Protocollaire precisie

Ferdinand von Schirach, De zaak-Collini, € 17,95

Het begint zoals het hoort: met een moord in een hotelkamer. Fabrizio Collini schiet een 85-jarige man met vier kogels dood, trapt nog een paar keer met de hak in het gezicht van de dode, ‘bloed en hersenmassa spatten op zijn broekspijpen, op het tapijt, tegen het bed’. Het vervolg is minder gebruikelijk: de moordenaar meldt zich aan de balie met het verzoek de politie te bellen. ‘Collini wachtte op zijn aanhouding. Hij had zijn hele leven gewacht, hij had altijd gezwegen.’ Zodat de vraag naar de identiteit van de dader niet eens kan opkomen, rest de vraag naar zijn motieven. De zaak-Collini is het derde boek van een auteur die zich drie jaar geleden voor het eerst aan het literaire front waagde, en meteen met groot succes. Zijn debuut, de verhalenbundel Verbrechen stond een jaar op de bestsellerlijst van Der Spiegel, werd aan dertig landen verkocht en in afleveringen door het zdf verfilmd. Een jaar later volgde een tweede bundel met vergelijkbaar commercieel succes, weer een jaar later Der Fall-Collini. Opmerkelijk: drie dunne boeken in drie jaar tijd, bij elkaar goed voor meer dan een miljoen exemplaren. Nog opmerkelijker is het dat vrijwel alle critici deze politieke thrillers, want dat zijn het, nadrukkelijk literaire kwaliteiten toedichtten, vaak in superlatieven.

Daar sloot de Nederlandse kritiek zich in grote lijnen bij aan, zij het minder uitgebreid en uitbundig. Wel riepen vier boekhandelaren De zaak-Collini in De wereld draait door onlangs uit tot boek van de maand. Het effect daarvan was natuurlijk onmiddellijk meetbaar, al leidde dat niet tot een stormloop op de boekwinkels, zoals in Duitsland. En zo vreemd is dat niet, de auteur, Ferdinand von Schirach, was daar voor hij ging schrijven al een bekend figuur. Behalve de kleinzoon van Baldur von Schirach, NS-Reichsjugendführer in het Derde Rijk, is hij een vooraanstaand strafpleiter, een Promi-Anwalt zogezegd, die met succes optreedt in de nodige aandacht trekkende processen. In zijn boeken maakt hij uitgebreid gebruik van zijn juridische kennis, De zaak-Collini gaat uiteindelijk om een nog altijd nijpende Duitse kwestie, namelijk die van de verjaring van oorlogsmisdaden.

Von Schirach wordt vooral geprezen om zijn franjeloze, harde stijl, elk woord is raak en er staat geen woord te veel, heet het. Maar dat is een dubieus compliment, vraag het aan Hugo Claus of Tom Lanoye, aan Thomas Bernhard of Carlo Emilio Gadda en zij zullen een vies gezicht trekken. Natuurlijk, die zakelijkheid kan op literaire efficiency wijzen, maar evengoed op woordarmoede, eenduidigheid, gebrek aan fantasie.

Zeker is dat De zaak-Collini een ambtelijke indruk maakt, en dat zou je gezien het onderwerp passend kunnen noemen. Nauwelijks samengestelde zinnen, een eenvoudig en beperkt idioom, vrijwel geen beelden of vergelijkingen en vooral de voortdurende suggestie van protocollaire precisie. Het is proza dat nergens om verscherpte aandacht vraagt, je wordt als lezer niet in de rol van onderzoeker gedrongen en jast er in een vloek en een zucht doorheen. Je wil vooral weten hoe het afloopt en hebt, als het zo ver is, geen enkele aandrang om het boek nog eens te lezen. Als je dat toch doet, zonder de haast van de eerste keer, schieten de tekortkomingen pijnlijk in het oog.

De documentaire exactheid is uiteraard een poging werkelijkheidsgetrouwheid te suggereren, maar leidt af van het feit dat hele passages gevuld zijn met loos alarm, het boek kon met gemak half zo dik zijn. Zo is het hoofdstuk waarin de directeur van een forensisch instituut zijn assistente, ‘een forse studente medicijnen met opgestoken haren’, demonstreert hoe je zo’n verminkt lijk onderzoekt (en waarin we bijvoorbeeld van elk orgaan het gewicht in grammen nauwkeurig opgelepeld krijgen), literair volmaakt overbodig. Niet zelden is cijfermatige exactheid ook een vorm van bluf, waar een wakkere lezer niet intrapt. ‘Op 16 mei 1944 om 22.18 uur waren alle veertien tafeltjes in café Trento in de smalle Via di Ravecca in Genua bezet.’ Volgt de beschrijving van een aanslag door een partizaan, en ‘achttien minuten later detoneerde het Plastit W met een snelheid van 8750 meter per seconde’, waarbij twee Duitse soldaten omkomen. Alsof er in 1944 al overal camera’s hingen die elke beweging feilloos en met tijdsaanduiding registreerden.

Curieus, te midden van al die nuchterheid, zijn de pathetische clichés waar Von Schirach de lezer op vergast. Op een cruciale plaats in het boek, tijdens het slepende proces tegen Collini, komt de advocaat, hoofdfiguur van deze geschiedenis, tot de conclusie dat hij ‘pas vandaag’ begreep waar het in het strafproces om gaat: ‘om de beschadigde mens’, priesterlijke woorden die meteen worden gevolgd door de scène waarin het uiteindelijke motief van ­Collini’s moord uit de doeken wordt gedaan. Maar dat is vreemd: die gebeurtenissen uit 1943 heeft de advocaat gereconstrueerd uit documenten in het Bondsarchief aangevuld met informatie van de toen negenjarige Collini, maar toch wordt het hele fragment niet vanuit zijn ­perspectief verteld, compleet met lacunes, twijfel en ­commentaar, maar door een in deze context ­volstrekt ­ongeloofwaardige alwetende verteller.

Er valt nog veel meer op dit boek af te dingen. Het bevat nogal wat lelijke zinnen, taal- en stijlfouten, waarvan sommige voor rekening van de vertalers komen. Een veel voorkomende constructie is deze: ‘Ze werden door vier soldaten bewaakt, die hadden machinepistolen.’ Waarom niet gewoon: ‘Ze werden door vier soldaten met machinepistolen bewaakt’? ‘De rotsen weergalmden de echo’ is tautologisch. ‘Bewegingsloos’ is geen Nederlands, ‘het wijk’ evenmin. ‘De voorbereiding van het proces hadden maanden in beslag genomen’, ‘Hij schreeuwde hard, harder dan elk ander geluid op de boerderij.’ De zaak-Collini een vlot geschreven boek? Zeker, voor lezers die niet te nauw kijken. Een nagenoeg onbeargumenteerde ­aanbeveling door ­boekverkopers is niets anders dan ­ordinaire reclame, hoe integer die mensen ook zijn; welk deel van de totale boeken­productie van die maand zouden ze trouwens gelezen hebben?


Ferdinand

von Schirach

De zaak-Collini

Uit het Duits

vertaald door Hans Driessen en Marion Hardoar, De Arbeiderspers, 154 blz., € 17,95