Sport

Psoet

Het kriebelt al, her en der, van hier tot Vancouver kriebelt het, want in Vancouver gebeurt het straks: Olympische Spelen. Het hoogst bereikbare voor een sporter is een Olympische gouden medaille. Het meest tot de sportverbeelding spreken de Spelen.
Dan is het extra tragisch als drie maanden voor het startschot Marianne Timmer haar hiel verbrijzelt en die hele Spelen op haar buik kan printen. Omdat ze ‘al’ 33 is, dus het zouden haar laatste zijn geweest. Hoe mooi zou het zijn als Timmer dat genereus zou afstraffen door over vier jaar (dan is ze ‘al’ 37) een paar gouden medailles te winnen.
Hij moet het met gepaste kriebels aanzien: Sven Kramer wordt door een energiebedrijf zo de markt in geduwd dat de mensen er ’s nachts van dromen en dat hun kinderen een Kramer-fobie ontwikkelen (svenergy, svancouver, wordt fen van sven). Waarschijnlijk is ’t het vervelendste als je er te laat achterkomt dat je je ziel aan de duivel hebt verkocht.
Maar Sven zit wel vol energie, daar kan hij een heel land op laten draaien, een middelgrote provinciestad een etmaal mee verlichten. Hij heeft er dan ook zin in. De vijf en de tien kilometer, die worden van hem. Of hij de 1500 meter gaat rijden, is nog niet duidelijk; alleen als hij zich kwalificeert (vreemd, iemand die zo goed is op de 5000 en niet bij de eerste tien rijdt op de mijl, hoezo tijd van specialisten?).
‘Oké Sven, dus de vijf en de tien, die rij je zeker. En de 1500?’
‘De 1500 wee’k nog niet. Maar zeker de vijf en de tien, en de tiempsoet.’
‘Dat is zeker?’
‘Ja, da’s zeker. Ik rij zeker de tiempsoet.’
‘Natuurlijk, ook de ploegenachtervolging. Misschien nemen wij die nog niet echt serieus.’
‘Jullie van de media msgien niet, maar bij ons leeft het wel, hoor. Ik begin het steeds mooier te vinden, die hele tiempsoet.’
Sven is een man die haast heeft. Bij elk interview dat hij geeft, zie je hem denken: ik moet heel dringend ergens naartoe, maar ik weet niet precies waar. De team pursuit?
Sven praat ook met haast. En sommige woorden zijn te lang voor wie haast heeft. Sprinters hebben dat ook. Die snijden met zestig kilometer per uur een bocht aan, op de vijfohmeet. Dat is de vijfhonderd meter. Maar ook stayers doen het, iets langzamer, op de tiekmeet, dat is de tien kilometer.
Simon Kuipers, vijfohmeet-, duizmeet- en vijftieohmeet-specialist, had onlangs een liesbsu, maar dat is inmiddels weer beter: ‘Mijn Spelen zijn niet ihduigfal, ik kom hier wel snel oofhee.’
Ook Carl Vhijn gaat naar Vancouver. Erben Wems is nog niet zeker. Naat Goewol waarschijnlijk op de drieduizmeet maar ze is niet echt in vorm. Het zou tusdoor kunnen zitten.
Bij de tiempsoet is het essentieel dat de drie schaatsers pfect in elkaars slag rijden. Met name bij het aasnij van de bocht en bij het uifsnell. Na de ploegagvolgng moet iedereen naar de doopintrol om gcontleer te worden op eventuele fdachte bloedwaa en fboodmidl. Het zou Nederland enorme imagoschade aandoen indien een van de drie teamsporters een fdachtbloewaa zou blijken te hebben of een fboomidd had genomen, intvneus of anszins.
Alles voor die goumdaj. Ze hebben allemaal keihard gtreet. Soms was Sven een beetje ziek, reed hij nietheemsuup, maar dan bleek telkens weer: ‘Het was hardgnoegtog?’
Misschien heeft de dictiesnelheid van Kramer niet alleen te maken met zijn beroep. Premier Balkenende was ook al een spreekraket toen hij nog niet het land bestuurde. Het duidt op een snelle geest, een druk hoofd waarin veel tegelijk gebeurt en waaruit veel tegelijk de wereld in moet worden gebracht.
Maar waar het vandaan komt weten we ntuuk niet zeker.
Sven Kramer heet helemaal niet Sven. Hij heet in het echt Steven. Maar zijn vader, ook een snelle schaatser, riep hem op dezelfde manier, met dezelfde tongval en dictie, en dat werd ‘Sven’ in plaats van ‘Stee-eeven’.
Het kan ook zijn dat Svens voornaam eigenlijk Stilleven is, omdat zijn vader ook van Hollandse schilderkunst uit de Gouden Eeuw houdt.
Of hij heet eigenlijk Sander-Vincent.
Of, en dat is het allerwaarschijnlijkst, sorry, alwschijnkst, Sven Kramer heette altijd, dus tot de tijd dat hij haast begon te krijgen, Sören-Vic-Henk Kramer. We gaan het aan zijn vavraa.
Hoe dan ook, we hebrzinin. In die fijne Oompspeen.