Een clown in maatpak

Profiel: Jort Kelder

Ze zitten er wel eens een miljoen of wat naast. «Het is een schatting, dat schrijven we ook altijd in de inleiding», zegt redacteur Philip de Witt Wijnen, die gekleed gaat in een blauw blazertje met scheepsknopen. Bovendien: «De weersverwachting is ook niet altijd consequent.» Het is woensdagmiddag en de nieuwe Quote is uit. Een vette ditmaal, vanwege het spraakmakende overzicht van de vijfhonderd rijkste Nederlanders. Er wordt een goede verkoop verwacht, de reguliere oplage van 60.000 is opgetrokken naar 85.000. Op de redactie aan de Amster damse Singel, tweehoog, uitzicht op het Koningsplein, hangt een eufore stemming. Op RSI-werende bureaufauteuils leunen jonge redacteuren verzadigd achterover. Straks komt RTL Nieuws met een cameraploeg en diverse regionale kranten hebben al nieuwsgierig aan de telefoon gehangen. Heel spectaculair lijkt de uitkomst op het eerste ge zicht echter niet: nog steeds is Freddie Heineken, met 11,6 miljard, de rijkste Nederlander en nog steeds zijn de Brenninkmeijers, dankzij hun vijftien C&A-miljarden, de meest vermogende familie van het land. Maar omdat ook subberekenin getjes voor «e-miljonairs», «hoogste bin nenkomers» en «grootste stijgers» gedaan zijn, weet Quote toch allerlei onverwachte namen als Maurice de Hond, Karel Appel en ook Marco van Basten een bepaald klassement binnen te smokkelen. «Uh… Sorry: de rijken worden wéér rijker!» staat er boven het persbericht.

Arne van der Wal, nette scheiding, wit overhemd met bruin ruitjesmotief, is eindverantwoordelijk voor het jaarlijkse overzicht. Het opstellen van de lijst vergt volgens hem ambachtelijk journalistiek handwerk, hoewel zo'n vermogensberekening uiteindelijk betrekkelijk simpel is. Van der Wal: «Je neemt de beurswaarde van het bedrijf. Freddie Heineken heeft bijvoorbeeld 25 procent in het beursfonds Heineken. Dat bereken je en klaar is Kees. Als er nog restbezittingen zijn, tel je die erbij op.» Lastiger wordt het indien de plutocraat in kwestie aan een niet-beursgenoteerd bedrijf is verbonden. «Dan berekenen we aan de hand van jaarcijfers, vermogen en gemiddelde winst hoeveel zijn bedrijf waard is als je het zou verkopen. Dat vermenigvuldigen we met de multiplier die gebaseerd is op wat vergelijkbare bedrijven aan de beurs voor koerswinstverhoudingen betaald krijgen.» Echt lastig wordt het als de rijkaard geen onderneming achter zich heeft. «Dan ben je aangewezen op je netwerk en moet je het met hulp van je netwerk zien in te schatten.»

Toen ze vier jaar geleden begonnen met het klassement sloeg het direct aan. De Witt Wijnen: «Een getal in combinatie met het woordje ‹rijk› of ‹miljonair› op de cover verkoopt. Mensen zijn daar toch in geïnteresseerd.» Bij publicatie van de tweede «vijfhonderd rijkste Nederlanders-lijst» in 1998 ontstak sekslijnexploitant Menno Buch in woede omdat Quote vermeldde dat hij een Ferrari zou bezitten terwijl het in werkelijkheid om een Volvo bleek te gaan. Maar over het algemeen, zegt Van der Wal, is de vaderlandse tycoon in het geheel niet wraaklustig. «Op dorpsniveau kan het nog wel eens vervelend zijn. Iedereen weet wel dat zo iemand rijk is. Maar als plotseling blijkt dat hij multimiljonair is, geeft dat toch rumoer.»

Een lijst publiceren met de rijkste mensen, is dat niet goedkoop en ordinair? Absoluut niet, menen de Quote-redacteuren. De Witt Wijnen: «Het is juist een vorm van democratisering. Geld is macht en macht moet transparant zijn. Wij maken het transparant.» Van der Wal: «Als je ziet hoe weinig rijke Nederlanders belasting betalen, het is een schande. Ik heb de indruk dat geen van die vijfhonderd rijken belasting betaalt. Als iemand de samenleving naait, wil ik dat hij aangepakt wordt. Door ons is het onderzoek naar belastingontduiking door Krajicek heropend, dat doet me goed ja.»

Grote afwezige ten burele is hoofdredacteur Jort Kelder. Zijn bureau onderscheidt zich in niets van de andere bureaus op de redactie. «Wij zijn net zo goed de baas hier», merkt redacteur Eric Smit op. Voorheen resideerde Kelder in een apart kamertje, maar dat plaatste hem op een voetstuk. En sinds Kelder bekende Nederlander is, zo oordeelt zijn staf, is hij toch al ontzettend van zichzelf en de redactie vervreemd. «Vast weer ergens een paneltje», zegt redacteur Binnert de Beaufort op de vraag waar zijn baas uithangt. «Weet je trouwens dat hij vroeger in zijn geboorteplaats Gouda linkse boekjes verzamelde om die te verbranden in zijn garage?» De andere redacteuren schateren.

Jort Kelder (36) trad in 1994 aan als hoofdredacteur van het zakenblad Quote. De toen 28-jarige trad in de voetsporen van illustere voorgangers als Peter van der Klugt en Mark Blaisse, die het blad na de oprichting in 1986 een agressieve onderzoeksjournalistiek aanmaten. Dat hardnekkige navorsen stond ook uitgever Maarten van den Biggelaar voor ogen toen hij het blad in 1986 oprichtte. Quote dook in het gat dat de reguliere journalistiek met het negeren van het bedrijfsleven had laten vallen. Menige onderneming kreeg eind jaren tachtig, begin jaren negentig te maken met de kritische speurders van Quote. Het blad wist respect af te dwingen door tal van smerige zaakjes openlijk aan de kaak te stellen. Beerputten rond beleggingsclub Noro en de voormalige NMB-bank werden meedogenloos gelicht, een captain of industry als John Fentener van Vlissingen werd zonder aanzien des persoons pootje gelicht. Vanaf het moment van zijn aantreden was duidelijk dat Jort Kelder een andere richting wilde inslaan. Kelder bezuinigde de onderzoeksjournalistiek haast volledig weg, leuke lolletjes en servicerubrieken, waaronder vouwfietstesten, kwamen ervoor in de plaats. In een Volkskrant-interview merkte de kersverse hoofdredacteur op dat Quote in die roemruchte begintijd te veel «in eigen nest scheet», waarmee hij suggereerde dat het destijds onverstandig was om Noro te beschimpen omdat het tevens aandeelhouder van Quote was. «Dat is niet erg», vervolgde Kelder, «maar als je alleen dat doet, keren de lezers zich tegen je. En van lezers moet een blad het toch hebben.» Zijn voorganger Peter van der Klugt zag met lede ogen hoe Kelder de toch tamelijk journalistieke tempel ombouwde tot een ranzige circustent. «Quote is tegenwoordig meer een vrolijk kwispelend keffertje», aldus Van der Klugt. Een en ander werd door een oud-redacteur beaamd: «Quote is zeker braver geworden, minder spannend. Het blad behoort inmiddels toch tot de gevestigde orde.»

Met de journalistieke uitverkoop van zijn blad zag Jort Kelder de publieke belangstelling voor zijn persoon snel toenemen. Op niemand is het credo «what you see is what you get» zo ondubbelzinnig van toepassing als op Kelder. Wat je ziet, is een met rode bretels opgetuigde, in onberispelijk pak gestoken bloempotblonde clown, en wat je krijgt is de retoriek van het holle vat die voornoemde uiterlijkheden inderdaad op voorhand reeds deden vermoeden. Kelder is een in te huren rechts totaalpakket dat discussies naar hartelust met losse flodders bestookt.

Heel zorgvuldig trok hij vanaf zijn aantreden als hoofdredacteur het eerste glimpje spotlight verder over zich heen, door een prulboekje over mannen in pakken te schrijven, zich op opiniepagina’s druk te maken over parkeerproblematiek in de Amsterdamse binnenstad, maar vooral door het televisieprogramma Kelder & Co, waarmee vergeleken Business Class van Harry Mens een soort Nova is. In interviews gaf hij er blijk van over alle publieke aandacht niet verbaasd te zijn: «Ik ben rechts omdat ik erover heb nagedacht. Daarom willen mensen mij.» Inderdaad zijn heden ten dage opvallend veel programmamakers en panelsamenstellers van mening dat dit zwakzinnige neefje van G.B.J. Hiltermann en Pim Fortuyn vooral niet mag ontbreken als ook linkse mensen uitgenodigd zijn. Zet Kelder erbij, is de gedachte, laat hem zichzelf van binnen helemaal opvreten en op zeker moment stormt hij als vanzelf keffend op zijn prooi af.

Afgelopen vrijdag was dit inmiddels beproefde Kelder-procédé wederom goed zichtbaar bij het AT5-discussieprogramma Duivels onder leiding van Felix Rottenberg. «De grootmeester van het moderne kapitalisme», aldus kondigde Rottenberg hem aan. Grinnikend knikte hij de meester toe, want niemand die zich zo schaamteloos zijn imago laat aanleunen als Kelder. Rottenberg had zijn giftige pekineesje geen prachtiger avond in het vooruitzicht kunnen stellen, want maar liefst twee linkse gasten waren uitgenodigd: een directeur van een dak- en thuislozenopvang en SP-voorman Jan Marijnissen. Minutenlang deed de dak- en thuislozen directeur zijn verhaal. Af en toe, als Kelder een slok water nam, zag je twee oogjes fel oplichten. Toen de man zijn beklag had gedaan over het uitblijven van extra faciliteiten, hield Kelder het niet meer. «Is het niet zo dat extra opvangplaatsen ook een extra toeloop veroorzaken? Dat zou natuurlijk de ironie ten top zijn.» Rottenberg gebaarde hem terug naar zijn hok en daar bleef hij tot Jan Marijnissen aanschoof.

De hele week al moet hij verlekkerd naar Marijnissen hebben uitgezien, zo'n heerlijk links kadaver dat rot en stinkt aan alle kanten. Als een gier zou hij er in pikken. Marijnissen had het woord «Amerika» nog niet laten vallen of Kelder wurmde zich de discussie binnen. «Toen u in het vliegtuig naar Amerika zat, wat vulde u toen in bij de politieke voorkeur op het visum? Als u eerlijk was, hadden ze u natuurlijk meteen vastgezet. Political party: communist.» Iets later klonk het: «Hebt u geen spijt van de boze dingen die u in de jaren ze ventig over Amerika hebt gezegd?» Het be hoeft geen toelichting dat het Marijnissen weinig moeite kostte de gifpijltjes te ontwijken.

«Jort heeft dit jaar niet echt meegeholpen met de lijst», zegt Van der Wal. Een beetje moe worden de redacteuren wel van het bekende-Nederlanderschap en de brallerige stennis die hun blonde baasje in almaar heftiger mate maakt. In een recent Nieuwe Revu-interview bezoedelde Kelder nog eens ongegeneerd het Quote-blazoen: «We schrijven over Porsches maar je bent een absolute gek als je op je 52-ste zo'n auto wil. Zo'n grijs hoofd in een Porsche, dat heeft toch zoiets van: moeders, houd je kinderen binnen.» En: «Dat ik veel schrijf over materialisme wil niet zeggen dat mijn hoofd er ook alleen maar mee gevuld is.» En: «Als ik al die jaren met een boek op de bank had gezeten, had ik misschien heel veel geweten, maar niks gedaan. Nu weet ik heel weinig, maar heb ik veel gedaan. Wat is beter? You tell me.»

Redacteur Eric Smit is het zat om telkens met het rechtse gesnater geassocieerd te worden. Smit: «Kelder is te veel bezig met zijn eigen beroemdheid. Hij zou eens een keertje niet met die bretels moeten verschijnen. Een keertje niet als kakker met maatpak en blonde kuif. Het meer diepgravende karakter van Quote is bij hem niet direct zichtbaar. Hij is in de publiciteit erg een dimen sionaal, wat het vooroordeel beves tigt.» Wat is dat vooroordeel? «Dat Quote alleen van en voor rijken moet zijn. Terwijl een groot deel van de redactie juist sociaal geëngageerd is. Wij willen met analysen en onderzoek juist de diepte in en dan komt hij weer zo oppervlakkig in beeld, met shots op golfbanen. Hij lult slim en veel, maar er rolt ook vaak wat doms uit. Quote is door hem te veel de Privé van het zakenleven geworden. Mensen durven net als met roddelbladen niet pu bliekelijk te laten zien dat ze Quote lezen, het ligt in de leesmand altijd onder Elsevier.» De hoofdredacteur wordt volgens Smit door zijn redactie regelmatig in het ootje genomen. «Op zijn programma op Net5 hebben we heel veel kritiek gehad. We lachen hem er nog regelmatig om uit.»

Redactrice Machteld Vos constateert dat Quote vroeger meer «newsy» was maar inmiddels duidelijk meer «glossy». Vos: «We willen de luis in de pels van het zakenleven zijn, zoals de opiniebladen voorheen de luis in de pels van de politiek waren. Dat lukt soms ook wel, maar Jort heeft ook graag dat toontje van ongenuanceerd rechts-zijn erin. Dat geldt bij hem als geestig.» Vos herinnert zich nog goed haar sollicitatiegesprek. «Jort hing achterover met zijn schoenen op het bureau. Opeens vroeg hij: «Zeg Machteld, ben jij een beetje vals?» Ik zei gekscherend dat ik in een meisjeshuis had gewoond. Wat denk je, ik werd meteen aangenomen.»

Er wordt geluncht in een etablissement aan de bloemenmarkt. Onder het genot van een omelet poogt Arne van der Wal het beeld dat van zijn hoofdredacteur dreigt te ontstaan toch enigszins te nuanceren. Van der Wal: «Jort is een politiek dier. Hij doorbreekt alles, links of rechts, het zal hem worst wezen. Hij is dwars maar ook weer niet zo dat hij het erom doet. Hij is eigenlijk zeer sociaal bewogen. Zo staat hij binnen ons bedrijf een gelijke winstverdeling voor. Hij is zo sociaal dat hij vindt dat iedereen miljonair moet worden. Ik denk dat hij uiteindelijk zelfs een hekel aan rechtse ballen heeft. En toen de WAO op de helling werd gezet was hij woedend. Hij is vegetariër geworden, ook niet echt een eigenschap van rechtse mensen. Op vrije dagen gaat hij vaak naar het zeehondencentrum in Pieterburen, in de Saab cabrio, dat wel ja.»