden zichtbaar te maken», schrijft Van Ingen Schenau. «Bij het binnentreden van de zaal en het zien van zoveel pers werd mij duidelijk dat de persoonlijke genoegdoening niet opwoog tegen de schade die aan de partij zou worden toegebracht. Dit nog los van de vraag of ik in staat zou zijn geweest uit te leggen wat er gespeeld had aan een zaal niet-gevoederde hyena’s. Tijdens deze bijeenkomst riep een partijgenoot mij toe dat ‹ze volgende week wel met mij zouden afrekenen›. De Cosa Nostra is aan boord!»
Gesprekken met prominente PVDA’ers volgen. Ad Melkert zegt hem toe dat hij in een volgend bestuur opnieuw penningmeester mag zijn en dat hij in 2002 net als in 1994 de campagne mag leiden. Van Ingen Schenau is tevreden en trekt zijn ontslag weer in. In de week van 21 december gaat het echter wederom mis. De Eindhovense burgemeester Rein Welschen, die kandidaten voor het nieuwe dagelijks bestuur zoekt, laat weten dat niemand uit het omstreden oude bestuur in aanmerking komt voor herbenoeming. Ook Van Ingen Schenau niet, alle toezeggingen van Melkert cum suis ten spijt. Het voordeel hiervan, aldus Welschen, is dat over de «schuldvraag», wie moedwillig naar Vrij Nederland lekte en zo Marijke van Hees wipte, niet meer gesproken hoeft te worden. De burgemeester van Eindhoven vond het evenwel geen bezwaar als Van Ingen Schenau weer de campagne zou gaan leiden. Zo was er voor de penningmeester, aldus Welschen, voldoende «eerherstel». «Welke schuldvraag? Welk eerherstel?» schrijft Van Ingen Schenau in opnieuw een boze brief (21 december), ditmaal niet alleen gericht aan de partijtop maar ook aan het voltallige partijbestuur en wat vertrouwelingen.
Omdat voor een groot deel van de PVDA-achterban duidelijk is dat hij, als verantwoordelijk penningmeester, degene is die de verhalen over de financiële malversaties op enigerlei wijze naar Vrij Nederland gelekt moet hebben, is met name de volgende zinsnede uit voornoemde brief pikant: «Wat ik afgelopen zomer juist heb gedaan — overigens op nadrukkelijk verzoek van de partijleiding — is het dossier van rupsje-nooit-genoeg buiten de publiciteit houden.» Van Ingen Schenau tiert voort: «Tekenend voor de wijze waarop met mensen wordt omgegaan, is de opmerking van Ad tijdens ons laatste gesprek op 18 december dat hij van Wim Kok heeft geleerd dat je nooit een beslissing moet nemen als het niet nodig is. Door de ervaringen van deze laatste weken is mijn geloof in de mogelijkheden tot een nulpunt gedaald. En wat er in ieder geval wel is bereikt, is dat ik na 35 jaar lid te zijn van de PVDA ernstig twijfel bij een partij te willen horen die zo met haar leden omgaat.» En weg is de penningmeester. Als hij de brief eind december op de post heeft gedaan, vertrekt hij met zijn vrouw voor drie maanden vakantie naar de Sahara.

Dat de toch inmiddels behoorlijk in opspraak zijnde Van Ingen Schenau nog zo lang geloofd heeft in zijn volledige rehabilitatie, ontlokt de Amsterdamse kandidaatvoorzitter Bouwe Olij de vrijpostige uitspraak dat de oud-penningmeester «al fata morgana’s zag nog voor hij de woestijn ingetrokken was». Olij voegt daaraan toe dat waarnemend voorzitter Mariëtte Hamer al kort na de avond met de achterban in Utrecht bekend had gemaakt dat het voltallige dagelijks bestuur zich in principe niet («nee, tenzij») herkiesbaar zou stellen.
De penningmeester had dus al lang kunnen weten dat er geen plaats meer voor hem was. Vreemd is ook dat Van Ingen Schenau op eigen houtje de kwestie Van Hees weer oprakelt. Op de avond in Utrecht had het bestuur immers al besloten een punt achter de kwestie te zetten en met een soort demissionaire status de rit uit te zitten tot het congres van maart.
Van Ingen Schenau komt in zijn brief, waarin hij wederom tracht Marijke van Hees allerlei onoorbaars in de schoenen te schuiven, toch weer op de kwestie terug. Dagelijks bestuurslid Peter Noordanus is onaangenaam verrast door de uitval van Van Ingen. «We hebben gezegd: streep eronder, afgelopen. We bereiden dat congres voor en we zetten het nieuwe bestuur op de rails. Verder niets. Van mij zul je geen enkele brief in welke krant dan ook terugvinden.»
Maar van de verbolgen ex-penningmeester Jan van Ingen Schenau dus wel. Diens boze brief lekte vorige week uit naar De Telegraaf, die er gretig uit citeerde. In diezelfde krant wordt twee dagen later melding gemaakt van een «geheimgehouden rapport» dat door het dagelijks bestuur van de partij achtergehouden zou zijn. Gedoeld wordt op een stuk dat gemaakt is door de PVDA-huisaccountant bij het bureau Moret Ernst & Young waarin, aldus De Telegraaf, «harde noten» gekraakt worden over de vergoedingen en declaraties van de ex-voorzitter.
Wie de rapportage, gedateerd 25 oktober 2000, nauwgezet leest, kan echter geen nieuwe gegevens ontwaren. Het betreft een «hulpmiddel» bij het maken van een nieuwe «rechtspositieregeling voor de bezoldigde bestuursleden» — een klus waar al onder Marijke van Hees aan werd gewerkt.
Veel interessanter dan het rapport zelf is de opdrachtomschrijving, zoals die bovenaan de brief geformuleerd staat. Registeraccountant W. van der Meer schrijft daarin dat hij op 18 oktober 2000 door penningmeester Jan van Ingen Schenau gevraagd is in een «uiterst beperkt» onderzoek «zijn mening kenbaar te maken omtrent een aantal aspecten van de kostendeclaraties van (de) voormalig voorzitter». In het bijzonder vraagt Van Ingen hem de aandacht te richten op de «kilometervergoeding», de «hotelvergoeding» en het «gebruik auto met chauffeur». Dat is opmerkelijk, want over al die zaken had oud-commissaris van de koningin Roel de Wit in een slechts drie dagen eerder afgeleverde rapportage in opdracht van diezelfde Van Ingen Schenau reeds bericht (15 oktober).
De conclusies van De Wit, die Van Hees volledig vrijpleiten, leken voor Jan van Ingen Schenau niet afdoende. Hetzelfde bronnenmateriaal dat hij De Wit ter beschikking had gesteld, stuurde hij nu naar de Ernst & Young-onderzoeker. Ook DB-lid Noor danus zegt dat het rapport bedoeld was om tot een nieuwe «Rechtspositieregeling» te kunnen komen. «Het ging niet om overmatig declareren of wat voor malversaties dan ook. Het rapport van Roel de Wit had reeds aangetoond dat daar geen sprake van was. Dit nieuwe onderzoekje was slechts bedoeld om alle mogelijke onduidelijkheid over arbeidsvoorwaarden weg te nemen. Dat was voor ons als dagelijks bestuur de reden om die accountants van ons er eens naar te laten kijken, zodat een volgend partijbestuur beter weet hoe met het voorzitterschap omgegaan moet worden.» Over de curieuze opdrachtomschrijving van de teleurgestelde penningmeester en diens razende afscheidsbrief wil DB-lid Peter Noordanus niets kwijt. «Het is al veel te lang een conflict tussen ego’s van personen. Mensen die het verdere belang van de partij uit het oog verliezen en strijdbijlen maar niet begraven.»
Onderzoeker Roel de Wit reageert verbaasd. Hij zegt niets van het rapport van Moret Ernst & Young te weten en nog altijd achter zijn conclusies te staan die Van Hees vrijpleiten. Het stuit hem tegen de borst dat het rapport in De Telegraaf wordt opgevoerd als nieuw bewijs tegen Van Hees. De Wit: «Dat er nog iets na mijn onderzoek zou komen, heeft niemand me verteld. Dat nieuwe onderzoek lijkt me ook niet relevant.» De Wit vindt het een vreemde gang van zaken dat de kwestie-Van Hees opnieuw tegen het licht gehouden is. «Ik heb nooit een opmerking gehad dat mijn stuk niet zou deugen. Ik kreeg er vooral complimenten over.»
Jan van Ingen Schenau kan er voorlopig niets over zeggen. Onbereikbaar voor alles en iedereen doolt hij rond over zondoorstoofde Afrikaanse vlaktes. Wellicht dat de fata morgana’s die hem de afgelopen maanden in Nederland in de greep hielden in deze contreien plaatsmaken voor een helderder blik op de geschiedenis.

Zie ook:
http://www.groene.nl/2000/0037/jvcpv_partij.html
http://www.groene.nl/2000/0045/jvcpv_vanhees.html