De nieuwe burgemeester van Londen

Profiel: Ken Livingstone

Op 4 mei mogen de inwoners van Londen voor het eerst een burgemeester kiezen. Het meeste vertrouwen krijgt vooralsnog Ken Livingstone. Een oude socialistische rot en een verklaard tegenstander van de ideologieloze derde weg.

DE VERSLAGGEVER van The Independent die een dag met hem optrok, noteerde afgelopen zondag hoe de Londense kandidaat-burgemeester Ken Livingstone op campagne als een ongeleid projectiel zijn stad doorkruist. Onderwijl luistert hij de boodschappen af die binnenkomen op zijn voicemail. Het zijn er te veel om te beantwoorden, en als kersverse onafhankelijke kandidaat heeft hij de organisatie nog niet om zijn campagne goed te leiden. Hij luistert ze maar af, onderweg, op straat, in de bus of in de metro, waar iedereen hem herkent, ‘people on the Tube, City businessmen, even the staff at the Savoy’, ze spreken hem aan bij zijn voornaam, Ken. Ze kennen de in 1945 te Londen geboren raspoliticus al jaren en lezen in de tabloids dat hij naast de politiek nog twee passies heeft: reptielen en vrouwen. Van salamanders, kikkers en padden houdt hij al sinds zijn jeugd, toen hij werd opgevoed door zijn oma om hem een beetje weg te houden bij zijn vader, een alcoholische zeeman. Over zijn grote seksuele driften vertellen de ex-minnaressen die met enige regelmaat opduiken.


Het is dit keer even snel gegaan voor Red Ken. Een paar maanden geleden stond de representant van Old Labour nog op de rol om Labour-kandidaat te worden voor de eerste verkiezingen van een burgemeester van Londen. Toen hij dat niet werd is hij afgelopen week met veel bombarie de partij uitgestapt en partijloos kandidaat geworden. Een duidelijk teken dat het New Labour van Tony Blair terrein aan het verliezen is, roept de een. Slechts een onbetekenende oprisping van loony left, de oude ideologische socialisten die niet mee willen op de derde weg van Blair, zegt de ander.



KEN LIVINGSTONE is bepaald een roemrucht figuur in de Britse politiek. Zijn sporen heeft hij verdiend in de jaren tachtig als voorzitter van de Greater London Council (GLC). In het tijdperk Thatcher, toen links compleet werd weggevaagd onder het motto Labour doesn’t work, bleef Livingstone op het rode stadhuis van Londen fier overeind. Met zichtbaar genoegen slaagde hij erin de Iron Lady telkens weer het bloed onder de nagels vandaan te halen. Hij verlaagde de tarieven van het openbaar vervoer met 37 procent en zolang hij daar niet direct in slaagde, riep hij de Londenaren op om zwart te rijden in het openbaar vervoer. Geen minderheidsorganisatie was te klein om bij Ken aan te kloppen voor subsidie. Hij startte een crèche voor actievoerende moeders en riep zelf in Londen een van de eerste nucleair-vrije zones uit. Om Thatcher nog eens goed in te peperen hoe hoog de werkloosheid was, hing hij spandoeken aan het stadhuis, waarop de werkloosheidscijfers van Londen zo groot te lezen waren dat Thatcher, die aan de andere oever van de Theems in Westminster zetelde, ze wel moest lezen. Thatchers wraak: ze hief de GLC op, alle macht ging naar de overheid en de boroughs — de stedelijke kiesdistricten. Op 31 maart 1986 om twaalf uur ’s nachts stonden duizenden stadgenoten bij het stadhuis te zingen voor Ken: ‘We’ll meet again…’ Op dat moment kon het hen vast niet veel schelen dat Ken er organisatorisch ook vaak een behoorlijk zooitje van had gemaakt en dat hij enorme begrotingstekorten had opgebouwd.


Als partijlid beleefde Livingstone vervolgens de opkomst van Tony Blair en het New Labour van de derde weg. Niks voor Ken, die bleef van de oude socialistische stempel: arbeiderssolidariteit! Toen Blair in 1994 aan de macht kwam, voorspelde Livingstone: ‘Tony Blair wordt de meest rechtse leider die Labour ooit heeft gehad.’ En hij werd een van die oude partij-ideologen die juist door Blair werden opgeruimd. Maar hij bleek niet weg te rammen en zag hoe Blair in 1997 het gratis hoger onderwijs afschafte: studenten moesten voortaan collegegeld gaan betalen en kregen geen toelage meer. Als ook alleenstaande ouders worden gekort en Blair tegenstanders hiervan binnen zijn partij aan banden legt, zegt Ken: ‘Ik heb het gruwelijke gevoel dat we de internationale markten willen laten zien dat we armen net zo onmenselijk kunnen behandelen als de vorige regering. Ik schaam me diep.’



HOE TONY BLAIR zijn best ook doet, hij krijgt Livingstone maar niet bij het oud vuil gezet. Als in het kader van New Labours decentralisatiepolitiek ook Londen aan de beurt is — waar het bedrijfsleven schreeuwt om een doorzichtiger stadsbestuur met burgemeester — is Livingstone wel de laatste kandidaat voor Blair.


Ken meldt zich aan. Blair start een tegenaanval.


Er wordt een loyaliteitstest bedacht. Alle kandidaten moeten beloven dat ze, mochten ze niet door de commissie van prominente partijleden als partijkandidaat worden verkozen, niet alsnog als onafhankelijke kandidaat verder zullen gaan. Daarnaast moet het partijprogramma van Labour nog eens onderschreven worden. De verkiezing volgt. Blairs kandidaat Frank Dobson wint met 51,53 procent tegen Livingstone 48,47 procent doordat Blair de in Londen woonachtige parlementsleden opdracht heeft gegeven op hem te stemmen en vervolgens aan hun stem meer gewicht geeft. Livingstone verklaart direct dat hij zich bedrogen voelt. Hij roept Dobson op zich terug te trekken. Die doet dat niet en na twee weken peinzen stelt Ken zich toch kandidaat. Onafhankelijk.


Dat gaat tegen de loyaliteitsverklaring in.


Ken heeft zijn belofte gebroken.


Mag een politicus liegen?


Livingstone speelde meesterlijk. Veertien dagen lang liep hij met een moeilijk hoofd door zijn stad. In metro of krant zagen de Londenaren hoe getergd hij was. Tot hij het niet meer uithield en verklaarde dat hij ‘de moeilijkste beslissing van mijn leven’ had genomen. De verkiezingsuitslag was doorgestoken kaart geweest, maar wat zwaarder telde, waren de rechten van de inwoners van zijn stad, ‘Londons right to govern itself,’ moest voor hem boven zijn partijbelang gaan.


Een politicus mag liegen.


Als hij het maar eerlijk zegt.


Livingstone wordt de partij uitgezet. Blair noemt hem ‘een ramp voor Londen.’ Dobson zegt dat hij een leugenaar is. De toon verhardt en er wordt scherp op de man gespeeld. Maar het begint er danig op te lijken dat Blairs houding juist een averechts effect heeft en opstandigheid onder de Londenaren oproept. Want hoewel Ken nog nauwelijks tijd heeft gehad een programma op te stellen, staat hij al dik voor in de polls.


Een commentator noemde het farting at the emperor. Want Blair ontpopt zich steeds vaker als een control freak, een klein dictatortje dat werkelijk geen politieke beslissing zonder zijn stempel laat. Maar het lijkt ook een verstandige keus voor een stadsbevolking: een leider kiezen die niet bij de landelijke regering hoort. Ken speelt daar handig op in. In een artikel bij zijn kandidaatstelling, verschenen in de Evening Standard, speelt hij in op het wij-gevoel en schrijft hij dat hij nauwelijks geld heeft om op te boksen tegen het grote partijapparaat: ‘It will be a campaign funded by ordinary Londoners. But I believe that if we work together we can overcome these obstacles. If we do, we could achieve something that has never been done before in British politics.’


Dat Ken nu lijkt te gaan profiteren van een groepsgevoel onder de Londenaren is wel een beetje sneu voor Tony Blair. Juist hij doet steeds pogingen een sterkere samenleving te creëren door het werken aan de eigen woonomgeving, vrijwilligerswerk en informele sociale zorg te stimuleren. Nu in de gefragmentariseerde samenleving ook het politieke activisme verdwijnt en een afdelingsavond van een politieke partij nog door hoogstens twee man en een paardenkop wordt bezocht, probeert Blair nieuwe sociale verbanden tot stand te brengen waaruit weer groepsgevoelens en burgerzin ontstaan. Daarbij hoort ook decentralisatie van gezag en een gekozen burgemeester. Een beetje rot voor Blair dus, dat juist zo’n oude ideologische rot als Ken Livingstone daarvan nu gaat profiteren.


Is diens kandidatuur een laatste vleugje nostalgie naar de dagen dat politiek nog Politiek was? Dat mag Blair hopen. Afgelopen zaterdag waarschuwden enkele kopstukken uit de partij Blair openlijk dat de partij zich te ver aan het verwijderen is van zijn core voters from impoverished areas. Peter Hain, de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, zei: ‘We need that core vote to turn out to win those seats. We cannot just rely on the New Labour vote which Tony Blair has so brilliantly swung behind the party.’


Het is ironisch dat het New Labour is dat het politieke meer persoonlijk maakt en dat het vertrouwen vervolgens aan Old Labour dreigt te worden geschonken. Want coherent programma of niet, van Ken wéét je gewoon dat hij de metro niet privatiseert.