Menno Hurenkamp

Progressief

Er is al een paar dagen ophef over naakt in het gemeentehuis van Huizen. Eerder dit jaar bracht één man in Amsterdam-West die moeite had met het schudden van vrouwenhanden ons land in doffe paniek. Nu hebben wat mensen vage klachten over schilderijen van Ellen Vroegh in het stadhuis aan het Gooimeer. De consequentie was dat eerst de kunstwerken verplaatst werden. Vervolgens werd die verplaatsing de nieuwste affairette in de media. Onze vrijheid staat weer op het spel, want de vrije kunst is een universele verworvenheid van de westerse wereld.

Dat is natuurlijk lariekoek. In 1997 verbande justitie Andres Serrano’s foto (vrouw plast man in mond) probleemloos uit het straatbeeld. Zou dat nu weer gebeuren, dan was dat geïnterpreteerd als buigen voor moslims – maar het was gewoon een vervelende foto om ongevraagd mee geconfronteerd te worden. En is vrije kunst typisch voor het vrije Westen? Wie hangt blote vrouwen aan de muur in een stadhuis op het Amerikaanse platteland, ergens in Alabama of Texas? De vrijheidslievende, lynchlustige christelijke boeren aldaar, met opvattingen waar Geert Wilders bij verbleekt tot een soort Dany Cohn-Bendit, zijn ook tamelijk slecht voor de gezondheid.

En nu we toch in Amerika zijn, wat zou Barack Obama vinden van het werk van de cartoonist Gregorius Nekschot, de tekenaar die zo ongelukkig werd opgepakt door de politie? Een witte man draagt een zwarte man die tevreden op een speen sabbelt… Zou de aanstaande president van de Verenigde Staten zo’n tekening zien als ‘progressief’ en ‘anti-establishment’, zoals veel mensen hier het werk van Nekschot verdedigen? Of zou hij de andere kant op kijken, gekwetst maar gehard door dagelijkse ervaring van racisme in Amerika?

Een verklaring voor veel van de verwarring is: sinds de jaren zestig zijn we hier in Nederland massaal tamelijk links. Bolkestein, Wiegel, Wilders en Verdonk staan pal voor het homohuwelijk, de christelijke partijen steunen de euthanasiepraktijk, voor anarchisme en belediging krijg je subsidies wanneer het een kunstuiting is. Als je aan een Amerikaan vertelt dat onze rechtse partijen beleid maken op wat in de Verenigde Staten extreem links denken is, denkt hij dat we hier stapelgek zijn. Maar, er is een groot ‘maar’. Die linkse cultuur is wel een product van onze bloed en bodem. Deze moet dus in de Nederlandse taal uitgedragen worden. En wie artistiek wil beledigen, moet óf bij God zijn óf bij de Oranjes.

Barack Obama praat geregeld Spaans tijdens zijn verkiezingstournee. Het is zijn taal niet, maar wel die van zijn kiezers. Anders verstaat geen mens hem in Florida of New Mexico. Stel je Bos of Balkenende voor die tijdens hun campagne Berbers of Turks praten. Ze kunnen meteen douchen, omdat ze volgens hun tegenstanders bijdragen aan de oprichting van Gaza aan de Noordzee. Stel je een cabaretier in Nederland voor die iets anders wil dan Beatrix van achteren nemen – kansloos. Cultuur is Jezus Willem Alexander laten neuken, in die woorden.

Hoe lang Nederland dit zelfgenoegzame beeld nog overeind houdt, staat te bezien. De protesten van moslims tegen al het onwelvoeglijks vallen eigenlijk nogal mee. Je ziet vooral woordvoerders uit die gemeenschap hun schouders ophalen over de films van Wilders en de cartoons van Nekschot. Ook zij zeggen de vrijheid van meningsuiting belangrijker te vinden dan gevrijwaard te worden van kwetsuren, onder het motto ‘wij ons geloof, zij hun cartoons’. Misschien dat ze zich binnenkort verenigen met de nieuw-rechtse ridders van het vrije woord. Samen tegen de staat, net als in Amerika.