Een kameleontisch acteur

Profiel: Johnny Depp

Sekssymbool en acteur Johnny Depp leidt een kameleontisch bestaan op het witte doek. Dat is juist zijn kracht. Door de kijker te confronteren met verrassende rollen gaan acteur, personage en verhaalwerkelijkheid door elkaar lopen.

ANGORATRUI, pumps, lang blond haar en kunstgebit: vreemde rekwisieten voor een mannelijke filmster. Maar niet voor Johnny Depp, een acteur die lééft van contradictie, vervreemding, transformatie. Zijn cinematografische leven fluctueert voortdurend, als een kameleon, naar gelang de verhaalwerkelijkheid. Psychische verscheurdheid overheerst het leven van de personages die hij vertolkt. Bijvoorbeeld undercover FBI-agent Joe Pistone die met zijn vrouw ruziet over zijn dualistische bestaan. ‘I spend all these years trying to be the good guy, you know, the guy in the white fucking hat. For what? For nothing.’ Of het ultieme Depp-personage, Edward D. Wood jr., die in het diepste van zijn hart meent zijn vrouw te verrassen door, gewoon op een avond thuis na de afwas, op te doemen in angora. Angstig vraagt Dolores zichzelf in Ed Wood (1994) af: wie is Ed Wood? En de wise guys in Donnie Brasco (1997), die pas hebben gehoord dat hun ‘vriend’ Donnie in het echt een verrader is, willen weten: wie is Donnie?

Als kijkers naar zijn films staan wij vaak in de schoenen van de maffiosi of van Dolores Wood. En dus luidt de vraag: wat voor acteur is Johnny Depp? In zijn films zet Depp of vervreemdende buitenstaanders neer of ‘normale’ karakters met wie er psychisch veel mis blijkt te zijn.

De kracht van zijn gespleten leven op het witte doek ligt daarin, dat hij zijn eigen publieke beeld gebruikt om het verwachtingspatroon van de kijker te ondermijnen. Dat werkt confronterend. Denken wij dat Johnny Depp een domme tiener pin-up is, zoals in de tv-serie 21 Jump Street, speelt hij excentrieke rollen in films als What’s Eating Gilbert Grape (1990), Arizona Dream (1993) en Edward Scissorhands (1990). Verwachten wij naar aanleiding van deze curieuze werken een grunge kid, verschijnt Depp als zakenman in pak (Nick of Time, 1998) of FBI-agent in maffiakleding (Donnie Brasco). En berusten wij erin dat Depp een rechttoe rechtaan, door testosteron gedreven mannelijke hoofdrolspeler is geworden, speelt hij een regisseur van B-films (Ed Wood) met een angora-fetisj, ontpopt hij zich als moorddadig buitenaards wezen in het schitterende The Astronaut’s Wife (1999), is hij schrikbarend overtuigend in het uitbeelden van het amfetamine-leven van Hunter S. Thompson (Fear and Loathing in Las Vegas, 1999) en vertolkt hij in zijn nieuwste film, Sleepy Hollow, de rol van de verwijfde achttiende-eeuwse rechercheur Ichabod Crane.

Depp is de tegenpool van de archetypische filmheld, maar tegelijkertijd heeft hij veel weg van sekssymbolen als Marlon Brando, James Dean en Montgomery Clift. Depp deelt met Clift een ongrijpbaar soort vrouwelijkheid, een stille kwetsbaarheid. Ondanks de diversiteit van zijn filmrollen kun je, zoals in het geval van de antihelden Brando en Dean, praten van een ‘Johnny Depp-film’. Want je weet wat je krijgt: dubbelzinnigheid in de vorm van diabolische transformatie.


TOEN DE DRANK Absint enkele jaren geleden weer leverbaar was in Engeland, kocht Johnny Depp er verscheidene kisten van. Absint was in de achttiende eeuw populair onder dichters die beweerden visioenen te zien na het drinken ervan. Depps voorliefde voor absint wordt bevestigd door Terry Gilliam, regisseur van Fear and Loathing, een mislukte film waarin de vormgeving een metafoor is voor het beleven van door drugs ontketende hallucinaties. Depps vertolking van de journalist/schrijver Hunter S. Thompson getuigt van een verbluffend staaltje over-acting. Of liever: hij was veel te overtuigend. Dat komt niet alleen door zijn voorliefde voor recreatieve verdovingsmiddelen, maar ook door zijn belangstelling voor de literatuur van de hippietijd — Allen Ginsberg en Jack Kerouac — en zijn persoonlijke vriendschap met Hunter S. Thompson. Thompson beaamt in het filmblad Première dat Depp een rebel is, een tegendraadse antiheld in de stijl van Brando of Dean: ‘Hij identificeert zich met het beeld van de balling. Dat uit zich in zijn belangstelling voor literatuur over dat onderwerp én in zijn keuze van rollen.’ Zelf zegt Depp: ‘De personages die ik speel… zijn diep beschadigd.’

Dat is het beste te zien in de drie films die hij samen met regisseur Tim Burton maakte: Edward Scissorhands, Ed Wood en Sleepy Hollow. Het merkwaardige aan al deze films — ze zijn allemaal in meerdere of mindere mate meesterwerken van de postmoderne cinema — is dat ze voor een groot deel worden gedragen door Depp. De reden hiervoor is niet zozeer dat hij een steengoede acteur is. Het gaat meer om zijn aanwezigheid en om onze voorkennis van zijn filmische identiteit. Hier profiteert Burton van: ‘Ik hou van acteurs die het leuk vinden te transformeren, te veranderen, die ervan houden hun handen vuil te maken.’ Te oordelen naar de tegenstrijdige personages die Depp speelt, kan het hem niets schelen welk beeld Hollywood van hem heeft. Ook met de kijker gaat hij de confrontatie onbevreesd aan. Het lijkt hem niet te deren dat wij, onwillekeurig, verwachtingen van hem koesteren. Immers, de figuren van fictie sterven nooit in onze verbeelding, zodat we het eeuwige leven schenken aan Donnie Brasco of William Blake, de cowboy die Depp in Dead Man (1996) vertolkt. Waarom zouden we niet naar hen verlangen? Waarom zouden we niet van Depp verwachten om in een volgende rol deze onsterfelijke karakters nieuw leven in te blazen? Het vernietigende is dat de acteur Depp dat vertikt.

Maar toch: ook hij is niet tegen de verbeelding opgewassen, zodat hij de relatie tussen zichzelf en zijn personages niet helemaal kan uitwissen. En dus zijn er, gesublimeerd, overeenkomsten. De sterkste hiervan is het feit dat Depp, zeker in Burtons films, buitenstaanders speelt die ‘beschadigd’ zijn, zoals hij het stelt. Edward Scissorhands, bijvoorbeeld, het Frankenstein-monster dat ‘niet af’ is, dat uit zijn gotische kasteel wordt weggehaald om tussen de gewone mensen in de voorstad te wonen. Of Ed Wood, de legendarische ‘slechtste regisseur aller tijden’, een notoire cross-dresser die een schimmig alternatief wereldje in hartje Hollywood creëert. Of Ichabod Crane, rechercheur uit New York, die naar een mysterieus stadje in New England reist waar de Hollandse kolonisten worden geteisterd door een moordend fantoom: de Headless Horseman. Het personage van Crane, een man die gelooft in de wetenschap en niet in geesten, wordt in de handen van Depp gekneed tot een girl detective, in zijn woorden. Ichabod is inderdaad een mietje. Hij valt bijna flauw wanneer de New Yorkse magistraat — prachtig vertolkt door Christopher Lee, meester van de oude horrorfilms van de Hammer-studio — hem opdracht geeft de seriemoordenaar te berechten. Depp ondermijnt hiermee niet alleen de conventies van de gotische thriller, die een sterke mannelijke hoofdrol voorschrijven, maar ook de regels van de klassieke narratieve film. Bij implicatie draagt Lee zijn vaandel als gotische held, als sterke mannelijke hoofdrolspeler in horrorfilms over aan Depp.

Wat doet de acteur met deze nalatenschap? Hij breekt elke regel waarvoor Lee zijn acteursleven lang heeft gestreden. Dat doet hij niet zonder motivering. Ichabod blijkt met een verleden te kampen dat bepalend was voor de vorming van zijn karakter. Zijn psychische beschadiging is het gevolg van een verstoorde relatie met zijn moeder. Zijn confrontatie met de Headless Horseman dwingt hem dat verleden te verwerken. Alleen dan kan hij toegeven dat de kracht van de verbeelding sterker is dan zijn geloof in de wetenschap.


REALITEIT EN VERBEELDING botsen met elkaar in The Astronaut’s Wife, een ondergewaardeerde stadshorrorfilm waarin Depp een Amerikaanse ruimtevaarder speelt die tijdens een shuttlemissie in contact komt met een buitenaards wezen. De betekenis van de film is volledig afhankelijk van de Depp-iconografie, gecombineerd met traditionele symboliek van mannelijkheid en heldenmoed. Depp benut zijn lichamelijke schoonheid — zijn status als sekssymbool — op diabolische wijze om het beeld te versterken dat de kijker heeft van de viriele, dappere Amerikaanse astronaut. Als kijker zit je daar, machteloos, terwijl voor je geestesoog de iconografie vorm krijgt van archetypische mannelijke durf, zoals verbeeld door de cowboyvliegenier Chuck Yeager in The Right Stuff. Maar als acteur verplettert Depp deze droom. De filmster/astronaut/seksbom ontpopt zich in de gangen van de fonkelende wolkenkrabbers als een moordende, verkrachtende alien.

Een van de mooiste metaforen van de kunst van het acteren komt uit Ed Wood, een film die zoals Sleepy Hollow een film is óver film, over de kracht van de verbeelding. In Tim Burtons versie van het leven van regisseur Ed Wood, die zichzelf tevens beschouwt als acteur, valt het accent op het plezier waarmee Wood en zijn productieteam, bestaande uit transseksuelen en drugsverslaafden, zich storten op het maken van hun slechte films. In een scène ontspannen de mislukkelingen na een dag gedraaid te hebben. Eddie, in zwarte jurk, angoratruitje, pumps en sluier, zorgt voor het vertier: een striptease. Zijn dans symboliseert de vrijheid waarmee hij zijn seksuele ambiguïteit blootlegt. Maar de metaforiek is ook op het acteren van toepassing. Op de maat van het jungle-percussieritme neemt de transformatie bezit van acteur Ed/Depp. Een voor een vallen de kledingstukken weg, ook de sluier, zodat slechts een close-up overblijft… van wat? De waarheid? In elk geval zien we een halfnaakte man in angora, zonder voortanden.

De acteur grijnst.