Ps bij genet

Theatermaker Hans Croiset schreef me een briefje. Naar aanleiding van mijn verhaal over het toneel van Jean Genet (in De Groene Amsterdammer van 11 januari 1995). Croiset signaleert in zijn reactie een pijnlijke witte vlek in mijn artikel. Kort en goed: hij miste het relaas over hoe Jean Genet in Nederland als toneelschrijver werd geintroduceerd. En daarin heeft-ie meer dan gelijk. Want voor Toneelgroep Centrum en Toneelgroep Studio in de vroege jaren zestig de eerste Genet-teksten in Nederland op de planken brachten (De meiden en Onder toezicht), had Hans Croiset (als jong acteur/regisseur van 25) de geniale Franse schrijver al aan het Nederlandse publiek getoond.

Dat ging zo.
Bij het toenmalig Rotterdams Toneel bestond in 1960 een werkgroep van jonge acteurs, die onder meer driftig lazen in en discussieerden over Jean Genet. (In de boezem van de deftige Haagse Comedie werd kort daarop ook zo'n werkgroep opgericht, waar het werk van Harold Pinter onder de loep werd genomen. Het verhaal dat de toneelvernieuwing in de jaren zestig exclusief in Amsterdam gestalte kreeg, mag opnieuw naar het rijk der fabelen worden verwezen. Maar dit terzijde.) De werkgroep van jonge Rotterdamse acteurs nam in mei 1960 onder leiding van Hans Croiset het initiatief tot een ‘geensceneerde lezing’ van Genets tekst Le Balcon. Besloten, meldde het dagblad De Tijd/Maasbode, omdat de Rotterdamse overheid een publieke vertoning niet gepast vond.
De lezing van het (door Croiset vertaalde) stuk, werd in Amsterdam herhaald, in het Nieuwe de la Mar-theater, ’s nachts, ergens in mei 1960, in het decor van een bestaande voorstelling. De acteurs zaten op stoelen aan de rand van het toneel, terwijl (aldus de verslaggever van de Telegraaf) 'toneelaanwijzingen en achtergrondgeluiden van straatgevechten door luidsprekers weerklonken’. Genets bordeel der illusies stelde 'scherp en cynisch’ aan de orde dat (aldus dezelfde verslaggever) 'het beter is de volmaakte suggestie te bezitten dan de onvolmaakte werkelijkheid, en dat veel eerbaarheid slechts bestaat bij de gratie van het kwaad’. Aan de tekstlezing, die - zo signaleerde opnieuw de Telegraaf - 'bij het jeugdige publiek veel hilariteit veroorzaakte’, werkten onder meer Trins Snijders, Sacco van der Made, Ton van Duinhoven, Pieter Lutz en Andre van den Heuvel mee.
Koud een jaar later presenteerde dezelfde werkgroep van het Rotterdams Toneel (en opnieuw onder de bezielende leiding van Hans Croiset) een werkvoorstelling van Genets De negers. Het Vrije Volk schreef: 'De negers in dit stuk zijn zichzelf niet, maar wel degenen die zij willen zijn. Zij spelen toneel. Zij spelen hun haat tegen de blanken in het rituele spel van moord op een blanke vrouw, wier lijkkist voor op het toneel is geplaatst. Zij spelen de berechting, terwijl de echte veroordeling elders heeft plaatsgehad. In de Parijse voorstelling waren het negers die zich als blanken maskeerden. De Rotterdamse jongeren moesten zich eerst schminken als negers, om dan weer de maskers van de blanke overheersers voor te zetten.’ Croiset - die voor deze dubbele coup de theatre als eerste Genets toestemming verkreeg, schreef in het programma: 'Wij hopen u met dit bizarre declamatorium in verwarring te brengen. Ons doel is niet u aangenaam bezig te houden.’ Afgaande op de krantenknipsels van januari 1961, zijn de jonge theatermakers in deze opzet geslaagd: het journaille was in de war, en not amused.
Hans Croiset heeft na deze twee avonturen bij mijn weten geen Genet-tekst meer aangeraakt. Ook niet het in Nederland ongespeeld gebleven, barokke en van symbolen zwangere, postkoloniale Algerije- stuk Les paravents. Mag ik dit postscriptum besluiten met de vurige wens, dat hij - of een ander gedreven theatermaker - dit stuk nog eens op de planken zal brengen? Er circuleren in Nederland en Vlaanderen enkele vertalingen van deze (in Nederland) onbekende Genet-tekst. De tijd is meer dan rijp voor publikatie van dit belangwekkende en geweldige epos.