Popmuziek

PSP-pop

Popmuziek: ‹Together We’re Heavy› van The Polyphonic Spree

Terugkerende verzuchting in documentaires over de jaren zeventig: ach, die geestdrift. Natuurlijk, de idealen waren soms naïef, de blik was minder open dan zelf verondersteld, de rituelen net zo institutioneel als die van Het Gezag, maar de geestdrift! Er wérd in ieder geval geloofd, er wás nog hoop, en liefde – al bestond de gepropageerde vrije variant daarvan niet, althans volgens Reve, want «het wezen van de liefde is, dat zij niet vrij is».

Vrij of niet, aan liefde en ook aan hoop geen gebrek op Together We’re Heavy, het tweede album van The Polyphonic Spree, een van de meest onwaarschijnlijke bands die de popmuziek de laatste jaren heeft voortgebracht. Voorman Tim de Laughter zong ooit in het alleen in liefhebberskringen populaire Tripping Daisy, een band die uiteenviel toen de gitarist in 1999 overleed aan een overdosis. In diezelfde tijd werd De Laughter voor het eerst vader. Het samenvallen van dood en nieuw leven bracht hem tot het besef dat de werkelijke begeestering voor muziek viel te herleiden tot het verwachtings volle gevoel dat pop rond zijn zevende levensjaar bij hem opriep. Exact die emotie wilde hij terug halen met een nieuwe band, die de vervolmaakte zanglijnen van de Beach Boys, de compositorische kracht van de Beatles en de grandeur van rockmusicals als Hair en Tommy samenbracht.

De band die dat opleverde was niet minder ambitieus: hij bestond bij het eerste optreden in Dallas uit elf mensen. Gehuld in witte gewaden, want het collectief ging boven het ego. De Laughter werd na het optreden bestookt door enthousiastelingen die ook een instrument bespeelden en onderdeel van zijn band wilden worden. Het aantal bandleden verdubbelde tot twee dozijn en schommelt inmiddels tussen de 23 en 26. Op de site van de band melden zich nog steeds mensen aan met een variant op: «Ik kan fluit spelen en wil meedoen.»

De vaak tamelijk dwepende toonzetting van die fans in combinatie met de – inmiddels gekleurde – toga’s leidt nog steeds tot het misverstand dat The Polyphonic Spree een, al dan niet religieuze, sekte zou zijn. Veel bezoekers van het Lowlands-festival reageerden vorig jaar aanvankelijk sceptisch op dat leger hippies op het podium, toen The Polyphonic Spree daar optrad. Nog geen uur later gingen ze letterlijk op hun knieën. Ongetwijfeld omdat ze de band enig campgehalte toedichtten, maar ook omdat de geestdrift onvermijdelijk overslaat. Tegen 24 gelukzalig springende volwassenen is geen scepticus bestand. Zoals het Britse popblad Mojo schreef over het nieuwe album: «If it weren’t all so damn happy, this would be the most terrifying music in existence.»

Dat nieuwe album bevat dezelfde PSP-pop als het debuut, al is de productie beter en de invloed van Pink Floyd hoorbaarder. Tegen de optelsom van fluit, trombone en flugelhoorn blijkt nog steeds iedere gitaar weg te vallen, en met name de harp draagt soms bij aan een zeker kitschgehalte.

Maar ach, die geestdrift.

Wie de band nog steeds verdenkt van religieuze trekjes zal zijn gelijk bevestigd zien wanneer De Laughter zingt over «a new religion». Maar hij zingt ook over een nieuwe dag, een nieuwe plaats, een nieuwe wereld. Met zonneschijn en hoop. Veel hoop. De zon zal schijnen, en anders de liefde wel. Als De Laughter en zijn bandleden al iets aanhangen en uitdragen, is het wat Ronald Plasterk het «iets isme» noemt. Er is vast iets meer dan dit. En zo niet, dan had het er wel móeten zijn.

Wat het onweerstaanbaar maakt, is de ongereptheid ervan. The Polyphonic Spree houdt de werkelijkheid buiten de deur. Zoals alleen een zevenjarige dat kan.

The Polyphonic Spree speelt 25 oktober in Tivoli, Utrecht en 26 oktober in De Melkweg, Amsterdam