Dwangarbeid in de haarindustrie

Pruiken uit Xinjiang

De wereldwijde handel in mensenhaar is een miljardenindustrie, met China als hofleverancier – ook voor Nederlandse consumenten. In Xinjiang werken duizenden Oeigoerse dwangarbeiders aan de productie van extensions, pruiken en andere haarstukken. Gevangenen moeten hun eigen haar afstaan. ‘Ze maakten ons kaal. Alles was weg.’

Een Oeigoers meisje wacht op een behandeling voor het Offerfeest in een schoonheidssalon in Turpan, Xinjiang. September 2016 © Kevin Frayer / Getty Images

‘Wij verzorgen ons haar met zwart sesamzaad en we wassen het met de olie die achterblijft na het maken van polo, een pilavgerecht’, vertelt een Oeigoerse vrouw ons in een anoniem vergaderzaaltje. Onwillekeurig grijpt ze haar eigen lokken vast. Ook in Nederland gebruikt ze nog steeds de natuurlijke producten waarvan haar voorouders duizend jaar terug de verzorgende werking al begrepen. Van oudsher vertelt haardracht in de Oeigoerse cultuur veel over de sociale status van individuen: zo dragen getrouwde vrouwen twee vlechten en ongehuwden een (oneven) veelvoud daarvan.

Het zijn dit soort traditionele gewoonten die de Chinese Communistische Partij sinds 2011 met programma’s als ‘Project Beauty’ probeert uit te wissen. Daartoe worden onder meer ‘modeshows’ georganiseerd in de regio, waar schoonheidsspecialisten vrouwen leren om crème en lippenstift te smeren, symmetrische wenkbrauwen te tekenen, en hun haar te stylen. Hoofddoeken werden verboden, net als het dragen van ‘vreemde kleding’. In Zuid-Xinjiang, waar veel Oeigoeren wonen, kwamen er op deze manier alleen al in 2018 bijna drieduizend beautysalons en achtduizend schoonheidsspecialisten bij.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Eline Huisman en Linda van der Pol over de inzet van Oeigoeren bij de lucratieve Chinese haarproductie. Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Ook in de honderden concentratiekampen die Beijing sinds 2013 oprichtte om de ‘opstandige’ regio te ‘heropvoeden’ komen haarverzorging en cosmetica expliciet aan bod. Guzailinuer Aishan, een Oeigoerse vrouw die in een van de kampen wordt ‘opgeleid’ tot schoonheidsspecialist, vertelt op de Chinese staatsomroep blijmoedig: ‘Ik help mensen om mooi te zijn, fashionista’s te zijn. Als ik afgestudeerd ben wil ik een salon openen, om nog meer mensen te helpen.’

‘Haarverzorging’ is echter een eufemisme: in werkelijkheid staat Hotan, een regio in Zuidwest-Xinjiang, vol met fabrieken die extensions en andere haarwerken produceren voor de wereldmarkt en zijn de makers van deze haarproducten geen vrije medewerkers maar dwangarbeiders. De producten die deze bedrijven maken, komen ook in het Westen terecht, blijkt uit onderzoek van platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer en Linda, en ze liggen zeer waarschijnlijk ook in Nederlandse winkels.

De oorsprong van het haar lijkt evenmin ‘vrij’. Getuigen zeggen dat het haar van gevangenen wordt afgeschoren, en een voormalig kampdocent werd verteld waar dat haar terechtkomt: in extensions en pruiken voor de export. Uit ons onderzoek blijkt dat ten minste één Chinese haarfabrikant, Emeda, mensenhaar koopt in Xinjiang en de afgelopen vijf jaar zeker zes vrachten haarstukken exporteerde naar Nederland.

Haarfabrikant Emeda is niet het enige bedrijf met banden in de Oeigoerse regio. In de afgelopen twee jaar hebben zich tientallen haarbedrijven gevestigd in Xinjiang. Die verplaatsing wordt met belastingkorting en subsidie aangemoedigd door de Chinese staat. Hoewel het onmogelijk is om Oeigoeren in de regio zelf hierover te spreken, laten nieuwsberichten en overheidsdocumenten zien dat de ontwikkeling van de haarindustrie een speerpunt is voor China. Het arbeidsintensieve fabriekswerk moet de regio ‘uit de armoede’ trekken.

De recentelijk opgezette haarfabrieken in Xinjiang zijn niet los te zien van haarproducenten in het oosten van China. Investico ontdekte dat zeker een derde van die fabrieken nauwe banden heeft of had met bedrijven elders in China. De bedrijven in Xinjiang hebben vaak aandeelhouders of directeuren die ook bedrijven in het oosten bezitten. Die bedrijven leveren op hun beurt weer aan Amerikaanse producenten die haar verwerken onder eigen productnamen. Mane Concept is bijvoorbeeld zo’n Amerikaanse producent, die onder andere Pristine en Afri Naptural maakt, merken die ook in Nederland in de schappen liggen.

Het gedwongen afstaan van haar is een terugkerend aspect in de getuigenverklaringen van Oeigoeren die geïnterneerd zijn geweest. ‘Ze knipten ons haar af, maakten ons kaal. Alles was weg. Niets meer. Ik had lang haar’, zei Gulbakhar Jelilova, een Kazachstaanse Oeigoer die tijdens een zakenreis werd opgepakt, onlangs tegen cnn. Qelbinur Sidik, een voormalige docent Chinees in een van de kampen die nu in Nederland woont, bevestigt dat iedereen die dat kamp binnenkwam werd kaalgeschoren. We komen met haar in contact via de duhrf (Dutch Uyghur Human Rights Foundation), een door Oeigoerse activisten in Nederland opgerichte ngo. Via hen laat ze ons weten: ‘Ik zat in een vrouwenkamp in Ürümqi, ik zag dat de vrouwen kaalgeschoren waren. Dus ik vroeg aan iemand die ik ken bij de politie: wat gaan ze doen met de haren? Want er zitten bijna tienduizend vrouwen in dit kamp. Toen antwoordde die politieagent: “Ja, ze worden allemaal kaalgeschoren. Wat ze gaan doen met de haren? Wat denk je zelf? Ze sturen de haren naar het binnenland en maken er handel van, ze gaan pruiken maken en verkopen.”’

De getuigenissen waarin andere ex-gevangenen over het verlies van hun haar praten, zijn talrijk. Vaak is het een bijzin – tussen bloedtesten, vreemde injecties, verkrachting en gedwongen abortus in. Voor de gevangenen is het slechts een van de vele vernederingen die ze doorstaan. Mihrigul Tursun, een andere voormalige gevangene, getuigde in 2018 voor het Amerikaanse Congres: ‘Ik werd op een hoge stoel gezet. Mijn handen en voeten werden vastgeklikt. Mijn hoofd werd kaalgeschoren.’ Een derde vrouw getuigt: ‘Ze knipten ons haar af, nadat ze het door de tralies [van onze cel] hadden getrokken. We waren allen geboeid, geketend, en werden vaak geroepen om ondervraagd te worden. Het schreeuwen, smeken en het huilen gaat nog steeds door mijn hoofd.’

Voor China, dat een wereldwijde haarmarkt te voeden heeft, maar steeds moeilijker aan ‘donateurs’ komt, zijn de strafkampen in potentie een lucratieve inkomstenbron. Hoewel nooit hard is bewezen dat de afgeschoren lokken van Oeigoerse gevangenen in de handelsketen terechtkomen, lijkt haar te kostbaar om in de prullenbak te verdwijnen: de waarde ervan vertwaalfvoudigde afgelopen tien jaar. Leugens, vindt Zheng Yuesheng, manager van een haarfabriek in Xinjiang. Wie deze beschuldigingen uit, is ‘gek en onwetend over de industrie’.

Echt mensenhaar, allemaal van één hoofd, onbewerkt en nooit geverfd of gekruld – virgin remy hair. Het hangt zomaar voor het grijpen. In een haar- en beautywinkel in de Amsterdamse Pijp zijn de mogelijkheden zo breed als de volledige rechterwand van de zaak. Vanuit de hoek achterin staren tientallen ogen je uitdrukkingsloos aan, het glimmende haar op hun plastic hoofden klaar om mee te nemen en een ander hoofd te verfraaien. Korte zwarte krullen, halflang golvend haar, een pittig kort kapsel van zijdezacht steil haar, of toch een kaarsrechte bob? Erachter hangen talloze plastic verpakkingen met volle staarten te wachten op een nieuwe eigenaar.

Vroeger, vertelt de eigenares van een Amsterdamse haarsalon die de extensions bij klanten inzet, lieten mensen die een volle bos haar wilden zich discreet behandelen in een achterkamertje van de salon. Inmiddels is het dragen van extensions, plakwimpers en andere vormen van ‘nephaar’ nagenoeg uit de taboesfeer: celebrities als Kim Kardashian hebben geen enkele schroom om toe te geven dat hun lange vlechten van het hoofd van iemand anders komen, en adverteren zelfs voor extensions-merken op hun social-media-accounts.

Onder invloed van die celebrity culture neemt de vraag ernaar al jaren toe. In Nederland vind je die producten bij luxe kappers, op handelswebsite Alibaba of bij kleine speciaalwinkels. De verhalen over de herkomst van het haar zijn divers. Het zou uit Indiase tempels komen, waar bedevaartgangers hun haar afscheren voor het binnengaan om de goden te eren. Of van vuilnisbelten in Pakistan, gevangenissen in Rusland, gedwongen afgifte in Venezuela in ruil voor medicatie of eten. Krulletters op de verpakkingen suggereren een herkomst uit Brazilië, Peru en Bolivia.

In werkelijkheid komt het gros van het mensenhaar op de wereldmarkt uit India en China. Van oudsher reizen handelaren over het arme Chinese platteland, waar vaak jonge meisjes hun staart afstaan om zo weer even in het levensonderhoud van het gezin te kunnen voorzien. De haarmarkt berust op een verschil in rijkdom, kansen en waarden tussen hen die bereid zijn van hun haar te scheiden en zij die het uiteindelijk dragen, stelt antropoloog Emma Tarlo in haar boek Entanglement waarin ze de wereldwijde haarhandel nauwgezet in kaart bracht.

Hoewel China nog steeds met afstand de grootste exporteur van pruiken van mensenhaar en synthetisch materiaal is, verliest het afgelopen jaren steeds meer marktaandeel aan Hongkong en landen als Indonesië en Zuid-Korea. Cijfers van VN-handelsdatabase Comtrade laten zien dat China in 2018 bijvoorbeeld 890 miljoen dollar aan ‘wigs, false beards, eyebrows etc, of human hair’ exporteerde, ruim 77 procent van de wereldwijde haarexport. In 2013 was dat nog 84 procent en 1,3 miljard. Chinese plattelanders blijken minder bereid om hun haar af te staan, dus trekken handelaren steeds vaker over de grens, naar Cambodja of Vietnam. Vanwege stijgende salarissen worden fabrieken bovendien verplaatst naar lagelonenlanden in Zuid-Oost-Azië of West-Afrika. Of naar rurale gebieden in China zelf waar lonen lager en werkomstandigheden slechter zijn – Xinjiang is zo’n voorbeeld.

Schoonheidswinkel met Oeigoerse verkoopster en klant in Kashgar, Xinjiang. Juli 2017 © Kevin Frayer / Getty Images

‘Vroeger maakte ik er honderd op een dag. Nu ik getraind ben, kan ik er wel 850 tot 900 maken’, zegt een medewerker van een fabriek in Hotan, een regio in Zuid-Xinjiang, vanachter zijn mondkapje. Op het klinisch witte bureau voor hem ligt een stapel zwart haar dat hij in kleine plukjes met een elastiekje bijeen bindt, een karweitje dat hem naar eigen zeggen al meer dan tweeduizend Chinese yen per maand oplevert – grofweg 250 euro. Het is een van de vele priegelwerkjes in de productie van haarstukken. Als de camera uitzoomt voor het bedrijfsfilmpje, zien we hoe zijn collega’s bossen haar door reuzenkammen halen, de haren met een naaimachine aaneen naaien, of ze een voor een met een pennetje vastmaken op een onderstuk dat straks een volle pruik moet worden.

Lop (of Luopu) County Hair Industrial Park was tien jaar geleden nog een kale vlakte in het zuiden van Xinjiang. Nu is het uitgegroeid tot een productie-hub waar tientallen haarbedrijven vanuit het hele land zijn gevestigd, die gezamenlijk duizenden lokale Oeigoeren ‘in dienst’ hebben. Op satellietbeelden is te zien hoe in het in 2010 nog lege gebied in de loop van 2013 het Vocational Skills Education and Training Center (vsetc) verschijnt – buiten China ook wel bekend als interneringskamp. In de jaren daarna wordt rondom het kamp de ene na de andere fabriek opgetrokken. Het kamp levert gevangenen aan de nabijgelegen fabrieken om ze daar tewerk te stellen. Diezelfde fabrieken gebruikt China voor propagandafilmpjes over anti-armoedeprogramma Xinjiang Aid.

‘Dat zijn de ongepaste vragen – niemand vertelt je waar ze het haar precies vandaan halen. Je hoort het niet, je weet het niet, het is niet na te gaan’

Het gehele bedrijventerrein werd afgelopen augustus door de Amerikaanse douane en grensbewaking op een zwarte lijst gezet op verdenking van dwangarbeid: producten afkomstig uit het gebied krijgen een importban opgelegd. Eerder deze zomer onderschepte de douane in de haven van New York-Newark een Chinese scheepslading met bijna dertien ton aan mensenhaar afkomstig uit Xinjiang. Lange donkere staarten in knalgele verpakkingen om te verwerken tot haarstukken, extensions en pruiken, totale waarde ruim achthonderdduizend dollar. Een ander bedrijf op het industriepark, Hetian Haolin Hair Accessories, leverde in twee jaar tijd 189 vrachten haarproducten aan de VS, zo blijkt uit exportdata die Investico verkreeg. Voor Europa zijn dergelijke data niet voorhanden, maar het bedrijf levert volgens manager Lu Wenting ‘vooral aan Afrika, Noord-Amerika en Europa’.

Wel voorhanden in Europa zijn de openbare data van handelsplatform Alibaba. Uit onze analyse van die gegevens blijkt een directe link tussen Xinjiang en Nederlandse kopers van haarstukken: het Chinese bedrijf Emeda, dat allerhande haarstukken aanbiedt, levert bijna een kwart van zijn verkopen aan de West-Europese markt en verscheept ook regelmatig ladingen naar Nederland. Een vertegenwoordiger van Emeda, naar eigen zeggen een van de ‘grootste en eerlijkste’ haarverkopers van China, vertelde afgelopen mei aan Radio Free Asia dat het een deel van zijn producten maakt met haar uit Xinjiang. Meer details wilde het bedrijf niet kwijt, maar online bood Emeda naast Russische en Chinese staarten tot voor kort ook ‘dark brown virgin Xinjiang human hair’ aan.

Intussen is de verwijzing naar Xinjiang verdwenen. Vergelijkbare foto’s van lange bruine haren, bijeengebonden met goudkleurig touw, staan nog wel online, maar worden aangeprezen als ‘virgin Russian remy human hair’. Eenmaal op de westerse markt zijn overigens lang niet alle producten terug te leiden naar China. Zo heeft Emeda, net als sommige andere haarbedrijven, een inhouse drukkerij: indien gewenst kan er al in China een op maat gemaakte verpakking van de westerse verkoper aangehangen worden.

Elke twee seconden koopt ergens ter wereld iemand een pruik op consumentenwebsite AliExpress, bracht moederbedrijf Alibaba in 2018 via staatsmedia naar buiten. Nederland wordt genoemd als een van de zes grootste importeurs van ‘Chinese wigs’, samen met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Europa is daarmee een groeimarkt, schrijft het Chinese staatsmedium Global Times trots: in 2018 leverde AliExpress er vijftig procent meer pruiken dan in 2017. Het grootste deel daarvan komt uit Xuchang, ‘The City of Wigs’, waar volgens de Global Times ook Michelle Obama, Beyoncé en Rihanna hun haarstukken vandaan halen. Alleen al in 2018 verdiende Xuchang zo’n 223 miljoen dollar met de pruikenverkoop.

De laatste jaren ontwikkelt zich een nieuwe haarproductie-hub in Xinjiang. Die uitbreiding loopt gelijk op met de vestiging van nieuwe detentiecentra voor Oeigoeren en lijkt te profiteren van de goedkope arbeid die via de kampen wordt aangeboden. Het blad China County Economic News, dat onder partijkrant The Economic Daily valt, noemt de haarproductenindustrie ‘een van de belangrijkste investeringsprojecten in Luopu County’, dat werkgelegenheid biedt aan duizenden lokale werknemers.

Een verslaggever van de Xinjiang Daily, een aan de staat gelinkte krant, die in juli op reportage ging in een haarfabriek in Lop, is onder de indruk van de ‘vitaliteit die voelbaar is’ op het bedrijvenpark, waar intussen 32 haarbedrijven tezamen zevenduizend mensen werk bieden. Nog acht bedrijven staan op het punt zich in de regio te vestigen, schrijft de krant. Naast werk bieden de bedrijven bovendien een opleidingstraject en gratis kost en inwoning.

Volgens de Xinjiang Daily zien de lokale autoriteiten de ontwikkeling van arbeidsintensieve industrieën als een belangrijk middel in armoedebestrijding. Industrieparken voor haarproducten, met toonaangevende ondernemingen, moeten hoogwaardige ontwikkeling brengen. ‘Op dit moment zijn negen productielijnen in volle werking’, vertelt fabrieksmanager Zhu Huanlin. ‘Vergeleken met vorig jaar is de output met dertig procent toegenomen.’ Binnen twee jaar moet de jaaromzet 3,5 miljard yuan bedragen, zo’n 450 miljoen euro. De bedrijven kunnen in coronatijd rekenen op steun van de lokale overheid, zoals belastingverlaging en kortingen op leningen.

Ook elders in Xinjiang is de haarindustrie booming. Een overzicht van de belangrijkste investeringen in Wushi County, eind 2018 gepubliceerd op een lokale overheidswebsite, noemt het ‘twee-miljoen-pruiken-per-jaar-project’. Een investeringsproject van dertig miljoen yuan, gesteund door de staat, dat gerealiseerd wordt in Wushi County in Xinjiang. De pruikenmarkt in Lop County lijkt kansrijk, zo staat vermeld in het investeringsoverzicht, en de verwachting is een jaarlijkse winst van negen miljoen yuan (1,16 miljoen euro).

De door de Amerikanen onderschepte vracht met haar was rechtstreeks afkomstig uit Xinjiang. Via bedrijfsregisters lokaliseren we 49 actieve haarfabrieken in de regio, nagenoeg alle opgericht in de afgelopen jaren, en zelfs negentien ervan in 2020. Een derde van de fabrieken in Xinjiang heeft dezelfde eigenaars of aandeelhouders als bedrijven in, bijvoorbeeld, Qingdao of ‘City of Wigs’ Xuchang. De export lijkt te lopen via deze bedrijven in het oosten. Chinese nieuwsmedia bevestigen dat: ‘Veel binnenlandse haarproducenten moesten afgelopen jaren dringend hun productiecapaciteit uitbreiden en nieuwe locaties voor fabrieken selecteren’, schreef de staatsgesteunde krant Xinjiang Daily in juli dit jaar. ‘Lop County maakt ten volle gebruik van zijn voordelen op de vlakken van locatie, transport, resources, markt, beleid.’

Op de lijstjes van marktanalisten prijkt Xuchang Haoyuan steevast tussen grote haarverkopers als Balmain en Great Lengths. Haoyuan richtte in 2012 een afdeling op in Xinjiang, genaamd Xuchang Haoyuan Hair Products Co. Ltd., Wujiaqu Branch, naar de stad in Noord-Xinjiang waar het bedrijf is gevestigd. Het bedrijf lijkt na enkele maanden opgeheven te zijn, maar dezelfde eigenaar, tegelijk óók nog steeds voorzitter van Xuchang Haoyuan, maakte onder een nieuwe naam op hetzelfde adres een doorstart.

Het bedrijf in Xinjiang verscheepte in 2017 en 2018 regelmatig haarproducten naar Amerika. En ook Xuchang Haoyuan, dat daar dus nauwe banden mee heeft, levert aan Amerika. Onder meer aan Oradell International, Model Model Hair Fashion en Mane Concept; Amerikaanse haarbedrijven die de consument op zichzelf waarschijnlijk niets zeggen. Zij maken op hun beurt weer haarproducten onder eigen merken, die we ook in Nederlandse winkels aantreffen.

Het ‘Perzische’ haarstuk van Motown Tress bijvoorbeeld, voor 279,99 euro voor u. Of de Pristine Straight, ‘brandschoon en onaangeraakt als verse sneeuw’. En de synthetische Caribische, Braziliaanse en Senegalese krullen van Afri Naptural, te koop in webshops en afroshops in alle grote Nederlandse steden.

De Amerikaanse bedrijven reageren niet op onze bevindingen of onze vragen naar de herkomst van hun haar. Op de vraag of hij weet of dit haar mogelijk uit Xinjiang komt, laat een Nederlandse doorverkoper weten: ‘Nee, dat zijn de ongepaste vragen – niemand vertelt je waar ze het haar precies vandaan halen. Je hoort het niet, je weet het niet, het is niet na te gaan. ’

‘Niet alles in Xinjiang is met dwangarbeid gemaakt’, zegt Amy Lehr van het Amerikaanse Center for Strategic and International Studies (csis). ‘Maar er is wel een significant risico op door de staat gesponsorde dwangarbeid. Omdat de regio zo gesloten is, en hevige surveillance kent, is het heel moeilijk om te bepalen hoe een product uit Xinjiang tot stand is gekomen en of daar dwangarbeid aan te pas kwam. Sommige experts pleiten daarom voor de vooronderstelling van dwangarbeid, omdat het te moeilijk is om het tegendeel te bewijzen.’

Zo staakte ngo Better Cotton Initiative in oktober de textielaudits in Xinjiang, omdat er naar eigen zeggen niet fatsoenlijk te controleren is. Het Australische onderzoeksinstituut aspi constateerde bovendien in september dit jaar dat er afgelopen drie jaar nog eens 380 interneringskampen gebouwd werden in de regio. Die staan vaak in de nabijheid van gloednieuwe fabrieken – volgens aspi een indicatie voor het verband tussen massale internering en grootschalige dwangarbeid.

Via het ‘mutual pairing assistance programme’, zo blijkt uit documenten van de regionale overheid in Xinjiang, worden bedrijven uit met name rijke steden in Oost-China verleid om satellietfabrieken te openen in Xinjiang – vaak in sectoren met laaggeschoold en arbeidsintensief werk. Deelname aan het pairing programme is wat Lehr van denktank csis betreft een red flag, maar ook die deelname is steeds moeilijker te controleren – webpagina’s over bedrijven die bij pairing betrokken zijn worden steeds vaker offline gehaald. Oeigoerse dwangarbeid blijft ook niet beperkt tot het territorium Xinjiang. Tussen 2017 en 2019 werden naar schatting tachtigduizend Oeigoeren naar andere Chinese regio’s gebracht, om daar fabrieksarbeid te verrichten, onder constant toezicht en met ideologische training buiten werkuren.

Ook hier is het Chinese internet weer opener dan je zou denken. Advertenties op internet prijzen de werkkrachten openlijk aan: ‘De voordelen van Xinjiang-arbeiders zijn: semimilitaire managementstijl, bestand tegen ontberingen, geen verlies van personeel… Minimale bestelling honderd arbeiders!’ schrijft een bemiddelaar op een Chinees HR-forum onder de kop ‘Duizenden etnische minderheden wachten op online boeking’. ‘Leverbaar binnen vijftien dagen na tekenen van het contract. Eventueel bij te bestellen: fabrieksmanagers, eveneens uit Xinjiang, voor 24/7 politiebewaking.’

In Nederland komt het haar intussen zonder problemen langs de douane. ‘Onze organisatie heeft geen taak op het gebied van producten gemaakt onder dwangarbeid’, reageert een woordvoerder. ‘Er vinden daarom geen controles plaats op dit onderwerp.’ Zolang de douane geen gerichte opdracht krijgt producten te weigeren die met dwangarbeid zijn gemaakt, komen ze zonder problemen het land binnen.

Die actie blijft vooralsnog uit. Ministers Stef Blok van Buitenlandse Zaken en Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wijzen vooral naar bedrijven zelf en hun plicht om ‘maatschappelijk verantwoord’ te ondernemen. Maar de meeste bedrijven die handelen met China kennen hun keten helemaal niet van voor naar achter, zei Jef Wintermans, coördinator Convenant Duurzame Kleding & Textiel bij de Sociaal-Economische Raad, vorige week in een rondetafelgesprek in Den Haag. ‘Bedrijven die met zekerheid kunnen zeggen dat hun keten vrij is van dwangarbeid vormen de uitzondering.’


Dit onderzoek is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl