Interview componist Jeff Hamburg

«Provoceren fascineert mij»

Het Nederlands Kamerorkest speelt deze
week drie nieuwe werken van Jeff Hamburg.
De componist heeft niet meer de zenuwen,
zo van: «Wat zal Van Vlijmen hiervan
vinden.»

«De avant-garde in Nederland is zo ouderwets bezig. Ze is zo verstard en vastgelopen. Ik ben daar uitgestapt. Ik sta nu aan de andere kant.» Op de vraag of zijn muziek erg veranderd is, antwoordt de 44-jarige componist Jeff Hamburg met een volmondig «ja».
Deze week worden door het Nederlands Kamerorkest onder leiding van Ed Spanjaard drie nieuwe werken van Hamburg uitgevoerd. Tegelijkertijd verscheen op het label Composers’ Voice een cd met oudere stukken. «In mijn oude stukken is mijn handschrift nog goed herkenbaar. Maar mijn denken over componeren is enorm veranderd.»
In 1978 kwam Hamburg vanuit Illinois naar Nederland. Min of meer toevallig - hoewel toeval niet bestaat, zo betoogt hij meermalen - kwam hij bij Louis Andriessen terecht.
«Louis heeft mij grootgebracht», legt Hamburg uit. «Hij heeft me veel over muziek geleerd, maar minder over componeren. Vanwege zijn conceptualistische manier van denken: ‘Maak een stuk dat van hoog naar omlaag gaat.’ Of: 'Maak een stuk dat gebaseerd is op de afmetingen van een kathedraal.’ Op zo'n manier kun je over muziek denken. Maar daarbinnen is ontzettend veel over de muziek zelf te vertellen. Je kunt een stuk ook beginnen vanuit een muzikaal gegeven, of dat nu een motief is of een ritme. Dat is iets heel anders dan een ontwikkeling die van buitenaf op de muziek wordt gezet. Sinds ik dat conceptuele heb losgelaten voel ik veel meer vrijheid en openheid. Ik probeer organisch vanuit de muziek te werken, waardoor harmonie, melodie en ritme opeens weer heel belangrijk worden. Opeens heb ik aansluiting bij de gewone muziektraditie.»
Betekent dat dat zijn muziek traditioneler is geworden? Nee, juist moderner, vindt Hamburg. «Wat hier zo hoog aangeprezen wordt, dat conceptuele denken, is in feite ouderwets.» Nederland is daarin geen uitzondering, maar het valt hier meer op omdat de muziekwereld klein is en met veel geld in stand wordt gehouden. «Hier is een concentratie van componisten die in Amerika ondenkbaar is. Daar is de verscheidenheid te groot om te generaliseren. In Australië heb je een mainstream-smaak die door de universiteiten in stand wordt gehouden, maar er zijn ook New Age-componisten, zoals Sculthorpe, die niet met de nek worden aangekeken. Rusland loopt weer ontzettend achter. Onze muziek uit de jaren zeventig en tachtig vinden ze daar geweldig. Frankrijk is erg conservatief omdat Boulez de boel krampachtig probeert te sturen. Vergelijkbaar met Reinbert de Leeuw. Hij probeert ook koste wat het kost de touwtjes in de muziekwereld in handen te houden. Zielig. Want die man heeft veel voor het Nederlandse muziekleven gedaan. Maar zo gaat het. In de jaren zestig hebben de Notenkrakers gevochten tegen wat ze dachten dat een instituut was, nu zijn ze zelf een instituut.»

Hamburg geeft zijn analyse van het Nederlandse muziekleven op een laconieke toon. Maar heeft hij met zijn tegendraadse opvattingen geen problemen gehad met subsidiegevers? «Het zou ongeloofwaardig zijn om te doen alsof je daar boven staat», geeft hij toe. Hij vertelt dat hij deze ochtend nog een brief van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst heeft gekregen met de mededeling dat hij geen meerjarige honorering krijgt, een beurs die een componist in staat stelt een paar jaar onbekommerd door te werken.
Hamburg: «Ik krijg alleen geld voor een kleine opdracht, het laagste bedrag dat ze met goed fatsoen kunnen geven. Terwijl ik ben gevraagd om een hoboconcert voor Pauline Oostenrijk en een stuk voor een van de radio-orkesten te schrijven.» Hij blijft er vrolijk bij lachen. «Gelukkig is er ook ander geld tegenwoordig. In de jaren tachtig en negentig kreeg het fonds een monopoliepositie. Maar het blijkt alleen te functioneren voor die dertig componisten die binnen de opvattingen van het fonds passen. Toch is er een veel bredere groep componisten die met succes aan de weg timmert. Kijk naar Jacob ter Veldhuis of Joep Franssen. Waarom sluit je die uit en laat je Theo Verbeij toe? Onbegrijpelijk!»
Hamburg bewandelt liever andere wegen. Een van zijn mooiste opdrachten was recentelijk een particuliere opdracht van een rabbijn uit Hilversum die 75 jaar werd. Er werd zo veel geld bij elkaar gebracht dat niet alleen de componist en de uitvoerders betaald konden worden, maar naderhand ook een cd werd uitgebracht. Nog belangrijker vond hij het enthousiasme van de luisteraars: «Er zat een zaal vol mensen die echt betrokken waren. Niet vijftig kunstpausen in Paradiso die met een zuinig mondje 'interessant, interessant…’ mompelen. »
Hamburg is zich de laatste jaren onafhankelijker gaan opstellen van deze zogeheten smaakmakers. «Als je tussen de dertig en veertig bent, wil je carrière maken », zegt hij. «Je wilt iedereen laten zien dat je geweldig bent. En daarom doe je vaak dingen waarvan je denkt dat men die van je verwacht. Nu staat mijn eigen plezier voorop. Ondanks het fonds heb ik een fantastische carrière. Ik heb de prachtigste jaren achter de rug. En ik geniet enorm van het componeren, want ik heb niet langer de zenuwen, zo van: o, wat zal Jan van Vlijmen hiervan vinden!»
Het besluit van Hamburg om een eigen weg in te slaan werd versneld door het feit dat hij een paar jaar geleden plotseling ernstig ziek werd («Ik was een uur van de dood verwijderd»). De midlifecrisis waar veel mensen jarenlang mee tobben maakte hij, als in een hogedrukpan, in zijn bed door. Fysiek volkomen gevloerd vroeg hij zich af waarom hij in zijn leven dingen zou doen waar hij eigenlijk geen zin in had.
Als hij niet ziek was geworden, was hij er wel op een andere manier mee geconfronteerd, meent hij. «Ook het feit dat je kinderen hebt, speelt mee. Je schept voor hen een beeld van de wereld. Dus als je bezig bent carrière te maken en jezelf te forceren in de maatschappij - of je nu een componist bent die in de smaak wil vallen bij een fonds of een ambtenaar die hogerop wil - dan is dat het beeld wat je je kinderen voorspiegelt. Dat model krijgen ze mee. Dus denken zij dat ze goede cijfers moeten halen om papa gelukkig te maken, in plaats van: wat leuk om iets te leren! Het proces waar ik nu doorheen ben, heeft daar veel mee te maken. Dat betekent niet dat je honderd procent gelukkig bent of dat je geen fouten maakt. Maar wel dat je het gevoel hebt dat je op de goede weg bent.»
De weerslag op het componeren is evident. Niet alleen schrijft hij met meer plezier en gemak, hij luistert ook met genoegen naar zijn eigen cd’s - iets wat voor de meeste componisten ondenkbaar is. Hamburg: «Ik sta dichter bij wat ik wil zeggen. Ik wil een emotioneel bereik hebben en niet een technisch bereik. De techniek moet in dienst staan van wat je te vertellen hebt. Anders staat het in de weg. Een typisch Nederlands verschijnsel is dat zwoegen. Het moet moeilijk zijn. Dat hoorbaar moeizame staat hoog in het vaandel. Dat vindt men interessant. Dan denk ik: interessant? Dat is toch een gruwel! Je hoort nu meer mensen zich openlijk afvragen hoe ze dat tien jaar lang zo mooi hebben kunnen vinden.»

In muzikaal opzicht knoopt Hamburg aan bij de componisten uit het interbellum die «om historische redenen niet meer gespeeld worden». Hij noemt als voorbeeld Leo Smit. Leo Smit is ook een van de componisten die opnieuw over het voetlicht wordt gebracht in de Uylenburger concerten, een concertreeks die de fluitiste Eleonore Pameijer, Hamburgs echtgenote, in de Uylenburger Synagoge organiseert.
Ten onrechte wordt zijn muziek nooit meer gespeeld, betoogt Hamburg. «De fluitsonate van Leo Smit is een wereldstuk dat zich kan meten met Milhaud en Prokofjev. Waarom is die muziek zo onbekend?» Door de oorlog, wellicht. Volgens Hamburg vooral door de Notenkrakers: «Een hele generatie componisten - Bertus van Lier, Lex van Delden - wordt nooit meer uitgevoerd omdat de Notenkrakers hen maar niks vonden. Op 4 mei heb ik een herdenkingsconcert gedirigeerd met muziek van Jan van Gilse, Lex van Delden, Leo Smit en mijzelf. Het was een geweldige avond. Echt niveau. Maar van de Notenkrakers mochten alleen Matthijs Vermeulen, Willem Pijper en Kees van Baren gespeeld worden.»
Ondanks zijn scherpe visie op het Nederlandse muziekleven heeft hij ruim twintig jaar geleden uit volle overtuiging de Verenigde Staten verlaten. Een muzikale carrière daar zou zich hebben beperkt tot een baan als docent op de universiteit. «Ik wilde componeren. Ik wilde dat vak leren», legt Hamburg uit. «Misschien had ik beter naar Hollywood kunnen gaan om bij een filmcomponist te studeren.»
Na enige omzwervingen kwam hij in Nederland terecht omdat hier het muzikaal klimaat hem aansprak. Het was de tijd van Willem Breuker, Maurice Horsthuis en Louis Andriessen. Mensen in de tram konden hem vertellen over het Nederlands Blazers Ensemble. Muziek in Nederland was iets wat leefde op straat. Niet langer de ivoren toren van de Amerikaanse universiteit.
Niet alleen werd hij met heel andere vormen van muzikaal denken geconfronteerd, eenmaal in Nederland werd hij zich ook in toenemende mate bewust van zijn joodse achtergrond. Op zijn Amerikaanse school was eenderde van de duizend scholieren jood, dus wie taalde ernaar? Een paar keer per week kreeg hij joodse les. Niemand was bang om te zeggen dat hij jood was.
Het echte oorlogsleed was een generatie verwijderd: Hamburgs grootouders waren aan het begin van deze eeuw de pogroms in de Oekraïne ontvlucht en naar Amerika gegaan. Hamburg: «Ze hadden de uitroeiing meegemaakt. Slachtpartijen. Daar wilden ze nooit meer over praten. Nog steeds weet ik haast niets over de achtergrond van mijn familie. Wij keken alleen naar de toekomst. Aanvankelijk vonden mijn ouders het onbegrijpelijk dat ik naar Europa wilde gaan. Amerika was voor hen het beloofde land, het land van de vrijheid. Was dat soms niet goed genoeg? Uiteindelijk heb ik ze kunnen overtuigen.»


Pas in Nederland realiseerde Hamburg zich dat het vrij uniek is om joods te zijn. En moeilijk, tot op de dag van vandaag, getuige de stroeve discussie over de joodse tegoeden. Hij is het met Ronny Naftaniel, directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie over Israel, eens dat je nooit mag spreken over een «schadevergoeding» of een «tegemoetkoming». Het gaat om gestolen inboedels en aandelen. Niet uit medelijden maar vanuit overwegingen van rechtmatigheid wordt er nu over geld onderhandeld. Wat betekent het om joods te zijn? Waarin verschilt mijn opvoeding van die van anderen? Met welke waarden ben ik grootgebracht? Het zijn vragen waarin hij zich is gaan verdiepen door de confrontatie met de Nederlandse maatschappij.
Hamburg: «In Amerika was alles vanzelfsprekend. Dat hoor je ook vaak van Israeli ërs die in Nederland wonen. Ze vergeten dat het Yom Kippoer is omdat ze daar in Israel niet aan hoefden te denken. De maatschappij regelt dat voor je. Daarentegen moet ik op zo'n dag op school gaan uitleggen dat het een joodse feestdag is en dat de kinderen thuisblijven.»
Hij voelt zich aangetrokken tot de joodse traditie. De leergierigheid bijvoorbeeld. De godsdienst die geen Jezus-figuur of helden kent. Het stellen van vragen in plaats van het uitvaardigen van vaste morele regels. De rituelen, die vaak «bizarre handelingen » behelzen. Waarom zou je een bosje peterselie in een kommetje met zout water dopen en dat opeten? Alleen met de bedoeling dat de kinderen roepen: wat doe je nu weer voor iets raars? Vragen uitlokken. En avonden lang doorpraten over alle discussiestof die dat opwerpt.
Het hervinden van zijn joodse identiteit heeft ook op zijn muziek grote invloed gehad. Dat blijkt niet alleen uit titels als Esther, David, Klezmania of Jerusalem, ook laat hij zich inspireren door de joodse muziektraditie, van klezmer tot musical aan toe. Hamburg: «De eerste muziek waar ik als kind mee in aanraking ben gekomen was onder meer de muziek in de synagoge. Dat lijkt erg geromantiseerd, maar het heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn jeugd. Als kind ben je nu eenmaal gevoelig voor ernstige momenten. Veel van die muziek zit in mijn hoofd en in mijn genen. Dat is voor een groot deel bepaald door de muzikale smaak van mijn ouders. Daar vallen ook de goede musicalcomponisten onder, want die waren ook allemaal joods. Van Gershwin tot Steven Sondheim aan toe. Muziek uit de Oost-Europese cultuur is mij ook dierbaar. Ik herken dingen in Mahler, Milhaud, Ravel - dat zijn mijn wortels. Waarom zou ik dat verloochenen?»
Zijn de invloeden uit de Oost-Europese muziek en de jazz in zijn muziek duidelijk traceerbaar, Hamburg gaat nog een stapje verder. Hij speelt graag een spel met sentimenten die haast «over the top» zijn. Met andere woorden: kitsch. «Ik ben een ironisch mens», verklaart hij. «Ik zoek die grenzen graag op. Maar in Nederland vinden mensen dat heel moeilijk in te schatten: meent hij dat nou echt? Dat provoceren vind ik leuk. Het is een spel dat mij fascineert. Bijvoorbeeld Klezmania dat nu in een nieuwe versie wordt gespeeld. Dat is een knipoog naar de klezmerhype. Iedereen wil opeens klezmer horen. Maar ik bén geen klezmercomponist, ik kan dat helemaal niet. Ik kan dus alleen maar opschrijven hoe ik naar klezmer luister. En het laatste deel gaat daar heel ver in. Misschien gaat dat over the top, ja. Wat is vreugde? Pom-pom-pom-pom-pom-pom-pom. Ik onderzoek de drive in die muziek en dat kan al snel omslaan in iets absurds. Maar soms heb ik juist iets heel eenvoudigs nodig. Eén simpele lijn. De melodie van een zangstem. Dat probeer ik dan zo simpel mogelijk te houden. Dat is ontzettend moeilijk: iets laten zijn wat het is. Durven daar zo ver mogelijk in te gaan. Dan maak je je heel kwetsbaar. Maar daar ben je kunstenaar voor.»


An American in Amsterdam, door het Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ed Spanjaard en m.m.v. Eleonore Pameijer (fluit). Wereldpremière van Klezmania, Fluitconcert en David, 25 en 26 mei in de Beurs van Berlage te Amsterdam. Cd: Jeff Hamburg (CV87)