Provinciale staat

Andere werelden, andere waarheden. Wat in de media gebeurt, gebeurt niet in het land.

Ik moest deze week aan twee jongens denken, generatiegenoten. Özcan Akyol komt uit provinciestad Deventer, Turkse ouders, zat op de mavo, ging met de verkeerde jongens om – of was zelf zo’n verkeerde jongen –, belandde in de gevangenis, ontdekte daar de literatuur. Thierry Baudet komt uit provinciestad Haarlem, had hoogopgeleide ouders, ging naar het Stedelijk Gymnasium, ging op de universiteit met alle juiste jongens om, mocht promoveren bij Cliteur en Scruton.

In 2012 debuteerde Akyol met Eus en nog voor zijn dertigste groeide hij uit tot het soort graag geziene talkshowgast die niet met alle winden meewaait, maar chronisch kalm zijn eigen meningen uiteenzet. In 2012 publiceerde Baudet zijn proefschrift De aanval op de natiestaat en nog voor zijn dertigste groeide hij uit tot een opiniemaker waarvan alle kranten en talkshows door hadden: als we iemand nodig hebben die groteske statements maakt over onderwerpen als vluchtelingen of vrouwen, dan vragen we hém! Scoren!

Baudet sprak vorige week over de ‘uil van Minerva’, over ‘oikofobie’, ‘immanente religie’ en ‘onze boreale wereld’. Akyol werd in de lezerspost van het AD door een lezer verweten te ‘vloeken met moeilijke woorden’ zoals ‘vilein’, ‘compassie’ en ‘discours’.

Ik moest aan Baudet denken toen ik Akyols nieuwe programma Eus in Medialand keek, dat deze maand bij de NTR te zien was. In het programma trekt ‘Eus’ eropuit op zoek naar ‘andere werelden, andere waarheden’ buiten de Randstad, om aan talloze provinciale activisten, artiesten, organisatoren te vragen of ze het gevoel hebben dat ‘Hilversum’ of ‘de Randstad’ op hen neerkijkt en hen in de berichtgeving negeert. De vraag stellen is misschien nog niet hetzelfde als de vraag beantwoorden, maar als je die vraag maar vaak genoeg stelt, ga je in ieder geval niet denken dat de Randstad niet op je neerkijkt.

In de eerste aflevering is hij bij een ‘piratenfestival’ van Nederlandse muziek, het soort muziek dat door de provincies heen volle pleinen trekt, maar amper op de landelijke radio te horen is.

‘Wat er in het land gebeurt, gebeurt niet bij de radio’, zegt Jan Keizer, de voorman van BZN.

‘Zeg je nu dat de Hilversumse elite neerkijkt op dit soort artiesten?’ vraagt Akyol.

Ja, wie ben jij om iemand niet zijn gevoel te gunnen?

‘Dat is absoluut zo.’

Bij De wereld draait door aan tafel kreeg Akyol aardig tegengas. In zijn programma kwam een mevrouw uit Terneuzen aan het woord die zich eraan ergerde dat de aanleg van een nieuwe sluis, waar straks gigantische schepen doorheen zouden varen, nog geen fractie van de aandacht kreeg van ‘een Noord-Zuidlijn’ – alsof er meer dan één zijn. De wereld draait door had de hoofdredacteur van de NOS om uitleg gevraagd en die gekregen: de Noord-Zuidlijn was veel duurder en complexer om aan te leggen, raakte het leven van vele malen meer Nederlanders en was politiek veel gevoeliger.

Ja, zei Akyol, dat snapte hij wel. En het was ook niet zo dat hij dat vond. Maar ‘die mensen voelen het zo’.

Tv draait om gevoel. Ik moest aan Baudet denken omdat in Eus in Medialand eenzelfde soort provinciaal populisme doorklinkt, dat niet uit een bestaande krenking voortkomt maar uit een vermeende krenking. Het is het gevoel dat er ergens in Nederland – in de grachtengordel, in de Stopera, aan Het Plein, op het Binnenhof, op het Mediapark – iemand rondloopt die misschien nog wel eens over jou zou kunnen denken dat je een boertje bent. Maar heel weinig politici durven dat gevoel tegen te spreken, want ja, wie ben jij om iemand niet zijn gevoel te gunnen?

In zijn ‘uil van Minerva’-speech haastte Baudet zich om de vijanden van de maatschappij op te sommen: ‘Onze universiteiten, onze journalisten, de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen en onze gebouwen ontwerpen.’ De ironie natuurlijk is dat hij zijn eigen cv opsomde. Dat is pas oikofobie. Hij werkte zelf aan de universiteit, schreef voor allerlei kranten en bladen en publiceerde zijn romans bij een uitgever in precies zo’n grachtengordelpand waar heel rabiaat rechts geen cent subsidie naartoe zou laten gaan. (Voorzover ik weet heeft Baudet alleen nog nooit een gebouw ontworpen – ik ben nooit zo van de jaren-dertigvergelijkingen, maar als het Forum een huisarchitect benoemt die vervolgens de Volkshalle ontwerpt waar de Euromast rechtop in zou kunnen staan, dan mogen we ons zorgen maken.)

Aan tafel bij De wereld draait door zei Akyol dat het niet zo was dat Matthijs van Nieuwkerk ‘een inferieur programma’ maakt omdat er maar anderhalf miljoen mensen naar kijken (in plaats van alle zeventien miljoen, waarschijnlijk), maar dat Van Nieuwkerk met heel veel gemak in zijn uitzendingen de NRC of de BBC aanhaalt, terwijl heel veel kijkers in de provincie dan zullen afhaken want die lezen geen NRC of kijken geen BBC.

Ik moest aan de woorden van BZN’s Jan Keizer denken, die je ook andersom zou kunnen uitleggen: wat in de media gebeurt, gebeurt niet in het land. In het land zou een Turkse Deventenaar met een strafblad het verdomde moeilijk hebben een tweede sollicitatieronde te halen, in Hilversum daarentegen is er geen talkshowtafel waaraan hij niet zijn mening mag komen geven. Ik moest aan het liedje van Elvis Costello denken: ‘I want to bite that hand that feeds me/ I want to bite that hand so badly.’