Profileren als sportstad dat kost wat

Wie vroeger als wielerfan Anquetil, Indurain of Armstrong wilde zien in een grote ronde moest op reis naar het zuiden en ook nog eens de vakantiedata zorgvuldig plannen. Binnen een jaar tijd koersen nu de drie grote rondes, Tour, Giro en Vuelta, door ons land, een ongekende luxe voor fietsminnend Nederland.

Ondanks het zwervende straatvuil domineerde dit weekend het maglia rosa de straten van Amsterdam en Utrecht. De Giro in Nederland werd een groot succes met maar liefst drie etappes en grote bezoekersaantallen langs de route. Tot zover het goede nieuws. Helaas worden in Nederland de kosten en baten regelmatig in twijfel getrokken als een stad een groot internationaal sportevenement binnen wil halen. In economisch zware tijden willen we exact weten wat die wedstrijd gaat kosten en hoeveel we ervan kunnen terugverdienen. Organisatoren wringen zich in allerlei bochten om de toegenomen uitstraling, de grotere aantrekkingskracht op toeristen, en de positieve spin-off effecten op de stad, zoals de populariteit van sport onder kinderen, in geld uit te drukken. Wat is de waarde van een jongetje die zich morgenochtend aanmeldt bij de plaatselijke fietsvereniging? Velen zullen zeggen niks, Erica Terpstra zal zeggen onbetaalbaar. Vaak onmeetbaar en altijd onvoorspelbaar dat zijn de maatschappelijke en economische effecten van een groot sportevenement op een stad. Wie had voorspeld dat het amarillo van de Vuelta Drenthe afgelopen zomer op de wereldkaart zou zetten? Of dat een havenstad in Spanje na de Olympische Spelen van 1992 zou uitgroeien tot het bruisende en hippe Barcelona?

Wanneer een Nederlandse stad zich wil profileren als sportstad dan zal het risico’s moeten nemen, zelfs als daarvoor het rentmeesterschap even opzij moet worden gezet ten gunste van ambitie en passie. Daarom is het positief als Nederlandse steden hun nek uitsteken op de internationale sportmarkt. Zo reisde onlangs een delegatie van de grote steden samen met het NOC/NSF naar een internationale sportbijeenkomst in Dubai om te lobbyen voor het binnenhalen van grote sportevenementen. Een land dat in 2018 het WK wil binnenhalen moet zich niet richten op de economische korte termijn effecten, maar op de internationale uitstraling van Nederland met geweldige accommodaties en de gemoedelijke sfeer. De start van de Tour op 3 juli in Rotterdam met een budget van 12 miljoen, is de volgende stap die zal uitwijzen of Nederland de maillot jaune of rode lantaarn wordt als organiserend sportland.