Hoofdcommentaar: Project Balkenende

Project Balkenende

Nieuwe herfst, oude kleur? Wat zou het rustig en overzichtelijk zijn als we het tweede kabinet-Balkenende konden wegzetten in een vertrouwd hokje, «centrumrechts» of zo. Dat is wel zo makkelijk: discussie gesloten, spandoeken geopend. Plus een mooie rol in het verschiet voor Lodewijk de Waal, de vakbondsleider die toch al bijna nooit vrolijk kijkt.

Zo simpel is het niet. Balkenende II is géén gewoon kabinet waartegen de oppositie te hoop kan lopen in de hoop te worden gehoord. Het is een bijzonder kabinet met een drastische missie, die Nederland in al zijn hoeken en gaten moet gaan bereiken. Wie alleen oor heeft voor het retorische talent van sommige bewinds lieden denkt wellicht dat het niet veel om het lijf zal hebben. Ook de Troonrede van dinsdag was andermaal het werk van vakkenvullers die vooral benauwd zijn dat de spullen niet op hun plaats staan. Maar achter deze povere presentatie gaat in de wel degelijk spectaculaire Miljoenennota een heus project schuil.

Grof samengevat komt het plan op het volgende neer. De staat der Nederlanden is ziek. De bureaucratie heeft zijn effectiviteit verlamd. De regels die wel de moeite waard zijn, kan de staat daarom niet meer afdwingen. De remedie daartegen is niet om de staat in de breedte te versterken maar juist te verzwakken, zodat er in de hoogte een sterke staat overblijft. Het kabinet gaat de vermaledijde verzorgingsstaat decentraliseren om de gewenste waarborgstaat te kunnen centraliseren.

Van alles wil Balkenende II «overdragen»: van het «culturele erfgoed» tot de bijstandsuitkeringen. Iedereen wil het kabinet «activeren»: de lamme en de blinde, zowel als de arbeidsgeschikte. Want de burger moet weer burgerlijk worden en zichzelf gaan regeren. Deze doctrine van de nieuwe mens, die beneden zichzelf en zijn omgeving controleert, wordt intussen overspoeld door concrete voornemens om van boven alles en nog wat te beheersen. Het antibureaucratische motto «minder regels» blijkt namelijk eerst meer regels, commissies en loketten met zich mee te brengen.

Naast het reeds bestaande Sofi-nummer krijgen de burgers te maken met twee nieuwe unieke nummers: het Onderwijsnummer voor de studerende en het Zorg Identificatienummer voor de zieke mens. Wanneer al die nummers ook nog moeten worden gekoppeld — het wemelt immers van de efficiencykortingen — doemt een Nummer aller nummers op.

We hebben al talloze Autoriteiten die toezicht moeten houden op de verschillende markten van industrie, financiën, telecom en straks voedsel. We krijgen er zeker één nieuwe bij: de Zorgautoriteit, die de «gereguleerde markt» van verzekeraars, ziekenhuizen, artsen en mogelijk ook patiënten moet gaan controleren. Misschien gaat hier de kost voor de baat uit. Maar dat is wel een kwestie van heel geduldig wachten.

Hoewel er volgens het kabinet nu al te veel loketten zijn, wordt er toch nog eentje geopend. Omdat verschillende bezuinigingsmaatregelen ter wille van de zwakke schouders van het CDA moeten worden gecompenseerd en de Belastingdienst er alleen voor is om geld te vangen, krijgt de fiscus een extra club: de zogeheten Toeslagendienst om juist uit te keren.

Zelfs op het terrein waar het kabinet zich het meest thuis voelt — de integratie van nieuwe én oude immigranten in de klassieke Nederlandse burgerlijke cultuur — zal de bureaucratie zich doen gelden. Het verscherpte inburgeringsexamen heeft namelijk nog geen curriculum om de cursisten te toetsen. Geen nood. Een Brede Maatschappelijke Commissie zal de eisen daarvoor opstellen. De cursussen zelf zullen aan de markt worden overgedragen. Helaas vermeldt de Miljoenennota niet of er ook een Burgerautoriteit in de pen zit om de inburgeringslessen en examinering te controleren.

Het tweede kabinet-Balkenende laat zich desondanks niet afschrikken door dit soort sceptische kanttekeningen. Als het leven sterker is dan de leer, is dat jammer voor het leven. Maar dat is allerminst zonder risico’s, met name voor premier Balkenende en zijn partij. Het CDA heeft zich met deze begroting namelijk binnenste buiten gekeerd. Vroeger zochten de christen-democraten hun middenveld in moeilijke tijden altijd nadrukkelijk op. Geen harde ingrepen zonder stilzwijgend begrip van CNV, zending, missie en andere prot.chr. of katholieke koepels. Ze werden meestal keurig ontvangen. Nu zoekt dit middenveld, waarop het CDA zijn maatschappijbeeld nog altijd zegt te baseren, de christen-democraten op. De gastvrijheid van de laatsten beperkt zich tot een snel rendez-vous op een hotelkamer. Het nieuwe middenveld van het CDA bestaat namelijk uit schoolbesturen, ziekenhuisdirecties en politiekorpsen op het laagste niveau.

Op zichzelf is die aandacht voor de geëngageerde burger positief. FNV en PvdA, om twee willekeurige oppositionele krachten te noemen, hebben niet het alleenrecht op sociale betrokkenheid. Maar omdat het CDA zijn in het verleden beproefde entourage nu ineens zo nadrukkelijk negeert, zet het de deur wagenwijd open voor de VVD. Want als het aan de liberalen ligt, wordt de sociale burger van het CDA een geprivatiseerde burger. Alles komt samen in de inburgering. Nederland leren kennen, is verplicht. Maar de inburgeraar moet dat zelf voorschieten, krijgt hooguit een deel van zijn investeringen terug en moet verder niet rekenen op enige garantie voor zijn toekomst.

Pas als het te laat is, zal het CDA erachter komen dat het zich door Zalm een oor heeft laten aan naaien. Als betrokken christenen zich komende jaren volgens het project van Balkenende en Zalm tot liberaal laten privatiseren, staat niets een ideologische verzoening tussen CDA en VVD nog in de weg.