Provinciaals boekverkopen

Zo bont als de man die verbluft was omdat Gorredijks boekwinkel niet het Zakboekje van Epiktetos voorradig had, maak ik het niet, maar wel verbaas ik me wanneer je in Meppel, stad met eerbiedwaardige uitgeverij en schouwburg, niet Jan Fontijns Van Eeden-biografie in de winkel treft. En zijn het stadse fratsen toen ik me erover verbaasde dat er geen blad basilicum in diezelfde plaats te vinden bleek? Terwijl toch kort geleden een televisie-kook-mevrouw haar kijkers had opgeroepen tot zeuren zolang hun ‘groentespecialist’ niet voorzag in die basisbehoefte.

Ach, enerzijds verlang ik, reactionair, naar regionale verschillen om anderzijds te klagen wanneer de modernisering niet overal in gelijke mate is voortgeschreden. Jammer alleen dat de onderlinge regionale verschillen steeds sterker inschrompelen (overal muzak, Blokker/Hema/Etos en play-backshow in het dorpshuis) terwijl het verschil tussen centrum en periferie vooral lijkt te liggen in een schraler aanbod in die laatste. Hooguit kan ik in het dorp nog de koolraap kopen waar menig Amsterdams winkelier zich inmiddels te goed voor voelt. Waar moet je eigenlijk heen voor Fontijn en basilicum als je in Meppel woont? Hoogeveen lijkt me geen optie. Assen? Onzeker.
Groningen dus. Als je daar dan toch bent moet je meteen maar zoeken naar de spectaculairste boekverkoper des lands. Kaalgeschoren, vuurrood hemdje om getaoeëerde armen maximaal tot hun recht te laten komen en snorretje ter breedte van een halve pinknagel. Hij mocht samen met twee collega’s onder leiding van Maartje van Weegen de kandidaten voor de Libris-prijs beoordelen en begon mee te delen dat we nu allemaal bewezen zagen dat de liefdes voor tatoeage en lezen heel goed samen konden gaan.
Ook overigens een merkwaardig programma. Hoe sympathiek ook de gedachte eens niet beroepscritici aan het woord te laten, maar mensen die in het boekenvak werkzaam zijn, het werd een povere vertoning. Die me in gedachten terugbracht naar die vreselijke jury bij Sonja van wie iemand Durlacher een 3 gaf ‘omdat het allemaal al eens eerder was gezegd’ en Matsiers een 4 'omdat het zo saai was’. Of dergelijks. Deze verkopers hadden minder banale oordelen maar veel verder dan het roepen van bijvoegelijke naamwoorden kwam het toch niet. Ik vind hen dat niet te verwijten. Praten, schrijven over kunst is moeilijk en maar weinigen gegeven. Dat niet te kunnen sluit genieten van kunst niet uit. Noch het verkopen ervan. Maar geef mij alsjeblieft Laat op de avond, waarin, toegegeven, Zeeman, Sanders en Van Rossum elk hun eigen stijl van arrogantie inbrengen, maar waar ik uitgedaagd word mee te denken. Vlak voor de bekendmaking dat Kossmann had gewonnen hoorden wij dank zij de NPS dat z'n boek niks voorstelde: 'Ba, vieze ouwe mensen.’
Merkwaardig criterium voor kwaliteit. Dubieus ook.