De populairste presidentskandidaat

Profiel: John McCain

John Sidney McCain in jaartallen



29 augustus 1936
Geboren in de Panamese Kanaalzone



1954-58
Officiersopleiding bij de Amerikaanse marineluchtvaart



1965
Huwelijk met Carol Shepp



29 juli 1967
Ongeluk op vliegdekschip Forrestal



1967-1973
Krijgsgevangene in Hanoi



1980
Huwelijk met Cindy Lou Hensley



1982
Afgevaardigde voor Arizona



1986
Senator voor Arizona



1988
‘Keating Five’- affaire




ER HANGT EEN zekere mystiek om hem heen. Veteranen barsten in tranen uit als hij verschijnt, studenten juichen hem toe als een rockster. Sommigen vergelijken hem met John F. Kennedy. Ook al verliest hij misschien de primaries, volgens de peilingen blijft John McCain de populairste van alle presidentskandidaten, de Democratische inbegrepen. Wat maakt deze man voor Amerikanen zo aantrekkelijk?


Het eerste wat je opvalt als je hem ontmoet, is zijn blik. Op tv en van afstand is die vriendelijk, van nabij staalhard. Zijn strakke kaakspieren en opgetrokken schouders verraden gespannenheid. Zelfs als hij lacht, klemt hij zijn tanden op elkaar. Die man is een smeulende vulkaan, denk je onwillekeurig. Maar dat is precies wat zijn tegenstanders willen. Eind vorig jaar ontdekte de journaliste Elisabeth Drew dat zijn collega-Republikeinen in de Senaat een fluistercampagne tegen hem voerden.


Sinds zijn krijgsgevangenschap in Vietnam zou McCain ‘in de war’ zijn en lijden aan ‘woede-aanvallen’. De implicatie was dat je zo’n man geen kernwapenarsenaal kunt toevertrouwen. Volgens Drew was het een poging om McCains heldenimago binnenstebuiten te keren. De Amerikaanse folklore kent twee clichés over Vietnam-veteranen. Het eerste is dat van de onverschrokken patriot, het tweede dat van de emotionele tijdbom. Het motief voor de roddelcampagne lag voor de hand: McCain ageert tegen het systeem van partijfinanciering waarvan zijn collega’s op grote schaal profiteren. Maar hebben de roddelaars daarom ongelijk?


De kandidaat sloeg terug door zijn medisch dossier openbaar te maken. Het bevat een psychiatrisch rapport dat concludeert dat hij ‘buitengewoon goed aangepast’ is. Dat het dossier ook de talrijke verwondingen opsomt waarmee hij uit Vietnam terugkwam en dus zijn heldenrol onderstreept, was mooi meegenomen. Tegelijkertijd blijft hij volhouden dat zijn oorlogsverdiensten ‘niets bijzonders’ zijn. ‘Je hoeft geen speciaal talent te hebben om met je vliegtuig een raket te treffen’, zegt hij met zijn jongensachtige grijns. Het is één van de dubbelzinnigheden in McCains optreden. Hoe harder hij ontkent een held te zijn, des te meer profiteert hij van het imago.



NET ZO DUBBELZINNIG is zijn campagne tegen het grote geld. ‘Ons systeem is een markt waar politieke invloed wordt gekocht en verkocht’, zegt hij bij elke gelegenheid. Het is een populair thema in een land waar politici steeds openlijker hun diensten verkopen aan de meest biedende. Maar is hij de aangewezen man om het vertrouwen in de politiek te herstellen? Als voorzitter van de machtige senaatscommissie voor Handel is hij allerminst een buitenstaander. ‘McCain maakt deel uit van het systeem dat hij aanklaagt’, zegt Mark Crispin Miller, directeur van het Project on Media Ownership van de New York University: ‘Zijn handelingen als commissievoorzitter bewijzen dat zijn sympathie bij grote bedrijven ligt, vooral als ze hem financieel steunen.’


Zijn vertrouwde geldschieters zijn de giganten van de communicatie-industrie, zoals ATT en Viacom. Geen wonder, McCains commissie reguleert de sector. In oktober diende hij nog een wetsvoorstel in waardoor grote telecombedrijven twee jaar geen belasting betalen op de verkoop van dochterondernemingen, hetgeen hen anderhalf miljard dollar oplevert. Zo sterk is zijn hervormingsdrang dus niet. Zijn troef is dat zijn grote rivalen, George W. Bush en Al Gore, een grotere oorlogskas hebben dan hij. Ze kunnen en durven hem niet tegen te spreken, ook al zijn McCains voorstellen op dit punt tandeloos. ‘De meeste kiezers kennen de details niet’, zegt opiniepeilster Kellyanne Fitzpatrick: ‘Het onderwerp is een symbool voor alles wat misloopt in Washington.’


De wapenfabrikanten (de grootste lobby van allemaal) hoeven alvast niet bang te zijn. De militaire dominantie van de Verenigde Staten is McCains voornaamste zorg. Zijn vader en grootvader (allebei admiraal) waren zijn ‘eerste helden’. Als oorlogsvlieger in Vietnam werd hij op zijn 23ste missie neergehaald boven Hanoi. Hij werd zwaargewond opgesloten in het gevreesde ‘Hanoi Hilton’, waar hij al gauw zo ziek en uitgemergeld was dat zijn medegevangenen hem opgaven. Toch hield hij het vijfeneenhalf jaar vol, waarvan 31 maanden in een isoleercel. In uiterste wanhoop tekende hij een bekentenis als ‘oorlogsmisdadiger’. Toen hij vrijkwam, mank en met spierwit haar, werd hij gekweld door wroeging: ‘Ik was bang dat elke officier me met verachting of medelijden zou bezien.’ Hij werd echter meermalen onderscheiden en kreeg een sinecure als verbindingsofficier in de Senaat.


Niet veel later verruilde hij zijn eerste vrouw voor de zeventien jaar jongere dochter van een bierhandelaar uit Arizona. Dankzij haar familiefortuin (en op voorspraak van Ronald Reagan) bemachtigde hij zijn eerste Congreszetel. Hij profileerde zich uitsluitend op het gebied van de buitenlandse politiek. Diplomatie is voor McCain een verlengstuk van defensie, niet andersom. Meteen na de Iraakse inval in Koeweit pleitte hij voor een grootscheeps militair antwoord. Wat Kosovo betreft was hij tegen Amerikaanse inmenging, maar toen die toch plaatsvond pleitte hij voor een grondoffensief.


Hij wil geen ‘halve oorlogen’ meer. Vorige zomer zei hij dat hij ‘in elk mogelijk conflict de schaduw van Vietnam’ ziet. Hij vindt dat de VS door hadden moeten gaan tot Hanoi veroverd was. ‘De les is dat we nooit meer mannen en vrouwen mogen uitzenden om te vechten en sterven tenzij voor de overwinning!’ Is deze man wel zo aangepast als de legerpsychiater dacht? ‘Me dunkt dat hij wel erg makkelijk geweld wil gebruiken’, meent John Pike, analist van de progressieve Federation of American Scientists: ‘Ik denk dat McCain er nog niet in geslaagd is om thuis te komen van de oorlog.’ Het progressieve blad The Nation is nog duidelijker: ‘Met zijn drift en vechtlust toont McCain een branieachtige bereidheid om de nederlaag in Vietnam te wreken. Er is maar één woord voor het vooruitzicht van John McCains vinger op de rode knop: angstaanjagend.’


Maar zijn galgenhumor (‘Het aardige van Alzheimer is dat je je eigen paaseieren kunt verstoppen’) en zijn toegankelijkheid voor de media stempelen hem tot lieveling van alle journalisten. Toen zijn rivaal Bush uitpakte met een spectaculair voorstel voor belastingverlaging, wees McCain erop dat eenderde van die teruggave bij één procent van de bevolking terecht zou komen: ‘Ik denk niet dat Bill Gates het nodig heeft.’ De media hebben toch al de neiging om uitdagers in de schijnwerpers te plaatsen en zijn imago beschermt hem tegen pijnlijke vragen. ‘Het is moeilijk om een krijgsgevangene aan te vallen’, zegt Grover Norquist van de Americans for Tax Reform, een groep die zijn rivaal George W. Bush steunt: ‘Niemand begint tegen hem over de Keating Five.’



EIND JAREN TACHTIG raakte McCain verstrikt in de déconfiture van de Amerikaanse spaarbanken. Hij en vier andere senatoren werden verdacht van samenzwering met de bankdirecteur Charles Keating. Drie van de Keating Five werden schuldig bevonden; McCain werd slechts ‘poor judgment’ verweten. Van de weeromstuit deed hij zich voor als corruptiebestrijder. Zijn wetsontwerpen worden echter door conservatieve Republikeinen telkens geblokkeerd en dat zou ongetwijfeld weer gebeuren als hij het Witte Huis zou veroveren.


McCains sociaal-economisch programma verschilt nauwelijks van dat van Clinton, omdat hij beseft dat de middenklasse tevreden is over de huidige economie. Intussen is hij een ‘volbloed conservatief’, zoals hij zelf zegt. Hij ondertekende het reactionaire Contract with America van Newt Gingrich. Hij stemt steevast voor hoge bewapeningsuitgaven, het Star Wars-ruimteschild en de doodstraf. Hij stemt tegen nucleaire ontwapening, het verbod op ondergrondse kernproeven, beperking van het wapenbezit, sociale bijstand en vrije abortus. Zijn aanpak van de misdaad is ‘lock them up and throw away the key’. Maar als je zijn aanhangers vraagt wat hen aantrekt, vermelden ze zelden zijn standpunten. ‘Ik zal nooit tegen jullie liegen’, is zijn motto, afgekeken van Jimmy Carter, en ze geloven hem. En dat zegt meer over Amerika dan over John McCain.