De vleesgeworden ijdelheid

Profiel: Pim Fortuyn

De oorzaak van het gesprek was het boek dat Pim Fortuyn over de «islamisering van onze cultuur» had gepubliceerd, waarna de discussie al binnen enkele seconden ontaardde in een verbale partij modderworstelen zoals die zelden op de Nederlandse televisie is vertoond.

«En als ik lees dat u dingen schrijft als: ‹Eén land, één volk, één natie›, dan roept u de sfeer op waarmee de NSB voor de oorlog stemmen pro beerde te winnen», zei Marcel van Dam, duo-presentator van het programma Het Lager huis.

«Het zijn allemaal leugens», antwoordde Fortuyn. «En dat verwondert me niets. Jij hebt me een paar jaar geleden in een interview al met Adolf Eichmann vergeleken. Dat was zo'n vieze, glibberige tekst dat ik er juridisch niets aan kon doen.»

«U liegt!» sprak Van Dam met stemverheffing. «U bent niet alleen een leugenaar, maar u bent ook een ophitser.»

«En u bent een populist en een onder-de-gordel-werker.»

«Een populist? Weet u wat ik vreselijk vind?»

«U! Ik vind ú vreselijk!»

«Dat u potentiële angsten bij het Nederlandse volk tegen vreemdelingen exploiteert om die boekjes te verkopen, die overigens voor geen gulden informatie bevatten.»

«Weer zo'n beschuldiging!» sprak Pim Fortuyn.

«U bent een buitengewoon minderwaardig mens… Weet u dat?» sprak Marcel van Dam.

Van Dam doelde op Fortuyns favoriete thema: de islamisering van Europa, waar ’s lands bekendste socioloog een tegenstander van is, behalve als het de trotse bezitters van exotische «jongemannenkontjes» betreft, want in dit soort gevallen is de spreker de tolerantie zelve. De Amsterdamse tv-zender AT5 bezocht onlangs zijn Rotterdamse woning, die rijkelijk met jongemannenkontjes gestoffeerd bleek te zijn, terwijl er op elke etage wel een professoraal portret van «Prof. dr. W.S.P. Fortuyn, adviseur in politiek strategische vraagstukken» bleek te hangen.

Het is allemaal meer vertederend dan aanstootgevend. Het wereldbeeld van Pim Fortuyn is eenvoudig en overzichtelijk. Hij trekt zich af op jongemannenkontjes en hij trekt zich op aan zijn professorale status, in het besef gedoemd te zijn totterdood zowel een seksuele als intellec tuele buitenstaander te blijven. «Ik sta naast de hoofdstroom. Door de officiële pers en door de officiële wetenschap word ik genegeerd en doodgezwegen als de pest.» En het is allemaal de schuld van zijn passie voor voornoemde jongemannenkontjes. «Ik denk dat de homoseksualiteit nog steeds een rol speelt, niet als een bewuste strategie, want dat kan niemand zich meer permitteren. Maar in de zin van er-niet-bijhoren speelt het absoluut een rol.»

Hij is de outcast, de outsider, de underdog van intellectueel Nederland. «Zij discussiëren niet met mij. Het gaat altijd over mijn persoon. Het zijn altijd snieren. Het gaat nooit over wat ik schrijf. Dat is kwetsend, heel kwetsend.»

Hij stond onlangs centraal in het omslag verhaal van HP/De Tijd, als prominent slachtoffer van het «intellectueel isolement» waarin dwarsdenkers als hij zouden verkeren. Zijn ogen stonden droef onder zijn kale knikker, het bovenste boordenknoopje was losgeknoopt en zijn onstuitbare babbel werd gesmoord door een roodzwarte stropdas. Ziedaar Pim Fortuyn, gekneveld door de «relatiocratie» die hem systematisch het spreken belet. Zegt «professor Pim», zoals Harry Mens hem noemt, dezelfde Mens in wiens praatprogramma Fortuyn de vaste gast is. Zoals Fortuyn wekelijks een hoekje in Elseviers Weekblad heeft. Dezelfde Fortuyn die zeker één keer per jaar via uitgeverij Bruna een boek op de markt brengt. Dat vervolgens luidkeels wordt aangeprezen op de symposia, van de jaarvergadering van Ernst & Young Consulting tot het Eerste Nationale Congres van de Tankstationbranche, bijeenkomsten waarop Fortuyn tientallen keren ’s jaars zijn zegje doet. Gooi een sympathiek bedragje in Pim Fortuyn en er komt onmiddellijk de gewenste mening uit. «Tenslotte kan ik niet laten mijn teleurstelling uit te spreken over het ontbreken van een baggermilieu-industrie.»

Niettemin is, tegen de uiterlijke schijn in, zijn intellectueel isolement een feit. Niet omdat relatiocratisch Nederland Fortuyn met zijn eigen stropdas de mond snoert, maar omdat hij zelden iets zegt of schrijft dat de moeite van het overdenken waard is. Hij grossiert in idées reçues, waarin iedereen, van rechts tot links, naar rato wordt bediend. Op de golflinks beluis tert men de echo van zijn theorie dat Nederland (vol is vol) aan een verderfelijk vluchtelingen beleid ten onder dreigt te gaan. Aan de stamtafel herkauwt men genotzuchtig zijn lompenproletarische tirades tegen de «schaamteloze elite» met haar ordinaire en weerzinwekkende gegraai en gegrabbel. «Met zijn allen dansen om het gouden kalf, terwijl er werelddelen zijn die van ellende niet weten waar zij het moeten zoeken.»

Pim Fortuyn. Een katholieke middenstandsjongen die met het marxisme flirtte, met slaande deuren de Partij van de Arbeid de rug toekeerde, zich ogenschijnlijk op de rechtervleugel van de VVD posteerde, ondertussen het platte populisme van de Socialistische Partij praktiserend, door de CD'er Hans Janmaat een kamerzetel kreeg aangeboden en inmiddels overal tégen is, zowel tegen «de mooi-weerpremier» Wim Kok als tegen de «snibbige» koningin Beatrix. Hij is de stand-up comedian van ondernemend Nederland, hij is een groothandelaar in meningen en meninkjes, die allemaal worden gepresenteerd met een aangebrandheid («Ik ben het zat. U ook?») alsof hij een bananenrepubliek bewoont in plaats van een hoogontwikkelde, liberale democratie waarin iedereen, «Prins Pim» (moeder Fortuyn over haar zoontje) niet uitgesloten, mag zeggen en schrijven wat hij wil.

Hij is de goeroe van de Elsevieryup die uitsluitend in beursnotities en xenofobe catego rieën denkt. Gelaten laat hij zich de bewondering van marginale denkers als Harry Mens en Bob Smalhout aanleunen. Verbitterd hengelt hij naar iets van erkenning vanuit de wereld der mensen die er in werkelijkheid iets toe doen, zonder dat dit verlangen ooit zal worden gehonoreerd. Hij leeft al vanaf zijn jongelingsjaren in een wereld van schone schijn. Zeventien jaar was hij toen zijn parochie hem benoemde tot voorzitter van de werkgroep Huwelijk, Gezin en Seksualiteit, «een voorzitter die over deze thema’s het hoogste woord voert, wiens ervaring niet verder reikt dan een driemaal daagse afrukpartij». Burgemeester wilde hij worden, of paus, of desnoods minister-president. Dat leidde allemaal tot niets. Dus werd Pim Fortuyn in godsnaam maar bijzonder hoogleraar arbeidsvoorwaarden bij de rijksoverheid, «voor één dag in de week, tegen een zeer bescheiden vergoeding, maar ja, voor de eer moet je iets overhebben».

De functie van bijzonder hoogleraar bestaat echter voornamelijk uit Haagse bluf en koude drukte. Nederland telt bijna duizend bijzondere hoogleraren, voor negentig procent imitatie geleerden, van de hoogleraar aluminiumconstructies tot de hoogleraar in de ethiek van de politieke praktijk met speciale aandacht voor de chris telijke levensbeschouwing. Ook de professorale uitstraling van Pim Fortuyn reikte vijf jaar lang (1990-1995) nauwelijks verder dan zijn visitekaartje en zijn imponerende briefpapier, totdat hij uit zijn functie werd gezet omdat hij, zoals zijn toenmalige rector-magnificus zei, «niet voldeed aan de wetenschappelijke criteria».

Geen mens ontkomt aan een zekere vorm van imponeergedrag. De functie van straaljager piloot, hoofdredacteur of desnoods bijzonder hoogleraar ligt nu eenmaal wat beter in de markt dan die van buschauffeur of straatveger. Wij oordelen in genade. Wij doen het voor onze oude, bewonderende moeder of onze in onze carrièredrift schromelijk verwaarloosde echtgenote. Pim Fortuyn, de vleesgeworden ijdelheid der ijdelheden uit Prediker 12:8, is echter exclusief met zichzelf getrouwd. Hij is naar eigen zeggen «een geboren leider», «een gewiekst onderhandelaar», «een scherp debater», «een man met een missie», «de koningin van het feest» en «een held, soms een gemankeerde, dan weer een tragische of komische, maar toch een held».

Wat is er echter heldhaftig aan een rubriek, zoals de zijne, waarin week in, week uit alle onheil in de wereld in de schoenen van de vluchtelingen en vreemdelingen wordt geschoven? Het is een en al behaagziek geheupwieg in de richting van de Elsevier-redactie en Elsevier lezer, die op dit punt De Telegraaf allang rechts zijn gepasseerd. ’s Lands grootste weekblad profileert zich sinds enige tijd consequent via twee thema’s. Het eerste is: hoe til ik de fiscus? Het tweede is: hoe houden wij de vreemdelingen buiten de grens? Paul Kalma, directeur van de socialistische Wiardi Beckmanstichting, heeft over Elseviers «uiterst tendentieuze bericht geving» een kritische beschouwing geschreven. «Snierend wordt gesproken over de ‹asielindustrie› en de ‹profi’s in het spiksplinternieuwe asielmiddenveld›. ‹Medische asielzoekers›, aids toeristen, Afrikaanse mensensmokkelaars: elke week loopt er wel een ‹probleem volledig uit de hand›. Nederland is vol en de gemiddelde asielzoeker, zegt Elsevier, is een ‹gelukzoeker die jokt, bedreigt, vervalst en spelletjes speelt›.» Het zijn, constateert Kalma, «niets ontziende aanvallen op de multiculturele samenleving en ze passen te goed in een algemene trend om op de afloop gerust te zijn».

De zelfbenoemde dwarsligger en dwarsdenker Pim Fortuyn heeft zich naadloos in dit redactionele beleid gevoegd. «Elsevier en ook ik hebben de laatste maanden de nodige negatieve publiciteit over ons heen gekregen.» De columnist houdt echter moedig stand. Wat hem laatst weer is overkomen! Hij heeft in zijn oude, vertrouwde Rotterdam hoogstpersoonlijk een van top tot teen gesluierde vrouw gesignaleerd. Onraad! «Hier wordt een grens overschreden.» Typisch Pim Fortuyn. In een analyse van het Israëlisch-Palestijnse conflict kon hij het weer niet laten de jongemannenkontjes van de stenengooiers in het debat te betrekken. Maar één gesluierde vrouw op de Coolsingel te Rotterdam is voor hem reeds een reden om zijn Elsevier- lezers te waarschuwen tegen de dreigende islamisering van de westerse cultuur.

Het is een bespottelijk en bovenal onsympathiek standpunt. Niemand zal ontkennen dat de multiculturele samenleving zijn problemen met zich meebrengt. Van een islamisering van de samenleving is echter geen sprake, hoogstens van een islamisering van het vuile werk waar u en ik, Pim Fortuyn en zijn particuliere chauffeur, te beroerd voor zijn.

Het is een en al wekelijks getier; getier tegen de man die eigenlijk op zijn stoel zit: «premier Kok, salonsocialist», geruggensteund door «Ed en zijn trawanten», schaamteloze, infame politici die rugdekking geven aan «een stelletje uitvreters», tot het te laat is en «de pleuris» in ons land uitbreekt, behalve natuurlijk als wij ons bijtijds aan het voorbeeld Jörg Haider spiegelen, de Oostenrijkse politicus die door de Nederlandse media geheel ten onrechte als «extreem rechts» wordt afgeschilderd, terwijl het «nieuwe fascisme» in werkelijkheid gestalte heeft gekregen in de «anonieme bureaucraten en verambtelijkte politici», de technocraten «die onze vuilniszakken openmaken om vast te stellen of wij milieu-aanwijzingen overtreden».

Het is een curieuze mengeling van vulgair ultralinks en agitatorisch ultrarechts, zoals dit sinds de liquidatie van De Waarheid en de op heffing van Volk en Vaderland in ons land geheel in ongerede leek te zijn geraakt. Eén column ging zelfs de redactie van Elsevier te ver. Het was Fortuyns beschouwing over het echtpaar Peper-Kroes, dat onlangs in ongerede is geraakt omdat het met de sociaal-liberale vingertjes in de suiker pot zou hebben gezeten. Schuldeloos waren «het brutaaltje» en «haar mannie» waarschijnlijk niet. Ook op de «consensus-mas tur bant» Kok en de ten stadhuize geposteerde «schijthuizen met kilo’s boter op hun hoofd» valt ongetwijfeld iets aan te merken. Niettemin, wat is er in Pim Fortuyn gevaren toen hij zijn column schreef? Was hij dronken? Was hij gedrogeerd? Was zijn gebitsprothese in een zijner favoriete jongemannenkontjes blijven steken?

«Lief echtpaar», besloot ons nationale geweten zijn bijdrage, «elk woord van deze column, wat zeg ik, elke letter daarvan, is bedoeld als een affront tegen jullie misselijkmakende praktijken. Ik en ik alleen ben hiervoor verantwoordelijk! Ik daag jullie publiekelijk uit een proces tegen mij aan te spannen wegens smaad. Ik lust jullie rauw, of zoals ze bij ons in Holland zeggen, ik maak jullie in met boter en suiker. Kom maar op als je durft, hou de weinige eer die jullie nog rest aan jullie zelf en spoedt jullie weg met het eerste het beste vliegtuig dat gaat, non-valeurs van de ergste soort!»

Dat kon dus niet, zelfs niet in Elsevier. Dus zette Pim Fortuyn zijn geweigerde bijdrage op zijn website. Wat wij reeds vermoedden werd bewaarheid. Hij beschikt over een echte fanclub. «Klasse, Pim!» Het zijn «allemaal zakkenvullers», met name die lui «uit de rood-fascis toïde hoek». Jij bent «een columnist met ballen». «Dat was prima gesproken, Pim.» «Als u eens wist wat die rode flikkers 45 jaar terug aan gegevens uit de Tweede Wereldoorlog hebben vernietigd, dan braak ik nog van woede.» «Sodeju, ferm geschreven!» «Dit moet op de voorpagina van de zaterdag-Telegraaf gepubliceerd worden.» Helaas voor de schrijver, voor zoiets is De Telegraaf te beschaafd en te gematigd.

Tue, 17 Oct 2000, een faxbericht van de Onafhankelijke Nationale Persdienst, wat dat ook mag zijn. De Delta-Stichting belegt op zaterdag 11 november zijn zesde Colloquium. Thema: Recht op antwoord! Tegen de dictatuur van het «politiek correcte» denken. Belangrijkste spreker: Prof. dr. Pim Fortuyn, «hoofdredacteur van Elseviers». Thema: «Hét taboe: de islamisering van onze cultuur.» In Antwerpen, hoofdkwartier van het Vlaams Blok, de stad waar de vreemdelingen, erger dan waar ook, worden gepest en uitgescholden. In Antwerpen! Vergelijk het met Anton Mussert die in 1936 in Berlijn een voordracht over het joodse vraagstuk houdt.